Nota parkeren 2026
Nota parkeren 2026 Deelprogramma mobiliteit Nota Parkeernormen gemeente Bunnik Burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik; Gelet op artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluiten de volgende beleidsregels vast te stellen Inleiding Parkeernormen zijn een belangrijk instrument voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen dat benodigd is voor een bepaalde ontwikkeling. De openbare ruimte staat onder druk en er is behoefte aan woningbouw. Uit de parkeerdrukmeting uit 2024 blijkt dat de bezettingsgraad voor de gemeente Bunnik ligt op 60% op een doordeweekse avond/nacht. Zoals beschreven staat in het Programma Mobiliteit is het streven van de gemeente Bunnik naar een bezettingsgraad van 85% op het maatgevende moment. Het maatgevende moment is het moment waarop een bepaalde functie de grootste parkeerbezetting genereert. Zo is dat voor wonen in de avond en de nacht en voor werken op de dag. De parkeernormen in deze nota parkeren 2026 zijn gebaseerd op de nota parkeernormen uit 2019. De normen in 2026 zijn met minimaal 20 procent verminderd ten opzichte van de parkeernormen uit 2019. Ook is er een verdere indeling gemaakt voor het centrum parkeren in Bunnik en Odijk, waarbij de parkeernormen met nogmaals 20 procent zijn verlaagd. De parkeernormen zijn getoetst aan de hand van de CROW kencijfers uit 2024. De nieuwe parkeernormen vallen binnen de gestelde bandbreedtes van het CROW. Door ontwikkelingen rondom deelauto’s en deelfietsen kunnen de parkeernormen uit de nota parkeernormen uit 2019 verlaagd worden. De nota parkeren 2026 wordt als bijlage gepubliceerd onder het Programma Mobiliteit 2025-2035, dat weer valt onder de omgevingsvisie 2025. Bij het opstellen van deze nota parkeren 2026 is gebruik gemaakt van de parkeerdrukmeting uit 2024, waarin de parkeerbezetting van de gemeente Bunnik in kaart is gebracht. Doelstelling De nota parkeren 2026 heeft als doel om voldoende parkeerplaatsen te bieden binnen de gemeente Bunnik en tegelijkertijd de balans te vinden met andere ruimtelijke vraagstukken, zoals groen, water of spelen. Hierdoor kan in de toekomst worden voorzien in de parkeerbehoefte waarbij tevens de bereikbaarheid en leefbaarheid worden gewaarborgd. Achterliggende redenen zijn: •Borgen van bereikbaarheid en leefbaarheid. •Ondersteunen van woningbouw. •Stimuleren van duurzame mobiliteit. •Efficiënt ruimtegebruik. Beleidswijzingen 2026 •Binnen de bandbreedte van de richtlijnen uit 2024 van het CROW worden de parkeernormen uit 2019 verlaagd met minimaal 20% als uitwerking van het Programma Mobiliteit. •Het toevoegen van een specifiek gebied (centrumzones Odijk en Bunnik) waar de parkeernormen nog verder zijn verlaagd. •Verplichte toepassing van deelmobiliteit bij projecten >30 woningen. •Voor de nieuwe woningbouwprojecten is het de ambitie om minimaal 1 deelauto per 20 woningen te realiseren als uitwerking van het Programma Mobiliteit. •Versterking fietsparkeerbeleid. •Juridische borging via anterieure overeenkomsten. Gebiedsindeling Parkeernormen 2026 De normen van de parkeer nota 2026 zijn per functie opgenomen in de tabel die in deze nota is opgenomen. De normen zijn inclusief bezoekersdeel en gelden per functie voor de openbare ruimte. In twee centrumgebieden worden de parkeernormen nog verder verlaagd. Deelmobiliteit Deelmobiliteit wordt steeds populairder en meer geaccepteerd. Dit helpt om het autobezit in de toekomst te verlagen. Deelmobiliteit kan bestaan uit deelauto’s, deelfietsen en deelbakfietsen. Bij nieuwe ontwikkelingen vervangt een deelauto maximaal zes reguliere parkeerplaatsen. Bij woningbouwprojecten met meer dan 30 woningen is toepassing van deelmobiliteit in de vorm van deelauto’s verplicht. Voor de nieuwe gebiedsontwikkelingen is de ambitie om minimaal 1 deelauto per 20 woningen te realiseren. Zo zijn er voor toekomstige bewoners, gebruikers en bezoekers voldoende mobiliteitskeuzes en ontstaat er ruimte voor meer woningen en groen. Er geldt een verplichting voor de initiatiefnemer van een duidelijk plan waaruit de langjarige beschikbaarheid van deelauto’s blijkt die de vervanging van reguliere parkeerplaatsen voor deelauto’s rechtvaardigt. Deze substitutie is voor maximaal 20% van het bewonersdeel van de vereiste parkeernorm voor woningen mogelijk. Fietsparkeren Voor fietsparkeren geldt dat altijd de CROW richtlijnen worden gevolgd. Dit is de leidraad fietsparkeren vanuit het CROW. De kencijfers voor fietsparkeren zijn in ontwikkeling en veranderen snel. Voor fietsparkeren wordt verwezen naar de meest actuele kencijfers uit het CROW. Juridische borging De parkeernormen worden juridisch vastgelegd via anterieure overeenkomsten. De parkeernota wordt onderdeel van het omgevingsplan en wordt gepubliceerd. Monitoring en evaluatie Monitoring en evaluatie De werking van deze nota wordt geëvalueerd op basis van toekomstige parkeerdrukmetingen en ontwikkelingen. In het Programma Mobiliteit staat dat de gemeente Bunnik elke drie jaar een parkeerdrukmeting zal uitvoeren. Aan de hand van de parkeerdrukmeting kunnen de parkeernormen aangepast worden. Definitie ‘eigen terrein’ Uitgangspunt is dat parkeeroplossingen op eigen terrein worden opgelost. Een mogelijk misverstand kan ontstaat doordat ‘eigen terrein’ veelal geïnterpreteerd wordt als privéterrein, zijnde niet openbaar gebied. Echter wordt door CROW met de bepaling van de parkeerkencijfers ervan uitgegaan dat de benodigde parkeerplaatsen toegankelijk zijn voor alle gebruikers van de ontwikkeling (bewoners, werknemers en bezoekers). Voor elke bouwontwikkeling wordt door de gemeente een gebiedsbegrenzing aangegeven. Deze gebiedsbegrenzing kan een bouwkavel zijn, echter het kunnen ook grotere plangebieden zijn, bijvoorbeeld waar een herstructurering wenselijk is of bijvoorbeeld uitbreidingslocaties zoals Entree Zuid of Kersenweide. De benodigde parkeercapaciteit op ‘eigen terrein’ moet altijd gerealiseerd worden binnen de door de gemeente bepaalde gebiedsbegrenzing. In het geval van herstructurering of uitbreidingslocaties betreft het ‘eigen terrein’ het gebied binnen de door de gemeente bepaalde begrenzing inclusief de nieuw te ontwikkelen openbare ruimte. Parkeren op eigen erf Parkeergelegenheid op eigen erf in de vorm van een garage of oprit wordt niet altijd uniform vastgesteld. De aanwezigheid van een garage en/of oprit op eigen erf wordt beschouwd als theoretisch aanbod, waarmee in de bepaling van de beschikbare parkeercapaciteit niet altijd eenduidig wordt omgegaan. Het kan voorkomen dat een garage als hele of als halve parkeerplaats wordt geteld of helemaal niet. De ervaring is dat garages steeds minder vaak benut worden voor het parkeren van de auto. Dit geldt overigens ook voor een oprit bij een woning. Voor de bepaling van het parkeeraanbod op eigen erf wordt in gemeente Bunnik gerekend met het in onderstaande tabel aangegeven rekenaantal en niet met het theoretische aantal parkeerplaatsen Mindervalide parkeerplaatsen Er dient tenminste 1 mindervalide parkeerplaats gerealiseerd te worden bij openbare gebouwen, bij functies/ voorzieningen die toegankelijk (moeten) zijn voor mindervaliden en bij aangepaste woningen. De te realiseren mindervalide parkeerplaatsen dienen maximaal op 150 meter afstand van de (hoofd)ingang te liggen. Bij publieke voorzieningen dient tenminste 5% van de parkeerplaatsen als mindervalide parkeerplaatsen ingericht te worden, waarbij de maximale afstand tot de ingang 100 meter is. Indien er sprake is van een groot openbaar parkeerterrein of parkeergarage wordt per 50 parkeerplaatsen 1 mindervalide parkeerplaats gerealiseerd. Parkeernormen 2026 Met de vaststelling van deze nota ‘Parkeernormen’ zijn eenduidige parkeernormen per locatie en per functie voorhanden. Het realiseren van minder parkeerplaatsen dan de in deze nota voorgeschreven parkeernorm, wordt met het oog op het afwentelen van parkeerproblemen naar aangrenzende gebieden of op de openbare weg niet toegestaan. Ook het realiseren van méér parkeerplaatsen dan de norm wordt uitsluitend onder voorwaarden toegestaan. Meer parkeerplaatsen realiseren betekent namelijk het faciliteren van meer verkeersbewegingen van en naar de locatie, waardoor een extra belasting van de infrastructuur ontstaat die niet in alle gevallen wenselijk is of kan worden toegestaan. Bovendien kost het realiseren van te veel parkeerplaatsen schaarse ruimte die nodig is voor andere maatschappelijke functies, zoals wonen en groen. Onderstaande tabel geeft de gehanteerde parkeernormen weer per functie op het maatgevende moment. Voor parkeren op eigen terrein geldt een parkeernorm van 1,0 ongeacht het aantal voertuigen dat daadwerkelijk op eigen terrein geparkeerd kan worden, waarvan het resterende gedeelte moet worden opgelost in de openbare ruimte. Rekenvoorbeeld: Een grondgebonden, vrijstaande koopwoning in Werkhoven met een parkeernorm van 1,7 telt voor 1,0 mee voor parkeren op eigen terrein en 0,7 voor parkeren in de openbare ruimte. Voor de centrumgebieden in Bunnik en Odijk geldt een gereduceerde parkeernorm. Dit geldt voor de in de onderstaande kaart aangeduide centrumzones. Aanwezigheidspercentage per dagdeel Parkeerplaatsen kunnen in bepaalde gebieden uitwisselbaar zijn, bijvoorbeeld bij planontwikkelingen met een meervoudig grondgebruik. In deze gebieden kan het mogelijk zijn niet de som van het aantal vereiste parkeerplaatsen te realiseren maar slechts een deel daarvan, waarbij uitgegaan wordt van uitwisselbaarheid. Met uitwisselbaarheid wordt bedoeld dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik maken van dezelfde parkeerplaatsen. De mogelijkheden hiertoe hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvallen. Bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen kan door de gemeente vrijstelling worden verleend van de vereiste parkeernorm per functie. De gemeente streeft naar dubbelgebruik bij parkeren. Zo wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Waar mogelijk wordt dubbelgebruik berekend volgens onderstaande aanwezigheidspercentages. Slotbepalingen 1. De nota parkeernormen 2019 van de gemeente Bunnik wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft met terugwerkende kracht tot 13 januari 2026. Aldus besloten op 13 januari 2026. Aldus besloten door burgemeester en wethouders
Meer informatie