Algemene Plaatselijke Verordening Neder-Betuwe 2026
Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Neder-Betuwe Onderstaand de wijzigingen in de Algemene Plaatselijke Verordening die in juli 2026 aan de gemeenteraad worden voorgesteld. De wijzigingen die worden zijn onderstreept in de nieuwe tekst (tweede kolom). Daar waar de wijzigingen artikelleden betreft, zijn alleen de betreffende artikelleden opgenomen. Daar waar de wijzigingen een sub betreft, is alleen het betreffende sub opgenomen. Met ‘….’ is bedoeld dat het artikel meer artikelleden of subs bevat die niet wijzigen. Artikel 2:10 het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan Bestaande tekst Nieuwe tekst 1.Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de openbare plaats, weg of weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.Geen vergunning zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel is vereist voor het tijdelijk plaatsen (maximaal 3 weken) van bouwmaterialen zoals bouwketen, steigers en containers mits: a.er geen gevaar voor de bruikbaarheid van de weg wordt veroorzaakt en de weg veilig blijft; b.het object geen overlast veroorzaakt voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; c.bouwmaterialen alleen worden geplaatst op of nabij de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden; d.de bouwmaterialen op de openbare weg voldoen aan de door het CROW uitgebrachte “Richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels”; e.het object geen belemmering vormt voor beheer en onderhoud van de weg; f.tenminste 7 dagen voor het plaatsen van de hiervoor genoemde bouwmaterialen melding wordt gedaan aan het college door middel van een door het college vastgesteld meldingsformulier. 4.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d.voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e.door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f.beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 5.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8.Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 1.Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de openbare plaats, weg of weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.Een vergunning zoals bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3.Geen vergunning zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel is vereist voor het tijdelijk plaatsen (maximaal 3 weken) van bouwmaterialen zoals bouwketen, steigers en containers mits: a.er geen gevaar voor de bruikbaarheid van de weg wordt veroorzaakt en de weg veilig blijft; b.het object geen overlast veroorzaakt voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; c.bouwmaterialen alleen worden geplaatst op of nabij de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden; d.de bouwmaterialen op de openbare weg voldoen aan de door het CROW uitgebrachte “Richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels”; e.het object geen belemmering vormt voor beheer en onderhoud van de weg; f.tenminste 7 dagen voor het plaatsen van de hiervoor genoemde bouwmaterialen melding wordt gedaan aan het college door middel van een door het college vastgesteld meldingsformulier. 4. Geen vergunning is vereist voor het plaatsen van uitstallingen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de uitstalling veroorzaakt geen gevaar voor de bruikbaarheid van de weg en belemmert het doelmatig en veilig gebruik daarvan niet; b. op het trottoir blijft te allen tijde een vrije doorgang van ten minste 1,5 meter gewaarborgd; c. de uitstalling belemmert geen nooduitgangen, brandkranen of andere brandveiligheidsvoorzieningen; d. de uitstalling brengt geen schade toe aan de weg en de uitstalling veroorzaakt geen overlast voor gebruikers van nabijgelegen onroerende zaken; e. de uitstalling vormt geen belemmering voor beheer en onderhoud van de weg; 5.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a.evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c.standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d.voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e.door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f.beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 6.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 7.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken en uitstallingen. 8.De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 9.Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2.28 Exploitatievergunning openbare inrichting Bestaande tekst Nieuwe tekst …… geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een ondergeschikte nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b.zorginstelling; c.onderwijsinstelling; d.museum; e.bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant; f.rouwcentrum, begraafplaats of crematorium; g.zonnecentrum, sport- of dansschool; h.accommodatie voor een bed & breakfast. …… …… geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een ondergeschikte nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b.zorginstelling; c.onderwijsinstelling; d.museum; e.bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant; f.rouwcentrum, begraafplaats of crematorium; g.zonnecentrum, sport- of dansschool; h.accommodatie voor een bed & breakfast; i. accommodatie voor een vergadercentrum en/of verhuur van kantoorlocaties. Artikel 2:74 Drugshandel op straat Bestaande tekst Nieuwe tekst Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74a (artikel I van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Schenktijden Bestaande tekst Nieuwe tekst x Artikel 2:29a Afwijkende sluitingstijd paracommerciële rechtspersonen 1. In afwijking van de sluitingstijden als genoemd in artikel 2:29, is het de paracommerciële rechtspersoon verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven na de voor hen geldende uiterlijke schenktijd als genoemd in artikel 2:34b of 2:34c. 2. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid in geval van een incidentele festiviteit. 4. Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële inrichtingen Paracommerciële rechtspersonen mogen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar niet buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: Maandag tot en met donderdag 15.00 uur tot 23.00 uur Vrijdag, zaterdag en zondag 15.00 uur tot 24.00 uur Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële inrichtingen Paracommerciële rechtspersonen mogen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken voor, tijdens en na de activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon op dezelfde dag, maar niet buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: Maandag tot en met vrijdag 19.00 uur tot 24.00 uur zaterdag en zondag 14.00 uur tot 24.00 uur Artikel 2:34c Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen Typen paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten zoals in onderstaand schema genoemd mogen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar in afwijking van het bepaalde in artikel 2:34b niet buiten de hierna opgenomen schenktijden: Inrichtingen die in beheer zijn bij een rechtspersoon met een sportieve doelstelling maandag tot en met vrijdag 17.00 uur tot 24.00 uur zaterdag en zondag 12.00 uur tot 24.00 uur Inrichtingen die in beheer zijn bij een rechtspersoon met een sociaal-culturele doelstelling die zich bovendien richt op doelgroep senioren/volwassenen Maandag tot en met donderdag 12.00 uur tot 23.00 uur Vrijdag, zaterdag en zondag 12.00 uur tot 24.00 uur Artikel 2:34c Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen Typen paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten zoals in onderstaand schema genoemd mogen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken voor, tijdens en na activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon op dezelfde dag, maar in afwijking van het bepaalde in artikel 2:34b niet buiten de hierna opgenomen schenktijden: 1. Inrichtingen die in beheer zijn bij een rechtspersoon die zich hoofdzakelijk richt op de tennissport: Maandag tot en met zondag van 14:00 uur tot 24:00 uur 2. Inrichtingen die in beheer zijn bij een rechtspersoon die zich hoofdzakelijk richt op de voetbalsport: Maandag tot en met vrijdag van 19:00 uur tot 24:00 uur Zaterdag van 12:00 uur tot 20:00 uur 3. Inrichtingen die in beheer zijn bij een rechtspersoon die zich hoofdzakelijk richt op een sociaal culturele doelstelling: Maandag tot en met zondag van 12:00 uur tot 24:00 uur Artikel 2:34e Ontheffingen privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden De burgemeester verleent op aanvraag ontheffing van de in artikel 2:34d gestelde verboden indien de paracommerciële rechtspersoon kan aantonen dat in een omtrek van 10 kilometer rond de paracommerciële inrichting geen commercieel horecabedrijf in staat en bereid is om de in dat artikel bedoelde bijeenkomsten te organiseren. Voor dorpshuizen die in beheer zijn bij een rechtspersoon met een sociaal-culturele doelstelling die zich bovendien richt op senioren c.q. volwassenen, is het afstandscriterium bij deze aanvragen tot ontheffing beperkt tot de dorpskern waarin het dorpshuis gevestigd is als het gaat om bijeenkomsten van persoonlijke aard voor inwoners van diezelfde dorpskern. Artikel 2:34e Ontheffingen privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden De burgemeester verleent op aanvraag ontheffing van de in artikel 2:34d gestelde verboden indien de paracommerciële rechtspersoon kan aantonen dat in een omtrek van 10 kilometer rond de paracommerciële inrichting geen commercieel horecabedrijf in staat en bereid is om de in dat artikel bedoelde bijeenkomsten te organiseren. Voor dorpshuizen die in beheer zijn bij een rechtspersoon met een sociaal-culturele doelstelling, is het afstandscriterium bij deze aanvragen tot ontheffing beperkt tot de dorpskern waarin het dorpshuis gevestigd is als het gaat om bijeenkomsten van persoonlijke aard voor inwoners van diezelfde dorpskern. Nieuw artikel Artikel 2:34i regels ter bescherming van minderjarigen 1. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcohol te verstrekken binnen de in 2:34b en 2:34c genoemde tijden aan jeugdleiders, trainers van jeugdteams en andere begeleiders van jeugd(activiteiten) tijdens de uitoefening van hun functie. 2. Het is verboden voor paracommerciële rechtspersonen om alcohol te verstrekken binnen de in 2:34b en 2:34c genoemde tijden indien meer dan 25% van de aanwezigen in de inrichting minderjarig is. Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.Overtreding van het bij of krachtens deze verordening en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2.De strafbepaling als genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op artikelen 2:11, 4:11 en 2:10. 3.In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, en 4:11, eerste lid. 4.In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.Overtreding van het bij of krachtens deze verordening en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2.De strafbepaling als genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op artikelen 2:10, 2:11, 2:67, 2:68, 4:9A t/m 4:9G 4:11. 3. Overtreding van het bepaalde in de artikelen 2:67 en 2:68 wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 437 en 437ter van het Wetboek van Strafrecht. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, 4:9A tot en met 4:9G en 4:11;. 5.In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1.Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1.Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. In afwijking van het eerste lid, gelden besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, als besluiten genomen krachtens deze verordening, met dien verstande dat met ingang van 1 september 2026 de gewijzigde sluitingstijden als genoemd in 2:29a en de gewijzigde schenktijden als genoemd in 2:34b en 2:34c prevaleren boven de in die besluiten opgenomen sluitingstijden en schenktijden.
Meer informatie