Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2021

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op21 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Goeree-Overflakkee

Besluit tot wijziging van de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2021 Burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee; gelet op 2.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2020 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t e n : De Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2021 wordt als volgt gewijzigd: Artikel I De Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Goeree-Overflakkee 2021 wordt gewijzigd als volgt. A.Hoofdstuk 4 komt te luiden: Hoofdstuk 4 Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb) 4.1 Toegang Op grond van artikel 2.3.6, eerste lid, van de wet heeft de client het recht op ondersteuning middels een pgb. Indien de cliënt gebruik wenst te maken van een andere leverancier of aanbieder dan door de gemeente gecontracteerd, kan dit door gebruik te maken van een pgb. Indien de cliënt gebruik wenst te maken van een andere voorziening, kan de cliënt hiervoor gebruik maken van een pgb. Binnen het onderzoek wordt de cliënt gewezen op de mogelijkheid van het pgb. De cliënt doet vervolgens een aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een pgb of zin. 4.2 Pgb voor een dienst Voor het aanvragen van een pgb in de vorm van een dienst dient een ingevuld pgb-plan aan burgemeester en wethouders overhandigd te worden. Hiervoor wordt het format gebruikt dat hiervoor door burgemeester en wethouders wordt verstrekt. 4.2.1 Beperkingsgronden pgb sociaal netwerk Het pgb kan worden ingezet om niet-professionele of informele zorgverleners mee te betalen. Tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt. Bij deze laatste groep kan gedacht worden aan familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, maar ook buren, vrienden, kennissen, etc. Wanneer een cliënt het pgb wil gebruiken om iemand uit het sociale netwerk in te huren, dan moet zeer duidelijk gemotiveerd worden waarom deze persoon de hulp niet als gebruikelijke hulp of als mantelzorger kan verlenen. Het uitgangspunt hierbij is dat het pgb voor niet-professionele of informele zorgverleners beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin dit aantoonbaar doelmatiger is dan de inzet van een voorziening zorg in natura of een voorziening middels pgb door een professional. 4.2.2 Betaling pgb Burgemeester en wethouders zien toe op de besteding van het pgb. Bij signalen dat er iets niet goed gaat of bij geconstateerde afwijkingen kunnen zij altijd gegevens opvragen om te beoordelen of de geleverde zorg voldoet aan de gestelde eisen onder 4.2., zie ook artikel 2.3.9 van de wet. De cliënt dient hieraan mee te werken en alle gevraagde gegevens aan te leveren. In het kader van toezicht kan de toezichthouder controleren of de geleverde ondersteuning voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen, zie ook artikel 2.3.8 lid 3 van de wet. 4.2.3 Calamiteiten Calamiteiten dienen in alle gevallen direct bij de toezichthouder en burgemeester en wethouders te worden gemeld. 4.3 Voorziening in de vorm van een pgb voor een niet-dienst De kwaliteitseisen die gesteld worden aan de voorziening zijnde een niet-dienst, worden beschreven in een programma van eisen en als onderdeel van het gespreksverslag aan cliënt toegestuurd. Voor en na de aanschaf van de voorziening door cliënt vindt een controle plaats waarbij de (nog aan te schaffen) voorziening getoetst wordt aan het programma van eisen. Indien de voorziening niet aan het programma van eisen voldoet, kan het pgb geheel of gedeeltelijk worden geweigerd of teruggevorderd op grond van artikel 17 van de verordening. Voor woningaanpassingen die door burgemeester en wethouders in pgb worden verstrekt geldt dat ze aan dezelfde kwaliteitseisen dienen te voldoen als woningaanpassingen die op het uitrustingsniveau in de sociale woningbouw worden verstrekt. Dit niveau is vastgesteld in het Bouwbesluit. Zie verder artikel 12.4.2. 4.4 Procedure woningaanpassing Als een pgb aangevraagd wordt voor een woningaanpassing, dan wordt onderstaande procedure gevolgd. Na het vaststellen van het programma van eisen, het beoordelen van de offertes of kostenramingen en het verlenen van toestemming door het college van burgemeester en wethouders, volgen deze stappen: 1. De eigenaar voert uit De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing conform het programma van eisen en de eventuele daarmee samenhangende formele opdrachtverlening aan de aannemer. 2. Burgemeester en wethouders controleren en betalen Burgemeester en wethouders controleren of het pgb juist is besteed of wordt besteed. De rechthebbende op het pgb doet een gereedmelding op het moment dat de werkzaamheden zijn afgerond. Dit bericht bevat tevens de laatste factuur. Bij woningaanpassingen met een kostprijs groter dan €10.000 vindt controle plaats vóór uitbetaling van de laatste termijn. De controle geschiedt ter plaatse. De medewerker controleert of volgens PvE is gebouwd. Bij woningaanpassingen met een kostprijs kleiner dan €10.000 vindt controle na uitbetaling van de laatste termijn plaatst. De controle geschiedt op basis van stukken. Aangetoond moet worden of volgens PvE is gebouwd. De rechthebbende op het pgb bewaart de bewijsstukken vijf jaar lang. Het pgb-bedrag wordt in beginsel rechtstreeks aan de (rechts-)persoon die de werkzaamheden heeft verricht uitbetaald. 4.5 Duur van een pgb De duur waarvoor een pgb wordt afgegeven wordt bepaald op basis van de kostprijs van de voorziening in relatie tot de afschrijvingstermijn. Voor de volgende voorzieningen worden de hieronder genoemde termijnen aangehouden: -Rolstoel: 7 jaar; -Vervoersvoorziening: 7 jaar; -Tilliften: 7 jaar; -Trapliften: 15 jaar; -Overige hulpmiddelen ten behoeve kinderen: 5 jaar; -Overige hulpmiddelen ten behoeve volwassenen: 7 jaar; -Autoaanpassing: 5 jaar; -Woningaanpassing: zie hiervoor de tabel met afschrijvingstermijnen in het document “Beleidsboek huurverhoging na Woonverbetering” van de huurcommissie. B.De eerste zin van paragraaf 6.2 vervalt en daarvoor in de plaats komt een nieuwe zin, die komt te luiden: Om na te gaan hoeveel hulp iemand nodig heeft hanteert de gemeente Goeree-Overflakkee het normenkader Huishoudelijke Ondersteuning (bureau HHM) dat is weergegeven in bijlage 2 Normenkader hulp bij het huishouden (HBH). C.Paragraaf 6.6. komt te vervallen. D.Paragraaf 7.4 komt te luiden: 7.4 Kortdurend verblijf (logeerzorg) Indien nodig kan vanuit de wet een maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf worden ingezet, welke gericht is op het voorkomen van overbelasting en het ontlasten van de mantelzorger. Daarbij is het uitgangspunt dat degene die mantelzorg biedt eerst de mogelijkheden op basis van ‘eigen kracht’ onderzoekt waaronder de mogelijkheid om aanspraak te maken op Wlz- of Zvw-voorzieningen om de overbelasting op te heffen of te voorkomen. Wet Wmo/Jeugdwet Wlz Zvw Benaming Kortdurend verblijf (respijtzorg) Logeeropvang Kortdurend eerstelijns verblijf Voor wie Mensen met een indicatie o.g.v. de Wmo of Jeugdwet ten behoeve van het ontlasten van de mantelzorger Mensen met Wlz indicatie die thuis wonen (incl. ‘Wlz indiceerbaren’) Mensen met tijdelijke behoefte aan medisch noodzakelijk verblijf Indien aanspraak gemaakt wordt op logeerzorg in het kader van de Wmo, worden achttien etmalen per jaar (dus per twaalf maanden) toegekend. E.Paragraaf 7.6 komt te luiden: 7.6 Bepalen zorgzwaarte en omvang van de ondersteuning Voor alle cliënten geldt dat de zorgzwaarte en omvang van de begeleiding maatwerk is. Er is geen standaardindicatie in een cliëntsituatie, maar er wordt gekeken naar de totale cliëntsituatie. Bij het bepalen van de zorgintensiteit wordt uitgegaan van de categorieën licht, midden of zwaar (zie bijlage 3). F.Paragraaf 9.3.4 vervalt. Artikel 9.3.5 wordt vernummerd naar 9.3.4. G.In paragraaf 10.1 vervalt de zin “Recreatieve activiteiten zijn hierbij uitgesloten”. H.Paragraaf 10.3.1 komt te luiden: 10.3.1 Voorziening aangepast voor sporten Voor sporten die door de cliënt ook beoefend kunnen worden met een voorziening, die niet specifiek voor sport is bedoeld of daarvoor is aangepast, wordt geen sportvoorziening verstrekt. I.Paragraaf 12.3.2 komt te luiden: 12.3.2. Zelfstandige woonruimte Een zelfstandige woonruimte is het uitgangspunt. Hieronder wordt verstaan die zelfstandige woonruimte, die in het kader van de Wet op de huurtoeslag ook als zodanig wordt aangemerkt. Dit geldt ook voor particuliere collectieve woonvormen (niet vallende onder de Wet langdurige zorg) die wat betreft woonfunctie vergelijkbaar zijn met zelfstandige woonruimten. J.Paragraaf 12.3.2.1 wordt ingevoegd en komt te luiden: 12.3.2.1 Voorzieningen in doelgroepengebouwen Nagelvaste woonvoorzieningen zonder speciaal maatwerk worden door de gemeente gezien als algemeen gebruikelijk bij doelgroepengebouwen en behoren tot de verantwoordelijkheid van de verhuurder en zorgaanbieder gezamenlijk, aangezien het gaat om een doelgroepengebouw. Denk aan wandbeugels, wand douchezitjes, automatische deuropeners, enz. Voorzieningen die noodzakelijk zijn voor één of meerdere cliënten en tevens door meerdere cliënten in een doelgroepengebouw kunnen worden gebruikt, worden, anders dan gebruikelijk in de Wmo, niet individueel verstrekt, maar collectief. Denk hierbij aan (complexe) douche- toiletstoelen, douchebrancards, verrijdbare tillift, enz. Bij het collectief verstrekken worden de voorzieningen aan de zorgaanbieder verstrekt, met als uitgangspunt één voorziening voor ca. vijf cliënten. De verstrekking geschiedt via een bruikleenovereenkomst met de zorgaanbieder waar de meeste cliënten die recht hebben op deze voorziening, zorg van ontvangen. Nadat er een voorziening middels een bruikleenovereenkomst voor collectief gebruik is verstrekt, wordt deze beschouwd als algemene voorziening voor volgende cliënten woonachtig in het betreffende doelgroepengebouw. Individuele voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de dagelijkse verzorging of dagelijkse participatie en niet door meerdere cliënten in een doelgroepengebouw gebruikt kunnen worden, worden individueel verstrekt. Voorbeelden: omgevingsbediening, individueel aangepaste douchestoelen of douchebrancards. Voorzieningen die niet noodzakelijk zijn voor de dagelijkse verzorging of participatie, maar bijvoorbeeld een recreatief of functiegericht karakter hebben, worden niet vanuit de Wmo verstrekt. Functiegerichte voorzieningen vallen onder de zorgverzekeringswet en recreatieve voorzieningen kunnen worden gehuurd/geleend (bijvoorbeeld bij Onbeperkt Actief), dit is in lijn met artikel 8 en 9 van de verordening. K.Paragraaf 12.3.2.2 wordt ingevoegd en komt te luiden: 12.3.2.2 Voorzieningen in woonwagens Burgemeester en wethouders kunnen een maatwerkvoorziening in de aanpassingskosten van een woonwagen verlenen indien: -de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is; -de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt; en -de woonwagen ten tijde van de indiening van de melding bij de gemeente op een standplaats stond. -De hoofdbewoner van een woonwagen valt onder de doelgroep zoals vermeld in de Huisvestingswet. Uitgangspunt is dat een maatwerkvoorziening langdurig door de cliënt moet kunnen worden gebruikt. Voor onder meer woningen en woonruimten zoals hieronder genoemd, geldt dat deze in principe niet voor langdurig gebruik worden aangemerkt en wordt er geen maatwerkvoorziening verstrekt: -hotels/pensions; -trekkerswoonwagens; -leef- en woongemeenschappen (of daarmee vergelijkbare woonvormen). L.Paragraaf 12.3.2.3 wordt ingevoegd en komt te luiden: 12.3.2.3 Voorzieningen in recreatiewoningen Er wordt geen voorziening verstrekt voor: -tweede woningen; -woningen die niet geschikt zijn voor permanente bewoning; -vakantiewoningen en recreatiewoningen. Als de cliënt staat ingeschreven op het adres van een recreatiewoning en het zijn hoofdverblijf is en uit onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kan een woonvoorziening toegekend worden. Betrokkene dient dan wel in het bezit te zijn van een persoonsgebonden beschikking dat hij in deze recreatiewoning permanent mag wonen. Er zal uiteraard de afweging woningaanpassing of verhuizing worden gemaakt. Verstrekking van losse woonvoorzieningen is wel mogelijk, aangezien deze bij verhuizing meegenomen kunnen worden en hierdoor langdurig te gebruiken zijn. M.Paragraaf 12.3.5 komt te luiden: 12.3.5 Normaal gebruik Onder het normale gebruik van de woning worden in ieder geval de normale (elementaire) woonfuncties verstaan zoals slapen, eten en lichaamsreiniging. Ook aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten die noodzakelijk zijn om de individuele woning van de cliënt te kunnen bereiken (uitgezonderd doelgroepengebouwen), kunnen in het kader van de wet worden verstrekt. Het gebruiken van een hobby-, logeer- of recreatieruimte valt in principe niet onder het normale gebruik van de woning ingevolge de wet. N.De laatste alinea van paragraaf 12.4.3. vervalt en in plaats daarvan wordt een nieuwe alinea toegevoegd, luidende: Als uit onderzoek blijkt dat: -verhuizing noodzakelijk is door de beperkingen van de cliënt; -verhuizing naar een geschikte(re) woning de meest passende oplossing is; en -de cliënt kan aantonen dat deze daadwerkelijk verhuist naar een passende woning; kan een tegemoetkoming voor verhuiskosten worden afgegeven. De tegemoetkoming wordt door de cliënt gebruikt voor de kosten die samenhangen met de verhuizing en het herinrichten van de woning. O.Bijlage 2 wordt vervangen door: Bijlage 2 Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning Onderstaande afbeelding betreft een samenvattend schema. Het normenkader is in zijn geheel te raadplegen via: https://www.hhm.nl/wp-content/uploads/MW250050-Normenkader-Huishoudelijke-Ondersteuning-2025-bureau-HHM.pdf Hoewel boodschappen in het normenkader zijn opgenomen zal dit in de situatie op Goeree-Overflakkee door de beschikbaarheid van boodschappendiensten niet als onderdeel van de maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden worden ingezet. Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Aldus vastgesteld op 16 juni 2026 doorburgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee,drs. S. van Heeren mr. A. Grootenboer-Dubbelmansecretaris burgemeester

Meer informatie