Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023

Mededelingen
Locatie
SoortMededelingen
Gepubliceerd op20 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Heerde

2e wijziging van de “Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023” Het college van Heerde; Gelet op artikel 27 van de “Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020”; besluit: De 2e wijziging van de “Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023” vast te stellen. Artikel I De beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2023 worden gewijzigd als volgt: A In artikel 1 Begrippenlijst wordt als 12e bullet het volgende begrip ingevoegd: • Schoon en leefbaar huis: Dat is het geval als de woning normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen (Bron: normenkader van KPMG Plexus en Bureau HHM). Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. B Artikel 2.1, onder a. wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: a.Onder eigen kracht verstaan wij het vermogen van de inwoner om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen, alsook de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) zelf of met behulp van het sociale netwerk om te voorzien in of bij te dragen aan het oplossen van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. C Artikel 3.1, onder b. wordt vervangen door: b.De Algemene voorziening schoon en leefbaar huis (hierna AVSLH) is er in twee tijdsvarianten namelijk kortdurend (voor maximaal een half jaar) en langdurend (voor maximaal een jaar). De AVSLH voor de periode van een jaar worden ingezet bij chronische situaties waarbij de kans op herstel of verandering van de situatie binnen een half jaar niet waarschijnlijk is. Bij afloop van deze periode kan er naar aanleiding van een evaluatie een heroverweging plaatsvinden of de AVSLH opnieuw wordt ingezet of er kan worden gevraagd om een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. D Artikel 3.4 onder g wordt vervangen door: g.Als uit onderzoek blijkt dat de beperkingen van een inwoner ten aanzien van het verplaatsen niet kunnen worden weggenomen door gebruikmaking van het collectief vraagafhankelijk vervoer (PlusOV), kan er een tegemoetkoming verstrekt worden voor de kosten van het aanpassen van de eigen auto. De noodzaak van de aanpassing moet wel zijn vastgesteld en het betreft geen aanpassing die algemeen gebruikelijk is. Wanneer een inwoner reeds in het bezit is van auto, kan het in sommige gevallen het goedkoopst adequaat zijn om een aanpassing aan de auto te doen. Voorwaarde is dat de inwoner in het bezit is van een auto.Aanvullend zijn er de volgende voorwaarden: •De autoaanpassing wordt alleen verstrekt als deze doelmatig is. Hierbij hanteren we een leeftijd van 7 jaar als richtlijn. Factoren die bij de beoordeling van de doelmatigheid in onderling verband met elkaar een rol kunnen spelen en worden meegewogen zijn: de leeftijd van de aan te passen auto, het aantal gereden kilometers, de technische staat van de auto (evt. via keuring), de kosten van de aanpassing en eventueel herplaatsbaarheid van de aanpassing en het te maken aantal kilometers. Zo kan aan de hand van deze factoren beoordeeld worden of het nog wel verantwoord is om een aanpassing aan te brengen aan een bepaalde auto van een bepaalde leeftijd. •De beoordeling of iemand met een beperking in staat is om op een veilige manier met een auto deel te nemen aan het verkeer wordt gedaan door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Via de afdeling aanpassingen van het CBR wordt advies gegeven over de noodzakelijke technische aanpassingen om de auto veilig te kunnen besturen. De kosten voor dit advies komen voor rekening van de inwoner; •Vergoeding voor aanpassing wordt maximaal eenmaal per 7 jaar verstrekt; •Veel autoaccessoires/aanpassingen zijn gebruikelijk of algemeen aanschafbaar geacht en worden niet verstrekt op grond van de Wmo. Hierbij kan gedacht worden aan (geen limitatieve lijst): automatische transmissie, cruise controle, elektrische ruitenwisser en sproeier achter, driepuntsgordels, hoofdsteunen, kunststoffen bekleding, buitenspiegel van binnenuit verstelbaar, elektrische bedienbare portierruiten, neerklapbare of inklapbare achterbank (in verband met meenemen rolstoel), uitneembare hoedenplank (in verband met meenemen rolstoel), derde of vijfde deur in verband met meenemen rolstoel, warmtewerend glas, achterruitverwarming, verstelbare voorstoelen, stoffen bekleding van stoelen, handgrepen bij de passagiersplaats voorin, comfort rembekrachtiging, gelaagde voorruit, interval op de voor- en achterruitwisser, stuurbekrachtiging, airconditioning, trekhaak, verwarmde buitenspiegels. Ook de kosten voor onderhoud, reparatie, verzekering en wegenbelasting zijn algemeen gebruikelijk en voor rekening van de aanvrager. •Aanpassingen die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen mits medisch of anderszins noodzakelijk: oaanpassingen aan de stoel van de chauffeur of bijrijder stoel; oaanpassingen het bedieningsmechanisme van de auto oautostoeltjes voor kinderen (geen gebruikelijke stoeltjes); oaanpassingen voor het meenemen van de rolstoel in de auto; oaanpassingen voor vervoer van een rolstoelgebruiker in de auto; oaanpassingen voor het veilig vervoeren van hulpapparatuur zoals zuurstofflessen, in uitzonderlijke situaties een extra verwarmingselement. E Artikel 3.6 De maatwerkvoorziening is reeds eerder verstrekt, wordt hernummerd en komt te luiden: Artikel 3.8 De Maatwerkvoorziening is reeds eerder verstrekt. F Artikel 6, lid6, de tekst in de 2e bullet (De dagelijkse verplaatsingsdoelen kunnen niet lopend worden overbrugd) wordt vervangen door: •De dagelijkse verplaatsingsdoelen kunnen niet lopend worden overbrugd over de korte en middellange afstanden (800-1200 meter) G Artikel 8.11 wordt vervangen door: 8.11. Aanvullende criteria voor persoons gebonden budget bij Beschermd Thuis 1.Het college kan de inwoner in aanmerking laten komen voor een persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien wordt voldaan aan de voorwaarden in dit artikel. 2.Een persoonsgebonden budget voor integrale hersteltrajecten wordt niet verstrekt indien de ondersteuning wordt uitgevoerd door: a)een zelfstandige zonder personeel (zzp’er); of b)een andere juridische constructie die geen of nauwelijks overheadkosten maakt, tenzij de aanbieder aantoonbaar voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen en kan waarborgen dat de vereiste complexe zorgbehoeften, veiligheid, continuïteit en samenwerking zijn geborgd. 3.Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien de aanbieder niet in staat is om: a)de complexe psychosociale of psychiatrische problematiek van de inwoner integraal te begeleiden, waaronder medische, sociale en persoonlijke ondersteuning; b)een breed scala aan professionele ondersteuning te bieden, waaronder medische zorg, daginvulling, financiële stabilisatie en sociale integratie. 4.Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien de aanbieder niet kan waarborgen dat: a)de 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van ondersteuning is georganiseerd en geborgd; b)snelle interventie bij incidenten en calamiteiten mogelijk is; c)de inwoner 24 uur per dag kan terugvallen op deskundige en bekwame medewerkers; d)toegang tot crisisopvang en een tijdelijke terugvalvoorziening beschikbaar is indien nodig. 5.Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor Beschermd Thuis indien de aanbieder niet kan waarborgen dat: a)samenwerking plaatsvindt met andere zorg- en ondersteuningsinstanties; b)een systeemgerichte, integrale aanpak mogelijk is, afgestemd op de complexe ondersteuningsbehoefte van de inwoner. 6.Een persoonsgebonden budget kan wel worden verstrekt aan instellingen die aantoonbaar voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen voor gecontracteerde partijen. Het college beoordeelt vooraf of de instelling aan deze eisen voldoet via een daartoe aangewezen commissie, bestaande uit deskundigen op het gebied van toezicht, kwaliteit en Contractbeheer. 7.Bij de maatwerkvoorzieningen Begeleiding crisis, Begeleiding intensief, Begeleiding perspectief en Integrale Hersteltrajecten is de inzet van informele hulp niet toegestaan. Deze voorzieningen vergen acute, intensieve professionele inzet gericht op ontwikkeling en herstel. H. Artikel 8, hier wordt een lid 12 en een lid 13 aan toegevoegd: 12.Weigeringsgronden voor een pgbWeigeringsgrond waarop geen pgb wordt verstrekt zijn: a.als een algemene of collectieve voorziening aanwezig is en toereikend wordt geacht. Zo zal iemand die deel kan nemen aan het collectief vraagafhankelijk vervoer geen vervoerskostenvergoeding ontvangen. Ook zal iemand die gebruik kan maken van een rolstoelpool voor incidenteel gebruik geen rolstoel toegekend krijgen. b.het kan zijn dat blijkt dat een ondersteuningsbehoevende niet met geld om kan gaan en ook geen beheerder kan aanwijzen. Dit moet uit het onderzoek blijken. In dergelijke situaties wordt geen pgb verstrekt c.als de ondersteuningsbehoevende zich eerder niet aan de voorwaarden voor een pgb heeft gehouden kan een volgend pgb worden geweigerd. d.een ondersteuningsbehoevende kan in een schuldsaneringstraject zitten, failliet verklaard zijn of er kunnen beslagen op zijn uitkering/inkomen liggen. In die situaties kan het gebeuren dat, indien het pgb wordt uitbetaald, het pgb voor andere doeleinden worden ingezet. e.Als uit de indicatie blijkt dat de voorziening niet nodig zal zijn gedurende de hele periode waarover de voorziening wordt afgeschreven, kan overwogen worden een pgb te weigeren. Dit zal zich met name voordoen bij een progressief ziektebeeld of een korte levensverwachting. In die situaties is het economisch onvoordelig om een persoonsgebonden budget te verstrekken. 13.Verplichtingen bij de verlening van een pgbIndien er een eenmalig pgb wordt verstrekt voor de aanschaf van een hulpmiddel gelden de volgende voorwaarden voor het gebruik: a.het pgb moeten worden besteed aan de kosten die betrekking hebben op het compenseren van de beperkingen waarvoor men geïndiceerd is. b.indien het pgb betrekking heeft op individuele aanpassingen bij vervoersvoorzieningen en rolstoelen dan kunnen de kosten voor een individuele aanpassing slechts opnieuw worden vergoed indien de voorziening is afgeschreven of de aanpassing niet meer adequaat is. c.met een eenmalig pgb moet minimaal de afschrijftermijn van de geselecteerde voorziening worden overbrugd. Indien iemand een andere voorziening wenst is dat, binnen marges, toegestaan maar de afschrijftermijn wordt daardoor niet bekort. d.indien een goedkopere voorziening wordt aangeschaft kan, na overleg met de gemeente, de afschrijftermijn bekort worden of de periode waarvoor de eigen bijdrage geldt, kan worden beperkt. Het pgb wordt beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening. e.Indien nadat de afschrijftermijn is verstreken en de voorziening nog in goede staat verkeert, wordt geen nieuw pgb verstrekt. Dit heeft voor de ondersteuningsbehoevende het voordeel dat er niet opnieuw een eigen bijdrage hoeft te worden betaald. f.Van de ondersteuningsbehoevende wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de voorziening omgaat en onnodige schade en slijtage voorkomt. g.de ondersteuningsbehoevende dient zelf zorg te dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. h.voor het onderhouden van de voorziening wordt jaarlijks een bedrag ter beschikking gesteld. i.indien de ondersteuningsbehoevende niet gedurende de gehele termijn waarbinnen de voorziening wordt afgeschreven recht heeft op de voorziening, wordt het pgb van de ondersteuningsbehoevende teruggevorderd tot het bedrag waarvoor de afschrijftermijn nog niet verstreken is. Hiermee wordt het risico voor het gebruik van het pgb bij de ondersteuningsbehoevende gelegd. Weliswaar loopt hij hiermee een risico maar langs de andere kant kan het pgb een financieel voordeel opleveren omdat de eigen bijdrage maar gedurende maximaal 39 perioden van 4 weken wordt opgelegd en niet, zoals bij een bruikleenvoorziening of periodiek pgb gedurende de gehele (bruikleen)periode. Indien er een periodiek pgb wordt verstrekt geldt dat het pgb moet worden besteed aan de kosten die betrekking hebben op het compenseren van de beperkingen waarvoor men geïndiceerd is. I. Artikel 14 wordt vervangen door: Artikel 14 – Afbakening maatwerkvoorzieningen Beschermd Thuis De criteria zoals die in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020 zijn opgenomen, zijn van toepassing op alle producten uit het domein Wmo (dus ook MO/BW), waarvoor het college een inwoner in aanmerking kan laten komen wanneer deze voldoet aan de criteria zoals die zijn opgenomen in artikel 15 van de verordening. Het college van de gemeente Heerde heeft in 2023 het volgende convenant ondertekend: •Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) Oost-Veluwe 2023-2032Hierbij is opgenomen: -Overzicht regionale algemene voorzieningen -Overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg- en ondersteuningsproducten) – -Overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2023 -Overzicht rijksvergoeding Maatschappelijke Opvang -Regionaal kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030 -Regionaal ontwerp Beschermd Thuis 2030 -Norm voor Opdrachtgeverschap MO & BW: Routekaart| VNG Daarnaast hebben de colleges van de samenwerkende regiogemeenten Noord Oost Veluwe (Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst) besloten om de in deze handreikingen vastgelegde beleidsregels ongewijzigd over te nemen als de geldende beleidsregels voor de desbetreffende gemeenten. Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026. Indien dit besluit later dan 1 juli 2026 wordt bekendgemaakt, treedt deze met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2026 in werking. Vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van Heerde, d.d. 07-07-2026 het college van burgemeester en wethouders van Heerde, de secretaris, de burgemeester,

Meer informatie