Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Bloemendaal

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op23 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Bloemendaal

Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Bloemendaal Het college besluit: 1.het Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Bloemendaal vast te stellen en in werking te laten treden per 1 oktober 2026; 2.de gemeenteraad per bijgaande raadsbrief te informeren. 1. Inleiding In dit beleidsplan staan de visie en het beleid van de gemeente Bloemendaal op voor- en vroegschoolse educatie (hierna: VVE) beschreven. Aanleiding voor het opstellen van nieuw beleid is dat dit dient te worden geactualiseerd. VVE-aanbod omvat zowel voorschoolse educatie voor peuters, als vroegschoolse educatie op de basisschool. Beide onderdelen maken deel uit van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Het OAB omvat alle maatregelen die de gemeente neemt om kinderen die risico lopen op een achterstand in hun ontwikkeling te ondersteunen, van peuters tot schoolkinderen. Hiermee wordt vergroting van kansengelijkheid in de samenleving nagestreefd. Sinds 2018 ontvangen gemeenten een Rijksuitkering om onderwijsachterstanden te bestrijden. Formeel wordt gesproken over onderwijsachterstandenbeleid. Hoewel wij deze terminologie zullen hanteren, geven wij de voorkeur aan een benadering waarin mogelijkheden centraal staan. Waar onderwijsachterstandenbeleid staat, richten wij ons nadrukkelijk op het vergroten en versterken van onderwijskansen. 1.1 Voor- en vroegschoolse educatie Voorschoolse educatie (VE) is volgens de definitie uit de Wet kinderopvang “een gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten”. Het is daarmee gericht op niet leerplichtige doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar oud en wordt verzorgd op een voorschoolse voorziening, zoals een peuteropvang of kinderdagverblijf. Het is de wettelijke taak van de gemeente om voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod voor voorschoolse educatie te realiseren. De VVE-indicatie die nodig is om van dit aanbod gebruik te maken wordt in de gemeente Bloemendaal afgegeven door Jeugdgezondheidszorg Kennemerland, waar kinderen tot 4 jaar in zorg zijn. Vroegschoolse educatie sluit daarop aan en omvat het vervolgaanbod in groep 1 en 2 van de basisschool. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van basisscholen. De gemeente is verantwoordelijk voor de doorgaande lijn tussen de voor- en de vroegschoolse voorziening. Dit document beschrijft de kaders en werkafspraken voor de uitvoering van voorschoolse educatie (hierna: VE) in gemeente Bloemendaal. Dit in samenhang met de vroegschoolse educatie en als onderdeel van het bredere OAB. Hiermee geeft de gemeente invulling aan de verplichting om peuters een voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod voorschoolse educatie te bieden. Hieronder schetsen wij beknopt een beeld van wat voorschoolse educatie inhoudt, wat onderzoek naar de effecten laat zien en stippen we het wettelijk kader aan. Dan beschrijven wij onze visie op VE met de daarbij gestelde doelen. Daarna gaan we nader in op de definitie van de doelgroep die gemeente Bloemendaal heeft gesteld. Vervolgens worden de concrete werkafspraken per onderdeel in het werkproces beschreven. Dan komt aan bod hoe wordt geëvalueerd en ten slotte wordt de financiering beschreven. 1.2 Voorschoolse educatie Voorschoolse educatie is een doel- en ontwikkelingsgericht educatief aanbod voor doelgroeppeuters in de peuteropvang of kinderdagverblijf. Het doel is het bieden van extra ontwikkelkansen, zodat doelgroeppeuters1 een goede start kunnen maken op school en uiteindelijk in groep 3. Voorschoolse educatie door een VE-aanbieder stimuleert spelenderwijs de ontwikkeling van taal, voorbereidend rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. De eerste levensjaren van een kind zijn cruciaal voor de ontwikkeling op cognitief, sociaal-emotioneel en taalgebied. Juist in deze periode maakt een kind een enorme groei door, wat het tot een kansrijk moment maakt om preventief in te zetten op (taal)ontwikkeling. Door in een vroeg stadium aandacht te besteden aan onder meer taal, kunnen de ontwikkelingskansen van kinderen aanzienlijk worden vergroot. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen die opgroeien in een minder taalrijke of stimulerende omgeving. Zij lopen een verhoogd risico op het ontstaan van onderwijsachterstanden. Voorschoolse educatie biedt deze kinderen de kans om zich optimaal te ontwikkelen en de nodige kennis en vaardigheden te ontwikkelen, waaronder fonemisch bewustzijn, taalbegrip, woordenschat, rekenkundige concepten, sociaal-emotioneel gedrag en zelfregulatie. Kinderen met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden vanwege hun thuissituatie kunnen een VVE-indicatie krijgen. Deze ‘doelgroepkinderen’ kunnen dan gebruik maken van het VE-aanbod. Dit omvat in totaal 960 uur voorschoolse educatie voor kinderen met een VVE-indicatie tussen de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Het wettelijk verplichte VE-aanbod is 16 uur per week. Het kabinet hanteert een maximum van 6 uur VE per dag. 1.3 Effecten voorschoolse educatie Voorschoolse educatie van hoge kwaliteit wordt als een kansrijke onderwijsinterventie beschouwd die gunstig is voor de ontwikkeling van doelgroepkinderen. Met deelname aan voorschoolse educatie worden doelgroeppeuters blootgesteld aan een rijke ontwikkelingsstimulering, waarmee zij zich beter optimaal kunnen ontwikkelen. Zo krijgen doelgroeppeuters met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden een betere start in het basisonderwijs en worden gelijke kansen bevorderd. Ook de effectstudie EVENING2 vermeldt dat sociale ongelijkheid in de ontwikkeling van jonge kinderen al op jonge leeftijd ontstaat en VE kan bijdragen aan het verkleinen van deze ongelijkheid door kinderen met een verhoogd risico op onderwijsachterstand beter voor te bereiden op school. Zowel internationale als Nederlandse onderzoeken laten zien dat een kwalitatief en uitgebreid voorschools aanbod een positief effect heeft op de ontwikkeling en schoolrijpheid. Het EVENING onderzoek evalueert twee landelijke beleidsmaatregelen in de voorschoolse educatie: 1)Sinds 1 augustus 2020 zijn gemeenten verplicht om kinderen met een VVE-indicatie 960 uur voorschoolse educatie te bieden tussen de leeftijd van 2,5 en 4 jaar. In de praktijk komt dit vaak neer op 16 uur per week tijdens de schoolweken. Dit is een toename van 60 procent: voor augustus 2020 was een aanbod van 600 uur (10 uur per week) verplicht. 2)Sinds 1 januari 2022 is de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerkers/ pedagogisch (VE-)coaches op een VE-groep verplicht. De norm voor die inzet is 10 uur per doelgroepkind op jaarbasis en komt bovenop de norm die vanuit de Wet IKK geldt. Resultaten hebben aangetoond dat deze beleidsmaatregelen effectief zijn. VE versterkt de ontwikkelingskansen van kinderen met een risico op taal- of onderwijsachterstand, waarmee deze investeringen in VE aantoonbaar bijdragen aan meer kansengelijkheid voor doelgroeppeuters. Naast een betere start op de basisschool is een ander doel het stimuleren van betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van hun kind, in het bijzonder de kwaliteit van de sociale relaties en talige interacties tussen ouders en kinderen. Een breder maatschappelijk doel van VE is het bevorderen van een inclusieve samenleving. Het beter benutten van het potentieel van de doelgroep kan de positie op de arbeidsmarkt versterken, de economische zelfstandigheid vergroten en deelname in de maatschappij bevorderen – zo kan kansengelijkheid bijdragen aan de brede welvaart van de samenleving. 1.4 Wettelijk kader Op grond van de Wet op het primair onderwijs (WPO), op 1 augustus 2010 gewijzigd door de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (OKE), hebben gemeenten de verplichting tot aanbieden van voldoende en kwalitatief volwaardig aanbod van voorschoolse educatie. Ook heeft de gemeente de wettelijke taak om een regierol op zich te nemen ten aanzien van onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Voorschoolse voorzieningen die VE aanbieden, moeten voldoen aan de (kwaliteits-)eisen die door de Rijksoverheid zijn vastgelegd in: •de Wet kinderopvang, inclusief de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK); •het Besluit kwaliteit kinderopvang; •het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; •de Regeling Wet kinderopvang. 1.5 Toezicht Het toezicht op voorschoolse educatie bij VE-aanbieders is geregeld in de Wet kinderopvang (Wko). Dit toezicht wordt uitgevoerd door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in opdracht van de gemeente. De GGD beoordeelt daarbij onder meer of wordt voldaan aan de wettelijke kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie. Daarnaast houdt de Inspectie van het Onderwijs toezicht op de uitvoering van de gemeentelijke taken op het gebied van onderwijsachterstandenbeleid. De Inspectie beoordeeld daarbij onder meer hoe gemeenten invulling geven aan hun wettelijke verantwoordelijkheden voor voorschoolse educatie en het onderwijsachterstandenbeleid. 1.6 Vroegschoolse educatie en onderwijsachterstandenbeleid Op grond van artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) richt een basisschool het onderwijs zodanig in dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Daarbij dient de school bijzondere aandacht te besteden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, waaronder leerlingen met een achterstand in de beheersing van de Nederlandse taal. Hierin kan (maar hoeft niet) door middel van vroegschoolse educatie worden voorzien. Basisscholen ontvangen net als gemeenten middelen van het Rijk in het kader van onderwijsachterstandenbeleid om kinderen een betere start geven, zodat zij zonder achterstand in groep 3 van de basisschool beginnen. 2. Visie en doelen Alle kinderen in gemeente Bloemendaal zouden zich optimaal moeten kunnen ontwikkelen en met gelijke kansen starten op de basisschool. Onze ambitie is dat ieder kind dat kwetsbaar is voor onderwijsachterstanden bereikt wordt, en dat bij alle doelgroeppeuters een taal- of ontwikkelingsachterstand wordt voorkomen of indien deze reeds aanwezig is, wordt verkleind. Om deze ambitie te verwezenlijken heeft gemeente Bloemendaal 4 doelen gesteld: 1. Voor alle doelgroeppeuters in gemeente Bloemendaal is voldoende, kwalitatief en toegankelijk VE-aanbod beschikbaar Daarbij is van belang: ○alle peuters met een risico op een taal- en/of ontwikkelingsachterstand zijn (via JGZ Kennemerland of voorschoolse voorzieningen) in beeld; ○JGZ Kennemerland indiceert kinderen voor VE op basis van de door de gemeente vastgestelde doelgroepdefinitie; ○Om een dekkend VE-aanbod in gemeente Bloemendaal te realiseren zetten partijen zich in voor een voldoende spreiding van VE-aanbod over de dorpskernen. 2. Wij streven naar 70% 3 bereik Het bereik is het percentage peuters met een VVE-indicatie dat daadwerkelijk wordt geplaatst én deelneemt aan een VE-programma bij een geregistreerde VE-aanbieder. Om dit te realiseren wordt gewerkt met het VE-toeleidingsprotocol en de digitale VVE-Monitor, en zullen partijen zich inzetten om de bekendheid met het VE-aanbod te vergroten, door middel van: ○Informatievoorziening door betrokken partijen (websites, flyer, benadering); ○een actieve benadering van ouders/verzorgers van doelgroepkinderen om VE en de waarde ervan positief onder de aandacht te brengen na indicering; ○actieve benadering om ouders/verzorgers te informeren over het VE-programma, de doelen en de waarde ervan door de VE-aanbieder. 3. Er is sprake van een doorgaande lijn Tussen een VE-aanbieder en basisschool is procesmatige en inhoudelijke afstemming, om een ononderbroken ontwikkelingsgang van kinderen bij de overgang van een VE-aanbieder naar de basisschool te waarborgen. ○VE-aanbieders en omliggende basisscholen stemmen inhoudelijk af over het VVE-aanbod en de samenwerking, en hebben een inspanningsverplichting ten behoeve van de doelgroepkinderen; ○Op initiatief van de VE-aanbieder vindt voor kinderen met een VVE-indicatie bij 3 jaar en 10 maanden een warme overdracht plaats (persoonlijk contact tussen de beroepskrachten om de gegevens over de behoeften en ontwikkeling van het kind goed over te dragen bij de doorstroom naar school). 4. Ouderbetrokkenheid wordt gestimuleerd Betrokkenheid van ouders is een van de belangrijkste factoren voor een succesvolle ontwikkeling van kinderen. Daarom is VVE ook gericht op het stimuleren van de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van hun kind, in het bijzonder de kwaliteit van de relaties en talige interacties tussen ouders en kind in de thuissituatie. ○Naast de ontwikkelingsgesprekken waarvoor ouders door de VE-aanbieder worden uitgenodigd, worden zij ook op andere wijze betrokken bij de educatie en ontwikkeling van hun kind, zoals door gebruik van Peuterpraatjes. In de visie van gemeente Bloemendaal staat het kind en zijn ontwikkeling centraal. De ambitie is dat ieder kind dat kwetsbaar is voor onderwijsachterstanden bereikt wordt, kansen krijgt zich te ontwikkelen en deelneemt aan VVE- of OAB-activiteiten. Daaruit volgt ook: ○ De subsidie volgt het kind Uitgangspunt is plaatsing van doelgroepkinderen op een VE-locatie die daarvoor subsidie ontvangt in gemeente Bloemendaal. Bij voorkeur van ouders voor een VE-locatie buiten de gemeente, bekostigt gemeente Bloemendaal ook de gekozen plek met VE-aanbod. Hiervoor hoeft geen toestemming gevraagd te worden aan de gemeente. Voor het beschikbaar stellen van een VE-plek is wel toestemming nodig van de andere gemeente. De plaatsing wordt ten behoeve van inzichtelijkheid van facturen/financiën door JGZ Kennemerland gemeld aan gemeente Bloemendaal. In de VVE-monitor valt het kind dan onder non-bereik. Bij de weergegeven redenen van non-bereik wordt opgemerkt dat het kind VE volgt in een andere gemeente. Bij verzoek voor plaatsing bij een VE-voorziening in gemeente Bloemendaal van een kind ingeschreven in een andere gemeente, wordt dit per verzoek beoordeeld: gemeente Bloemendaal stelt een VE-plek beschikbaar voor een kind ingeschreven in een andere gemeente, mits dit de plaatsing van kinderen ingeschreven in gemeente Bloemendaal niet in de weg staat. Door de gesubsidieerde VE-aanbieder dient voldoende capaciteit ingecalculeerd te worden om voldoende aanbod voor gemeente Bloemendaal te garanderen. JGZ stemt dit af met de VE-aanbieder van voorkeur van de ouders en vraagt vooraf toestemming voor plaatsing aan gemeente Bloemendaal. ○ Verlenging VE-plaatsing na bereiken van de basisschoolleeftijd van 4 jaar In uitzonderlijke gevallen kan een kind na het bereiken van de basisschoolleeftijd van 4 jaar gebaat zijn bij VE-aanbod. Verlenging van de VE-plaatsing is dan mogelijk wanneer dit in het belang van het kind is, om thuis zitten en/of een onderbreking in leeraanbod te voorkomen. Een aanvraag tot verlenging met 3 maanden kan worden gedaan door de VE-aanbieder en dient pedagogisch onderbouwd te zijn door JGZ en VE-aanbieder. Na een verlenging van 3 maanden kan nog eenmaal verlenging worden aangevraagd voor nogmaals 3 maanden, na evaluatie van de eerste periode en met onderbouwing van het tweede verzoek. Voor verlengde VE-plaatsing is geen toestemming nodig van gemeente Bloemendaal wanneer een kind 4 jaar wordt met nog 6 weken te gaan tot aan de zomervakantie. In dat geval mag verlengd worden tot aan de zomervakantie. Gemeente Bloemendaal houdt aandacht voor een doelmatige aanpak van taalontwikkeling bij kinderen en hun ouders/verzorgers, en zoekt naar kostenefficiënte manieren om deze te ondersteunen en onder de aandacht te brengen. VoorleesExpress De VoorleesExpress helpt kinderen van 2 t/m 8 jaar met een taalachterstand bij hun taalontwikkeling. Een vrijwilliger bezoekt 20 keer (ongeveer een half jaar lang) een vast gezin thuis om ouders en kinderen te laten zien hoe leuk taal en lezen kunnen zijn, door interactief voorlezen, taalspelletjes en samen te praten. De vrijwilliger zoekt samen met hen naar een manier waarop taal en lezen een vaste plek in het gezin krijgen. Daarmee kan de VoorleesExpress een bredere impact hebben binnen het gezin. Dit aangepaste programma wordt uitgevoerd door partner Welzijn Bloemendaal en heeft een focus op laaggeletterdheid bij ouders. Speelgroep 0-4 Welzijn Bloemendaal Kinderen van 0 tot 4 jaar zijn samen met hun ouders/verzorgers welkom bij de samenkomst die vrijwilligers van Welzijn Bloemendaal een ochtend per week organiseren. Terwijl de kinderen elkaar en het speelgoed ontdekken, kunnen ouders/verzorgers nieuwe contacten leggen en ervaringen delen. 3. Doelgroep Gemeenten bepalen eigen voorwaarden op basis waarvan VVE-indicaties worden afgegeven, dit is de doelgroepdefinitie. JGZ-professionals beoordelen op basis van observaties, gesprekken met ouders en professionele expertise of bij een kind risico is op een taal- en/of ontwikkelingsachterstand, én of voorschoolse educatie passend is om (het risico op) de taal- en/of ontwikkelingsachterstand te voorkomen of verminderen. Kinderen in de leeftijd 2½ tot 4 jaar behoren tot de VE-doelgroep wanneer wordt voldaan aan één of meer van de volgende criteria: 1.Wanneer het kind een risico op een taalachterstand van het Nederlands heeft en VE-aanbod passend is om dit risico te verkleinen. Dit beoordeelt de JGZ-professional op basis van eigen expertise of op basis van een indicatieverzoek van een pedagogisch professional. Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende omgevingsfactoren meegenomen: ▪︎De sociale omgeving van het kind. ▪︎De taal die de primaire opvoeders spreken met het kind.4 ▪︎Schuldenproblematiek. ▪︎Opleidingsniveau van ouders5. 2.Wanneer het kind een geconstateerde ontwikkelingsachterstand heeft die een belemmering is voor de Nederlandse taalontwikkeling, en VE-aanbod passend kan zijn om deze achterstand te verminderen. Dit beoordeelt de JGZ-professional op basis van eigen expertise of op basis van een indicatieverzoek van een pedagogisch professional. Kinderen van internationals Kinderen van internationals (voorheen ook expats genoemd) komen in beginsel niet in aanmerking voor een VVE-indicatie. Internationals zijn mensen die in verband met werk korter dan 3 jaar in Nederland blijven of van plan zijn te blijven. De JGZ-professional beoordeelt of VE-aanbod passend is en deelname aan voorschoolse educatie in het belang is van de ontwikkeling van het kind. Bij de beoordeling worden naast de voornoemde omgevingsfactoren de volgende aanvullende overwegingen meegenomen: -Verwachte verblijfsduur in Nederland. -Intentie bezoek/gebruik door kind van het basisonderwijs in Nederland. -Intentie bezoek/gebruik door kind van de Internationale school. -Risico op taalachterstand in de taal van de primaire opvoeders. Peuters in asielopvang Ook peuters die nog met hun ouders in een asielprocedure zijn, verdienen een passend ontwikkelaanbod6. Peuters in de asielopvang lopen een verhoogd risico op een achterstand in de Nederlandse taalontwikkeling. Om hen een goede start te bieden, is het van belang dat een passende voorziening wordt gecreëerd waarin hun welbevinden en ontwikkeling centraal staan. Het uitgangspunt is dat ook deze peuters – ongeacht het bezit van een Burgerservicenummer (BSN) – toegang moeten kunnen hebben tot een volwaardig VE-aanbod. Het belang van het kind – in termen van welbevinden en ontwikkeling – is leidend. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen, onder meer ten aanzien van de verwachte verblijfsduur op de opvanglocatie. Indien een gezin een nieuwe, meer bestendige verblijfplaats krijgt toegewezen, is het van belang dat de betrokken aanbieder tijdig wordt geïnformeerd, zodat het kind goed kan worden voorbereid op deze overgang. 4. Werkwijze Voor de uitvoering van voor- en vroegschools beleid werkt gemeente Bloemendaal samen met verschillende partijen uit het werkveld: ○Jeugdgezondheidszorg Kennemerland ○Kinderopvangorganisaties met VE-aanbod (Les Petits en Partou) ○Schoolbesturen basisonderwijs ○GGD Kennemerland Waar mogelijk versterken de overige OAB activiteiten en ketenpartners de doelstellingen van het aanbod. Hierbij zijn ook betrokken: ○Centrum voor Jeugd en Gezin/leerplicht ○Samenwerkingsverband ○Bibliotheek Zuid-Kennemerland ○Welzijn Bloemendaal ○Inspectie van het Onderwijs 4.1 VE-toeleidingsprotocol gemeente Bloemendaal Met JGZ en VE-aanbieders is een toeleidingsprotocol opgesteld. Het protocol beschrijft de samenwerkingsafspraken en het proces van indicering tot en met (niet) plaatsing van een doelgroepkind op een VE-voorziening. JGZ vervult een centrale rol bij het signaleren, indiceren en toeleiden van VE-doelgroepkinderen. De VE-aanbieders zorgen voor inschrijving en plaatsing van deze kinderen. Ook kunnen zij VVE-indicaties aanvragen bij JGZ. Gezamenlijk wordt zorggedragen voor bewaking van het proces en een optimaal bereik van de doelgroepkinderen. Voor inhoudelijke werkwijze en afspraken zie ‘VE-toeleidingsprotocol gemeente Bloemendaal’. 4.2 VVE-monitor Wanneer JGZ een VVE-indicatie heeft afgegeven wordt de doelgroeppeuter (peuter met een VVE-indicatie) toegeleid naar een geregistreerde VE-aanbieder binnen de gemeente. Door betrokken partijen wordt gebruik gemaakt van een digitale VVE-monitor. Deze wordt in opdracht van gemeente Bloemendaal beheerd door JGZ. De stappen in het proces van toeleiding en (niet) plaatsing van doelgroepkinderen worden, met toestemming van ouders, geregistreerd in de digitale VVE-Monitor. De monitor maakt zichtbaar waar de doelgroepkinderen zich in het VE-proces bevinden en welke kinderen (geanonimiseerd) wel of niet deelnemen aan voorschoolse educatie. Daarnaast geeft de monitor informatie over de omvang en spreiding van de doelgroep, de criteria op basis waarvan kinderen tot de doelgroep behoren, het gemiddeld aantal uren dat doelgroepkinderen voorschoolse educatie volgen en de redenen voor het non-bereik (redenen waarom ouders niet willen dat hun kind gebruik gaat maken van VE). De monitor wordt gebruikt als signalerings- en sturingsinstrument om verbeteracties in het VE-proces uit te zetten en te monitoren, waarmee gewerkt kan worden aan een optimaal bereik van de doelgroep in de dorpskernen van de gemeente. 4.3 Voorschools aanbod Aanbieders van voorschoolse educatie zijn verantwoordelijk voor een kwalitatief goed voorschools aanbod, dat voldoet aan de (kwaliteits-)eisen die door de Rijksoverheid zijn vastgelegd in: •de Wet Kinderopvang; •het Besluit kwaliteit kinderopvang; •de Regeling Wet kinderopvang; •het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Afspraken voorschools aanbod: ○Kinderen met een VVE-indicatie worden met voorrang geplaatst door de VE-aanbieder vanaf dat zij de leeftijd van 2,5 jaar hebben bereikt. ○Om een dekkend VE-aanbod in gemeente Bloemendaal te realiseren zetten partijen zich in om voldoende spreiding van VE-aanbod over de dorpskernen binnen de gemeente te realiseren. ○VE-aanbieders brengen het VVE-programma onder de aandacht bij ouders van doelgroeppeuters zodat ouderbetrokkenheid wordt gestimuleerd. Ook middels de mappen en boeken van Peuterpraatjes voor thuis en op de groep wordt deze betrokkenheid versterkt. ○VE-aanbieders werken met een beredeneerd en integraal VE-aanbod. Dit betekent een programma waarmee de ontwikkeling van peuters op de vier ontwikkelingsgebieden (taal, rekenen, motoriek en sociaal- emotioneel) wordt gestimuleerd. ○De VE-beroepskrachten zijn geschoold in een VVE-programma, dat de ontwikkeling van kinderen op een samenhangende manier aanmoedigt. Bij voorkeur is dit de door aanbieder gebruikte VE-methode, maar zo nodig wordt de pedagogisch professional die is geschoold in een andere methode vooraf ingelicht over het gebruikte programma en hierbij door collega’s en de pedagogisch beleidsmedewerkers/pedagogisch (VE-)coaches ondersteund. ○VE-aanbieders hanteren gemengde peutergroepen voor een goede balans tussen kinderen met en zonder taal en/of ontwikkelingsachterstanden (balans tussen doelgroeppeuters en niet-doelgroeppeuters). Aanbieders houden zicht op en waarborgen de pedagogische kwaliteit. ○Alle peuters op de voorziening volgen hetzelfde programma. ○De VE-aanbieder streeft naar inzet van aanvullende ondersteuning voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte. ○De VE-aanbieder is verplicht om het opleidingsniveau van pedagogisch professionals in stand te houden en te voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. De VE-aanbieder stelt hiervoor jaarlijks een opleidingsplan op waarin staat beschreven hoe de kennis en vaardigheden in de voorschoolse educatie van de pedagogisch professionals wordt onderhouden. De kosten van her- en bijscholing en het opleiden van nieuwe pedagogisch professionals is voor rekening van de VE-aanbieder. Sinds 1 januari 2021 stelt gemeente Bloemendaal jaarlijks een scholingsbudget beschikbaar om houders tegemoet te komen in de kosten. Dit maximale bedrag van €5.000,- wordt gelijkelijk verdeeld over VE-aanbieders. 4.4 Doorgaande ontwikkellijn van voor- naar vroegschoolse educatie 2 maanden vóórdat een doelgroeppeuter naar de basisschool gaat (dus bij 3 jaar en 10 maanden) informeert de VE-aanbieder de basisschool waarnaar de doelgroeppeuter uitstroomt over de voortgang bij de VE-aanbieder. Deze informatie wordt mondeling overgedragen in een warme overdracht. Afspraken overgang voor- naar vroegschool: ○Bij 3 jaar en 10 maanden vraagt de VE-aanbieder toestemming aan ouders van een doelgroeppeuter voor een warme overdracht naar de basisschool waar het kind naar uitstroomt. ○Bij toestemming van ouders neemt de VE-aanbieder contact op met de betreffende basisschool om een warme overdracht in te plannen. ○De VE-aanbieder informeert de basisschool door middel van een (digitaal of fysiek) overdrachtsformulier (koude overdracht). ○VE-aanbieders informeren basisscholen via een warme overdracht over: ▪︎het VE-programma dat de peuter gevolgd heeft; ▪︎de duur van het programma; ▪︎ontwikkelingsgegevens van het kind, in ieder geval: •uitkomsten van observaties op het gebied van taal en rekenen; •Informatie over de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind; ▪︎Wijze van betrekken van ouders van kinderen met een VVE-indicatie. ○Indien ouders geen toestemming geven voor een warme overdracht, geeft de VE-aanbieder per digitaal bericht slechts aan de betreffende school door van welk VE-programma de VE-locatie gebruik maakt en hoe lang de doelgroeppeuter het VE-aanbod heeft gevolgd. ○Scholen beschrijven in hun beleidsplannen hoe inhoud wordt gegeven aan vroegschoolse educatie met een beredeneerde VVE-aanpak. ○De leerkracht analyseert de vorderingen van het doelgroepkind tijdens de vroegschoolse periode (groep 1 en groep 2). ○De bewaartermijn voor de overgedragen gegevens is maximaal twee jaar nadat het kind de VE-aanbieder heeft verlaten. 4.5 Resultaatafspraak Op grond van artikel 160, eerste lid, onder b, van de Wet op het primair onderwijs (WPO) voert het college van burgemeester en wethouders ten minste jaarlijks overleg en draagt het zorg voor het maken van afspraken met schoolbesturen over de resultaten van vroegschoolse educatie. Het gaat hierbij om afspraken over de resultaten die met VVE worden nagestreefd, met als doel zicht op de opbrengsten en kwaliteitsdialoog over de uitvoering van VVE. Daarmee wordt gewerkt aan het doel van VVE: bij alle doelgroepkinderen een achterstand voorkomen of een achterstand te verkleinen indien deze reeds aanwezig is, zodat alle kinderen zo goed mogelijk voorbereid starten in groep 3 van de basisschool. Gemeente Bloemendaal en schoolbesturen stellen de resultaatafspraak vast op basis van de vastgestelde doelen in dit beleidskader. Resultaatafspraak: We streven ernaar dat 70% van de kinderen met een VVE-indicatie in gemeente Bloemendaal minimaal voldoende groei laat zien in taalontwikkeling. De (warme) overdracht van voorschoolse educatie naar de kleuterschool wordt als eerste ‘meetmoment’ gehanteerd. Met een uitdraai van het kindvolgsysteem waarin zichtbaar wordt hoe het kind zich ontwikkelt ten opzichte van de leeftijdsnorm, aangevuld met overdrachtsformulier waarin de pedagogisch professional beschrijft hoe de groei van het kind eruit heeft gezien. Het tweede meetmoment is einde kleutertijd, waarbij antwoord wordt gegeven op 2 vragen (op kindniveau) en daarbij de professional een toelichting geeft op factoren die de groei ondersteunen of belemmeren: 1.In hoeverre heeft het kind gedurende de kleutertijd groei laten zien in het begrijpend luisteren en het volgen van meerstapsinstructies? ▪︎Sterke groei ▪︎Voldoende groei ▪︎Beperkte groei ▪︎Nauwelijks tot geen groei ▪︎Nog onvoldoende zichtbaar 2.In hoeverre heeft het kind gedurende de kleutertijd groei laten zien in woordenschat? ▪︎Sterke groei ▪︎Voldoende groei ▪︎Beperkte groei ▪︎Nauwelijks tot geen groei ▪︎Nog onvoldoende zichtbaar Afspraken overlegstructuur, samenwerking, monitoring en evaluatie: ○Voor en vroegschoolse educatie maakt onderdeel uit van de Lokale Educatieve Agenda (LEA). ○Over de resultaten van inspanningen op het gebied van VVE voeren betrokken partijen overleg onder voorzitterschap van de gemeente in 2 verschillende overleggen: ➢ VE-aanbieders, JGZ en gemeente Bloemendaal voeren tweemaal per jaar overleg met elkaar in een VE-werkgroep over het VVE-beleid en relevante cijfers. JGZ verzamelt en deelt 4 keer per jaar een kwartaalrapportage uit de VVE-monitor met gegevens over: ▪︎Het aantal peuters 2,5 tot 4 jaar in de gemeente ▪︎Het aantal peuters met een VVE-indicatie (de omvang doelgroep) ▪︎Het aantal geplaatste VE-peuters (bereik) ▪︎Non-bereik van de VE doelgroep ▪︎Reden van non-bereik VE-aanbieders verzamelen ter evaluatie en bespreking in dit overleg gegevens over: ▪︎Aantal deelnemende doelgroepkinderen ▪︎Programma van voorschoolse educatie dat een peuter heeft gevolgd ▪︎Duur van het VE-programma ▪︎Mate en wijze van ouderbetrokkenheid ▪︎De ontwikkelingsresultaten van de VE-peuters ▪︎Mate en wijze van overdracht van VE-peuters ▪︎Doorstroming naar de scholen ➢︎ VE-aanbieders, JGZ, schoolbesturen en gemeente Bloemendaal voeren eens per jaar overleg met elkaar over VVE-beleid, samenwerking en resultaatafspraken. Scholen verzamelen en delen ter bespreking in het directeurenoverleg eens per jaar gegevens over: ▪︎Het aantal leerlingen 4 tot 12 jaar in de gemeente ▪︎Het aantal leerlingen dat deelneemt aan een OAB-activiteit ▪︎Mate en wijze van ouderbetrokkenheid ▪︎De ontwikkelingsresultaten van de VVE-kinderen/kinderen die met een achterstand instromen (resultaatafspraken) VE-aanbieders verzamelen ter evaluatie en bespreking in dit overleg gegevens over: ▪︎De ontwikkelingsresultaten van de VE-peuters ▪︎Mate en wijze van overdracht van VE-peuters ▪︎Doorstroming naar de scholen 5 Begroting Gemeenten en scholen ontvangen geld van de Rijksoverheid om voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) aan te bieden. De overheid gaat bij de verdeling van het geld ervan uit dat het risico op onderwijsachterstanden bij kinderen te maken heeft met de omgeving waarin een kind opgroeit. Gemeenten ontvangen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) jaarlijks via een specifieke uitkering (SPUK) GOAB-middelen voor de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid. De hoogte van deze middelen wordt bepaald op basis van de verdeelsystematiek van het CBS. Hierbij berekent het CBS jaarlijks voor iedere gemeente een verwachte achterstandsscore op grond van de achtergrondkenmerken van peuters en basisschoolleerlingen in de gemeente. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat onderstaande indicatoren, toegepast in een formule, het beste een mogelijk risico op onderwijsachterstand voorspellen. Onderstaande vijf indicatoren zijn van invloed op de hoogte van de middelen per gemeente: ○het opleidingsniveau van beide ouders; ○het herkomstland van de moeder; ○de verblijfsduur van de moeder in Nederland; ○het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; ○of de ouders in de schuldsanering zitten. De achterstandsscore is een optelsom van de verwachte onderwijsachterstandsscores van alle kinderen tussen 2,5 en 12 jaar in een gemeente. De gemeente ontvangt budget per ‘onderwijsachterstandspunt’ en niet per kind. Het gaat dus in het GOAB-budget niet om een vast bedrag per peuter of basisschoolleerling, maar het budget is afhankelijk van de ingeschatte ‘zwaarte’ van de doelgroep. 5.1 Inkomsten Gemeente Bloemendaal ontvangt, gezien de samenstelling van de gemeentelijke bevolking en ingeschatte zwaarte van de doelgroep, een minimumbudget van het Rijk voor de bestrijding van onderwijsachterstanden. De Rijksbijdrage voor gemeente Bloemendaal is voor GOAB-periode 2023-2026 vastgesteld op € 64.000,-. Vanaf 2027 is het plan dat Rijksfinanciering wordt omgezet naar een nieuwe financieringsvorm: de bijzondere fondsuitkering (BFU). Hiervoor moet de nieuwe Financiële-verhoudingswet afgerond worden. Het doel is om de nieuwe wet in 2027 in te laten gaan. De Rijksmiddelen onderwijsachterstandenbeleid zijn onvoldoende om de subsidies aan VE als begrootte lasten te dekken. De gemeente vult dit uit eigen middelen aan om voldoende, toegankelijk en kwalitatief goed VE-aanbod te realiseren binnen gemeente Bloemendaal. De aanvulling uit eigen middelen wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2026 bedraagt deze aanvulling € 39.729. 5.2 Uitgaven Subsidie Gemeente Bloemendaal subsidieert aanbieders die kinderopvang combineren met een VE-programma. Om in aanmerking te komen voldoen VE-aanbieders aan de afspraken opgenomen onder 4.3 ‘Voorschools aanbod’. VE-geregistreerde aanbieders ontvangen een kindgebonden subsidie. Deze subsidie bestaat uit de af te nemen uren (gemiddeld 16 uur per kind per week), minus de inkomensafhankelijke bijdrage over de helft van de VE-uren of kinderopvangtoeslag (KOT). Het uurtarief in gemeente Bloemendaal is in 2026 vastgesteld op € 16,81 per uur. ○ Subsidieaanvraag De VE-aanbieder dient jaarlijks, uiterlijk 31 mei van het jaar vooruitlopend op het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, een aanvraag voor subsidie in. In de subsidieaanvraag wordt een onderbouwing opgenomen van de berekeningswijze van de hoogte van de aangevraagde subsidie. De aanbieder dient jaarlijks, uiterlijk voor 31 mei volgend op het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling in en legt daarmee verantwoording af over de middelen die zij ontvangen hebben. De vaststelling van de jaarlijkse subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal peuters dat in het subsidiejaar gebruik heeft gemaakt van voorschoolse educatie. Hiervoor levert de aanbieder twee stukken aan: 1) een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en 2) een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. Ouderbijdrage Om het VE-aanbod voor ouders/verzorgers laagdrempelig te houden hanteert gemeente Bloemendaal voor ouders/verzorgers die niet in aanmerking komen voor KOT een inkomensafhankelijke ouderbijdrage over de helft van de VE-uren (8 per week). Het inkomen wordt door de gemeente bepaald op basis van het verzamelinkomen over het voorgaande kalenderjaar. De betreffende documenten worden door de ouder/verzorger aangeleverd bij de gemeente. De gemeente bepaalt aan de hand van de “VNG-adviestabel voor ouderbijdragen” de hoogte van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage en geeft dit door aan de voorschoolse voorziening. Scholingsbudget Sinds 1 januari 2021 stelt gemeente Bloemendaal jaarlijks een scholingsbudget beschikbaar ter bevordering van de kwaliteit van VE. VE-geregistreerde aanbieders kunnen een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in scholingskosten en leggen verantwoording af over de middelen die zij hebben ontvangen. Het maximale bedrag van €5.000,- wordt gelijkelijk verdeeld over de VE-aanbieders. VVE-monitor en toeleiding De gemeente subsidieert JGZ voor het beheer van de VVE-monitor en het toeleidingsproces van doelgroepkinderen naar een VE-geregistreerde aanbieder binnen de gemeente. Beschikte subsidie hiervoor in 2026 is € 8.876,-.

Meer informatie