Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2026
Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2026 De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26-05-2026; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2026: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a.administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b.organisatorische eenheid: iedere organisatorische eenheid binnen de organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; c.rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving; d.BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling 1.De raad stelt een programma-indeling vast.2.De raad stelt de taakvelden per programma vast. Ieder taakveld behoort tot één programma. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per taakveld weergegeven.2.In het overzicht van incidentele baten en lasten worden posten vanaf € 50.000,- afzonderlijk toegelicht.3.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.4.In de jaarrekening worden van de investeringen de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele stand van de totale uitgaven en inkomsten per investering weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting 1.Het college biedt de raad ter vaststelling een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.2.Het indexpercentage dat wordt gehanteerd voor de begroting van het jaar t en de meerjarenbegroting is het percentage dat in het Centraal Economisch Plan (uitgebracht in het jaar t-1) is opgenomen voor het jaar t. Het gaat om de “Loonvoet sector overheid” voor de index van de lonen en de “Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc)” voor de index van de prijzen.3.Voor de index lonen geldt dat van lid 2 kan worden afgeweken als cao-onderhandelingen/ afspraken hier aanleiding toe geven.4.Voor de index prijzen geldt dat van lid 2 kan worden afgeweken als voor de indexering van de prijzen afzonderlijke afspraken daar aanleiding toe geven.5.De gewogen kostenontwikkeling wordt berekend als gemiddelde van de index lonen en index prijzen. Deze gemiddelde index wordt gebruikt voor de onroerendezaakbelasting, leges en andere inkomsten. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.2.Bij de begrotingsbehandeling geeft het college aan van welke nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart raadsvoorstel voor autorisatie van het investeringskrediet aan de raad wordt voorgelegd. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling door de geautoriseerd.3.Als het college verwacht dat de lasten van een geautoriseerd budget (op taakveldniveau), niet zijnde een investeringskrediet, dreigen te overschrijden, dan neemt het college deze overschrijding minimaal op in de eerstvolgende tussentijdse rapportage die aan de raad wordt voorgelegd. Wanneer in het lopende jaar géén tussentijdse rapportage meer wordt voorgelegd, meldt het college een dreigende overschrijding vanaf € 50.000,- in de eerstvolgende raadsvergadering.Het college biedt aanvullend zo snel mogelijk ter vaststelling een voorstel aan, zo nodig voorzien van een begrotingswijziging, voor het wijzigen van het geautoriseerd budget of voor het bijstellen van het beleid.4.Als het college verwacht dat de lasten van een geautoriseerd investeringskrediet dreigen te overschrijden, dan neemt het college deze overschrijding minimaal op in de eerstvolgende tussentijdse rapportage die aan de raad wordt voorgelegd.Wanneer in het lopende jaar géén tussentijdse rapportage meer wordt voorgelegd, meldt het college een dreigende overschrijding van een geautoriseerd investeringskrediet in de eerstvolgende raadsvergadering als: a.het krediet met méér dan 10%, overschrijdt, met een minimum van € 50.000,- óf; b.het krediet met meer dan € 250.000,- overschrijdt. Het college biedt aanvullend zo snel mogelijk een voorstel aan, zo nodig voorzien van een begrotingswijziging, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet of voor het bijstellen van het beleid.5.Het college is gemachtigd om in uitzonderingsgevallen, zonder voorafgaande rapportage aan de raad of een besluit van de raad, de lasten van een geautoriseerd budget of een geautoriseerde investeringskrediet met € 50.000,- of meer te overschrijden om de belangen van de gemeente naar de inzichten op dat moment zo goed mogelijk te behartigen. Deze omstandigheden zijn aan de orde wanneer het algemeen belang in een bepaalde situatie (mogelijk) nadelige gevolgen zou ondervinden indien geen beslissing wordt genomen en ingrijpen geen uitstel duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als “brandzaak” en terstond na het besluit van het college ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.Het college motiveert hierbij duidelijk waarom het een “brandzaak” is.6.Het college informeert vooraf de raad en neemt een voorgenomen besluit over het aangaan van verplichtingen die niet conform de begroting zijn vastgesteld. Dit geldt voor bedragen vanaf € 50.000,-. De raad krijgt hierbij twee weken de gelegenheid om eventuele wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Wanneer twee of meer fracties aangeven niet met het voorgenomen besluit in te kunnen stemmen wordt het voorstel via de reguliere procedure zo snel mogelijk aan raad voorgelegd. Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1.Het college biedt de raad twee keer per jaar ter vaststelling een tussentijdse rapportage aan. De tussentijdse rapportage gaat over (de beleidsmatige en) de financiële stand van zaken in het lopende boekjaar.2.In de tussentijdse rapportages worden alle (op dat moment bekende) afwijkingen op de ramingen van zowel baten, lasten als mutaties in reserves en/of voorzieningen opgenomen. Afwijkingen op de ramingen van taakvelden vanaf € 50.000,- worden apart nader toegelicht. Hierbij worden zowel baten als lasten toegelicht. Bedragen onder deze grens worden wél opgenomen, maar niet apart toegelicht.3.In april wordt de concept jaarrekening, zoals die ook ter controle wordt aangeboden aan de accountant, ter kennisname aan de raad gezonden.4.De tweede tussentijdse rapportage wordt aan de raad aangeboden voor de behandeling van de begroting t+1. Artikel 7. Jaarstukken 1.Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad een voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.2.In de jaarrekening worden afwijkingen op de ramingen van taakvelden vanaf € 50.000,- en meer toegelicht. Bedragen onder deze grens worden niet toegelicht. Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 8. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens die jaarlijks wordt vastgesteld in het door de raad vast te stellen Controleprotocol.2.In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) vanaf € 50.000,- nader toegelicht. Artikel 9. Voorwaardencriterium 1.Het college biedt de Auditcommissie jaarlijks uiterlijk op 31 december van het lopende boekjaar een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.2.De Auditcommissie geleidt het Normenkader ter vaststelling door naar de raad en voegt hierbij een vast te stellen Controleprotocol. Artikel 10. Begrotingscriterium 1.Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.2.De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.3.Het college geeft in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarrekening een toelichting op: a.Alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zoals bedoeld in artikel 8 zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; b.Op afwijkingen van de normen uit de Gids Proportionaliteit indien die niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn; c.Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen. 4.Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a.Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; b.Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling; c.Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar die niet meer in de tussentijdse rapportage verwerkt hadden kunnen worden; d.Kostenoverschrijdingen van activiteiten waarvan na het verantwoordingsjaar achteraf is geconstateerd dat die als onrechtmatig beschouwd moeten worden omdat dit bij nader onderzoek door een derde (bijv. subsidieverstrekker, belastingdienst, toezichthouder) blijkt. 5.Voor afwijkingen van de begroting als gevolg van over- en onderschrijdingen van baten en onderschrijdingen van lasten en investeringen, wordt het melden en verantwoorden in de jaarrekening als tijdig beschouwd.6.Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.7.Dotaties of onttrekkingen aan reserves zijn bij (door de raad aangewezen) reserves rechtmatig wanneer deze afwijken van de begrote bedragen als (ook): a.de werkelijke lasten die gedekt worden vanuit deze reserve(s) afwijken van de begroting; b.de werkelijke baten die worden toegevoegd aan deze reserve(s) afwijken van de begroting.De oorzaak van de afwijkende onttrekking of toevoeging wordt in de jaarrekening verantwoord. Artikel 11. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.2.Het college zorgt voor en het vastleggen van de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 12. Waardering en afschrijving vaste activa De raad stelt in een afzonderlijke nota nadere regels voor het beleid over waardering, activering en afschrijving vast. Ook stelt de raad een afschrijvingstabel vast. Artikel 13. Voorziening voor oninbare vorderingen 1.Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en heffingen wordt, met uitzondering van individuele vorderingen vanaf € 25.000,-, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het onderstaande percentage van oninbaarheid. Uitgangspunten oninbaar publiekrechtelijk (T = Dienstjaar). Vorderingen T: 0% oninbaar Vorderingen T -1: 25% oninbaar Vorderingen T- 2: 50% oninbaar Vorderingen T -3: 75% oninbaar Vorderingen T -5 of eerder: 100% oninbaar 2.Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. Artikel 14. Reserves en voorzieningen 1.De raad stelt in een afzonderlijke nota nadere regels over reserves en voorzieningen vast.2.In de begroting en de jaarrekening wordt een toelichting gegeven op het doel en de stand van de reserves en voorzieningen. Artikel 15. Kostprijsberekening 1.De kostprijs van rechten, heffingen en geleverde prestaties wordt bepaald met een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. In de berekening worden directe en indirecte kosten meegenomen. Hieronder vallen onder andere overhead, overige lasten, (toerekenbare) btw, eventuele rente, afschrijvingen, mutaties in voorzieningen en gederfde inkomsten door kwijtschelding.2.Bij de begroting worden de salarissen en ICT kosten zoveel als mogelijk direct toegerekend aan een taakveld. Bij de salariskosten wordt per organisatorische eenheid per medewerker of functie aangegeven welk deel van de tijd aan welk taakveld wordt besteed. Op basis hiervan wordt per organisatorische eenheid een percentage per taakveld bepaald. Bij de jaarrekening worden de werkelijke salaris en ICT-kosten conform de verdeling van de begroting toegerekend aan de taakvelden. Uitzondering hierop vormen de grondexploitatie, investeringen en subsidieprojecten. Voor deze onderdelen vindt de toerekening plaats op basis van de daadwerkelijk geschreven uren.Zowel bij de begroting als bij de jaarrekening worden deze uren doorbelast tegen het bij de begroting vastgestelde tarief.3.Bij de begroting wordt het overheadpercentage bepaald. Voor het bepalen van het overheadpercentage worden de totale overheadkosten gedeeld door het totaal van de geraamde directe lasten van de salarissen. Voor de toerekening van de overheadkosten, zoals bedoeld in lid 1, wordt het overheadpercentage vermenigvuldigd met de aan het taakveld direct toegerekende lasten van de salarissen.Bij de jaarrekening wordt het overheadpercentage van de begroting vermenigvuldigd met de werkelijk aan het taakveld toegerekende lasten van de salarissen.4.Bij de begroting wordt in het percentage van de rekenrente de rente over de voorziening verliesgevende complexen meegenomen. Het percentage van de rekenrente wordt herrekend bij de jaarrekening op basis van werkelijke rentelasten en de werkelijke boekwaarde op 1 januari. Herrekening van de rente vindt niet tussentijds plaats. Artikel 16. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks, uiterlijk in december voor aanvang van het nieuwe jaar, een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen. Artikel 17. Financieringsfunctie 1.Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a.voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; b.er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2.Het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Hierbij bedingt het college indien mogelijk zekerheden.3.Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste en tweede lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een Treasurystatuut. Hierbij worden de bepalingen van de Wet Financiering Decentrale Overheden, de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, waarbij prudent beheer een basisvoorwaarde is, in acht genomen. Het college zendt het Treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad. Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikel 18. Paragrafen 1.Bij de begroting verstrekt het college (minimaal) de informatie als bedoeld over de in het BBV verplicht gestelde paragrafen.2.In het jaarverslag legt het college verantwoording af over wat in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 19. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de organisatie als geheel en in de organisatorische eenheden; b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, enz.; c.het verschaffen van informatie aan budgethouders en voor het maken van kostencalculaties; d.het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; e.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 20. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a.een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige toewijzing van de taken aan de organisatorische eenheden; b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d.de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e.de te maken afspraken met de organisatorische eenheden over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f.het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g.het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; h.het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 21. Interne controle Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 22. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2023, vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt. Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.2.Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 6 juli 2026 De raad voornoemd, W.H.F. Geboers griffier J.C.J. van Breevoorzitter Toelichting op de artikelen Artikel 1 Begripsbepalingen Dit artikel bevat definities van begrippen die in de verordening meerdere malen voorkomen. Door deze begrippen te definiëren, wordt de eenduidige toepassing en interpretatie van de verordening bevorderd. Aangesloten is zoveel mogelijk bij de begrippen zoals deze worden gehanteerd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Artikel 2 Programma-indeling In dit artikel wordt bepaald dat de raad de programma-indeling vaststelt. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 8, eerste lid, van het BBV. De programma-indeling vormt de basis voor zowel de begroting als de jaarstukken. Door vaststelling door de raad wordt de kaderstellende rol van de raad gewaarborgd. Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken In dit artikel staan nadere afspraken over het presenteren van de (incidentele) baten en lasten en de investeringen in zowel de begroting als de jaarstukken. Artikel 4 Kaders begroting Dit artikel bepaalt dat het college de kaders voor het opstellen van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming vooraf aan het opstellen daarvan aanbiedt aan de raad. Hiermee wordt de kaderstellende rol van de raad gewaarborgd. Artikel 5 Autorisatie van de begroting en investeringskredieten Dit artikel regelt de wijze waarop de raad de begroting en de investeringskredieten autoriseert. De lasten en baten per programma worden door de raad vastgesteld. Het college doet een voorstel voor de investeringen die afzonderlijk door de raad geautoriseerd moeten worden, zodat de raad expliciet kan besluiten over het aangaan van kapitaallasten. Hiermee wordt transparantie en budgetdiscipline bevorderd. Artikel 6 Tussentijdse rapportages Dit artikel bepaalt hoe vaak en op welk moment het college de raad informeert over de realisatie van de begroting. Door het opnemen van tussentijdse rapportages wordt de raad in staat gesteld tijdig bij te sturen. Afwijkingen groter dan het in dit artikel genoemde bedrag worden toegelicht, zodat de raad inzicht heeft in de financiële risico’s en ontwikkelingen. Artikel 7 Jaarstukken In dit artikel staan nadere afspraken over het bestemmen van het jaarrekeningresultaat. Afwijkingen op ramingen groter dan het in dit artikel genoemde bedrag worden toegelicht, zodat de raad inzicht heeft in de afwijkingen op de ramingen van de taakvelden. Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Dit artikel regelt de verantwoordings- en rapportagegrens voor fouten en onzekerheden in de rechtmatigheidsverantwoording. Door het opnemen van een grens wordt voorkomen dat geringe afwijkingen leiden tot een uitgebreide toelichting, terwijl materiële afwijkingen expliciet worden verantwoord. De gekozen werkwijze via het Controleprotocol zorgt dat grens jaarlijks aansluit bij de landelijke richtlijnen en waarborgt een evenwicht tussen inzichtelijkheid en uitvoerbaarheid. Daarnaast is in dit artikel is vastgelegd vanaf welk bedrag afzonderlijke fouten en onzekerheden worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Hiermee wordt de controlerende rol van de raad ondersteund. Artikel 9 Voorwaardencriterium Dit artikel bepaalt de manier waarop het normenkader voor de rechtmatigheid wordt vastgesteld. Artikel 10 Begrotingscriterium Dit artikel verduidelijkt hoe begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld. Overschrijdingen van de door de raad geautoriseerde budgetten worden in beginsel als onrechtmatig aangemerkt, tenzij deze passen binnen door de raad vastgestelde uitzonderingen. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven over de wijze waarop met begrotingsafwijkingen wordt omgegaan in de rechtmatigheidsverantwoording. Artikel 11 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium In dit artikel is vastgelegd dat het college zorgdraagt voor beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. Eventuele constateringen op dit terrein worden betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eisen van rechtmatig en integer financieel beheer. Artikel 12 Waardering en afschrijving van activa In dit artikel is opgenomen waar de regels voor de waardering en afschrijving van vaste activa vastgelegd worden. Via een afzonderlijke nota kan eenvoudiger aangesloten worden bij de bepalingen uit het BBV. Door het vaststellen van afschrijvingstermijnen wordt uniformiteit en voorspelbaarheid in de financiële verslaglegging bereikt. Artikel 13 Voorziening voor oninbare vorderingen In dit artikel is vastgelegd voor welke openstaande vorderingen en tot welk bedrag er een voorziening wegens oninbaarheid gevormd wordt. Artikel 14 Reserves en voorzieningen In dit artikel is opgenomen waar de regels voor reserves en voorzieningen vastgelegd worden. Via een afzonderlijke nota kan eenvoudiger aangesloten worden bij de bepalingen uit het BBV. Artikel 15 Kostprijsberekening Dit artikel regelt de uitgangspunten voor de berekening van kostprijzen van gemeentelijke producten en diensten. Het doel hiervan is transparantie en een consistente toepassing bij het vaststellen van tarieven en heffingen. Artikel 16 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Dit artikel regelt dat de raad voor aanvang van het nieuwe jaar de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen kan vaststellen. Door vaststelling door de raad wordt de kaderstellende rol van de raad gewaarborgd. Artikel 17 Financieringsfunctie Dit artikel bevat kaders voor de financieringsfunctie van de gemeente. Het doel is het beperken van financiële risico’s, het beheersen van renterisico’s en het waarborgen van voldoende liquiditeit. De uitvoering van de financieringsfunctie berust bij het college binnen de door de raad gestelde kaders. Artikel 18 Paragrafen In dit artikel is vastgelegd dat de paragrafen conform het BBV in de begroting en jaarstukken worden opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de verplichtingen uit het BBV en wordt gewaarborgd dat de raad beschikt over alle relevante informatie voor zijn kaderstellende en controlerende rol. Artikel 19 Administratie In dit artikel is vastgelegd hoe de opzet en werking van de financiële administratie ingericht moet zijn. Artikel 20 Financiële organisatie In dit artikel is vastgelegd hoe het college de financiële organisatie inricht om aan de afspraken in deze Financiële verordening te kunnen voldoen. Artikel 21 Interne controle Dit artikel bepaalt dat het college zorgdraagt voor een systematische interne controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer. De resultaten van deze controles worden aan de raad gerapporteerd, zodat de raad zijn controlerende taak kan uitoefenen. Artikel 22 Intrekken oude verordening en overgangsrecht Dit artikel regelt de intrekking van de eerdere financiële verordening, zodat één actueel kader van toepassing is. Daarnaast is hierin de datum vastgelegd waarop de nieuwe verordening in werking treedt. Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van de verordening en de wijze waarop deze kan worden aangehaald. Tevens vervangt deze verordening de eerdere financiële verordening, zodat één actueel kader van toepassing is.
Meer informatie