Jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025
Jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025 1. Inleiding Voor u ligt het jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) over het jaar 2025 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. In dit jaarverslag legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over de uitvoering van de VTH-taken en over de mate waarin de doelen, prioriteiten en activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma 2025 zijn gerealiseerd. Vergunningverlening, toezicht en handhaving leveren een belangrijke bijdrage aan een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Door het zorgvuldig toetsen van aanvragen, het houden van toezicht op naleving van wet- en regelgeving en het waar nodig handhavend optreden, bewaakt de gemeente de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving en wordt ongewenste ontwikkeling en overlast zoveel mogelijk voorkomen. In 2025 zijn de VTH-taken uitgevoerd binnen de beleidscyclus zoals voorgeschreven in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving. Daarbij is gewerkt op basis van bestuurlijk vastgestelde prioriteiten, beschikbare capaciteit en actuele ontwikkelingen binnen het fysieke en veiligheidsdomein. De inwerkingtreding van nieuwe wet- en regelgeving, maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, duurzaamheid en energietransitie, en toenemende aandacht voor ondermijnende activiteiten vroegen daarbij om een flexibele en risicogerichte inzet van mensen en middelen. De VTH-taken bestrijken een breed werkveld, waaronder bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, erfgoed, openbare orde en veiligheid en bijzondere wetten. In dit jaarverslag wordt per taakveld inzicht gegeven in de uitgevoerde activiteiten, de behaalde resultaten en de mate waarin deze aansluiten bij de doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma 2025. Waar doelen niet of slechts gedeeltelijk zijn behaald, wordt toegelicht welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen, welke afwegingen zijn gemaakt en welke lessen hieruit zijn getrokken voor de toekomst. De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats in nauwe samenwerking met diverse ketenpartners. Intensieve afstemming met onder meer de Provincie Utrecht, omliggende gemeenten en gespecialiseerde uitvoeringsorganisaties, zoals de Omgevingsdienst Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht, de GGD Utrecht, Stichting MooiSticht, Ingenieursbureau Boorsma, het Openbaar Ministerie en de politie, is essentieel voor een integrale en effectieve aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door informatie te delen en gezamenlijk op te trekken bij complexe dossiers wordt de slagkracht van toezicht en handhaving vergroot. Dit jaarverslag vormt tevens een belangrijk instrument voor het IBT en bestuurlijke verantwoording richting gemeenteraad, samenwerkingspartners en toezichthoudende instanties. Transparantie over resultaten, knelpunten en verbetermaatregelen draagt bij aan een lerende organisatie en aan het versterken van het vertrouwen in het gemeentelijk handelen. De bevindingen en conclusies uit dit verslag worden benut om de uitvoering van de VTH-taken verder te professionaliseren en te verbeteren. Daarnaast vormen zij waardevolle input voor toekomstige uitvoeringsprogramma’s en beleidskeuzes, zodat de gemeente Utrechtse Heuvelrug ook in de komende jaren effectief kan blijven bijdragen aan een veilige, gezonde en kwalitatief hoogwaardige leefomgeving. 2. Wat hebben wij in 2025 gedaan? 2.1. Algemeen In het afgelopen jaar heeft de gemeente uitvoering gegeven aan het Uitvoeringsprogramma 2025. In dit hoofdstuk wordt zowel in algemene zin teruggeblikt op de thematische uitvoering van het programma als meer gedetailleerd gerapporteerd per taak en activiteit. Voor de verantwoording per taakveld of activiteit wordt verwezen naar de bijbehorende productbladen. Dit hoofdstuk vormt daarmee het inhoudelijke jaarverslag over 2025. Eventuele verbeterpunten en noodzakelijke bijsturing worden meegenomen bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma 2026. Thuiswerken Gelet op de aard van de werkzaamheden van de toezichthouders (o.a. boa’s, bouwtoezichthouders en toezichthouders openbare ruimte) werken zij veelal op locatie. Thuiswerken is voor hen minder aan de orde. Juristen en casemanagers vergunningen werken ongeveer 50 procent van de werkweek thuis, en zijn minder locatiegebonden in hun werkzaamheden. VTH-kwaliteitscriteria Uit onderzoek van een onafhankelijk advies- en toetsingsbureau bleek dat team Omgevingstoezicht en Omgevingsverzoeken, die beiden onderdeel uitmaken van het thema Omgeving, nadere kennis moesten opdoen van de Wet milieubeheer en Wet natuurbescherming om te voldoen aan de gewenste kwaliteitscriteria. Hierin is in 2025 gevolg aangegeven door middel van incompany trainingen. In 2025 hebben onze medewerkers eveneens trainingen gevolgd met het oog op kennisvergroting, zoals ‘actualiteiten BOPA’ en ‘jurisprudentie Omgevingswet’. Daarnaast is er ook op individueel niveau gekeken naar eventuele kennishiaten en zijn er ook dagcursussen gevolgd, zoals cursus Handhaving Omgevingswet, om ook in 2025 te kunnen voldoen aan de VTH-criteria. Vergunningverlening Het in behandeling nemen van vergunningen geschiedt aanbodgestuurd. Het beoordelen van de vergunningsaanvragen en meldingen vindt vervolgens risicogericht plaats. Vergunningen moeten worden verleend als aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan, maar bij de beoordeling wordt steeds gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Belangrijke aandachtspunten in 2025 waren net als afgelopen jaren constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. In 2025 zijn meer aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend dan in 2024. Waar in 2024 726 activiteiten werden aangevraagd, steeg dit aantal in 2025 naar 865. Er werden met name vaker een Technische bouwactiviteit en Buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd. Er werden minder kapvergunningen aangevraagd, maar met de wijziging van de Bomenverordening wordt hier in 2026 een forse stijging (50%) in verwacht. Er werden in 2025 minder vooroverleggen aangevraagd, namelijk 131 reguliere principeverzoek en 50 ruimtelijk initiatieven, ten opzichte van 149 en 53 in 2024. Er is wel een forse toename aan inhoudelijke vragen die via de postbus Omgevingsverzoeken worden gesteld. Bezwaren Het aantal ingediende bezwaren tegen omgevingsvergunningen in 2025 bedroeg 71, waarvan 7 tegen de activiteit kappen. Dit is minder dan in 2024 (106 bezwaren) en ongeveer gelijk aan 2023 (75 bezwaren). Positief te noemen is de stijging van het aantal ingetrokken bezwaarschriften, met dank aan de meer mensgerichte en minder juridische aanpak van de bezwaarschriftenprocedure. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk informeel in gesprek te gaan met bezwaarmakers, zodat inwoners zich beter gehoord voelen en mogelijk onbegrip of misverstanden weggenomen kunnen worden. Van de 71 bezwaren zijn er 23 ingetrokken, dat is 32%, een mooie score. 8 bezwaren zijn nog in behandeling tijdens het schrijven van dit jaarverslag. In 2024 werd gemeentebreed 28% en in 2023 23% van de bezwaren ingetrokken. Let op: het aantal bezwaarschriften staat niet gelijk aan het aantal bestreden besluiten, tegen sommige besluiten worden meerdere bezwaren ontvangen. Bij het team Omgevingstoezicht zijn in 2025 in totaal 35 bezwaren ingediend tegen genomen handhavingsbeschikkingen. Daarnaast zijn 6 bezwaren ingediend naar aanleiding van de afwijzing van een handhavingsverzoek. Tot slot zijn twee bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Bij het team APV en Bijzondere Wetten zijn 7 bezwaren ingediend. Het betreft twee bezwaren tegen vuurwerkverkoopvergunningen en 5 bezwaren tegen evenementenvergunningen. Let op: in bovengenoemde aantallen zijn bezwaren tegen Woo-besluiten niet meegenomen. Project Strategisch Openbaar Groen (snippergroen) Vanuit team Omgevingsontwikkeling is in 2023 het project 'Strategisch Openbaar Groen' opgestart. Doel van dit project is om inzicht te krijgen in het gemeentelijk openbaar groen binnen de bebouwde kom. De stukken snippergroen en reststroken worden gezien als onmisbaar voor het behalen van diverse doelen in het kader van klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit. Voor deze ontwikkelingen is ruimte nodig, echter was onvoldoende helder waar ruimte is. In 2024 is vanuit dit project voor de hele gemeente dan ook een zogenaamde ‘Strategisch Openbaar Groenkaart’ opgesteld waarin de stukken snippergroen in onze gemeente in kaart zijn gebracht. Naar aanleiding daarvan hebben er inhoudelijke overleggen plaatsgevonden met betrekking tot de handhaving van (zonder toestemming) door inwoners ingebruikgenomen snippergroen. Vanuit het team Omgevingstoezicht heeft echter in 2025 minimale handhaving plaatsgevonden op dit project. De urenraming is gebaseerd op een prognose, waarbij de daadwerkelijke omvang van de taak wordt bepaald door het aantal aangedragen zaken vanuit team Omgevingsontwikkeling. Dit project is in 2025 niet overgedragen naar een nieuwe projectleider, en heeft feitelijk stilgelegen. Project niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven Zoals in voorgaande jaarverslagen staat de gemeente ook dit jaar kort stil bij de uitvoering van de beleidsnota ‘Niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’. In 2020 heeft de besluitvorming over deze beleidsnota plaatsgevonden in zowel het college van burgemeester en wethouders als de gemeenteraad. In deze fase lag de nadruk vooral op de voorbereiding van het project, het doorlopen van het bestuurlijke besluitvormingsproces, het opstellen van controlerapporten en het inrichten van bijbehorende werkprocessen. Vanaf 2023 is een daadwerkelijke start gemaakt met de handhaving op permanente bewoning van recreatieverblijven op recreatieparken. Hiervoor is een specifiek aangewezen toezichthouder ingezet met een capaciteit van 0,6 fte. In 2025 is voor de uitvoering van dit project structureel capaciteit gereserveerd: 24 uur per week voor toezicht en 12 uur per week voor juridische ondersteuning. Deze inzet blijft in 2026 ongewijzigd, zodat continuïteit in toezicht en handhaving is gewaarborgd en lopende dossiers zorgvuldig kunnen worden afgerond. In 2025 heeft de toezichthouder 215 controles uitgevoerd op circa 10 verschillende recreatieterreinen. In 2025 heeft de gemeente meerdere integrale controles uitgevoerd op één vakantiepark. Naar aanleiding van deze controles zijn er 37 vooraanschrijvingen en 8 aanschrijvingen verstuurd. Sinds medio 2025 heeft de gemeente uitsluitend personen aangeschreven die na 16 mei 2024 op het vakantiepark zijn gaan wonen. Personen die vóór 16 mei 2024 op het vakantiepark zijn gaan wonen, komen mogelijk in aanmerking voor de instructieregel. Op dit moment is nog niet duidelijk wat er met de instructieregel gaat gebeuren. Handhavingsbeschikkingen die vóór de bekendmaking van de concept-instructieregel zijn opgelegd, bleven in stand. Een integrale controle op een vakantiepark is erg waardevol. Naast het constateren van permanente bewoning zijn er ook verschillende overtredingen op grond van de Opiumwet geconstateerd. Daarnaast hebben wij verschillende personen gesproken met een hulpvraag. Deze personen zijn in contact gebracht met de Sociale Dorpsteams. Naast de handhavingszaken op dit vakantiepark heeft de gemeente bij circa 10 personen ook een handhavingstraject kunnen starten die op andere vakantieparken woonden. Naar aanleiding van deze controles konden 36 hieruit voortvloeiende zaken worden opgepakt door de juristen. Permanente bewoners van recreatieverblijven hebben een begunstigingstermijn van 1,5 jaar gekregen om een alternatieve woonruimte te vinden. Uit deze dossiers over permanente bewoning op recreatieparken zijn in 2025 twee bezwaren voortgevloeid. Bovendien is in 2024 samen met de VRU de situatie ten aanzien van brandveiligheid op de recreatieparken geïnventariseerd. Parkeigenaren bleken behoorlijk te moeten verbeteren aan brandveiligheid en blusvoorzieningen. Samen met de VRU is er in januari 2024 een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de parkmanagers van de vakantieparken in het kader van advies op brandveiligheid, en de implementering daarvan. Parkereigenaren hebben hiervoor de tijd gekregen in 2024 en 2025. De toezichthouders hebben in 2025 gepeild of er ontwikkelingen waren op het gebied van brandveiligheid. De VRU, en de gemeentelijke afdeling Openbare Orde en Veiligheid zijn in dit proces aangehaakt gebleven. De afspraak is gemaakt dat de vakantieparken in april 2026 brandveilig moeten zijn en met name moeten beschikken over adequate blusvoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Ondermijning, openbare orde en adresonderzoek BRP (Basisregistratie Personen) Vanaf 2017 heeft de gemeente middels een integrale aanpak met ketenpartners ingezet op het delen van informatie en kennis met samenwerkende partners zoals politie en RSD om ondermijning en minder zichtbare vormen van criminaliteit aan te pakken zoals fraude, hennepteelt en witwassen. Ook wordt er binnen de gemeente intern samengewerkt tussen verschillende afdelingen tijdens het “signalen overleg ondermijning”. Daarnaast vinden er ook “ondermijningsoverleggen” plaatst met de politie en RIEC. In 2021 is er in opdracht van de gemeente in samenwerking met het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Midden-Nederland (RIEC MN) een “Gelegenheidskaart Ondermijning” met bijbehorende risicokaart gemaakt. Hierin worden onderwerpen als recreatieparken, leegstand en verzorgingstehuizen in kaart gebracht, en de daarbij horende risico’s. De lokale politie is als ketenpartner eveneens aangehaakt geweest in dit proces. Dit is éénmalig gedaan. Wij merken op dat deze kaart ten tijde van de publicatie van dit jaarverslag vijf jaar oud is. Ontwikkelingen op het gebied van ondermijning worden opgevangen door BRP-controles, integrale controles op recreatieparken met ketenpartners en het trainen van onze toezichthouders op het herkennen van arbeidsuitbuiting, ondermijning en drugsproductie. Bij relevante casuïstiek wordt een RIEC-casus gestart, waarbij diverse overheidspartijen betrokken zijn. Waar nodig, zoals in het geval van drugsvondsten, wordt er handhavend opgetreden. Om de integrale samenwerking te bevorderen wordt er gewerkt aan integraal beleid om ondermijning tegen te gaan. De boa’s dragen bij aan de aanpak van ondermijning door deel te nemen aan integrale controles met onder andere de politie. De boa’s fungeren daarbij als toezichthouder in het kader van de Wet BRP, de Alcoholwet en de APV. Bij deze integrale controles kunnen, afhankelijk van de controle(s), ook eventueel een toezichthouder omgevingsrecht en/of jurist aanwezig zijn in verband met de bouwkundige aspecten van een gebouw en een eventuele planologische toets.. Daarnaast doen boa’s reguliere adresonderzoeken op verzoek van thema Publiek of het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit in het kader van de aanpak van fraude en daarnaast om de basisregistratie actueel te houden. De Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) houdt toezicht op de naleving van brandveiligheidseisen tijdens de bouw, bij bestaande gebouwen, evenementen, vuurwerkverkoop en relevante milieuactiviteiten. Het toezicht is gericht op het waarborgen van een brandveilige omgeving voor gebruikers en bezoekers. Daarbij wordt gecontroleerd op bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten van bouwwerken en activiteiten. De eerste verantwoordelijkheid voor brandveiligheid ligt bij de gebruiker, zoals de eigenaar van een bouwwerk, de organisator van een evenement of de drijver van een inrichting. De VRU houdt risicogericht toezicht en richt zich daarbij op situaties waar de grootste risico’s voor de samenleving bestaan. Om normconform gedrag te bevorderen en handhavend optreden zorgvuldig en uniform toe te passen, werkt de VRU volgens de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). •Bouw: Controles van nieuwbouw zijn vraaggestuurd en worden uitgevoerd in overleg met de gemeente. Controles op bestaande bouw vinden plaats op basis van thematische prioritering. In 2025 zijn 232 van de 245 geplande controles uitgevoerd. Gemeentespecifieke controles of controles op recreatieparken hebben in 2025 niet plaatsgevonden. •Evenementen: het aantal evenementen was lager dan het jaar ervoor. In 2025 zijn 62 controles uitgevoerd in samenwerking met gemeenten, politie en omgevingsdienst. Dit is lager dan de vooraf verwachte 70 controles. •Vuurwerk: controles vonden vanaf het laatste kwartaal van 2025 plaats. Kleine doorkijk: door het vuurwerkverbod vanaf 2026 is minder capaciteit nodig, maar alle verkooppunten (en bijbehorende opslagplaatsen) zullen alsnog gecontroleerd worden in samenwerking met ODU. •Brandonveilige situaties: in 2025 zijn 10 meldingen onderzocht, conform de verwachting. Noodzakelijke acties zijn samen met de gemeente uitgevoerd via fysieke of digitale controles. •Milieu: integrale milieucontroles bij bedrijven worden jaarlijks uitgevoerd samen met de ODU. De VRU richt zich hierbij op brandveiligheidsaspecten en adviseert de milieutoezichthouders. Voor een uitgebreidere weergave van de verrichte werkzaamheden door samenwerkingspartners wordt verwezen naar hoofdstuk 4 ‘Evaluatie samenwerkingspartners’ van dit jaarverslag. VRU: Toezicht bouw (gebouwenbestand) De controles Bouw zijn vraaggestuurd; de VRU voert deze uit in overleg met/op verzoek van de gemeente. In 2025 zijn alle door de gemeente aangevraagde controles uitgevoerd. Er zijn minder bouwcontroles uitgevoerd dan opgenomen in het VRU jaarplan voor 2025, namelijk 232 in plaats van 245. Dit heeft deels te maken met gedeeltelijk onvolledige registratie. De jaarplanning voor 2026 is hierop aangepast. Voor 2025 waren er in het jaarplan geen gemeentespecifieke controles afgesproken. Uit het VRU jaarverslag 2025 blijkt dat er geen sprake is van controles op recreatieparken. Brandveiligheidscontroles op recreatieparken worden uitgevoerd door een toezichthouder handhaving van de gemeente, bijvoorbeeld als er sprake is van een situatie waarin er gedoogbeschikkingen voor wonen in een recreatieverblijf aangevraagd zijn. Hiervan is sprake als de gemeente statushouders (tijdelijk) onderbrengt in recreatieobjecten om aan de doelstellingen van het Rijk te voldoen. VRU: Toezicht evenementen Het aantal evenementen in gemeente Utrechtse Heuvelrug was in 2025 lager dan het jaar ervoor. Ook in 2025 heeft de VRU gecontroleerd op evenementen, in samenwerking met haar VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdienst). Waar nodig adviseert de VRU het bevoegd gezag om handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Het aantal controles op evenementen was lager dan opgenomen in het jaarverslag, namelijk 62 in plaats van de verwachtte 70. VRU: Toezicht vuurwerk Controles bij vuurwerkverkooppunten vinden plaats doorgaans in het laatste kwartaal van het kalenderjaar plaats. Ook in 2025 was daar sprake van. Gelet op het vanaf 2026 geldende vuurwerkverbod zal er minder capaciteit benodigd zijn op het controleren van vuurwerk. Ongeacht vuurwerkverboden zullen alle vuurwerkverkooppunten (en bijbehorende opslagplaatsen) gecontroleerd worden, samen met de ODU. VRU: Meldingen brandonveilige situaties Er zijn in 2025 voor onze gemeente 10 meldingen van mogelijk brandonveilige situaties in de gemeenten onderzocht. Dit aantal is gelijk aan de verwachte 10 situaties zoals opgenomen in het jaarplan 2025 van de VRU. Hierop zijn samen met de gemeente de benodigde acties ondernomen, door de meldingen te onderzoeken, een fysieke controle ter plaatse uit te voeren of een digitale controle. Er zijn tot op heden een beperkt aantal bijzondere handhavingsacties uitgevoerd, waarbij de assistentie van de VRU gevraagd werd. VRU: Toezicht Milieu Jaarlijks worden er door de VRU integrale controles uitgevoerd met de ODU bij bedrijven met een milieuvergunning of -melding. De toezichthouders van de VRU focussen zich op de BIO-aspecten (bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten van brandveiligheid) en geven advies aan de toezichthouders van de ODU over brandveiligheidsaspecten milieuovertredingen. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten. In 2026 zal de VRU óók rapporteren over de afzonderlijke milieucontroles waarbij zij worden gevraagd te inspecteren door gemeente, RUD of ODRU. Deze milieucontroles zijn vraaggestuurd. Voor een verdere uitwerking van de jaarverslagen van onze samenwerkingspartners verwijzen wij naar hoofdstuk 4 ‘Evaluatie Samenwerkingspartners’ van dit jaarverslag. ODRU: Algemeen De evaluatie van de werkzaamheden die in 2025 door de ODRU (vanaf 1 januari 2026 is dat Omgevingsdienst Utrecht geworden) zijn uitgevoerd, is opgenomen in de productbladen van dit jaarverslag. De planning voor 2026 is vastgelegd in het separaat vastgestelde Uitvoeringsprogramma 2026. Voor een nadere toelichting op de jaarverslagen van onze samenwerkingspartners wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Evaluatie Samenwerkingspartners van dit jaarverslag. Aangezien de omgevingsdienst een aanzienlijk groter deel van de VTH-taken voor de gemeente uitvoert dan andere samenwerkingspartners, is ook de jaarlijkse evaluatie van haar werkzaamheden omvangrijker. Om recht te doen aan de breedte, diepgang en impact van deze samenwerking is ervoor gekozen de volledige evaluatie integraal op te nemen in hoofdstuk 4 Evaluatie Samenwerkingspartners. 2.2. Welke lessen hebben wij geleerd? In 2025 hebben we de volgende lessen geleerd: Samenwerken In (de jaren na) de COVID-19 pandemie is er veel uit huis gewerkt. Tegenwoordig wordt er weer meer op kantoor gewerkt. Ook wordt er steeds vaker plaats- en tijdsonafhankelijk gewerkt. Dit leidt tot een optimale werk-privébalans voor medewerkers. Wel is de richtlijn om, waar mogelijk, minimaal de helft van de tijd op kantoor aanwezig te zijn om hechte teams te behouden en samenwerking te bevorderen. Voor de vergunningverleners, toezichthouders bouw/handhaving en de juristen die gedeeltelijk op kantoor en gedeeltelijk vanuit huis werken is het van cruciaal belang dat de digitale ondersteuning op orde is en stabiel blijft functioneren. In 2025 leek dit over het algemeen goed te gaan. Beschikbare personele capaciteit (1) - De beschikbare personele capaciteit van team Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht wordt jaarlijks verdeeld over de verschillende uit te voeren (projectmatige) werkzaamheden, en vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Naast de voortdurende en wettelijke verplichte werkzaamheden, zoals het toezicht houden op omgevingsvergunningen bouwen, ruimtelijke ordening en monumenten, brandveiligheid, en het behandelen van binnenkomende handhavingsverzoeken, klachten en (ambtshalve) meldingen, blijft er jaarlijks beperkte personele capaciteit over voor projectmatige werkzaamheden. Projecten worden vaak opgestart vanuit een bestuurlijke wens waardoor aan het project ook een zekere prioriteit wordt meegegeven. Als een project meer capaciteit vraagt dan vooraf gepland of als er gaandeweg het uitvoeringsjaar een project met prioriteit bijkomt, dan werd tot op heden de personele capaciteit gedurende het jaar herverdeeld aan de hand van prioriteit. Hierdoor kan druk komen te staan op de uit te voeren wettelijke taken en verschillende projectmatige werkzaamheden. Voor 2023 huurde het team Omgevingsverzoeken extra capaciteit in vanwege het project ‘Omgevingswet’, en het team Omgevingstoezicht deed dit voor het project ‘Recreatieterreinen’. Deze extra inhuur werd in 2024 voortgezet en zal ook in 2025 worden voortgezet. Met betrekking tot de toename in onder andere aanvragen om omgevingsvergunningen, moet het management soms scherpe keuzes voor de dienstverlening op korte termijn nemen om de dienstverlening op lange termijn te kunnen waarborgen. Het gaat dan om keuzes met betrekking tot het inhuren van extra capaciteit om collega’s met enorm hoge werkdruk of hoge mentale belasting door een kritische omgeving te beschermen. Beschikbare personele capaciteit (2) - Een adequaat niveau van toezicht en handhaving door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) en een toezichthouder Openbare Ruimte laat zich uitdrukken in tijd en geld. Naast een vaste formatie van boa’s huren wij boa’s in met verschillende themabudgetten (zogenaamd ‘gelabeld’ geld). Het taakveld is de afgelopen jaren volop in beweging en in opbouw geweest. De themabudgetten (en dus de inhuurcapaciteit) zijn de afgelopen jaren gelijk gebleven, met uitzondering van het themabudget dat gebruikt wordt voor de toezicht en handhaving op ‘afval’. Aangezien het takenpakket van de boa’s de laatste jaren juist is uitgebreid, is door de vermindering in personele capaciteit sinds 2018 meer druk komen te staan op de adequate uitvoering van toezicht en handhaving. Als de uren die met het gelabeld geld worden ingekocht zijn verbruikt, kan namelijk niet worden gestopt met de gemeentelijke toezicht- en handhavingstaken. Gedurende het jaar komt er dan druk te staan op de overige werkzaamheden die de boa’s uitvoeren. In 2025 beschikte het team Omgevingstoezicht over 5,5 fte voor de eigen boa’s en 2 fte voor het inhuren van extra boa-capaciteit, inclusief de marktmeester. Door capaciteitsproblemen en personele wisselingen binnen het boa-team, mede beïnvloed door de huidige arbeidsmarkt, konden wij deze 7,5 fte gedurende het jaar helaas niet altijd volledig inzetten. Hierdoor waren er suboptimale omstandigheden, waardoor het werk niet altijd volledig naar behoren kon worden uitgevoerd en de cijfers van het afgelopen jaar onvoldoende zijn bijgehouden. Uit de beperkte cijfers die van 2025 beschikbaar zijn, blijkt dat er onder andere is ingezet op overtredingen van de APV met betrekking tot fietsen, caravans en aanhangers, op overlast door jeugd en op dierenwelzijn. Ook was parkeren een terugkerend thema voor de boa’s, en meldingen over illegale dumpingen zijn eveneens opgepakt. Daarnaast waren de boa’s aanwezig bij diverse evenementen. In november begonnen de grotere aantallen meldingen van vuurwerkoverlast binnen te komen. In december nam het aantal meldingen van vuurwerkoverlast verder aanzienlijk toe. Door de wisselingen en capaciteitsproblemen zijn nieuwe boa’s onvoldoende ingewerkt en daardoor niet volledig bekend geweest met de werkwijze van het team. Sinds november 2025 bestaat het boa-team vrijwel geheel uit nieuwe medewerkers, waarmee de gemeente een stabiele basis wil opbouwen. Boa’s die in 2026 starten, zullen vanaf het begin actief worden meegenomen in de werkwijze van gemeente de Utrechtse Heuvelrug, van controles tot administratieve handelingen. Daarbij wordt elke nieuwe boa gekoppeld aan een ervaren collega om te voorkomen dat eerdere tekortkomingen opnieuw optreden. Arbeidsmarkt De huidige arbeidsmarkt zorgt voor veel verloop binnen de organisatie. Het is een uitdaging om de benodigde kennis, kwaliteit en werkervaring, met name bij de boa’s op orde te houden. Het invullen van vacatures blijkt lastig. Gekozen is om een succesvolle formule bij vergunningsverleners ook te gebruiken bij jonge startende juristen, toezichthouders en boa’s. De formule is het werven via detachering en het vervolgens begeleiden naar de interne vacature. Het inwerken van de jonge startende talenten vraagt veel tijd van de organisatie en met name van het team Omgevingstoezicht. Projecten ‘Recreatieterreinen’ en ‘Omgevingswet’ In 2025 heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug verdere uitvoering gegeven aan het in 2023 gestarte project Recreatieterreinen, dat is gericht op de aanpak van permanente bewoning van recreatieverblijven. Het project heeft een meerjarig karakter en wordt uitgevoerd door een toezichthouder recreatieterreinen, ondersteund door juristen. In 2025 lag de nadruk op het voortzetten van handhavingstrajecten, het versterken van dossieropbouw en het verbeteren van de interne en externe samenwerking. Daarbij is gebleken dat de problematiek regelmatig samenhangt met sociaal-maatschappelijke omstandigheden, wat vraagt om een zorgvuldige en integrale benadering. Ontwikkelingen op landelijk niveau hebben in 2025 invloed gehad op de uitvoering van het project. De invoering van een nieuwe instructieregel medio 2025 leidde tot een noodzakelijke bijstelling van de uitvoeringskoers. Deze aanpassing is eerder in dit verslag toegelicht. De uitvoering in 2025 laat zien dat een consistente en zichtbare toezichtaanpak bijdraagt aan duidelijkheid voor betrokkenen en aan de naleving van regelgeving. Daarnaast blijkt tijdige juridische ondersteuning essentieel voor een zorgvuldig handhavingstraject. Ook is gebleken dat maatwerk regelmatig noodzakelijk is om tot passende en uitvoerbare oplossingen te komen. Naast dit project stond 2025 in het teken van de verdere implementatie van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Medewerkers van de teams Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht hebben aanvullende opleidingen gevolgd om vertrouwd te raken met nieuwe procedures en werkwijzen. Hierbij is tevens aandacht besteed aan de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De opgedane ervaringen tonen aan dat verdere uniformering van werkprocessen noodzakelijk is en dat blijvende scholing essentieel blijft. Praktijkgerichte oefeningen blijken een effectief middel om nieuwe werkwijzen duurzaam in de organisatie te verankeren. Illegale bouwwerken op recreatieparken Tijdens controles in het kader van het project ‘Niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’ is in 2023 geconstateerd dat zich op verschillende recreatieparken binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug een aanzienlijk aantal illegale bouwwerken bevindt. Deze constatering betreft zogenoemde ‘bijvangst’: overtredingen die aan het licht zijn gekomen tijdens inspecties die primair waren gericht op het tegengaan van permanente bewoning van recreatieverblijven. De aangetroffen situaties lopen uiteen in aard en omvang, variërend van relatief beperkte afwijkingen tot omvangrijke bouwwerken die zonder de vereiste vergunningen zijn gerealiseerd. De aanwezigheid van deze bouwwerken kan gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit, brandveiligheid en leefbaarheid van de recreatieparken. In 2025 is in een aantal gevallen handhavend opgetreden, waarbij prioriteit is gegeven aan situaties met verhoogde veiligheidsrisico’s en evidente strijdigheid met wet- en regelgeving. Daarbij is steeds een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de ernst van de overtreding, de belangen van betrokkenen en de beschikbare handhavingscapaciteit. De meer complexe en omvangrijke dossiers vergen een langere doorlooptijd. De zwaarste gevallen, waaronder grote overschrijdingen en situaties waarin een formeel handhavingsverzoek is ingediend, worden daarom ook in 2026 verder opgepakt. 2.3. Waarin gaan wij bijsturen? De geleerde lessen uit de uitvoering van 2025 geven aanleiding tot bijsturing in 2026. In eerdere edities van het jaarverslag beschreven wij op deze plaats welke acties wij zouden ondernemen op basis van de lessen uit het voorgaande jaar, om zo gericht bij te sturen richting de toekomst. Vanaf dit jaar wordt deze systematiek aangepast. Omdat het jaarverslag en het Uitvoeringsprogramma vanaf 2025 formeel van elkaar zijn losgekoppeld, wordt het hoofdstuk over de bijsturing voortaan opgenomen in het Uitvoeringsprogramma zelf (hoofdstuk 3.2). Op deze manier sluiten de leerpunten direct aan op de planning, prioriteiten en uitvoeringsafspraken voor het komende jaar, en ontstaat een overzichtelijkere en logischere structuur voor zowel terugblik als vooruitblik. 3. Productbladen 3.1. Inleiding Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug stond 2025 in het teken van de verdere doorwerking van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in de dagelijkse VTH-praktijk. De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en heeft geleid tot nieuwe instrumenten, procedures en werkwijzen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Tegelijkertijd is de Wkb gefaseerd ingevoerd en geldt deze sinds 2024 uitsluitend voor nieuwbouw in de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1). Voorafgaand aan 2025 werd verwacht dat de impact van deze stelselwijzigingen op de werkvoorraad en werkprocessen beperkt en geleidelijk zou zijn. Daarbij werd rekening gehouden met een overgangsperiode waarin oude en nieuwe regelgeving naast elkaar zouden blijven bestaan. Verwacht werd onder meer dat: •het aantal Wkb-meldingen in 2025 nog beperkt zou blijven; •een aanzienlijk deel van de werkzaamheden nog betrekking zou hebben op lopende Wabo-zaken; •prognoses deels gebaseerd zouden blijven op ervaringscijfers uit 2023 en 2024, bij gebrek aan voldoende data onder de Omgevingswet en Wkb. Deze verwachtingen zijn in 2025 grotendeels uitgekomen. In totaal zijn er 27 Wkb-meldingen gedaan. Dit aantal is iets hoger dan vooraf ingeschat, maar nog altijd beperkt. Daardoor waren de gevolgen voor toezicht en handhaving vooralsnog niet aanzienlijk. De exacte impact van de Wkb op de werkverdeling tussen vergunningverlening, toezicht en de juridische ondersteuning is daarmee nog onvoldoende scherp in beeld. Het aantal vooroverleggen (principeverzoeken en ruimtelijke initiatieven) is in 2025 redelijk gelijk gebleven aan 2024. Dat geldt ook voor het aantal aangevraagde vergunningen voor de activiteiten (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit, werk of werkzaamheden uitvoeren en monumentenactiviteiten. Het aantal aanvragen Technische bouwactiviteit is bijna verdubbeld, van 89 in 2024 naar 172 in 2025. Ook het aantal aangevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is gestegen van 62 in 2024 naar 100 in 2025. Het aantal kapvergunningen en kapmeldingen nam iets af, maar daarvoor geldt vanaf 2026 nieuw beleid waardoor hier weer een stijging in de aantallen wordt verwacht. In 2025 zijn 35 vergunningaanvragen onder de Wabo afgerond. Er zijn nu nog 13 vergunningaanvragen onder de Wabo in behandeling, de afname zet flink door, hoewel het om complexe dossiers gaat die nu nog in behandeling zijn. Door deze omstandigheden was het noodzakelijk om bij de inzet van capaciteit en de onderbouwing van cijfers nog deels uit te gaan van bestaande aannames. Zo is de onder de Wabo gehanteerde 33%-verdeling (zie productblad 5) in 2025 voorlopig aangehouden, in afwachting van meer inzicht in de structurele effecten van de Wkb en de Omgevingswet. Wij merken 2025 dan ook aan als een voortzetting van de overgangsfase. De focus lag op het uitvoeren van reguliere VTH-taken binnen het nieuwe wettelijke kader, het opdoen van praktijkervaring en het verzamelen van gegevens om toekomstige keuzes beter te kunnen onderbouwen. De personele inzet is in 2025 gelijk gebleven aan die van 2024. Eventuele extra capaciteitsbehoefte als gevolg van toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving zal, indien nodig, tijdelijk worden opgevangen. Op langere termijn kan worden bezien of structurele aanpassingen noodzakelijk zijn. Productbladen verwijzen naar vorig VTH-beleidsplan 2019-2024 De gemeente merkt op dat prognoses uit de productbladen in dit jaarverslag zijn gehaald, omdat deze voortaan worden opgenomen in het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma. De productbladen in dit jaarverslag kijken uitsluitend terug, in dit geval op 2025, en verwijzen daarom nog naar en toetsen nog aan het VTH‑beleidsplan 2019–2024. Dit beleidsplan was tot medio november 2025 van kracht en vormde daarmee gedurende het grootste deel van 2025 het geldende toetsingskader. Naar het oordeel van de gemeente is het om die reden niet relevant om de productbladen in dit jaarverslag te baseren op de U&H‑strategie VTH 2025–2028, aangezien deze pas in november 2025 is vastgesteld. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingsverzoeken) 1. Vooroverleg Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? De gemeente Utrechtse Heuvelrug biedt mogelijkheden tot vooroverleg. Een dergelijk overleg resulteert niet in een besluit, maar geeft de initiatiefnemer een voorlopig oordeel over de haalbaarheid van een plan. De gemeente biedt de volgende mogelijkheden tot vooroverleg: – Principeverzoek regulier: voor plannen die in het omgevingsplan passen of met een kleine afwijking kunnen worden verleend. Ook de toetsing aan redelijke eisen van welstand hoort hierbij. Behandeling wordt gedaan door een casemanager van Afdeling Omgevingsverzoeken. – Ruimtelijk initiatief: Bij grote afwijkingen van het omgevingsplan heet het vooroverleg een ruimtelijk initiatief. Plan wordt besproken op de Intaketafel en Omgevingstafel. Behandeling door projectleider. – Vooroverleg via de balie, e-mail en telefonisch. Op maandagmiddag en vrijdagochtend kunnen initiatiefnemers op afspraak een casemanager spreken aan de balie in het Cultuurhuis. Elke middag tussen 13:00 en 17:00 zijn wij telefonisch bereikbaar voor algemene vragen, hiervoor hebben we ook een postbus. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Onderhavige activiteit is niet concreet benoemd in het VTH-beleid, maar vloeit voort uit de algemene doelstelling om klantgericht vergunningen af te handelen en draagt bij aan het kunnen beoordelen van aanvrager binnen de daarvoor bepaalde periode (§3.2 VTH-beleid ‘Uitgangspunten vergunningverlening’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Behandelen 100% van de verzoeken tot vooroverleg. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende verzoeken tot vooroverleg per categorie. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Vooroverleg wodt gevoerd conform de vergunningenstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 en bijlage 4 van de VTH-Beleidsplan. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente (team Omgevingsverzoeken) Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Prognose 2025: Ruimtelijk initiatief 65 Principeverzoek regulier 119 Evaluatie - Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Daadwerkelijk 2025: Ruimtelijk initiatief 50 Principeverzoek regulier 131 Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingsverzoeken) 2. Omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg, kap en monument b Het behandelen van aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, RO, aanleg en monument. De taak vangt aan met de ontvangst van de aanvraag en wordt afgerond door: –het verlenen van de vergunning; –het weigeren van de vergunning; –het buiten behandeling laten van de aanvraag; –het intrekken van de aanvraag op verzoek van de aanvrager. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Eén van de algemene doelstellingen van het VTH-beleid is het risicogestuurd uitvoeren van VTH-taken (§2.3.3 VTH-Beleidsplan 2019-2024 Doelstellingen VTH-beleid’). Datgene wat de meeste aandacht nodig heeft, moet ook de meeste aandacht ontvangen. Dat vraagt een duidelijke strategie ten aanzien van het toetsen van vergunningen (3.8 VTH-Beleidsplan 2019-2024 Aandachtsgebieden ) waarbij extra aandacht wordt besteed aan de aandachtsgebieden en prioriteitenlijst (§4.6 VTH-beleidsplan 2019-2024 Prioriteiten’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Behandelen van 100% van de aanvragen omgevingsvergunningen, waarbij risico’s die de veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid, aantrekkelijkheid en gezondheid van de leefomgeving in de gemeente bedreigen, zoveel mogelijk worden uitgesloten door toepassing van o.a. het ‘Toetsingsprotocol Vergunningverlening’. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde vergunningaanvragen per activiteit, uitgesplitst naar bouwwerktype. Daarnaast vindt er een kwaliteitscontrole plaats door continue intercollegiale toetsing. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Vergunningsaanvragen worden behandeld conform de vergunningenstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024. Toetsing van aanvragen omgevingsvergunning ‘bouw’ geschiedt overeenkomstig het ‘Toetsingsprotocol Vergunningverlening’ (bijlage II VTH-Beleidsplan) en het stappenschema omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg monument (zie bijlage 1). In het toetsingsprotocol is op basis van de risicoanalyse het toetsniveau per type bouwwerk vastgelegd en omschreven. De inhoudelijke toetsing op constructieve veiligheid wordt uitgevoerd door een externe constructeur (Ingenieursbureau Boorsma). De inhoudelijke toetsing op brandveiligheid wordt uitgevoerd door VRU. Wat betreft de activiteiten RO, aanleg en monument worden aanvragen op alle onderdelen van het toepasselijke toetsingskader (bestemmingsplan/omgevingsplan/ welstandsbeleid/monumentenbeleid) getoetst. Bij deze toetsing wordt daarnaast beoordeeld of er binnen het plangebied bomen aanwezig zijn die bij de uitvoering van het plan bescherming behoeven. Als dit het geval is worden voorschriften hieromtrent opgenomen in de omgevingsvergunning en wordt bij de vergunning een informatiefolder gevoegd met uitleg over adequate beschermingsmaatregelen. De processtappen, checklists, termijnbewaking en standaardbrieven zijn vastgelegd in het zaaksysteem Rx.Mission. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Prognose 2025 aantal aanvragen per activiteit: Technische bouwactiviteit 87 Omgevingsplanactiviteit 350 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 59 Werk of werkzaamheid uitvoeren (aanleg) 46 Monumenten 72 Kapvergunning 160 Kapmelding 58 Evaluatie - Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Daadwerkelijk 2025: Technische bouwactiviteit 172 Omgevingsplanactiviteit 349 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 100 Werk of werkzaamheid uitvoeren (aanleg) 54 Monumenten 50 Kapvergunning 139 Kapmelding 63 Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingsverzoeken) 3. Melding brandveilig gebruik Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Het behandelen van meldingen brandveilig gebruik. De taak vangt aan met de ontvangst van de melding en wordt afgerond door: –het accepteren van de melding; –het buiten behandeling laten van de melding; De inhoudelijke toets aan de relevante regelgeving (hoofdstuk 2 van Bouwbesluit 2012) wordt uitgevoerd door de VRU. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Voor het taakveld brandveilig gebruik bepaalt de gemeente de diepgang van toetsing in nauw overleg met de VRU. Deze werkwijze is belangrijk voor het adequaat kunnen bijstellen van de Risicomodule (voornamelijk op naleving) omdat op deze manier beter inzichtelijk wordt waar inwoners en ondernemers wel/of niet naleven op beleid en wet- en regelgeving. Dit geldt voor zowel vergunningverlening als voor toezicht & handhaving. Zie §3.6.1 VTH-beleid ‘Prioriteiten’ en §3.7 VTH-beleid ‘Diepgang toetsniveaus’. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Behandelen 100% van de meldingen brandveilig gebruik, waarbij risico’s die de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving in de gemeente bedreigen, zoveel mogelijk worden uitgesloten door toetsing aan de wettelijke kaders. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal behandelde meldingen brandveilig gebruik. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Meldingen worden behandeld conform de vergunningenstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024 en toetsing geschiedt overeenkomstig het ‘Toetsingsprotocol Vergunningverlening’ (bijlage II VTH-Beleid). Ten aanzien van de meldingen brandveilig gebruik wordt het meest diepgaande toetsniveau toegepast op alle meldingen, ongeacht het inrichtingtype. Het meest diepgaande toetsniveau is niveau 4 (volledige toetsing op alle onderdelen, zie verder (§3.7 VTH-beleid ‘Diepgang toetsniveaus’). Uitvoering - Wie gaat dit doen? Sinds 1 januari 2024 behandelt de VRU de meldingen brandveilig gebruik. De omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik is komen te vervallen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Prognose 2025 aantal aanvragen/meldingen brandveilig gebruik: Omgevingsvergunning brandveilig gebruik 0* Melding brandveilig gebruik 50 * De omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik is komen te vervallen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Evaluatie - Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025) Daadwerkelijk 2025: Melding brandveilig gebruik 53 Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingsverzoeken) 4. Sloopmelding Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Het behandelen van sloopmeldingen. Deze taak vangt aan met de ontvangst van een sloopmelding en wordt afgerond door: –het accepteren van de melding, al dan niet onder oplegging van nadere voorwaarden; –het buiten behandeling laten van de melding. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 Wat vinden we belangrijk? Eén van de algemene doelstellingen van het VTH-beleid is het risicogestuurd uitvoeren van VTH-taken (§2.3.2 VTH-beleid 2019-2024 ) om zodoende de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen (§2.3.3 VTH-beleid ‘Doelstellingen’)’. De sloopmelding is meegenomen in de Risicomodule bouwen. Uit deze risicoanalyse volgt dat het uitvoeren van sloopactiviteiten op grond van een melding geringe risico’s met zich meebrengt. Alleen op het gebied van hinder en leefbaarheid kleven meer risico’s aan sloopactiviteiten. Deze risico’s zijn vertaald in een checklist in Rx.Mission. De checklist begeleid de toetser bij het beoordelen van de sloopmelding. In relatie tot de risico’s ten aanzien van hinder en leefbaarheid zijn de aspecten sloopveiligheidsplan, sloopmethode en asbestinventarisatierapport in de checklist opgenomen als toetsonderdeel. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Behandelen 100% van de sloopmeldingen waarbij risico’s die de veiligheid en gezondheid van de leefomgeving in de gemeente bedreigen, zoveel mogelijk worden uitgesloten. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal ingediende en afgehandelde sloopmeldingen. Controle op compleetheid d.m.v. steekproef in Rx.Mission. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Meldingen worden behandeld conform de vergunningenstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024. Toetsing van sloopmeldingen geschiedt aan de hand van checklist in Rx.Mission. Uitvoering - Wie gaat dit doen? ODU Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgelegd dat de ODU het bevoegd gezag wordt voor bedrijfsmatig slopen. Omdat het merendeel van de sloopmeldingen betrekking heeft op bedrijfsmatig slopen, is ervoor gekozen om alle sloopmeldingen door de ODRU te laten behandelen. In 2023 werden de sloopmeldingen nog door de gemeente zelf behandeld en kwam het toezicht op de sloopwerkzaamheden bij de ODU te liggen indien sprake was van asbest. Per 1 januari 2024 is de taak 'sloopmeldingen' dus volledig overgedragen aan de ODU, dat blijft onveranderd in 2025; dat wil zeggen zowel het behandelen van de sloopmelding als het toezicht. Evaluatie - Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? In 2025 is het behandelen van de sloopmeldingen en het toezicht daarop volledig uitgevoerd door de ODU. Er zijn circa 280-285 sloopmeldingen behandeld door de ODU. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingstoezicht) 5. Toezicht omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg en monument Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het ter plaatse controleren of de werkzaamheden en activiteiten overeenkomstig de omgevingsvergunning worden uitgevoerd. Zodra de uitvoering is afgerond, wordt ook het toezichtproces afgesloten. De vergunning wordt gereed gemeld en verdwijnt daarmee uit de werkvoorraad van de toezichthouder. De werkwijze blijft voorlopig onveranderd ten opzichte van 2024/2025, totdat er meer duidelijkheid is over de praktische uitwerking van de Omgevingswet en de Wkb. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Eén van de algemene doelstellingen van het VTH-beleid is het risicogestuurd uitvoeren van VTH-taken (§ 4.5 Probleemanalyse toezicht en handhaving en §4.6 Prioriteiten ) om zodoende de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen (§2.3.3 VTH-beleid ‘Doelstellingen’). Voor de uitvoering van de onderhavige taak is een risicoanalyse gemaakt. In de toezichtstrategie is vervolgens vastgelegd dat hoe hoger de risico’s bij een bepaald bouwwerktype zijn, hoe diepgaander het toezichtniveau is (§4.6 VTH-beleid ‘Prioriteiten’ en §4.5 VTH-beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Tot de vaststelling van de U&H-strategie 2025‑2028 in november van 2025 werden 100% van de omgevingsvergunningen gecontroleerd, met uitzondering van vergunningen met de laagste risico’s, te weten: –activiteit bouwen, type ‘Wonen cat. I < 100.000 eenvoudig’ : 33% –activiteit bouwen, type ‘Bedrijf cat. I < 100.000’ : 33% –activiteit bouwen, type ‘Bouwwerk geen gebouw zijnde’ : 33% Zoals eerder vermeld in dit jaarverslag (hoofdstuk 3.1) heeft de gemeente 27 Wkb-meldingen ontvangen in 2025. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal verleende omgevingsvergunningen, totaal en per bouwwerktype; Aantal aangemaakte toezichtdossiers, totaal en per bouwwerktype; Aantal afgesloten toezichtdossiers, totaal en per bouwwerktype; Monitoring door steekproef in Rx.Mission. Doordat de werkprocessen in het zaaksysteem Rx.Mission zijn verwerkt, zijn de te nemen stappen en uit te voeren taken geborgd. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Toezicht wordt uitgevoerd conform de toezichtstrategie zoals vastgelegd in §4.10 (Naleefstrategie, §3 Toezichtstrategie) en §4.4.1 Bouwen en ruimtelijke ordening VTH-beleidsplan 2019-2024. Toetsing geschiedt overeenkomstig het ‘Toezichtsprotocol Bouw’ (Bijlage II Overzichten toetsings- en toezichtsprotocollen VTH-beleidsplan 2019-2024), de werkprocessen bouwtoezicht en bouwstop, en het stappenschema bouwtoezicht en monumententoezicht (bijlage III Toelichting interventiematrix VTH-beleidsplan 2019-2024). In het toezichtprotocol is op basis van de risicoanalyse het toezichtniveau per type bouwwerk vastgelegd. Dit toezichtniveau is verder uitgewerkt in voornoemde stappenschema. De controleaspecten per type bouwwerk zijn in Rx.Mission opgenomen in checklists, waarmee de uitvoering van deze taak geborgd is. Problemen tijdens de bouw worden zoveel als mogelijk door de toezichthouder opgelost. De toezichthouder maakt bijvoorbeeld afspraken met de vergunninghouder over aanleveren van nieuwe constructieberekeningen, over het treffen van een noodvoorziening of over ondergeschikte afwijkingen. Kan een probleem niet binnen de verleende vergunning worden opgelost, dan volgt alsnog een handhavingstraject. Dit mondt uit in een nieuwe vergunning of in een handhavingstraject. De handhavingsgevallen zijn geprogrammeerd onder taak 8. De eindcontroles op vergunningen die qua brandveiligheid relevant zijn worden gezamenlijk uitgevoerd door een gemeentelijke toezichthouder en een toezichthouder van de VRU. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug en VRU Uitvoeringsprogramma 2025 en evaluatie - Wat zouden we doen in 2025 en wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Zoals bij het behandelen van aanvragen omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg en monument (productblad 2) het geval is, is er altijd enig verschil waar te nemen m.b.t. het aantal verleende vergunningen en het aantal gecontroleerde vergunde activiteiten. Deze komen nooit één op één over. Dit komt doordat een aangevraagde vergunning niet altijd in hetzelfde jaar wordt verleend en uitgevoerd. Als bijvoorbeeld in de laatste maand van het lopende jaar een vergunning wordt aangevraagd, dan zal deze waarschijnlijk pas in het jaar daaropvolgend worden afgehandeld en uitgevoerd Prognose voor 2025 was (aantal aanvragen): Technische bouwactiviteit 87 Omgevingsplanactiviteit 350 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 59 Werk of werkzaamheid uitvoeren (aanleg) 46 Monumenten 72 Kapvergunning 160 Kapmelding 58 Bij het ophalen van aantallen uit Rx.Mission is geconstateerd dat binnengekomen vergunningsaanvragen bouwen door team Omgevingsverzoeken in de meeste gevallen niet worden uitgesplitst naar categorie. Wel wordt altijd het onderwerp en de aangevraagde activiteit van de vergunningsaanvraag geregistreerd. Zo valt te zien dat er voor 2025 de volgende activiteiten zijn aangevraagd: Technische bouwactiviteit 172 Omgevingsplanactiviteit 349 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit 100 Werk of werkzaamheid uitvoeren (aanleg) 54 Monumenten 50 Kapvergunning 139 Kapmelding 63 Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingstoezicht) 6. Toezicht en handhaving brandveilig gebruik Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Het toezicht op de naleving van vergunningen en meldingen brandveilig gebruik van gebouwen alsmede het behandelen van klachten over brandonveilige situaties, zijn belegd bij de VRU. In het geval de VRU overtredingen constateert, stuurt de VRU een waarschuwingsbrief. Bij voortduren van de overtreding wordt de zaak doorgezet naar het Team Omgevingstoezicht, waarna een handhavingstraject wordt ingezet. Bij spoedeisende situaties wordt geen waarschuwingsbrief uitgedaan maar wordt de zaak direct doorgezet naar het Team Omgevingstoezicht. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Eén van de doelstellingen van het VTH-beleid is het risico gestuurd uitvoeren van VTH-taken. Voor de uitvoering van de onderhavige taak is een risicoanalyse brandveilig gebruik gemaakt. Deze risicoanalyse geeft de risico’s inzichtelijk per objecttype. De analyse vormt de basis voor het bepalen van de toezichtfrequenties van de diverse objecten (periodiek toezicht). Zo vindt het toezicht op gebouwen waar minder zelfredzame personen verblijven (kinderopvang, verpleegtehuizen) met een hogere frequentie plaats dan het toezicht op bijvoorbeeld winkels of kantoren. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Op basis van het objectenbestand voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug worden ca. 256 objecten eens per 4 jaar, 23 objecten eens per 2 jaar en 138 objecten jaarlijks gecontroleerd. Door deze frequentie van toezicht wordt het risico op onveilige situaties zoveel mogelijk voorkomen. In haar “Gebouwenlijst 2025 Utrechtse Heuvelrug” heeft de VRU gerapporteerd dat in 2025 210 gebouwen zijn gecontroleerd. De gebouwen zijn voornamelijk gezondheidsfuncties, kinderopvangen met slaapplaatsen, onderwijsinstellingen, hotels of woonfuncties met zorg. Dit komt overeen met onze prioriteiten. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –Aantal in behandeling genomen handhavingszaken thema brandveilig gebruik; –Aantal door VRU in behandeling genomen meldingen over brandonveilige situaties. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Toezicht wordt uitgevoerd conform de toezichtstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 en bijlage 5 van het VTH-beleidsplan 2019-2024. Het oppakken (door het team Omgevingstoezicht) van deze taak overeenkomstig de sanctiestrategie (§4.10.4 VTH-beleidsplan) en de werkprocessen ‘opleggen sanctie’, ‘uitvoeren dwangsom’ en ‘uitvoeren bestuursdwang’ (zie bijlage 4 en 5). Uitvoering - Wie gaat dit doen? VRU Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? –Aantal beoordelingen (door de VRU) melding brandveilig gebruik: 50 –Het behandelen (door de VRU) van klachten over brandonveilige situaties. Prognose: 10 klachten; Evaluatie - Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? –Aantal beoordelingen (door de VRU) melding brandveilig gebruik: 53 –Het behandelen (door de VRU) van klachten over brandonveilige situaties. In werkelijkheid: 10 klachten. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingstoezicht) 7. Handhavingsverzoeken Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het behandelen van formele handhavingsverzoeken. Uit de praktijk volgt dat het merendeel van de handhavingsverzoeken betrekking heeft op (vermeend) handelen in strijd met het omgevingsplan (met RO-regels). Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 Wat vinden we belangrijk? Eén van de doelstellingen van het VTH-beleidsplan 2029-2024 is om meer risico- en themagestuurd uitvoering te geven aan de VTH-taken (§2.3.2 Missie en visie en §2.3.3 Doelstellingen VT-beleid om zodoende de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen. Het behandelen van handhavingsverzoeken is evenwel ook reactief van aard. De plicht hiertoe volgt uit jurisprudentie. Deze reactieve handhaving beperken wij zoveel mogelijk door een duidelijk onderscheid te maken tussen formele handhavingsverzoeken enerzijds en meldingen of klachten anderzijds. Formele handhavingsverzoeken moeten worden behandeld en worden dus ook behandeld. Meldingen en klachten behandelt de gemeente ook, maar deze hebben een lagere prioriteit dan formele handhavingsverzoeken. Op deze wijze houdt de gemeente zoveel als mogelijk zelf regie over waar zij haar handhavingscapaciteit op inzet. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? 100% van de handhavingsverzoeken worden behandeld conform de werkprocessen (bijlagen 4, 5 en 6) Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Bij het meten van onze doelstellingen registreren we het volgende: Aantal ingediende handhavingsverzoeken; Aantal afgeronde handhavingsverzoeken; Aantal afgewezen handhavingsverzoeken; Aantal toegewezen handhavingsverzoeken; Monitoring werkprocessen door steekproef in het zaakregistratiesysteem Rx.Mission. Doordat de werkprocessen in het zaaksysteem Rx.Mission zijn verwerkt, zijn de te nemen stappen en uit te voeren taken geborgd, verdeeld over verschillende behandelaren. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Handhaving wordt uitgevoerd conform de handhavingsstrategie (toezichtstrategie en sanctiestrategie) zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 (§ 4.3 en 4.4 respectievelijk) van de U&H-Strategie 2025-2028 en de werkprocessen ‘toezicht n.a.v. meldingen en handhavingsverzoeken (bijlage 6), ‘opleggen sanctie (bijlage 7), en ‘uitvoeren dwangsom en uitvoeren bestuursdwang’ (bijlage 8). Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Prognose 2025: Behandelen van 21 handhavingsverzoeken Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Daadwerkelijk 2025: Aantal ingediende handhavingsverzoeken 61 (2024:21) Uit de jaarcijfers van 2025 bleek dat het aantal ingediende aantal verzoeken daadwerkelijk 61 was (ten opzichte van 21 handhavingsverzoeken in 2024). Ten opzichte van 2024 hebben we in 2025 een verdrievoudiging van het aantal handhavingszaken gezien ten opzichte van het jaar ervoor. We verwachtten al een stijgende lijn ten opzichte van voorgaande jaren, echter heeft deze stijging onze verwachting overstegen. Het filteren op het aantal ingediende, toegewezen en afgewezen handhavingsverzoeken uit ons systeem bleek lastig gelet op de instellingen in ons workflowsysteem. Dit hoofdstuk laat daarom enkel het totaal aantal ingediende handhavingsverzoeken zien. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingstoezicht) 8. Meldingen, klachten & ambtshalve handhaving Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft: a.Handhaving n.a.v. toezicht op omgevingsvergunning (n.a.v. productblad 5):Eventuele problemen tijdens de bouw worden zoveel als mogelijk door de toezichthouder opgelost. De toezichthouder maakt bijvoorbeeld afspraken met de vergunninghouder over aanleveren van nieuwe constructieberekeningen, over het treffen van een noodvoorziening of over ondergeschikte afwijkingen. Kan een probleem niet binnen de verleende vergunning worden opgelost, dan volgt alsnog een handhavingstraject. b.Handhaving n.a.v. integraal toezicht:Onze toezichthouders omgevingsrecht worden zo nu en dan door ketenpartners, zoals politie, Boa’s, of toezichthouders BRP, verzocht aan te haken bij integrale controles op het gebied van openbare orde en veiligheid. Bijvoorbeeld bij het ontmantelen van hennepkwekerijen haakt bouwtoezicht aan voor een veiligheidscontrole of een toets aan het bestemmingsplan. Overtredingen die tijdens deze controles worden geconstateerd worden in principe altijd opgepakt, om onveilige situaties te beëindigen of om ondermijning tegen te gaan. c.Handhaving n.a.v. ambtshalve constateringen, meldingen of klachten bij of aangaande: –(potentieel) gevaarlijke situaties; –excessieve situaties; –actuele overtredingen waarbij erger kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door het opleggen van een bouwstop; –monumenten. Buiten deze gevallen worden klachten of meldingen niet in behandeling genomen, en wordt er een wrakingsbrief verzonden. De klager of melder wordt hiervan op de hoogte gesteld. Handhaving kan door hen alsnog worden afgedwongen door het indienen van een formeel handhavingsverzoek. Handhavingsverzoeken kunnen niet anoniem worden gedaan. Vergunningplichtige situaties omtrent monumenten worden in de U&H-Strategie 2025-2028 hoog geprioriteerd. Klachten of meldingen worden altijd in behandeling genomen en naar aanleiding van (ambtshalve) geconstateerde overtredingen wordt altijd een handhavingstraject ingezet. d.Handhaving n.a.v. ambtshalve constateringen, meldingen of klachten aangaande voertuigwrakken en verkeerd gestalde voertuigen, project niet-recreatief gebruik recreatieverblijven en afval/vuilniszakken. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Eén van de doelstellingen van het VTH-beleid is om meer risico- en themagestuurd uitvoering te geven aan de VTH-taken (§3.1 ‘Missie en §3.2 Visie’ VTH-beleidplan 2019-2024) om zodoende de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen (§3 Strategisch beleidskader VTH-beleidsplan 2019-2024). Het behandelen van handhavingsverzoeken is evenwel ook reactief van aard. De plicht hiertoe volgt uit jurisprudentie. Deze reactieve handhaving beperken wij zoveel mogelijk door een duidelijk onderscheid te maken tussen formele handhavingsverzoeken enerzijds en meldingen of klachten anderzijds. Formele handhavingsverzoeken moeten worden behandeld en worden dus ook behandeld. Meldingen en klachten behandelen wij alleen bij uitzondering. Op deze wijze houden wij zoveel als mogelijk zelf regie over waar wij onze handhavingscapaciteit op inzetten. De keuze om alleen klachten of meldingen op te pakken in de gevallen zoals hierboven omschreven, betekent echter ook dat er klachten en meldingen zijn die niet worden opgepakt. Melders ontvangen terugkoppeling en worden gewezen op de mogelijkheid om een formeel handhavingsverzoek in te dienen. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? 100% van de handhavingsverzoeken worden behandeld conform de werkprocessen (§2.5 Algemene en gemeentelijke ontwikkelingen’ en §7 ‘Uitvoeringen’ U&H-Strategie 2025-2028). Meldingen en klachten worden geprioriteerd afgehandeld. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal opgestarte en afgehandelde handhavingszaken n.a.v. a); Aantal opgestarte en afgehandelde handhavingszaken n.a.v. b); Aantal opgestarte en afgehandelde handhavingszaken n.a.v. c); Aantal opgestarte en afgehandelde handhavingszaken n.a.v. d). Monitoring werkprocessen door steekproef in Rx.mission. Doordat de werkprocessen in het zaaksysteem Rx.mission zijn verwerkt, zijn de te nemen stappen en uit te voeren taken geborgd Strategie uit het VTH-Beleidsplan 2019-2024 - Hoe gaan we dit doen? Handhaving wordt uitgevoerd conform de handhavingsstrategie (toezichtstrategie en sanctiestrategie) zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 (§ 4.3 en 4.4 respectievelijk) van het VTH-beleidsplan 2019-2024 en de werkprocessen ‘toezicht n.a.v. meldingen en handhavingsverzoeken (bijlage 6), ‘opleggen sanctie (bijlage 7), en ‘uitvoeren dwangsom en uitvoeren bestuursdwang’ (bijlage 8). Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Prognose 2025 –Behandelen van ca. 9 handhavingszaken naar aanleiding van a); –Behandelen van ca. 6 handhavingszaken naar aanleiding van b); –Behandelen van ca. 16 handhavingszaken naar aanleiding van c); –Behandelen van ca. 114 handhavingszaken naar aanleiding van d); –150 handhavingszaken in totaal. Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Daadwerkelijk 2025: Het inzichtelijk maken van het aantal ingediende, toegewezen en afgewezen handhavingszaken binnen het huidige workflowsysteem bleek in 2025 complex, mede door de gehanteerde systeeminstellingen van workflowsysteem. Dit vraagstuk is tevens toegelicht in productblad 7. Er zijn in 2025 in totaal 166 handhavingszaken behandeld. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingstoezicht) 9. Project: Oneigenlijk grondgebruik (Snippergroen) Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Team Omgevingsontwikkeling heeft in kaart gebracht wat de omvang is van door particulieren in gebruik genomen stroken snippergroen. Dit is vastgelegd in de eindrapportage “Inventarisatie oneigenlijk grondgebruik” van december 2023. Daarbij is bekeken welke percelen verkoopbaar zijn, en welke gronden de gemeente in eigendom wil houden. Stroken snippergroen kunnen als 'strategisch' worden aangemerkt, bijvoorbeeld omdat er kabels of leidingen in de grond liggen, vanwege ruimtelijke kwaliteit, of vanwege toekomstige ontwikkelingen in het kader van klimaatadaptatie. Dergelijke gronden worden niet verkocht. Er zal ook gekeken worden hoe oneigenlijk gebruik van gemeentegrond kan worden tegengegaan. In onze “Strategisch Openbaar Groenkaart” is in kaart gebracht welke stroken momenteel in oneigenlijk gebruik zijn, welke stroken in zelfbeheer (participatie) zijn uitgegeven en welke stroken de gemeente in eigendom heeft of wil houden. De daadwerkelijke handhaving op het oneigenlijk grondgebruik ligt tot op heden stil. Dit in verband met een nog niet gedane overdracht van dit project. Inwoners zullen langs de privaatrechtelijke weg aangeschreven worden op oneigenlijk gebruik. Dit betekent dat de (bestuursrechtelijke) handhaving op oneigenlijk gebruik van gronden, vanaf 2026 niet (meer) bij het team Toezicht & Handhaving ligt. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Projectmatig en thema-gestuurd toezicht houden en handhaven op een bepaald onderwerp past binnen het algemene uitgangspunt van het VTH-beleid om meer risicogestuurd uitvoering te geven aan de VTH-taken. De U&H-strategie benoemt verschillende RO-thema’s die vanwege andere factoren dan een risicoanalyse zijn geprioriteerd, zoals politieke urgentie of straatervaringen. Dit zijn de zogenoemde ‘aandachtsgebieden’ (§4.7 VTH-beleidsplan). Daarnaast kan er bestuurlijk aandacht worden gevraagd voor bepaalde situaties die zich voordoen. Deze thema’s worden de komende vier jaar projectmatig en themagestuurd aangepakt. Zoals hierboven genoemd heeft het project Snippergroen in ieder geval in 2025 stilgelegen vanwege een nog niet gedane overdracht naar een nieuwe projectleider. Waar het project Snippergroen in voorgaande jaren ondergebracht werd bij team Toezicht & Handhaving, zal dit in 2026 privaatrechtelijk aangepakt worden. De handhaving op oneigenlijk gebruik van stroken snippergroen wordt dan alsnog uitgevoerd, maar via een ander rechtssysteem. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Doel van het project is om het strijdig gebruik te beëindigen en strategische gronden in eigendom te houden/herkrijgen. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal behandelde handhavingszaken oneigenlijk grondgebruik (snippergroen). Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Handhaving en toezicht wordt uitgevoerd conform de handhavingsstrategie (toezichtstrategie en sanctiestrategie) zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024. In dit beleidsplan worden ook de werkprocessen, zoals toezicht naar aanleiding van meldingen en handhavingsverzoeken, (bijlage 5), het opleggen van sancties (bijlage 6 en het uitvoeren van dwangsommen en het uitvoeren van bestuursdwang (bijlagen 6 en 8) opgenomen. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug/externe partij Uitvoeringsprogramma 2025- Wat zouden we doen in 2025? Gezien de uitvoering van het project Recreatieterreinen zijn de werkzaamheden niet projectmatig uitgevoerd maar ad hoc zolang de bestaande capaciteit het toelaat. Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? In 2024 zijn er stukken snippergroen en gevallen van onrechtmatig gebruik in kaart gebracht. Echter heeft er in 2025 vanuit de afdeling Toezicht en Handhaving geen handhaving plaatsgevonden betrekking tot snippergroen en onrechtmatig gebruik. Ook in 2026 zal er, gezien er naar verwachting gekozen zal worden voor een privaatrechtelijke aanpak, geen sprake zijn van handhavend optreden op snippergroen vanuit team Toezicht & Handhaving. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Bouwen en RO (team Omgevingstoezicht) 10. Project: niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Vanuit Team Omgevingstoezicht worden handhavingstrajecten ingezet om de permanente bewoning van recreatieverblijven te beëindigen. Dit gebeurt middels het opleggen van een last onder dwangsom aan permanente bewoners van een recreatiewoning en de eigenaren van recreatiewoningen binnen onze gemeente. Omdat op diverse terreinen niet-recreatief gebruik plaatsvindt, zoals permanente bewoning, is parallel aan de bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ een daarbij behorende nota ‘Niet-recreatief gebruik’ uitgebracht, waarin wordt uiteengezet hoe de gemeente om wil gaan met het niet-recreatief gebruik op recreatieterreinen. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019 2024 - Wat vinden we belangrijk? Projectmatig en themagestuurd toezicht houden en handhaven op een bepaald onderwerp past binnen het algemene uitgangspunt van het VTH-beleid om meer risicogestuurd uitvoering te geven aan de VTH-taken. Het VTH-beleid benoemt verschillende RO-thema’s die vanwege andere factoren dan een risicoanalyse zijn geprioriteerd, zoals politieke urgentie of straatervaringen. Dit zijn de ambities uit de Omgevingsvisie (zie 2.3. Bestuurlijke ambities en 2.4 Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen) Daarnaast kan er bestuurlijk aandacht worden gevraagd voor specifieke situaties die zich voordoen. Deze thema’s worden de komende vier jaar projectmatig en themagestuurd aangepakt. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Op permanente bewoning van recreatieterreinen en overig illegaal gebruik werd tot 2018 nauwelijks gehandhaafd. Hier liggen echter wel risico’s op het gebied van brandveiligheid, aanbod van recreatiemogelijkheden, druk op de natuurlijke omgeving, bereikbaarheid van hulpdiensten etc. Met dit project worden de hierboven genoemde risico’s voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk beperkt. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantallen handhavingsacties gericht op beëindigen permanente bewoning worden vastgelegd. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Handhaving en toezicht wordt uitgevoerd conform de handhavingsstrategie (toezichtstrategie en sanctiestrategie) zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024. In dit beleidsplan worden ook de werkprocessen, zoals toezicht naar aanleiding van meldingen en handhavingsverzoeken, (bijlage 5), het opleggen van sancties (bijlage 6 en het uitvoeren van dwangsommen en het uitvoeren van bestuursdwang (bijlagen 6 en 8) opgenomen. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug, waar nodig met ketenpartners. Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Het doel was om in 2025 actief te handhaven op permanente bewoning van recreatieobjecten, zijnde een overtreding van het Omgevingsplan. Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Na de start van dit project in 2023 is er in 2024 handhavend opgetreden tegen permanente bewoning op recreatieparken. Ook in 2025 is deze aanpak projectmatig voortgezet. Er zijn op zichzelf staande overtredingen geconstateerd door onze toezichthouder tijdens locatiebezoeken. Van de 20 parken die opgenomen zijn in het Bestemmingsplan Recreatieterreinen zijn we op circa 10 parken aan het controleren. Wij zijn voornemens handhavend op te treden tegen gemelde en geconstateerde overtredingen van niet-recreatief gebruik van recreatieobjecten. In 2025 heeft onze toezichthouder 215 controles uitgevoerd, op circa tien recreatieparken in onze gemeente. Ook zijn er 25 rondes gelopen in het kader van toezicht. Ook is er 1 BRP-controle uitgevoerd, en 4 controles op verzoek van onze afdeling Burgerzaken. Daarnaast hebben wij een integrale controle uitgevoerd op recreatiepark het omvangrijke recreatiepark De Ossenberg te Overberg. Deze controle is uitgevoerd in samenwerking met de politie en andere ketenpartners. Er is gekozen voor een integrale controle op dit omvangrijke recreatiepark om grip en inzicht te houden. Dit wordt tevens gedaan met het oog op ondermijnende activiteiten. In 2025 hebben wij twee bezwaren ontvangen. Eind 2024 is een grootschalige controle uitgevoerd door team Toezicht en Handhaving op recreatieterrein De Ossenberg, waar een totaal van 64 bewoners is gecontroleerd. Deze controle vond eind december 2024 plaatst, en met het oog op de tot zover nog onduidelijke kaders van minister Mona Keijzer met betrekking tot het toestaan van permanente bewoning op recreatieparken, werd er in eerste instantie gewacht met het aanschrijven van deze bewoners. De instructieregel liet lang op zich wachten. Er is besloten de handhaving op permanente bewoning door te zetten. In april 2025 zijn we begonnen met het aanschrijven van bewoners van de Ossenberg. In 2025 zijn er circa 47 handhavingszaken opgestart met betrekking tot permanente bewoning op recreatieparken. De handhaving is echter “on hold” gezet omdat de instructieregel steeds concreter werd. Gelet op de menselijke maat hebben wij gekozen voor het “on hold” zetten. Eerder opgelegde begunstigingstermijnen en daarbij horende dwangsommen van voorheen aangeschreven bewoners bleven lopen, maar deze dwangsommen zijn in 2025 niet ingevorderd. De (concept)instructieregel vraagt gemeenten om bestaande gevallen van permanente bewoning op recreatieparken toe te staan in het omgevingsplan. Daarvoor is een peildatum opgenomen. Bewoners die concreet aantoonbaar kunnen maken dat zij vòòr of op 16 mei 2024 al op het BRP-adres van hun recreatieverblijf woonden, komen in aanmerking voor een gedoogbeschikking. Bewoners dienen hun permanente bewoning vòòr of op 16 mei 2024 concreet inzichtelijk te maken door het overleggen van documentatie van instanties zoals de Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), een huisarts(en praktijk), of een (zorg)verzekeraar. De stukken dienen het BRP-adres van het recreatieverblijf aan te tonen. Brandveiligheid op recreatieterreinen Naast het project dat zich richt op permanente bewoning op recreatieterreinen, wordt ook separaat aandacht besteed aan de brandveiligheid op deze terreinen. In 2024 is er verder gegaan met de inventarisering van brandveiligheid en bluswatervoorzieningen op recreatieparken. Onze toezichthouders hebben, in samenwerking met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) alle recreatieparken bezocht die onder het bestemmingsplan “Recreatieterreinen” vallen. Daarna zijn de recreatieparken (en camping Darthuizen) binnen onze gemeente die niet vallen onder het bestemmingsplan “Recreatieterreinen” eveneens gecontroleerd op brandveiligheid. In 2024 voldeed slechts één van de 21 recreatieparken (Landal Amerongse Berg) aan alle eisen van brandveiligheid. In 2025 voldeden er niet meer parken aan alle eisen van brandveiligheid ten opzichte van 2024. Echter was nergens sprake van een zodanige brandonveilige situatie, dat direct handhavend moest worden opgetreden. We hebben de parkeigenaren een termijn gegeven voor het in orde maken van de bluswatervoorzieningen, voor de algehele veiligheid van recreanten en de natuur. Parkeigenaren kregen in eerste instantie tot 2026 om de bluswatervoorzieningen op orde te krijgen. Dit zijn grote investeringen van tussen de 20.000 en 30.000 euro. Daarom heeft de gemeente een reële termijn opgelegd. Een termijn tot 2026 bleek voor veel parkeigenaren niet haalbaar. Met het oog op het belang van brandveiligheid is deze termijn verlengd tot april 2027. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. 3.2. Productbladen Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 11. Alcoholwet en horeca Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Binnen onze gemeente wordt actief toezicht gehouden op horeca-inrichtingen, supermarkten, winkels, para-commerciële instellingen en evenementen in het kader van de Alcoholwet en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarbij worden meerdere afdelingen en uiteenlopende typen maatregelen ingezet om alcohol- en drugsproblematiek aan te pakken. Het huidige horeca-inrichtingenbestand omvat circa 135 geldige Alcoholwetvergunningen en ongeveer 15 inrichtingen die uitsluitend exploitatievergunningplichtig zijn. Van de Alcoholwetvergunningen betreffen circa 85 de reguliere horeca, ongeveer 10 zijn verleend aan slijterijen en circa 40 aan paracommerciële inrichtingen. Het aantal zogenoemde artikel 18-bedrijven (niet-vergunningplichtige verkooppunten zoals supermarkten en delicatessenwinkels) bedraagt circa 60. Daarnaast verstrekt de gemeente jaarlijks ongeveer 50 ontheffingen voor het tijdelijk schenken van alcohol. Deze aantallen zijn de afgelopen jaren stabiel gebleven. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). De inzet van boa’s is, buiten het toezicht op evenementen en Alcoholwet, gericht op de afhandeling van klachten en meldingen van inwoners/ bedrijven. Daarnaast geven ze prioriteit aan fout parkeren, blauwe zone, afvaldumpingen, zwerfvuil, fietsen stationsgebieden en weesfietsen, woonoverlast, algemene overlast met betrekking tot de leefbaarheid, ondermijning en basisregistratie personen i.v.m. opsporing fraude -> Prioriteiten en aandachtsgebieden (§4.6 VTH-Beleid ‘prioriteiten’ en §4.7 VTH-Beleid ‘Aandachtsgebieden’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren effectief tegengaan door het uitvoeren van leeftijdsgrenscontroles: het toezicht bestaat uit observaties op de plaatsen waar en de tijdstippen waarop (vermoed wordt dat) jongeren drank kopen en nuttigen. Het betreffen aldus controles bij uiteenlopende verkooppunten, van cafés, kantines bij sportverenigingen en evenementen tot supermarkten, slijterijen en snackbars. De inrichtingseisen worden gecontroleerd door een toezichthouder Omgevingswet. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –Aantal uitgevoerde basiscontroles + aantal overtredingen + soort overtreding –Aantal uitgevoerde leeftijdsgrenzencontroles + aantal overtredingen –Aantal uitgevoerde controles op evenementenontheffing –Aantal waarschuwingen en sancties per soort overtreding Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Toezicht wordt uitgevoerd conform de toezichtstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024 en aan de hand van het Handhavingsbeleid Alcoholwet. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Op basis van meldingen en op eigen initiatief controleren van horeca, inclusief de Alcoholwet. Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Vanwege de suboptimale omstandigheden binnen het boa-team, zoals personeelswisselingen en capaciteitsproblemen, is dit niet (voldoende) opgepakt. Omdat de boa’s het grootste deel van het jaar geen cijfers hebben bijgehouden, kunnen wij niet aangeven hoeveel controles op dit gebied daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Enkel op basis van enkele binnengekomen meldingen is sporadisch gecontroleerd. Van september tot en met december 2025 zijn er 8 horeca meldingen binnengekomen. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 12. Evenementen Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Boa’s houden samen met ketenpartners als bouwtoezicht (constructies), politie (openbare orde), de VRU (brandveiligheid) en ODU (geluid en installaties) toezicht bij evenementen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen A-, B- en C-evenementen. A-evenementen zijn de kleinere evenementen met geen tot weinig risicovolle elementen, B-evenementen zijn iets grotere evenementen met enige risicovolle elementen en C-evenementen tot slot zijn de grote evenementen met meerdere risico-elementen. Risico- elementen betreffen bijvoorbeeld: –grote bezoekersaantallen; –constructieve veiligheid van tribunes, podia, tenten en andere constructies; –veiligheid van installaties zoals gasvoorzieningen bij standplaatsen; –brandveilig gebruik van tenten; –ingrijpende verkeersmaatregelen; –bewegende of rijdende elementen; –geluidsinstallaties; –verkoop van alcoholhoudende dranken. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Omwonenden en (nabijgelegen) ondernemers willen zo min mogelijk last ondervinden van evenementen. Hard geluid, beperkte bereikbaarheid van de woon- en werkomgeving en zwerfvuil zijn de meest voorkomende vormen van hinder bij evenementen. De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). De inzet van Boa’s is, buiten het toezicht op evenementen en Alcoholwet, gericht op de afhandeling van klachten en meldingen van inwoners/ bedrijven. Daarnaast geven ze prioriteit aan fout parkeren, blauwe zonde, afvaldumpingen, zwerfvuil, fietsen stationsgebieden en weesfietsen, woonoverlast, algemene overlast met betrekking tot de leefbaarheid, ondermijning en basisregistratie personen i.v.m. opsporing fraude -> Prioriteiten en aandachtsgebieden (§4.6 VTH-Beleid ‘prioriteiten’ en §4.7 VTH-Beleid ‘Aandachtsgebieden’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Omwonenden en (nabijgelegen) ondernemers willen zo min mogelijk last ondervinden van evenementen. Hard geluid, beperkte bereikbaarheid van de woon- en werkomgeving en zwerfvuil zijn de meest voorkomende vormen van hinder bij evenementen. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –aantal uur Boa-inzet op evenementen; –aantal evenementenvergunningen en aantal daarvan gecontroleerde evenementen, onderverdeeld in categorie A-, B- en C-evenementen; –aantal en type daarbij geconstateerde overtredingen; –ten aanzien van de gecontroleerde evenementen: per evenement (per controledag): de boa stelt een controlerapport op van het verloop van het evenement, de gecontroleerde aspecten/elementen, de samenwerking met ketenpartners en de eventuele sanctionering. Dit rapport wordt gedeeld met ketenpartners. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Een overtreding van geringe aard en ernst wordt afgedaan met een waarschuwing en/of hersteltermijn. Bij herhaling en/of uitblijven van herstel wordt, afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, een boete of herstelsanctie opgelegd. Ten aanzien van de grotere en/of jaarlijks terugkomende evenementen wordt het verloop van het evenement besproken in het evenementenoverleg. Overwogen wordt of de vergunning voor het komende jaar verscherping of extra voorschriften behoeft of dat het wenselijk is om het toezicht te intensiveren. Om dezelfde reden worden deze evenementen ook geëvalueerd met de vergunninghouder zelf. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Politie VRU ODU Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? –100% toezicht bij C-evenementen (prognose: 2 vergunningen); –10% toezicht bij B-evenementen (prognose: 10 vergunningen); –0% toezicht bij A-evenementen (prognose: 30 vergunningen). Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Controle louter van bepaalde B- en C-evenementen. Deze taak werd gecombineerd uitgevoerd met het toezicht op de artikel 35-ontheffingen (Alcoholwet). Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 13. Afval Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Dit handhavingsthema betreft uiteenlopende overtredingen op het gebied van afval en vervuiling van de openbare ruimte. De regelgeving is neergelegd in de Afvalstoffenverordening. Daarnaast draagt het bij aan de beeldkwaliteit van de en een schone leefomgeving in gemeente. Binnen dit thema komt hoge prioriteit toe aan bijplaatsingen (verkeerd aanbieden van huisvuil bij ondergrondse containers) en aan zwerfvuil (met name langs ‘snoeproutes’ en bij hangplekken van jongeren). Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd, hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§3.3 U&H-Strategie). De inzet van Boa’s is, buiten het toezicht op evenementen en Alcoholwet, gericht op de afhandeling van klachten en meldingen van inwoners/ bedrijven. Daarnaast geven ze prioriteit aan foutparkeren, blauwe zone, afvaldumpingen, zwerfvuil, fietsen stationsgebieden en weesfietsen, woonoverlast, algemene overlast met betrekking tot de leefbaarheid, ondermijning en basisregistratie personen i.v.m. opsporing fraude (§3.4.2 Prioriteiten toezicht en handhaving) Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? De doelstellingen staan opgenomen in het VTH-Beleid: §4.9.2 ‘Doelstellingen APV – Bijzondere Wetten’. Bijplaatsing en afvaldump: –Structurele (dagelijkse) controles bij ondergrondse containers op basis van hotspots/hottimes en meldingen; Zwerfvuil: –Structurele controles op zwerfvuil op basis hotspots/hottimes (snoeproutes en hangplekken) en meldingen; Afvalstoffenverordening overig: –Afhankelijk van de aard van de melding wordt de melding doorgezet naar de Buitendienst, door Boa’s zelf opgepakt of, in verband met geen prioriteit, niet opgepakt. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –Aantal uur inzet op bijplaatsing en dump; –Aantal uur inzet op zwerfvuil; –Aantal meldingen en overtredingen op bijplaatsing; –Aantal meldingen en overtredingen op zwerfvuil; –Aantal meldingen en overtreding op Afvalstoffenverordening overig Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Bijplaatsing en afvaldump: –De gemeente past bestuursdwang toe door het (laten) verwijderen van het betreffende afval. Overtreder ontvangt een kostenverhaalbeschikking. Zwerfvuil: –Sanctionering is alleen mogelijk bij constatering op heterdaad. Dit komt niet vaak voor. De nadruk ligt op het (positief) aanspreken van vermoedelijke overtreders (vaak hangjeugd). Afvalstoffenverordening overig: –Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding worden waarschuwingen gegeven, boetes opgelegd of kostenverhaalbeschikkingen gegeven. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Bijplaatsing en afvaldump: –Structurele (dagelijkse) controles bij ondergrondse containers op basis van hotspots/hottimes en meldingen; Zwerfvuil: –Structurele controles op zwerfvuil op basis hotspots/hottimes (snoeproutes en hangplekken) en meldingen; Afvalstoffenverordening overig: –Afhankelijk van de aard van de melding wordt de melding doorgezet naar Team Reiniging, door Boa’s zelf opgepakt of, in verband met geen prioriteit, niet opgepakt. Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025? Vanwege de suboptimale omstandigheden binnen het boa-team, zoals personeelswisselingen en capaciteitsproblemen, is dit niet (voldoende) opgepakt. Omdat de boa’s het grootste deel van het jaar geen cijfers hebben bijgehouden, kunnen wij niet aangeven hoeveel controles op dit gebied daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Er zijn circa 40 kostenverhaalbeschikkingen in 2025 opgemaakt. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 14. Parkeren Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Binnen dit thema is een aantal onderwerpen geprioriteerd. Aan die onderwerpen wordt op structurele basis capaciteit ingezet en worden klachten/meldingen bij voorrang behandeld. De geprioriteerde onderwerpen betreffen: –Blauwe zones (binnen de gemeente zijn 4 blauwe zones aangewezen); –Parkeerexcessen (gevaarlijk of hinderlijk parkeren, parkeren zonder gehandicaptenparkeerkaart, autowrak en dergelijke); –Fout gestalde fietsen in het stationsgebied; –Caravans en aanhangers (langer dan 3 dagen aaneen gestald). Relevante regelgeving is neergelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de APV. Toezicht op rijdend verkeer ligt hoofdzakelijk bij de politie; de Boa's zijn -een enkele uitzondering daargelaten- alleen bevoegd ten aanzien van stilstaand verkeer. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd, hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (zie §3.3 U&H-Strategie 2025-2028 ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). De inzet van de Boa’s is, buiten het toezicht op evenementen en Alcoholwet, gericht op de afhandeling van klachten en meldingen van inwoners en/of bedrijven. Door een tekort aan personele bezetting kon er geen prioriteit meer worden gegeven aan foutparkeren, de blauwe zone, afvaldumpingen, zwerfvuil, fietsen stationsgebieden en weesfietsen, woonoverlast, algemene overlast met betrekking tot de leefbaarheid, ondermijning en basisregistratie personen in verband opsporing fraude (zie §4.6 VTH-Beleid ‘prioriteiten’ en §4.7 VTH-Beleid ‘Aandachtsgebieden’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Blauwe zones –Elke zone binnen de gemeente wordt eenmaal per week gecontroleerd. Parkeerexcessen –Toezicht n.a.v. klachten/meldingen of eigen waarneming. Klachten/meldingen worden bij voorrang behandeld. Fietsen stationsgebied –wekelijkse controle en verschillende opruimacties. Caravans en aanhangers –Toezicht n.a.v. klachten/meldingen of eigen waarneming. –N.a.v. overige klachten en meldingen op het gebied van parkeren/Blauwe zone wordt geringe toezichtcapaciteit op ingezet. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –Aantal uur inzet op blauwe zones + aantal overtredingen; –Aantal uur meldingen/klachten over parkeren + aantal overtredingen; –Aantal fietsenopruimacties + aantal uur inzet op fietsenopruimacties; –Aantal meldingen/klachten over caravans en aanhangers + aantal overtredingen. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Blauwe zones: –Waarschuwing of boete Parkeerexcessen: –Direct boete of, als direct ingrijpen nodig is, bestuursdwang. Fietsenopruimacties stationsgebied: –Bestuursdwang Caravans en aanhangers: –Overtreder wordt in de gelegenheid gesteld de overtreding zelf te beëindigen. Als dit niet tijdig gebeurt: bestuursdwang. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Politie (toezicht op rijdend verkeer) Gemeente Utrechtse Heuvelrug (stilstaand verkeer) Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Blauwe zones –De blauwe worden één keer per week gecontroleerd. Parkeerexcessen –Toezicht n.a.v. klachten/meldingen of eigen waarneming. Klachten/meldingen worden bij voorrang behandeld. Fietsenopruimacties stationsgebied –Meerdere keren per jaar. –Toezicht n.a.v. klachten/meldingen of eigen waarneming. Klachten/meldingen worden bij voorrang behandeld. –N.a.v. overige klachten en meldingen op het gebied van parkeren wordt geringe toezichtcapaciteit op ingezet. Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Vanwege de suboptimale omstandigheden binnen het boa-team, zoals personeelswisselingen en capaciteitsproblemen, is dit niet (voldoende) opgepakt. Omdat de boa’s het grootste deel van het jaar geen cijfers hebben bijgehouden, kunnen wij niet aangeven hoeveel controles op dit gebied daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De fietsenacties zijn in 2025 wel doorgegaan. De actie rondom station Maarn is niet structureel uitgevoerd. Bij station Driebergen-Zeist zijn we echter wekelijks actief geweest: één keer per week werden fietsen verwijderd vanwege het geldende fietsparkeerverbod dat wij strikt handhaven. Gemiddeld zijn er elke week zo’n 40 fietsen verwijderd van dit station. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 15. Jeugd Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Binnen de gemeente zijn er verschillende overlast gevende jeugdgroepen actief. De locaties (hotspots) waar deze groepen actief zijn wisselen geregeld, alsook de samenstelling van de groepen. Door het structurele toezicht hebben de Boa’s steeds een actueel beeld van de groepen. De aard van de overlast hangt samen met onderwerpen als zwerfvuil, geluid, alcohol, drugs en, rond de jaarwisseling, vuurwerk. In het kader van de criminele hangjeugd is de rol van de Boa vooral ondersteunend aan de politie. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). De inzet van Boa’s is, buiten het toezicht op evenementen en Alcoholwet, gericht op de afhandeling van klachten en meldingen van inwoners/ bedrijven. Daarnaast geven ze prioriteit aan fout parkeren, blauwe zone, afvaldumpingen, zwerfvuil, fietsen stationsgebieden en weesfietsen, woonoverlast, algemene overlast met betrekking tot de leefbaarheid, ondermijning en basisregistratie personen i.v.m. opsporing fraude -> Prioriteiten en aandachtsgebieden (§4.6 VTH-Beleid ‘prioriteiten’ en §4.7 VTH-Beleid ‘Aandachtsgebieden’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Toezicht vindt wekelijks op hotspots en naar aanleiding van klachten/meldingen (ca. 10 uur per week). Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal uur inzet op jeugd gerelateerde zaken. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? De nadruk ligt op het (positief) aanspreken van jongeren op hun gedrag en het doorgeven van signalen aan de ketenpartners. In het geval van alcoholbezit onder de 18 jaar wordt proces-verbaal opgemaakt. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Politie Gemeente Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Toezicht vindt wekelijks en structureel plaats op hotspots en naar aanleiding van klachten/meldingen (ca. 10 uur per week). Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Vanwege de suboptimale omstandigheden binnen het boa-team, zoals personeelswisselingen en capaciteitsproblemen, is dit niet (voldoende) opgepakt. Omdat de boa’s het grootste deel van het jaar geen cijfers hebben bijgehouden, kunnen wij niet aangeven hoeveel controles op dit gebied daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 16. Ondermijning, openbare orde & adresonderzoek BRP Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? De gemeente zet flink in op het delen van informatie en kennis met samenwerkende partners zoals onder andere de politie om ondermijning en minder zichtbare vormen van criminaliteit aan te pakken zoals fraude, hennepteelt en witwassen. In het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 (was 2019-2022) wordt in breder verband aandacht besteed aan het onderwerp ondermijning en de aanpak daarvan. Op dit moment dragen de Boa’s bij aan de aanpak van ondermijning door deel te nemen aan integrale controles van verdachte panden met politie. De Boa’s fungeren daarbij als toezichthouder in het kader van de Wet BRP, de Alcoholwet en de APV. Bij deze integrale controles zijn ook Wabo-toezichthouders aanwezig in verband met de bouwkundige aspecten van een gebouw en een eventuele planologische toets. Daarnaast doen Boa’s reguliere adresonderzoeken. Dit in het kader van de aanpak van fraude en daarnaast om de basisregistratie actueel te houden. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). De inzet van Boa’s is, buiten het toezicht op evenementen en Alcoholwet, gericht op de afhandeling van klachten en meldingen van inwoners/ bedrijven. Daarnaast geven ze prioriteit aan fout parkeren, blauwe zone, afvaldumpingen, zwerfvuil, fietsen stationsgebieden en weesfietsen, woonoverlast, algemene overlast met betrekking tot de leefbaarheid, ondermijning en basisregistratie personen i.v.m. opsporing fraude -> Prioriteiten en aandachtsgebieden (§4.6 VTH-Beleid ‘prioriteiten’ en §4.7 VTH-Beleid ‘Aandachtsgebieden’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Terugdringen van ondermijning en bevorderen openbare orde. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –Aantal uur Boa-inzet op het reguliere adresonderzoek; –Aantal gecontroleerde adressen i.h.k.v. het reguliere adresonderzoek BRP; –Aantal uur Boa-inzet op ondermijning/integrale controles verdachte panden; –Aantal gecontroleerde verdachte panden; –Aantal klachten/meldingen aangaande ondermijning of openbare orde-aangelegenheden. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? –Reguliere adrescontroles: de controleresultaten koppelen de Boa’s terug aan thema Publiek of het Ministerie van BZK. –Bestuursrechtelijke sanctionering in het kader van de openbare orde ligt bij thema Koers. Dit betreffen bijvoorbeeld overtredingen van de Opiumwet (met als sanctie sluiting woning of gebouw i.v.m. vervaardigen van en/of handelen in drugs) of van de Gemeentewet (met als sanctie sluiting woning of gebouw i.v.m. verstoring van de openbare orde). De Boa’s dragen zorg voor dossiervorming en praktische afhandeling van de sluiting van een pand. –Aan overtredingen van de Wabo/Omgevingswet of Woningwet die tijdens integrale controles van verdachte panden worden geconstateerd, komt een hoge prioriteit toe en worden conform het stappenplan ‘opleggen sanctie’ (bijlage 4) opgepakt. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Politie Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Reguliere adrescontroles BRP (doorgezet vanuit thema Publiek of ministerie van BZK); Integrale controles van verdachte panden. Behandelen klachten en meldingen over openbare orde-aangelegenheden (in afstemming met adviseur Openbare orde en veiligheid/wijkagent). Evaluatie – Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? In het kader van de ondermijning is het volgende uitgevoerd: –Circa 100 adressen op vakantiepark De Ossenberg zijn gecontroleerd tijdens de integrale controles. –In de week tegen ondermijning zijn 25 adressen bezocht. –Gedurende het jaar zijn 25 adressen bezocht voor een 'knock and talk' gesprek. –Daarnaast zijn er 4 overige panden (horeca, opslagboxen, enzovoort) bezocht tijdens een integrale controle. Niet bij alle integrale controles was een boa of toezichthouder aanwezig. –Tot slot is in 2025 één woning gesloten op grond van de Opiumwet, zijn vijf lasten onder dwangsom opgelegd op grond van de Opiumwet en zijn twee waarschuwingen gegeven. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 17. Markt Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? De gemeente Utrechtse Heuvelrug kent vijf weekmarkten, variërend in omvang. –Bereikbaar en beschikbaar zijn bij calamiteiten zoals stroomuitval; –Controleren van zogenoemde ‘meelifters’ (steekproefsgewijs op alle weekmarkten); –Weg afsluiten bij opstart weekmarkten Driebergen-Rijsenburg en Doorn en vrijgeven bij einde markt; –Toezicht op (brom)fietsen + RDW check op de markt (met name weekmarken Driebergen-Rijsenburg en Doorn); –Wegslepen auto’s (met name weekmarkten Driebergen-Rijsenburg en Doorn). Naast de weekmarkten zijn er in de gemeente ongeveer 15 vaste of seizoen standplaatsen vergund. Het toezicht daarop vindt plaats naar aanleiding van meldingen/klachten of in het voorbijgaan tijdens surveillancerondes. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024- Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? De markt vormt een visitekaartje voor de gemeente: een gezellige markt vormt een trekpleister en is een belangrijke voorziening. Maar de warenmarkt is tegelijk een voorziening die aandacht in termen van veiligheid behoeft. Er komen veel mensen samen en er wordt gewerkt met installaties en apparaten die elektriciteit en gas verbruiken. Dit brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Deze taak ziet erop om de veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk terug te dringen en de markt in goede banen te leiden. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Monitoring van klachten. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Wekelijks gaat de marktmeester: Openen en sluiten van de weekmarkten. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? Meer toezicht op onjuist geparkeerde voertuigen. Evaluatie –Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Om de markt goed te laten verlopen, worden voertuigen die in de weg staan verwijderd. Indien mogelijk wordt eerst contact opgenomen met de eigenaar van het voertuig. In sommige gevallen woont de eigenaar van het voertuig in de directe omgeving. Er wordt dan geprobeerd bij de eigenaar aan te bellen en/of het telefoonnummer te achterhalen, maar dit lukt niet altijd. Als er niet tijdig wordt gereageerd of het telefoonnummer niet kan worden achterhaald, zal het voertuig worden weggesleept. In 2025 is deze overtreding meerdere keren geconstateerd, waarbij circa tien voertuigen middels spoedeisende bestuursdwang zijn verwijderd. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 18. Bomen Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft het controleren van omgevingsvergunningen voor het kappen en snoeien van bomen en het toezicht op illegale kap naar aanleiding van klachten en meldingen. Regels omtrent het kappen van bomen zijn neergelegd in de Bomenverordening, in samenhang met de Omgevingswet. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2025-2028 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Vergunning met herplantplicht: –Alle vergunningen met herplantplicht worden gecontroleerd, eenmaal na het aflopen van de termijn tot herplant en een of meerdere controle(s) ten behoeve van de instandhoudingplicht. Vergunningen zonder herplantplicht: –Deze vergunningen worden uitsluitend gecontroleerd naar aanleiding van klachten of meldingen. Noodkap: –De toezichthouder Openbare Ruimte, een medewerker van team Beheer of de landschapscoördinator beoordeelt, meestal naar aanleiding van meldingen of klachten, of een noodkap noodzakelijk is. Wordt een noodkap uitgevoerd, dan moet de eigenaar alsnog een omgevingsvergunning kap aanvragen. Bescherming van bomen tijdens de bouw: –Bij bouwprojecten waar bomen moeten worden beschermd, ziet de toezichthouder Openbare Ruimte erop toe dat voldoende maatregelen worden getroffen. Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen: –Bij klachten of meldingen over kap- en snoeiwerkzaamheden beoordeelt de toezichthouder Openbare Ruimte of de werkzaamheden vergunningsvrij of -plichtig zijn. In de meeste gevallen zal de toezichthouder constateren dat de werkzaamheden vergunningsvrij zijn. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? –Aantal gecontroleerde vergunningen voor kap- of snoeiwerkzaamheden; –Aantal handhavingstrajecten in verband met illegale kap- en snoeiwerkzaamheden; –Aantal uren inzet toezichthouder Openbare Ruimte; –Aantal uren inzet jurist. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Vergunning met herplantplicht: –Bij niet naleving van de herplantplicht wordt een handhavingstraject ingezet conform het stappenplan ‘opleggen sanctie’ (bijlage 4); Noodkap: –Indien sprake is van een noodsituatie dient een vergunning te worden aangevraagd. Gelijktijdig dient de inwoner telefonisch melding te doen van de noodsituatie. Als de boomdeskundige (na inspectie) de urgentie onderschrijft, wordt er een toestemming tot noodkap geregeld. De vergunningprocedure gaat na de noodkap door. Vraagt de eigenaar geen vergunning of doet de eigenaar geen meldering, dan volgt een handhavingstraject in verband met illegale kap (conform stappenplan ‘opleggen sanctie’, bijlage 4). Mogelijk wordt de vergunning verleend onder voorwaarde van herplant. Bescherming van bomen tijdens de bouw: –In het geval dat bomen niet adequaat beschermd worden, treedt de toezichthouder in overleg met de uitvoerder van het bouwproject over de te nemen beschermingsmaatregelen. Bij niet nakoming wordt de bouw stilgelegd. In het geval van illegale kap moet een legaliserende vergunning worden aangevraagd. Bij uitblijven daarvan wordt een handhavingstraject ingezet conform stappenplan ‘opleggen sanctie’ (bijlage 4); Illegale kap geconstateerd n.a.v. klachten en meldingen: –Bij het constateren van illegale kap wordt een handhavingstraject ingezet conform stappenplan ‘opleggen sanctie’ (bijlage 4) waarbij een herplantplicht wordt opgelegd. Eventueel wordt bezien of strafrechtelijk vervolg wordt gegeven aan de overtreding. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? De toezichthouder bomen controleert de uitvoer van kapvergunningen en of de herplantplicht is nageleefd. Als de herplantplicht is nageleefd, voert de toezichthouder meerdere instandhoudingsplicht controles uit. Daarnaast reageert de toezichthouder op meldingen over mogelijke illegale kap. Evaluatie –Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Controles uitgevoerd naar aanleiding van de vergunningen met herplant- en instandhoudingsplicht, klachten/meldingen en illegale kap. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid 19. APV overig (leefbaarheid) Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Deze taak betreft een aantal kleinere onderwerpen die de leefbaarheid van de woonomgeving betreffen. Daarnaast fungeert deze taak als soort ‘restcategorie’. –Bijtincidenten honden Meldingen van bijtincidenten worden door Boa’s in samenwerking met (de hondengeleider van) de politie opgepakt. Boa’s zorgen voor dossiervorming en, als de burgemeester op advies van de politie besluit een muilkorf- of kort aanlijngebod op te leggen, controleren de Boa’s de naleving daarvan. Besluitvorming wordt voorbereid door de jurist. –Vuurwerk Rond de jaarwisseling wordt toezicht gehouden op het Algemeen vuurwerkverbod en het bezit van vuurwerk. Het toezicht wordt uitgevoerd naar aanleiding van bekende hotspots (hangplekken) en naar aanleiding van klachten en meldingen over overlast door vuurwerk. –Ontruimingen: Bij ontruiming van woningen plaatst de deurwaarder de inboedel op de openbare weg. De deurwaarder stelt de toezichthouder Openbare Ruimte op de hoogte van de ingeplande ontruimingen, zodat hij kan overgaan tot het, onder toepassing van bestuursdwang, laten verwijderen (vernietigen of opslaan) van de op de openbare weg geplaatste inboedels. Op de uitvoering van deze taak is werkproces ‘Ontruimingstoezicht’ van toepassing (bijlage 9). –Leefbaarheid overig Jaarlijks ontvangen de Boa’s rond de 2600 meldingen en klachten over uiteenlopende (overlast)situaties die de leefbaarheid van de woonomgeving en de openbare ruimte betreffen. De afhandeling van deze klachten is even uiteenlopend als de aard van de klachten daarvan. Geregeld betreft een klacht geen APV- aangelegenheid (verwarde personen, burenruzies) en constateren de Boa’s dat er andere problemen schuilen achter een overlastsituatie. De Boa’s vervullen daarbij een belangrijke rol in het doorverwijzen of signaleren naar ketenpartners. Voorbeelden van andere klachten (al dan niet aangaande gemeentelijke regelgeving) betreffen: objecten op de weg, overlast lampen, rookoverlast, ongedierte en verwaarloosde panden. De inzet van de Boa’s is om deze klachten af te handelen door een goed gesprek, een waarschuwing, een sanctie of door doorverwijzing naar een interne of externe ketenpartner. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2025-2028 - Wat vinden we belangrijk? De essentie van toezicht & handhaving is om naleving op wet- en regelgeving te waarborgen. De probleemanalyse voor toezicht & handhaving is uitgevoerd met behulp van de Risicomodule. De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt bij toezicht en handhaving risicogestuurd hetgeen inhoudt dat de capaciteit wordt ingezet waar de risico’s (zowel negatieve effecten als slecht naleefgedrag) het grootst zijn (§4.5 VTH-Beleid ‘Probleemanalyse toezicht en handhaving’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? Het oppakken van klachten en meldingen door boa’s in het kader van dienstbaarheid heeft als doel de dienstverlening aan inwoners te verbeteren door meldingen tijdig op te pakken en terug te koppelen over de opvolging. Daarnaast draagt deze taak bij aan het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte door snel te reageren op signalen van overlast en overtredingen. Door zichtbaar en aanspreekbaar op te treden, wordt het vertrouwen van inwoners in de boa’s en de gemeente versterkt. Bovendien helpt het tijdig signaleren en handhaven bij het voorkomen en verminderen van overlast en overtredingen, en verbetert het de informatiepositie van de gemeente, zodat structurele problemen in wijken sneller kunnen worden herkend en aangepakt. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? De haalbaarheid van de doelstellingen wordt gemeten met concrete indicatoren en normen. Zo wordt het oppakken en terugkoppelen van meldingen binnen vijf werkdagen gevolgd, met als streefwaarde dat minimaal 90% tijdig wordt afgehandeld. Leefbaarheid en veiligheid worden gemeten aan de hand van het aantal opgevolgde meldingen en handhavingsacties, terwijl het vertrouwen van inwoners wordt gemonitord via tevredenheidsonderzoeken. Overlast en overtredingen worden gevolgd door herhaalde meldingen en hotspots te analyseren. Op deze manier kan de effectiviteit van het oppakken van klachten en meldingen door de boa’s worden gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Toezicht en handhaving wordt uitgevoerd conform de toezichtstrategie zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 van het VTH-Beleidsplan 2019-2024. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Politie ODU/RUD Uitvoeringsprogramma 2025 - Wat zouden we doen in 2025? N.a.v. meldingen en klachten toezicht houden en handhaven op bijtincidenten vuurwerk, ontruimingen en leefbaarheid overig. Evaluatie –Wat hebben we in 2025 gedaan (Jaarverslag 2025)? Vanwege de suboptimale omstandigheden binnen het boa-team, zoals personeelswisselingen en capaciteitsproblemen, is dit niet (voldoende) opgepakt. Omdat de boa’s het grootste deel van het jaar geen cijfers hebben bijgehouden, kunnen wij niet aangeven hoeveel controles op dit gebied daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Van september tot en met december zijn er geen meldingen van bijtincidenten binnengekomen. Vooral in december ontvingen de boa’s veel meldingen van vuurwerkoverlast in Driebergen-Rijsenburg en Leersum. De boa’s hebben actief gecontroleerd en het gesprek met inwoners gezocht. Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. 3.3. Productbladen Taakveld Overig Taakveld Overig 20. Informatieverstrekking (intern/extern) Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? 1.Informatieverstrekking (intern) Deze taak behelst het verstrekken van juridische informatie en het geven van juridisch advies aan collega’s. 2.Informatieverstrekking (extern) Deze taak behelst het verstrekken van informatie aan burgers en bedrijven die daar om verzoeken. Dat kan formeel in een Woo-verzoek of informeel: –Bij informele verzoeken om informatie wordt deze in eerste instantie verstrekt door een casemanager die baliedienst heeft. –Formele Woo-verzoeken worden afgehandeld door een handhavingsjurist. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Onderhavige activiteit is niet concreet benoemd in het VTH-beleid, maar vloeit voort uit de reguliere werkzaamheden van een juridisch medewerker. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? –Doorlopende taak –Betreft o.a. balie, telefoon, e-mail etc., niet gekoppeld aan een concrete vergunningaanvraag, toezichtdossier of handhavingszaak Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Aantal uren informatieverstrekking (intern) Aantal uren informatieverstrekking (extern) Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Uitvoeringsprogramma 2025- Prognose 2026 1710 uur vergunningverlener 160 uur toezichthouder Omgevingswet 500 uur jurist 150 uur boa Taakveld Overig 21. Project Omgevingswet Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en de impact van deze wet is groot. Om de veranderingen binnen onze organisatie in gang te zetten, was er in de eerste twee kwartalen van 2024 een dagstart Omgevingswet georganiseerd. Tijdens deze dagstart kregen alle betrokken medewerkers de gelegenheid om situaties of casussen met betrekking tot de Omgevingswet met elkaar te delen. Daarnaast werken toezichthouders en vergunningverleners gezamenlijk om vergunningaanvragen te beoordelen. In 2025 zal dit niet meer in de vorm van een dagstart plaatsvinden, maar er zal nog steeds structureel contact zijn tussen de betrokken medewerkers, aangezien er voldoende ontwikkelingen zijn rondom de Omgevingswet. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Onderhavige activiteit is niet concreet benoemd in het VTH-beleid, maar vloeit voort uit de noodzaak om actuele ontwikkelingen bij te houden die van invloed kunnen zijn op de toekomstige taken m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving (§2.4.3 VTH-beleid ‘Omgevingswet’). Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? We streven ernaar om medewerkers te helpen de Omgevingswet optimaal te gebruiken en samen te leren van elkaars ervaringen met casussen en obstakels. Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? Teamleiders halen wekelijk signalen op bij betrokken medewerkers. Strategie uit het VTH-Beleidsplan - Hoe gaan we dit doen? Dit doen we door tijdens de team- en afdelingsoverleggen de mogelijkheid te geven om obstakels en casussen te delen en waar nodig bijscholing cursussen aan te bieden. Uitvoering - Wie gaat dit doen? De uitvoering vindt plaats onder verschillende teams. Uitvoeringsprogramma 2025 - Prognose 2026 1200 uur vergunningverlener 300 uur toezichthouder bouw Taakveld Overig 22. Onvoorziene projecten Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? Gedurende het jaar doen zich altijd projecten voor die vooraf niet zijn voorzien, maar wel een beroep doen op de beschikbare formatie. Dit productblad waarborgt de inzet van formatie voor dergelijke onvoorziene projecten. Ten opzichte van de urenraming van 2025 is hierin niets gewijzigd. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Het VTH-beleid benoemt verschillende RO-thema’s die vanwege andere factoren dan een risicoanalyse zijn geprioriteerd, zoals politieke urgentie of straatervaringen. Dit zijn de zogenoemde ‘aandachtsgebieden’ (§4.7 VTH-beleid). Deze thema’s worden de komende vier jaar projectmatig en themagestuurd aangepakt. Onderhavige activiteit is niet concreet benoemd in het VTH-beleid, maar vloeit voort uit de noodzaak om actuele ontwikkelingen bij te houden die van invloed kunnen zijn op de toekomstige taken m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug Uitvoeringsprogramma 2025- Prognose 2026 72 uur vergunningverlener 315 uur toezichthouder Omgevingswet 125 uur boa 3.4. Productblad Taakveld Beleidsmatige, organisatorische en ondersteunende taken 23. Beleidsmatige, organisatorische en ondersteunende taken Een omschrijving van de taak/activiteit - Wat doen we binnen deze taak/activiteit? A.(VTH-)Beleid: Betreft het jaarlijks actualiseren van het (VTH-)beleid en opstellen van het uitvoeringsprogramma en jaarverslag etc. B.Werkverdeling + administratie C.Applicatiebeheer: Betreft reguliere beheer Rx.Mission, afstemmen werkprocessen en afstemming met Tezza D.Invoeren zaakgericht werken: Betreft verbeteren invoeren zaakgericht werken (bijvoorbeeld Rx.Mission). E.Actualiseren werkprocessen/standaardbrieven/Rx.Mission/S@W/website. F.IBT: Betreft het onderhouden van contact, aanleveren gegevens en faciliteren bij het jaarlijkse traject van het interbestuurlijk toezicht. Relatie met visie en prioriteiten uit het VTH-beleidsplan 2019-2024 - Wat vinden we belangrijk? Onderhavige activiteiten zijn niet concreet benoemd in het VTH-beleid, maar vloeien voort uit de wet VTH en voorschriften over de gewenste kwaliteit van de vergunningverlening en handhaving en bepalingen over informatie-uitwisseling en samenwerking tussen onder andere provincies, gemeenten, waterschappen, Openbaar Ministerie en de politie bij de uitvoering en de handhaving. Doelstellingen - Welk(e) doel(en) willen we met deze taak/activiteit bereiken? A.Doorlopende taak B.Doorlopende taak C.Doorlopende taak D.Doorlopende taak E.Doorlopende taak F.Doorlopende taak Monitoringsindicatoren - Hoe meten we de haalbaarheid van de doelstellingen? De provincie is door de wetgever aangewezen als interbestuurlijk toezichthouder (IBT) op de uitvoering van de VTH-taken door de gemeenten. De provincie toetst jaarlijks het VTH-Beleid, het Uitvoeringsprogramma en jaarverslag. Uitvoering - Wie gaat dit doen? Gemeente Utrechtse Heuvelrug ODU/RUD VRU Prognose 2026 Zie hoofdstuk 4 Uitvoeringsprogramma 2026. 4. Evaluatie samenwerkingspartners 4.1. Evaluatie VRU gemeente Utrechtse Heuvelrug 4.2. Evaluatie ODRU gemeente Utrechtse Heuvelrug VERGUNNINGEN & MELDINGEN V.302 Behandelen Omgevingsvergunning Wettelijk kader o.a. Omgevingswet, Bal, Bbl. Omschrijving De MBA (milieubelastende activiteit) beschikt over een actuele vergunning die uitvoering van de activiteiten mogelijk maakt zonder dat daarbij de omgeving en het milieu onnodig worden belast. Door het verminderen of beperken van de risico’s en nadelige milieueffecten van milieubelastende activiteiten dragen wij bij aan het behoud van een veilige en duurzame woon- en leefomgeving. In 2025 behandelde de ODRU de enkelvoudige omgevingsvergunningen milieu en verleende dezenamens de gemeente. De taak begintmet het ontvangen van een aanvraag via het DSO. Inhoudelijk wordt de aanvraag beoordeeld op relevante wettelijke bepalingen. Indien nodig worden interne en externe (wettelijke) adviseurs om advies gevraagd. Het uiteindelijke resultaat is een besluit op de aanvraag. Actualiseren van omgevingsvergunningen milieu Het actualiseren van omgevingsvergunningen milieu onder de Omgevingswet is complex. In het geval van een actualisatie wordt gestart met een inventarisatie waaruit blijkt welke voorschriften uit de bestaande vergunning en maatwerkbesluiten moeten worden beoordeeld, en op welke aspecten deze voorschriften moeten worden beoordeeld. Pas daarna kan de actualisatietoets worden uitgevoerd op basiswaarvan blijkt of een actualisatie al dan nietnodig is. Als dit het geval is wordt de actualisatie opgepakt. In 2025-2026 ligt de focus op het ervaring opdoen en goed in de vingers krijgen van het actualiseren. Er wordt gewerkt conform het vastgestelde beleid voor het actualiseren. Deze aanpak ligt ookin lijn metde doelstellingen in de doorde gemeente vastgestelde U&H strategie. Risicogerichte vergunningverlening Een landelijke werkgroep van ODNL heeft een tool opgeleverd die het omgevingsdiensten mogelijk maakt op uniforme wijze te bepalen waar accenten worden gelegd bij het toetsen van aanvragen voor milieuvergunningen. Hier is nog geen ervaring mee opgedaan. Risicogerichte vergunningverlening is één van de subdoelen die in de regionale U&H-strategie verder wordt uitgediept. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak (in uren UVP) omgevingsdienst, incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 360 Nacalculatie 2025 in uren 241 Totaal aantal afgehandelde vergunningaanvragen milieu 3 Conclusies 2025 n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Vergunningaanvragen zijn afgehandeld binnen de wettelijke termijnen die daarvoor staan en initiatieven zijn getoetst aan de wettelijke kaders die daarop van toepassing zijn. Doelstelling om alle vergunningen inhoudelijk te behandelen is behaald. Benodigde uren zijn ingeschat op basis van de vraag naar deze producten in voorgaande jaren. Ook is in besprekingen van initiatieven (vooroverleg) aandacht gegeven aan duurzaamheid door bovenwettelijke maatregelen zoals bijvoorbeeld duurzame opwekking te stimuleren. In 2025 lag de focus op het ervaring opdoen en goed in de vingers krijgen van het actualiseren onder de Omgevingswet. Dit doel is grotendeels bereikt en hier gaan we in 2026 mee verder. Het doel om te komen tot een risicogerichte vergunningverlening wordt uitgewerkt in de regionale U&H-strategie. Doelstellingen en prioriteiten 2026 1.Voldoen aan huidige wet- en regelgeving (Omgevingswet/WKB). Prioriteiten zijn daarbij: •Toetsing van initiatieven voor (vergunningplichtige) MBA’s aan het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en Omgevingsplan (bruidsschat). •Ervaring op blijven doen met samenwerking ketenpartners via omgevingstafel en DSO. 2.Aansluiting van doelen op de regionale U&H-strategie in 2026. Dit omvat ontwikkeling van een risicogerichte vergunningenstrategie, inclusief het programmatisch oppakken van actualisaties. V.303 Adviseren Omgevingsvergunning Wettelijk kader o.a. Omgevingswet, Bal, Bbl. Omschrijving Het uitbrengen van adviezen voor een omgevingsvergunning aan de gemeente met een besluit door de gemeente op deze aanvraag als resultaat. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 950 Nacalculatie 2025 1114 Totaal aantaladviezen 143 (109x rom,32x bouw en 2x milieu Conclusies 2025 n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Adviesverzoeken zijn afgehandeld binnende termijnen die daarvoor staanen initiatieven zijngetoetst aan de wettelijke kadersdie daarop vantoepassing zijn. Doelstelling om alle adviesaanvragen inhoudelijk te behandelen is behaald. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Zie V.3.02 V.405.2 Sloopmelding (integraal) Wettelijk kader Bbl, Asbestverwijderingsbesluit, Awb. Omschrijving Het behandelen van (asbest) sloopmeldingen voor zowel particulieren als bedrijven. De taak vangt aan met de ontvangst van een sloopmelding en wordt afgerond door: –Inhoudelijke toets met besluitvorming als gevolg (acceptatie, afwijzing, acceptatie onder voorwaarden e.d.) –Het buiten behandeling laten van de melding. –Aanvullende vraag,gelegenheid tot aanvullen van documenten ter preventie initiële afwijzing (pragmatische aanpak). Eventuele asbestgerelateerde vragen door gemeente en/ of inwoners worden ook door de ODRU beantwoord. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrechten art. 11 B.O.R (inhoudelijk 1.26 BB) Omvang taak (in uren UVP) omgevingsdienst, incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2054 in uren Nacalculatie 2025 in uren Totaal ontvangen meldingen 299 Doelstellingen en prioriteiten Het asbest wordt op een juiste wijze verwijderd en verwerkt. De gemeente en haar inwoners ondersteunen in vragen omtrentsloop en asbest.Doormiddel van goede informatie een kwaliteitsimpuls geven aan het naleefgedrag van initiatiefnemers en bedrijven. Het voorkomen van blootstelling aan asbest voor mens en milieu. V.405-3 Melding opslaan en toepassen grond en bouwstoffen Wettelijk kader Omgevingswet (Besluit activiteiten leefomgeving), Omgevingsbesluit. Omschrijving Het Besluit activiteiten leefomgeving biedt het beleidskader voor het toepassen en opslaan van grond en baggerspecie op of in de bodem en in het oppervlaktewater. Het besluit is relevant voor lokale overheden, handhavers en toepassers van de grond en baggerspecie zoals terreinbeheerders en aannemers. Het betreft het afhandelen van meldingen, beantwoorden van vragen en vooroverleggen bij grote projecten. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren nvt Nacalculatie 2025 in uren nvt Totaal aantal ontvangenmeldingen Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? De meldingen worden behandeld. Doelstellingen en prioriteiten 2025 Continueren van de huidige werkwijze. V.405-4 Melding – Bodemenergiesystemen Wettelijk kader Omgevingswet, Omgevingsbesluit. Omschrijving Afhandelen van melding voor de activiteit gesloten bodemenergiesystemen inclusief beantwoorden van vragen over bodemenergie, taakontwikkeling en onderhoud netwerk bodemenergie. Registratie gesloten bodemenergiesystemen in het landelijk grondwaterregister (LGR). Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren nvt Nacalculatie 2025 in uren nvt Totaal aantal ontvangenmeldingen 23 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? De meldingen worden behandeld. Doelstellingen en prioriteiten 2025 Continueren van de huidige werkwijze in 2025. V.405-8 Meldinggraven > Interventiewaarde (I) en saneren Wettelijk kader Omgevingswet, Omgevingsbesluit. Omschrijving Het afhandelen van meldingen voor de activiteiten graven >I en saneren inclusief beantwoorden vragen. Nieuwe taak voorgemeentelijk bevoegd gezagovergedragen vanuit provincie. Financiering in 2024 en 2025 nog door de provincie. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren nvt Nacalculatie 2025 in uren nvt Totaal aantal ontvangen meldingen 10 Conclusies Doel is om de meldingen te toetsen aande regelgeving en deze administratief te verwerken. Betreft een nieuwe taak per 2024. Doelstellingen en prioriteiten 2025 Continueren en doorontwikkelen van de huidige werkwijze in 2025. V.501 Informatieplicht en melding activiteit milieu Wettelijk kader o.a. Omgevingswet, Bal. Omschrijving De milieubelastende activiteiten voldoen aan de wettelijke meldplicht en informatieplicht en aan alle indieningsvereisten. De ODRU weet welke activiteiten er zijnen kan gericht toezien op hetvoldoen aan de vereiste en relevante aspecten. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 500 Nacalculatie 2025 in uren 572 Totaal afgehandelde milieumeldingen en informatieplichten milieu 68 (35 milieumeldingen en 33 informatieplichten) Conclusies 2025 n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Milieumeldingen en informatieplichten milieuzijn getoetst aanwettelijke criteria. Aanvullend wordt ingezet op stimuleren duurzame energieopwekking en bovenwettelijke maatregelen. De ODRU gaat hierover met de initiatiefnemer in gesprek, brengt succesvolle voorbeelden bij gelijksoortige bedrijven onder de aandacht en benoemt ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Doelstelling is aante sluiten op doelen van de regionale U&H-strategie in 2026. V.502 Informatieplicht (oa aanleveren gegevens en bescheiden) Wettelijk kader Omgevingswet. Omschrijving Onder de Omgevingswet heeft een initiatiefnemer verschillende verplichtingen wanneer deze nieuwe activiteiten wil starten: vergunningplicht (zie V.3), meldplicht (zie V.4 en V.501) en informatieplicht (V.502). De informatieplicht geldt voor het algemeen voor de minder risicovolle activiteiten en ontwikkelingen bij lopende/bekende activiteiten. Er zijn verschillende informatieplichten voor de thema’s: asbest, bodem, bouwen, lozingen en milieu. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 228 Nacalculatie 2025 in uren 171 Conclusies 2025 n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? De binnengekomen informatieplichten zijn in 2025 afgehandeld zoals voorgeschreven in de Omgevingswet en in overeenstemming met het proces en gemaakte procesafspraken van de ODRU. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Afhandelen van binnengekomen informatieplichten zoals voorgeschreven in de Omgevingswet en volgens vastgesteld proces binnen de ODU. V.603 Maatwerkvoorschriften Wettelijk kader o.a. Omgevingswet, Bal. Omschrijving Maatwerkvoorschriften borgen een concrete op de situatie toegesneden doelmatige oplossing in die gevallen waar de ‘standaard’ voorschriften niet passend zijn. In het geval van een soepelere norm kan voor de betreffende activiteit economische ruimte ontstaan en zonder dat dit tot overlast leidt. Het opleggen van een beperking geeft meer bescherming voor de omgeving. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 100 Nacalculatie 2025 in uren 87 Totaal aantal afgehandelde procedures 4 Conclusies 2025 n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Doelstelling om alle verzoeken inhoudelijk kwalitatief voldoende te behandelen is behaald. Doelstellingen en prioriteiten 2026 1.Huidige kwaliteit en budgetten borgen. 2.Ervaring op blijven doen voor deze maatwerk besluiten op basis van wet- en regelgeving (Omgevingswet), en dan met name specifiek voor het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en het Omgevingsplan. V.6.17 Stookontheffing Wettelijk kader o.a. Omgevingswet, gemeentelijk beleid. Omschrijving In uitzonderlijke gevallen kan er eenstookontheffing worden verleend voor het verbranden van schoonsnoeiafval of hout.De ODRU toetsthet verzoek om ontheffing aan de wettelijke eisen en handelt deze af. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) Gemeentelijk beleid Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 20 Nacalculatie 2025 in uren 20 Totaal aantal afgeronde zaken 4 Conclusies 2024 n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Doelstelling om alle verzoeken inhoudelijk kwalitatief voldoende te behandelen is behaald. Doelstellingen en prioriteiten 2025 Continueren huidige werkwijze. TOEZICHT T.101 Bouwklacht en handhavingsverzoek / calamiteit (bouw) Wettelijk kader Omgevingswet, Awb en/of overige toepasselijke wet- en regelgeving. Omschrijving Zeven dagen per week, 24 uur per dag, kunnen asbestklachten (hierna: klachten) worden ingediend. Klachten komen via diverse kanalen bij de ODRU binnen: rechtstreeks of via de gemeente. Telefonische klachten worden direct beoordeeld en behandeld door de dienstdoende klachtenbehandelaar. Ontvankelijke klachten via e-mail of brief worden binnen één werkdag verwerkt in RXM en toebedeeld aan een klachtbehandelaar. Handhavingsverzoeken worden schriftelijk ingediend en toebedeeld aan een jurist. Ongewone voorvallen moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag. Het kan hierbij gaan om voorvallen of calamiteiten waarbij nadelige effecten op het milieu zijn of kunnen ontstaan. Wanneer het onder het mandaat van ODRU valt wordt het ongewoon voorval of calamiteit geregistreerd en wordt waar nodig actie ondernomen. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht. Omvang taak omgevingsdienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 70 Nacalculatie 2025 in uren 9 Totaal afgehandelde klachten 0 Aantal Handhavingsverzoeken 1 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Klachten zijn opgepakt volgens het standaard klachtenproces met gebruik van het nieuwe formulier. In 2025 is meer de samenwerking gezocht met ketenpartners om klachten en signalen goed op te pakken. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Klachten worden opgepakt volgens het ingeregelde proces voor behandeling. Dit gebeurt binnen de kaders van de Uniforme Handhavingsstrategie (UHS) en waar van toepassing aanvullend afgesproken kaders. T.102 Milieuklacht en handhavingsverzoek / ongewoon voorval Wettelijk kader Omgevingswet, Awb en/of overige toepasselijke wet- en regelgeving. Omschrijving Zeven dagen per week, 24 uur per dag, kunnenmilieuklachten (hierna: klachten) worden ingediend. Klachten komen via diverse kanalen bij de ODRU binnen: rechtstreeks of via de gemeente. Telefonische klachten worden direct beoordeeld en behandeld door de dienstdoende klachtenbehandelaar. Ontvankelijke klachten via e-mail of brief worden binnen één werkdag verwerkt in RXM en toebedeeld aan een klachtbehandelaar. Handhavingsverzoeken worden schriftelijk ingediend en toebedeeld aan een jurist. Ongewone voorvallen moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag. Het kan hierbij gaan om voorvallen of calamiteiten waarbij nadelige effecten op het milieu zijn of kunnen ontstaan. Wanneer het onder het mandaat van ODRU valt wordt het ongewoon voorval of calamiteit geregistreerd en wordt waar nodig actie ondernomen. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht. Omvang taak omgevingsdienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 600 Nacalculatie 2025 in uren 304 Aantal milieuklachten/meldingen 102 Aantal meldingen ongewoon voorval 2 Aantal verzoeken om handhaving 2 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Klachten zijn opgepakt volgens het standaard klachtenproces. Het klachtenproces is in 2025 verder geoptimaliseerd door het in gebruik nemen van een selectie tool, zodat klachten die niet voor de ODRU zijn bestemd (zoals APV-klachten) sneller worden doorgezonden naar het juiste loket. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Klachten worden opgepakt volgens het ingeregelde proces voor behandeling. Dit gebeurt binnen de kaders van de Uniforme Handhavingsstrategie (UHS) en waar van toepassing aanvullend afgesproken kaders. T.204 Toezicht op sloop en asbest Wettelijk kader Bbl, Asbestverwijderingsbesluit Omschrijving Het toezicht richt zich op de uitvoering en nalevering overeenkomstig de voorwaarden in het bouwbesluit en op zorgvuldige afvoer van materialen, met als resultaat een gecontroleerde (asbest)sloop met zo min mogelijk gevaren voor de omgeving. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht. Omvang taak omgevingsdienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 650 Nacalculatie 2025 in uren 656 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Ervaringen op het uitbreiden van het gebiedstoezicht leveren goede resultaten op. In 2026 gaan we verder met deze manier van werken. Toezicht is op regionaal niveau risico- en informatie gestuurd uitgevoerd. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Op basis van de asbest/sloopmeldingen komen steeds meer illegale asbestsaneringen naar voren. Het aanpakken hiervan wordt samen met het gebiedstoezicht in 2026 verder geïmplementeerd. Het toezicht op asbest wordt op regionaal niveau risico- en informatie gestuurd uitgevoerd waarbij het de doelstelling is om steekproefsgewijs controles uit te voeren op de verwijdering van asbest. Risicolocaties worden ten alle tijden bezocht. T.205 Uitvoering milieucontroles – Bodem Wettelijk kader Omgevingswet, Omgevingsbesluit. Omschrijving Het toezicht richt zich op de uitvoering en naleving overeenkomstig met de voorwaarden uit Omgevingswet, Omgevingsbesluit, de sanering van ondergrondse tanks en kleine bodemsaneringen. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht. Omvang taak omgevingsdienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 338 Nacalculatie 2025 in uren 247 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? De provinciale bodemtaken zijn nu bij de gemeente belegd en de ODRU houdt hier toezicht. Vooruitlopend op de vorming van de ODU in 2026 wordt hierbij intensief samengewerkt met de RUD. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Veranderende wetgeving op het gebied van bouwstoffen heeft tot gevolg dat verwacht wordt dat hier meer aandacht en tijd voor nodig is. Het risico- en informatiegestuurd toezicht op bodem wordt verder uitgewerkt. T.205 Uitvoering milieucontroles – Programmatisch toezicht Wettelijk kader Omgevingswet, Awb en/of overige toepasselijke wet- en regelgeving. Omschrijving Programmatisch toezicht op milieubelastende activiteiten. Hiernaast wordt gecontroleerd op binnengekomen meldingen en verleende (omgevings-) vergunningen. Daarnaast worden gebiedsinventarisaties uitgevoerd, waaronder het inventariseren van potentieel milieubelastende activiteiten die niet bij ons gemeld dan wel vergund zijn. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht. Omvang taak omgevingsdienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 3382 Nacalculatie 2025 in uren 3595 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Aan de hand van de analyse van het bedrijvenbestand zijn de controles geprioriteerd. Door meer data- en risicogestuurd toezicht wordt de kans op geconstateerde overtredingen vergroot. Deze beoordeling wordt gemaakt aan de hand van milieukundige kenmerken van een locatie, geconstateerde overtredingen in het verleden en gerealiseerde bezoekfrequentie. Bij propaantanks, de branches afval, automotive, veehouderijen en in mindere mate horeca zijn (nieuwe) doelgroepgerichte interventies uitgevoerd. De brancheplannen van Afval en Automotive zijn verder uitgewerkt en er zijn projectvoorstellen opgesteld en uitgevoerd. Specificaties van de toegepaste interventies en naleving per branche is te vinden in de rapportage programmatisch toezicht. Deze wordt op een later tijdstip aan de gemeente gestuurd. Doelstellingen en prioriteiten 2026 –Samen met de RUD is een éénduidige data en risicogerichte methodiek voor de toekomstige Omgevingsdienst Utrecht opgesteld. Vanaf 1 januari 2026 wordt hier mee gewerkt. Deze zal verder aangescherpt en verrijkt worden. –Het (verder) uitvoeren van doelgroepgerichte interventies voor de branches Afval, Automotive en Veehouderij. T.205 Uitvoering milieucontroles – Toezicht energiebesparing Wettelijk kader Omgevingswet, Awb en/of overige toepasselijke wet- en regelgeving. Omschrijving We voeren informatie gestuurd toezicht uit op de verduurzaming van het energieverbruik van bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit toezicht bestaat uit fysieke en/of administratieve controles op wettelijke verplichte maatregelen en stimuleren van - en informeren over- bovenwettelijke maatregelen. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevingsdienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? De volgende doelstellingen zijn behaald: •Doel: De bedrijven voldoenaan de informatieplicht en onderzoeksplicht energiebesparingResultaat: • Ca 97% van de reedsbekende bedrijven voldoen aan de informatieplicht energiebesparing • Ca 97% van het bedrijven heeft rapportage op basis van de onderzoeksplicht ingediend. Enkele rapportages moeten nog worden aangepast op verzoek •Doel: Informatie gestuurde controles op energiebesparing zijn gecontinueerd: Resultaat: Informatiegestuurde controles zijn gecontinueerd •Doel: Energieverbruik is opgevraagd bij de netbeheerders en meegenomen in de prioritering voor de energiecontroles. Resultaat:Energieverbruik is verkregen van de netbeheerders en meegenomen in prioritering van de controles •Doel: De rapportages werkgebonden personenmobiliteit zijn ingediend en zover mogelijk beoordeeld. Resultaat: 99% van de rapportages werkgebonden personenmobiliteit (door de bedrijven met >250 fte) zijn ingediend. Prioriteit lag bij de bedrijven die niet voldaan hebben. •Doel: Energiezuinig maken van het kantoorbestand van 15 gemeenten.Hiertoe dienen kantoorgebouwen groter dan 100 m² minimaal een energielabel-C bezitten.Resultaat:Van alle geregistreerde kantoren in het werkgebied van de ODRU voldoet ondertussen 96,2% aan deze label-c verplichting. De resterende kantoorgebouwen hebben een oppervlak tussen de 100 en 200 vierkante meter en het is nog onduidelijk of zij onder de labelplicht vallen. Doelstellingen en prioriteiten 2026 •Informatiegestuurd inplannen van controles is binnen de gehele provincie mogelijk. •Verantwoording van energiecontroles in CO2 besparing is mogelijk •Informatie gestuurde controles op energiebesparing worden gecontinueerd; •De resterende bedrijven voldoen aande informatieplicht en onderzoeksplicht energiebesparing •De rapportages werkgebonden personenmobiliteit zijningediend en zover mogelijk beoordeeld. •Ontwikkelingen in wetgeving wordt actief gevolgd en wordt indiennodig geïmplementeerdin de werkwijze van energietoezicht. • Er wordt onderzocht hoe (energie)toezicht efficiënter en effectiever kan bijdragen aan een hogere CO2 besparing. T.205 Uitvoering milieucontroles – Lozingen en afvalwater Wettelijk kader Omgevingswet, Awb en/ofoverige toepasselijke wet- en regelgeving. Omschrijving In samenwerking methet rioleringsbeheer vande gemeente en het waterschap wordt de prioriteit in toezicht op lozingen en afvalwater bepaald. Het toezicht bestaat uit toezicht op lozingen vanuit bedrijven en lozingen vanuit bronneringen. Vragen bij calamiteiten en handhavingsopvolging van de controles door de waterschappen worden hier ook in meegenomen. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren Nacalculatie 2025 in uren 30 Aantal uitgevoerde controles lozingen 3 (Excl. Reguliere controles bij horeca etc.) Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Calamiteiten en verstoppingen op aangeven van rioolbeheerders zijnopgepakt. Er is uitgebreid aandacht besteedt aan het samenwerken met het Waterschap via het Actieprogramma Grip op Indirecte lozingen, om bedrijven die ZZS en KRW-stoffen lozen in beeld te krijgen en te prioriteren voor toezicht en handhaving. Vanuit regulier toezicht zijn horecabedrijven gecontroleerd op vetafscheiders en bedrijven die werken met oliën op een olieafscheider. Een aantal belangrijke zaken op een rij: –Caravanpark De Heikamp; –Eemland Verhuur; –Diverse bedrijven uit de Automotive branche; –Diverse locaties voorhet lozen van onttrokken grondwater. Doelstellingen en prioriteiten 2026 –Een risicogestuurde planning wordt gemaakt voor het toezicht op lozingen bij bedrijven. –Op aangeven vande rioolbeheerders wordencalamiteiten en verstoppingen opgepakt. –Vanuit het Actieprogramma zijn we bezigmet een risicomodule om te prioriteren welkebedrijven gecontroleerd moetenworden op indirecte lozingen gericht op de KRW en ZZS stoffen. De resultaten van de eerste bedrijven uit Deconcern zijn binnen en worden hierin meegwogen. In 2026 zullennog 200 bedrijven verdeeld over alle gemeenten gescreend worden via Deconcern. T.301 Uitvoering milieucontroles – Ketentoezicht Wettelijk kader Wetboek van strafrecht en –strafvordering, Wed, Omgevingswet, Awb. Omschrijving Met ketentoezicht geeft de omgevingsdienst invullingen het bestrijden van milieucriminaliteit. Hiernaast wordt opgedane kennis wordt ook ingezet om bij te dragen aan andere opgaven zoals duurzaamheid, veiligheid en gezondheid. Door de gehele productie- of afvalketen in beeld te brengen, worden afwijkingen en structurele overtreders zichtbaar. Samenwerking met handhavingspartners is essentieel om overtredingen in de keten op te sporen en gezamenlijk actie te ondernemen. De uitdagingen reikenverder dan gemeente- en provinciegrenzen, waardoor afstemming op regionaal en landelijk niveaunoodzakelijk is. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht. Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 130 Nacalculatie 2025 in uren 96 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? • Asbesttaak: Er is veel vooruitgang geboekt. Na ketenanalyses is handhavend opgetreden op locaties waargrootschalig en illegaal asbest is gesaneerd. Bevindingen zijn opgehaald over het inleveren van asbest bij milieustraten, met focus op veiligheid en gezondheidsrisico’s. Ook zijn tekortkomingen binnende ‘take backservice’ aan hetlicht gebracht; Velux scherpt dit proces nu aan. • Transportcontroles: Toezichthouders en boa’s hebben een leidende rol gespeeld in de selectie van locaties en voertuigen, waardoor de inzet gerichter was. De eerste stappenzijn gezet, maar verdere doorontwikkeling onder de ODU is gewenst. • Bedrijfslocaties: In samenwerking met de politie is handhavend opgetreden op locaties waarbedrijfsmatige activiteiten plaatsvonden zonder melding. Deze locaties kwamen in beeld door het combineren van externe databronnen zoals KvK, meldpunt afvalstoffen en gebiedscontroles. Hierdoor zijn milieurisico’s teruggebracht en financieel voordeel voor overtreders weggenomen. • Organisatie: Er zijn voorstellen gedaan voor de invulling vanketentoezicht binnen de ODU. De U&H-strategie vormt het kader; er is al afstemming geweest met verschillende collega-omgevingsdiensten en partners. Doelstellingen en prioriteiten 2026 De ODU zet ketentoezicht in om milieucriminaliteit te bestrijden en draagt bijaan duurzaamheid, veiligheid en gezondheid gaat de ODU in 2026 voor: • Risicovolle ketens: Focus op een zeeraanwezige en risicovolle keten in het werkgebied, afgestemd op landelijke, regionale en lokale prioriteiten. We brengen de keten in kaart, identificeren risico’s en minimaliseren deze met gerichte inzet. • Andere ketens: Ruimte blijft voorketenacties op prioritaire onderwerpen zoals asbestverwijdering, bodem, circulaire economie en andere milieucriminaliteit. • Kwaliteitscriteria: Eerste stappen om te voldoenaan kwaliteitscriteria (punt 9). Dit gebeurt door een stevige basis op te bouwen en vervolgens invulling te geven viainzet van specialisten en slim gebruik van data en analyses. T.401 Strafrecht Wettelijk kader Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten. Omschrijving De ODRU fungeert als BOA-coördinatiepunt t.b.v. strafrecht milieu/bouwen/RO. Hierbij is het mogelijk om strafrecht toe te passen. Dit wordt gedaan door middel van een proces-verbaal of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Toegepast beleid (inclusief vaststellingsbesluit) De U&H strategie van regio Utrecht Omvang taak omgevings- dienst (in uren UVP), incl. eventuele aanpassing uren Voorcalculatie 2025 in uren 170 Nacalculatie 2025 in uren 89 Totaal aantal PV's in 2024 1 (2 in behandeling) Totaal aantal BSBm’s 0 Totaal aantal strafrechtelijke waarschuwing 4 of afgebroken PV’s 4 Conclusies n.a.v. evaluatie uitvoering: zijn de doelstellingen gerealiseerd? Het afgelopen jaar is conform de definitief vastgestelde procedure strafrecht gewerkt. Alle BOA’s hebben opnieuw hun her- en bijscholing met goed gevolg afgerond. Het categoriaal besluit en de opsporingsaktes zijn verlengd. Door het gebruik van de LHSO-assistent wordt strafrecht regelmatig ingezet bij milieuovertredingen. Er is verder niet meer onderzocht of de LHSO assistent ook op andere thema's ingezet kan worden, omdat gedurende het jaar bekend werd dat er een andere invulling gaat komen dan de LHSO assistent binnen de nieuwe organisatie. Verder hebben we hard gewerkt aan de verbeterpunten van de interne audit ten behoeve van de Wet politiegegevens (WPG). Dit in voorbereidend op de verplichte externe audit. Door deze inzet voldoen we inmiddels zo goed als volledig aan de WPG. In 2027 kunnen we de externe audit met een gerust hard uit laten voeren voor de ODU. Doelstellingen en prioriteiten 2026 Binnen de ODU wordt gekeken naar een andere toepassing dan de LHSO-assistent om eenduidige werkwijze voor de inzet van strafrecht te realiseren. De verdere doelstellingen en prioriteiten in het kader van de inzet van strafrecht zijn uitgewerkt in de regionale U&H-strategie. Bijlage 1 – Begrippenlijst G-uren: Gecontracteerde uren P-uren: Projectmatige uren T-uren: Tijdelijke uren Controles: Aantal gesloten initiële controles tussen 01-01-2025 en 31-12-2025 Naleving: het percentage controletrajecten waarbinnen geen enkele overtreding is geconstateerd Categorie (milieu): classificering van de belasting van de activiteiten op het milieu
Meer informatie