Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 7 juli 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant in verband met een nieuw subsidieplafond, een nieuwe openstellingstermijn en enkele technische wijzigingen in paragraaf 7 van die regeling (Vierenveertigste wijziging van de Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; Overwegende dat het wenselijk is paragraaf 7 Versterken cultureel ondernemerschap van de Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant te wijzigen teneinde een nieuwe openstellingstermijn, een nieuw subsidieplafond en enkele technische wijzigingen door te voeren; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel I Wijziging Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant De Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 7.1 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het begrip “culturele instelling“ komt te luiden: culturele instelling: organisatie met rechtspersoonlijkheid die zich op professionele wijze bezighoudt met de ontwikkeling, productie, beoefening of presentatie van hedendaagse kunst en cultuur; 2.Het begrip “maker” komt te luiden: maker: individuele kunstenaar of onderneming zonder rechtspersoonlijkheid die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en die zich op professionele wijze bezighoudt met de ontwikkeling, productie, beoefening of presentatie van hedendaagse kunst en cultuur; 3.Met inachtneming van de alfabetische rangschikking wordt het ingevoegd het begrip: erfgoed project: project met betrekking tot zaken uit het verleden die mensen waarderen, waarmee zij zich identificeren en die zij willen bewaren voor toekomstige generaties; B. Artikel 7.5 wordt als volgt gewijzigd: 1.Onderdeel b komt te luiden: b.de subsidieaanvrager reeds twee keer subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf; 2.Onderdeel e komt te luiden: e.aan de subsidieaanvrager reeds subsidie is verstrekt voor de periode 2025-2028 op grond van paragraaf 1 van deze regeling; 3.Onder vervanging van de punt in onderdeel e door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: f.het project een erfgoedproject betreft; g.de subsidieaanvrager een maker is die daarnaast in loondienst of op contractuele basis werkzaamheden verricht voor een organisatie waaraan subsidie is verstrekt voor de periode 2025-2028 op grond van paragraaf 1 van deze regeling, en het project komt overwegend ten goede aan de activiteiten of de ontwikkeling van deze organisatie. C. Artikel 7.6, onderdeel a komt te luiden: a.de aanvrager is gevestigd in de provincie Noord-Brabant; D. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, wordt aan artikel 7.9 een onderdeel toegevoegd, luidende: c.van 12 oktober 2026 tot en met 18 oktober 2026. E. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, wordt aan artikel 7.10 een onderdeel toegevoegd, luidende: h.€ 187.966 voor de periode genoemd in artikel 7.9, onder c. Artikel II Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. ’s-Hertogenbosch, 7 juli 2026 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris,drs. G.H.E. Derks MPA Toelichting behorende bij de Vierenveertigste wijziging van de Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant I. Algemeen De vierenveertigste wijziging van de Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant wijzigt paragraaf 7 Versterken cultureel ondernemerschap. Met deze wijziging worden er een nieuw aanvraagtijdvak, een nieuw subsidieplafond en enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd die bevorderen dat de paragraaf beter aansluit bij het doel van de regeling: het versterken van cultureel ondernemerschap in de provincie Noord-Brabant. II. Artikelsgewijs Artikel I (Wijziging Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant) Onder B (artikel 7.5, onder g) Met deze weigeringsgrond willen Gedeputeerde Staten voorkomen dat indirect aanvullend subsidie wordt verleend aan organisaties die al structureel subsidie van de provincie ontvangen. Dit kan zich voordoen wanneer de aanvrager een maker is die daarnaast, in loondienst of op contractbasis, werkt voor een organisatie die in de periode 2025–2028 subsidie ontvangt op grond van paragraaf 1 van deze regeling, en het aangevraagde project voornamelijk ten goede komt aan de activiteiten of de ontwikkeling van die organisatie. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter, mr. I.R. Adema de secretaris, drs. G.H.E. Derks MPA
Meer informatie