Subsidieregeling circulair ondernemerschap

APV
Locatie
SoortAPV
Gepubliceerd op16 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Rotterdam

Subsidieregeling circulair ondernemerschap Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de wethouder economie van 7 juli met kenmerk D2606-56941; gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 6, derde lid, 7, derde lid, 8, onderdeel k en 12a van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen voor de versterking van circulair ondernemerschap in Rotterdam, teneinde het marktaandeel van de circulaire economie te vergroten, de lokale verwerking en het hoogwaardig hergebruik van reststromen te stimuleren alsmede de financiële drempel voor circulaire MKB-bedrijven te verlagen; besluit: Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun; b.ketenontwikkeling: activiteiten gericht op het tot stand brengen of versterken van samenwerkingsverbanden binnen circulaire productieketens. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel 3 Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de volgende activiteiten of een combinatie van activiteiten die bijdragen aan het verbeteren van de marktpositie van circulaire ondernemingen: a.professionalisering en interne opschaling, waaronder in ieder geval wordt verstaan: 1°.aanschaf van machines of apparatuur ten behoeve van circulaire productie of verwerking; 2°.digitalisering van bedrijfsprocessen ten behoeve van de circulaire bedrijfsvoering; b.ketenontwikkeling, waaronder in ieder geval wordt verstaan: 1°.ontwikkeling van samenwerkingsmodellen binnen circulaire waardeketens, waaronder shared-risk businesscases; 2°.activiteiten gericht op het bij elkaar brengen van lokale partners en het vormen van circulaire ketens; c.verkennende activiteiten: 1°.haalbaarheidsstudies gericht op circulaire bedrijfsactiviteiten; 2°.pilotprojecten gericht op ketensluiting of procesoptimalisatie; 3°.marktonderzoek gericht op het onderbouwen van de marktpotentie voor circulaire proposities. 2.De activiteit voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a.zij beoogt de marktpositionering van de aanvragende MKB-onderneming te verbeteren; b.zij beoogt een positieve impact op de Rotterdams economie, de Rotterdamse maatschappij of het Rotterdamse milieu; c.zij beoogt een duurzaam en bestendig bedrijfsmodel; d.zij vindt in ieder geval plaats in de regio Rotterdam. Artikel 4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een MKB-onderneming die: a.is ingeschreven in het handelsregister; b.niet is opgericht door en in vol eigendom is van een onderneming uit het grootbedrijf of van een holding waartoe eveneens een onderneming uit het grootbedrijf hoort; c.gevestigd is in de gemeente Rotterdam, dan wel zich aantoonbaar in Rotterdam willen vestigen. Artikel 5 Staatssteun De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van de de-minimisverordening. Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.2.Niet voor subsidiëring in aanmerking komen de kosten die door subsidieontvanger zijn gemaakt voorafgaand aan de sluiting van de aanvraagtermijn. Artikel 7 Hoogte van de subsidie Een subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.999 per initiatief. Artikel 8 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode 2 september 2026 tot en met 21 oktober 2026 een subsidieplafond van € 200.000. Artikel 9 Wijze van verdeling 1.Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.2.Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de beoordelingscriteria opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling.3.Enkel subsidieaanvragen met een minimale score van 6 punten per criterium en een minimale totaalscore van 30 punten worden in de rangschikking meegenomen.4.Indien meerdere aanvragen een gelijke score hebben en het subsidieplafond met deze aanvragen overschreden zou worden, wordt de onderlinge rangschikking door middel van loting vastgesteld. Artikel 10 Aanvraag 1.De subsidie wordt digitaal aangevraagd via www.rotterdam.nl/subsidies onder gebruikmaking van de formulieren die daar beschikbaar zijn gesteld.2.Bij de subsidieaanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a.een plan van aanpak dat het initiatief, de beoogde prestaties en de te nemen stappen beschrijft; b.een begroting bevattende een financiële specificatie van het project; c.een digitaal gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister; d.een verklaring van ‘geen financiële moeilijkheden’; e.een ondertekende de-minimisverklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening. Artikel 11 Aanvraagtermijn Een subsidieaanvraag wordt ingediend in de periode van 2 september 2026 tot en met 21 oktober 2026. Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden Subsidie kan worden geweigerd, indien subsidie is verleend voor dezelfde activiteiten op grond van de Subsidieregeling circulaire innovaties. Artikel 13 Subsidieverplichtingen Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: a.de subsidieontvanger werkt mee aan het delen van niet-concurrentiegevoelige projectresultaten, gegevens en inzichten die zijn opgedaan tijdens de uitvoering van de activiteit; b.de activiteit wordt uiterlijk op 31 december 2027 afgerond. Artikel 14 Subsidievaststelling De subsidie wordt direct bij verlening vastgesteld. Artikel 15 Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die krachtens deze regeling zijn verstrekt. Artikel 16 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling circulair ondernemerschap. Aldus vastgesteld in de vergadering van 7 juli 2026. De secretaris, G.J.D. Wigmans De burgemeester,C.J. Schouten Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl Bijlage Beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Subsidieregeling circulair ondernemerschap Beoordelingscriteria Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende vier criteria: Criterium 1: Verbetering marktpositie Dit criterium beoordeelt de mate waarin het voorgestelde project bijdraagt aan het gelijktrekken van het speelveld tussen circulaire en lineaire proposities. De aanvrager beschrijft welke concrete marktbarrières de circulaire propositie ondervindt en hoe de voorgestelde activiteiten deze barrières verminderen. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de helderheid waarmee de huidige marktpositie ten opzichte van lineaire alternatieven wordt geschetst; b.de aannemelijkheid dat de voorgestelde activiteiten leiden tot een structurele verbetering van de marktpositie; c.de mate waarin de verbeterde marktpositie bijdraagt aan het vergroten van het marktaandeel van de circulaire economie. Criterium 2: Haalbaarheid Dit criterium beoordeelt de toekomstbestendigheid van de activiteit en professionaliteit van de aanvrager. Deze twee onderdelen worden hieronder nader beschreven. Toekomstbestendigheid In het kader van toekomstbestendigheid wordt beoordeeld in hoeverre de activiteit en de beoogde resultaten bijdragen aan een duurzaam en toekomstbestendig bedrijfsmodel. De aanvrager toont aan dat de resultaten niet eenmalig zijn maar een structureel effect hebben op de onderneming. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de visie op de langetermijnontwikkeling van de onderneming in relatie tot de activiteit; b.de mate waarin het project bijdraagt aan een robuust en aanpasbaar bedrijfsmodel; c.de potentie voor replicatie van het bedrijfsmodel binnen de context van lokale en eindige grondstoffen. Professionaliteit Bij professionaliteit wordt gekeken naar de aanvrager als ondernemer. De regeling richt zich op ondernemers en activiteiten die voorbij de idee- of conceptfase zijn en het ondernemerschap ‘in de vingers hebben’. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de financiële gezondheid van de onderneming; b.het stabiel en actief functioneren als onderneming, met een bewezen verdienmodel; c.de kennis van de markt en de ervaring van de aanvrager in het ondernemerschap; d.de aannemelijkheid dat het project leidt tot concrete resultaten; e.de professionaliteit en kwaliteit van de aanvraag zelf. Criterium 3: Impact op Rotterdam Bij dit criterium wordt gekeken naar de volgende drie onderdelen: milieu-impact, maatschappelijke impact en economische impact. Deze onderdelen worden hieronder nader beschreven. Milieu-impact Dit onderdeel beoordeelt de bijdrage van de activiteit aan de milieudoelstellingen binnen Rotterdam. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.in hoeverre de activiteit bijdraagt aan vermindering van primair grondstofgebruik; b.in hoeverre de activiteit bijdraagt aan CO2-reductie; c.in hoeverre de verwerking van lokale materiaalstromen wordt gestimuleerd. Maatschappelijke impact Dit onderdeel beoordeelt de bredere maatschappelijke bijdrage van de activiteit aan de Rotterdamse samenleving. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de mate waarin de activiteit circulaire economie zichtbaar, tastbaar of toegankelijk maakt voor bewoners en bedrijven; b.in hoeverre de activiteit bijdraagt aan het promoten en faciliteren van circulair gedrag; c.de potentie als precedent voor bredere systeemverandering, ook op kleine schaal. Economische impact Dit onderdeel beoordeelt de bijdrage aan de Rotterdamse economie en het circulaire ecosysteem. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de toegevoegde waarde aan het Rotterdamse economische ecosysteem; b.in hoeverre de activiteit bijdraagt aan ketenontwikkeling en het bij elkaar brengen van lokale partners; c.in hoeverre de activiteit bijdraagt aan werkgelegenheid en versterking van circulaire bedrijvigheid in Rotterdam. Criterium 4: Financieel Bij dit criterium wordt gekeken naar de volgende drie onderdelen: realistische begroting, de toegevoegde waarde van de subsidie en de waarde voor het geld. Deze onderdelen worden hieronder nader beschreven. Realistische begroting Dit onderdeel beoordeelt de kwaliteit en realiteitszin van de financiële onderbouwing. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.een heldere uitsplitsing van kosten per activiteit; b.marktconforme tarieven en prijzen; c.een kostenraming die past bij de omvang en aard van de beoogde activiteiten. Toegevoegde waarde subsidie Dit onderdeel beoordeelt de mate waarin de subsidie daadwerkelijk het verschil maakt voor de activiteit en de onderneming. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de helderheid waarmee de aanvrager beschrijft welke uitdagingen de subsidie helpt overbruggen; b.de mate waarin de activiteiten zonder subsidie niet of niet tijdig zouden plaatsvinden; c.bij aanvragers die eerder subsidie hebben ontvangen: de mate waarin het nieuwe project voortbouwt op eerdere resultaten en een logische volgende stap vormt. Waarde voor geld Dit onderdeel beoordeelt de verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag en de verwachte opbrengsten. De beoordelaar weegt het volgende mee: a.de verhouding tussen gevraagd bedrag en beoogde resultaten op het gebied van milieu, maatschappij en economie; b.de mate van ambitie in relatie tot het gevraagde bedrag; c.de potentie om met het gesubsidieerde project een hefboomeffect te realiseren voor verdere ontwikkeling. Puntentelling Elk criterium krijgt een score van 0-10 punten. 0 De aanvrager beschrijft het criterium niet of onvoldoende in de aanvraag. Er is incomplete of ontbrekende informatie waardoor beoordeling niet mogelijk is. 1 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag, maar de onderbouwing is zeer gebrekkig. De aanvraag vertoont op dit punt fundamentele tekortkomingen. 2 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag, maar de onderbouwing is onvoldoende. De aanvraag vertoont op dit punt duidelijke tekortkomingen en zwaktes. 3 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is beperkt en de aanvraag vertoont op dit punt meerdere zwaktes. 4 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is aanwezig maar nog onvoldoende overtuigend. De aanvraag vertoont op dit punt enkele duidelijke zwaktes. 5 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is redelijk maar niet volledig. De aanvraag vertoont op dit punt enkele zwaktes. 6 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is voldoende. De aanvraag vertoont op dit punt enkele kleine zwaktes. 7 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is ruim voldoende. De aanvraag vertoont op dit punt hooguit kleine zwaktes. 8 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is goed en overtuigend. De aanvraag vertoont op dit punt geen noemenswaardige zwaktes. 9 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is zeer goed en vrijwel volledig. De aanvraag is op dit punt sterk en overtuigend. 10 De aanvrager beschrijft het criterium in de aanvraag. De onderbouwing is uitstekend en compleet. Er zijn geen of verwaarloosbare tekortkomingen. Toelichting op de Subsidieregeling circulair ondernemerschap Algemeen Het college zet in op het versterken van circulair ondernemerschap in Rotterdam vanwege het belang voor klimaat, grondstofgebruik, lokale economie en het toekomstige verdienvermogen van de stad. De ambities hiervoor zijn onder andere vastgelegd in: •Coalitieakkoord Eén Stad, 2022–2026 •Programma Rotterdam Circulair, 2023–2026 •Klimaatactieplan Rotterdam, maart 2024 •MKB Actieprogramma, maart 2023 Circulaire ondernemers spelen een belangrijke rol in de transitie naar een circulaire economie. Zij verwerken reststromen, sluiten materiaalketens en creëren economische waarde. Circulaire productie is vaak arbeidsintensiever, grondstofketens zijn minder voorspelbaar, en de marktprijzen van primaire grondstoffen reflecteren niet de maatschappelijke kosten van winning en verwerking. Met deze subsidieregeling speelt het college in op die uitdagingen. De regeling richt zich op circulaire MKB-bedrijven die voorbij de idee- of conceptfase zijn en een aantoonbare bijdrage leveren aan de Rotterdamse circulaire economie. Het doel is het wegnemen van risicovolle financiële drempels die de doorgroei van bestaande circulaire bedrijvigheid belemmeren, zodat meer circulaire ondernemers de stap kunnen zetten naar professionalisering, opschaling en ketenontwikkeling. Er zijn zeer beperkt opties voor circulaire ondernemers voor het verkrijgen van financiering voor deze fase van ontwikkeling, die nog veel risico’s kent. Het doel van het college is om met de beschikbare middelen maximale impact te bereiken voor de Rotterdamse circulaire economie. Aanvragen worden onder andere beoordeeld op milieu-impact, maatschappelijke impact en economische impact. In de praktijk betekent dit dat projecten hoger scoren wanneer zij niet alleen de eigen bedrijfsvoering versterken, maar onder andere ook bijdragen aan de zichtbaarheid van circulaire economie, de vorming van lokale ketens en de versterking van het circulaire ecosysteem in Rotterdam. De regeling richt zich in het bijzonder op ondernemers met een regionaal of stedelijk verzorgingsgebied. Dit reflecteert de ambitie om de circulaire economie lokaal te verankeren en de verwerking van Rotterdamse reststromen binnen de regio te stimuleren. Artikelsgewijs Artikel 3 Subsidiabele activiteiten De subsidiabele activiteiten zijn gegroepeerd in de categorieën professionalisering en interne opschaling, ketenontwikkeling, en verkennende activiteiten. Binnen de categorieën is beoordelingsruimte gelaten voor activiteiten die niet expliciet zijn benoemd maar wel bijdragen aan het betreffende thema. Dit voorkomt dat relevante activiteiten niet in aanmerking komen voor subsidieverlening enkel omdat zij niet waren voorzien bij het opstellen van de regeling. De regeling richt zich niet op activiteiten in de idee- of conceptfase, evenals activiteiten met een eenmalig karakter zonder structureel effect op de bedrijfsvoering. Artikel 5 Staatssteun De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van de Europese de-minimisverordening (Verordening (EU) 2023/2831). De totale de-minimissteun aan één onderneming bedraagt ten hoogste € 300.000 over een periode van drie belastingjaren. De aanvrager verklaart bij de aanvraag welke de-minimissteun in de drie voorafgaande jaren is ontvangen, zodat cumulatie kan worden getoetst. De keuze voor het de-minimiskader is ingegeven door de beperkte omvang van de individuele subsidies (maximaal € 24.999) en het totale subsidieplafond van deze regeling (€200.000), waardoor zwaardere staatssteunkaders zoals de Algemene Groepsvrijstellingsverordening niet proportioneel zouden zijn. Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Kosten zijn redelijk als: -ze noodzakelijk zijn voor de subsidiabele activiteit; -ze gebaseerd zijn op marktconforme prijzen en tarieven; -de specificaties van aan te schaffen goederen of diensten (en daarmee de kosten) niet hoger zijn dan nodig is voor de subsidiabele activiteit. Het is belangrijk dat wordt onderbouwd dat de kosten, die voor subsidie worden opgevoerd, redelijk zijn. Voor elke opgevoerde kostenpost moet worden onderbouwd waarom deze kosten nodig zijn voor de activiteit. Ook moet worden uitgelegd waarom bijvoorbeeld niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren. Artikel 9 Wijze van verdeling De aanvragen worden na sluiting van de aanvraagtermijn gerangschikt op basis van vier criteria. Dit zijn verbetering marktpositie, haalbaarheid, impact op Rotterdam en financieel. Deze wijze van verdeling waarborgt dat de beschikbare middelen worden toegekend aan de kwalitatief sterkste aanvragen. De minimale score van 6 per criterium voorkomt dat aanvragen die op één onderdeel tekortschieten toch worden gehonoreerd. Het gevolg kan zijn dat niet het volledige budget wordt uitgeput; het college acht het belangrijker om publieke middelen alleen te besteden aan kwalitatief sterke initiatieven dan om het volledige plafond te benutten. Artikel 13 Verplichtingen De kennisdelingsverplichting betreft uitsluitend niet-concurrentiegevoelige inzichten, zoals generieke procesinzichten, geleerde lessen of aanbevelingen. Dit vergroot de maatschappelijke opbrengst van de regeling doordat andere ondernemers kunnen leren van de resultaten. Artikel 14 Vaststelling De subsidie wordt bij verlening direct vastgesteld op basis van het ingediende plan van aanpak. Een afzonderlijke verantwoordingsprocedure na afloop van het project is bij subsidiebedragen tot € 25.000 niet proportioneel. Het college behoudt de mogelijkheid om de vaststelling in te trekken of te wijzigen, indien blijkt dat de prestaties niet zijn geleverd op basis van artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. Zodra de subsidieverlener de oorspronkelijke (directe) vaststelling via een nieuw besluit heeft ingetrokken of op een lager bedrag heeft vastgesteld, ontstaat er met terugwerkende kracht een onverschuldigde betaling. Op basis van artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de subsidieverlener dan de formele bevoegdheid om het reeds uitbetaalde bedrag (geheel of gedeeltelijk) terug te vorderen.

Meer informatie