Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente Arnhem 2026

mededelingen
Locatie
Soortmededelingen
Gepubliceerd op14 juli 2026
Gepubliceerd doorGemeente Arnhem

Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente Arnhem 2026 Artikel 1 - Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: a.Afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders: de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders, zoals bedoeld in artikel 3a, lid 2, van de Wet bescherming klokkenluiders; b.Afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders: de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders zoals bedoeld in artikel 3a, lid 3, van de Wet bescherming klokkenluiders; c.Betrokkene: de natuurlijke persoon op wie een melding betrekking heeft of die betrokken is bij de situatie waar de melding betrekking op ziet; d.Gedragscode: de Gedragscode voor ambtenaren van de gemeente Arnhem; e.Integriteitsschending: een handelen in strijd met de waarden, normen en gedragsregels die gelden binnen de gemeente Arnhem, waaronder begrepen ongewenst gedrag; f.Integriteitsadviseur: de gemeentelijke functionaris die is belast met het geven van advies over integriteit, en die een coördinerende rol heeft bij de uitvoering van de onderhavige regeling; g.Melder: een natuurlijke persoon die in de context van zijn huidige of vroegere werkgerelateerde activiteiten een vermoeden van een integriteitsschending of misstand bij de gemeente Arnhem meldt; h.Melding: de melding van een vermoeden van een integriteitsschending of misstand; i.Misstand: a.een schending of een gevaar voor schending van het Unierecht, of b.een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij: 1°.een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door een werkgever zijn vastgesteld, dan wel 2°.een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu, of voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten. Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding, indien de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is. j.Ongewenst gedrag: een integriteitsschending die valt binnen de reikwijdte van de begrippen discriminatie, (seksuele) intimidatie zoals verwoord in artikel 1, 1a en 2 van de Algemene wet gelijke behandeling en agressie, geweld en pesten zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 jo. artikel 1 lid 3 sub e en f Arbeidsomstandighedenwet, alsmede gedrag dat een persoon als lichamelijk of geestelijk bedreigend of beschadigend ervaart, en waarvan de veroorzaker weet of behoort te weten dat deze door de ander als zodanig wordt ervaren; k.Onderzoeker: de interne of externe onderzoeker die in opdracht van de werkgever een onderzoek instelt naar een melding; l.Werkgever: de gemeente Arnhem, vertegenwoordigd door de gemeentesecretaris. Artikel 2 - Informatie, advies en ondersteuning 1.Een huidige of voormalige werknemer van de gemeente Arnhem, en ieder ander die in een werkgerelateerde context tot de gemeente Arnhem staat of stond, kan de (interne of externe) vertrouwenspersoon of de integriteitsadviseur informeel en in vertrouwen raadplegen bij een vermoeden van een integriteitsschending of een vermoeden van een misstand bij de gemeente Arnhem.2.Een melder kan de vertrouwenspersoon raadplegen over mogelijk nadelige gevolgen van het doen van een melding, hoe daarmee om te gaan, en wat de melder kan doen op het moment dat hij van mening is benadeeld te worden als gevolg van zijn melding.3.De vertrouwenspersoon kan de gemeentesecretaris, al dan niet na overleg met de integriteitsadviseur, in het algemeen en in individuele gevallen adviseren over maatregelen om een melder te beschermen tegen benadeling. Interne meldprocedure Artikel 3 – Het doen van een melding van een vermoeden van een integriteitsschending of misstand bij de integriteitsadviseur 1.Een huidige of voormalige werknemer van de gemeente Arnhem, en ieder ander die in een werkgerelateerde context tot de gemeente Arnhem staat of stond, kan bij de integriteitsadviseur een vermoeden van een integriteitsschending of van een misstand bij de gemeente Arnhem melden.2.Indien een melding binnen de gemeente wordt ontvangen door een ander dan de integriteitsadviseur, wordt de melding onverwijld ter behandeling doorgestuurd naar de integriteitsadviseur.3.De onderhavige regeling is niet van toepassing op een melding die betrekking heeft op de burgemeester, een wethouder, een raadslid of een commissielid. Een dergelijke melding wordt in behandeling genomen op grond van door de gemeenteraad vastgestelde procesafspraken. Artikel 4 – Taken en verantwoordelijkheden bij de interne meldregeling 1.De gemeentesecretaris is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de onderhavige regeling.2.De gemeentesecretaris beslist of naar aanleiding van een melding een onderzoek wordt gestart. Hij informeert de burgemeester in een geval waarin hij tot een onderzoek beslist met betrekking tot een vermoeden van een misstand. Indien de gemeentesecretaris besluit een onderzoek in te stellen, is daarop het gemeentelijke Onderzoeksprotocol van toepassing.3.Indien een melding betrekking heeft op de gemeentesecretaris, treedt het college van burgemeester en wethouders voor wat betreft de uitvoering van de onderhavige regeling in de plaats van de gemeentesecretaris.4.De integriteitsadviseur houdt een geanonimiseerde registratie bij van de meldingen die worden gedaan. Meldingen van een vermoeden van een misstand worden daarbij afzonderlijk van de overige meldingen van vermoeden van een integriteitsschending geregistreerd. Van elke melding wordt in de registratie bijgehouden op welk soort gedrag de melding betrekking had, of er al dan niet een onderzoek werd ingesteld, wat de conclusie van dat onderzoek was, en of al dan niet een maatregel werd getroffen jegens de betrokkene.5.De integriteitsadviseur heeft een coördinerende rol bij de uitvoering van de onderhavige regeling, en adviseert ten aanzien van iedere melding de gemeentesecretaris over het vervolg dat aan een melding gegeven zou moeten worden. Bij het geven van dat advies houdt de integriteitsadviseur in ieder geval rekening met de vraag of de melding betrekking heeft op een mogelijke integriteitsschending of misstand, naar het zich laat aanzien gebaseerd is op redelijke gronden, van voldoende gewicht is, te onderzoeken is, en aanleiding geeft om tevens aangifte te doen van een strafbaar feit.6.Indien de integriteitsadviseur de gemeentesecretaris adviseert geen onderzoek in te stellen naar aanleiding van een melding, geeft hij de melder – indien de gemeentesecretaris besluit geen onderzoek in te stellen - desgewenst advies over eventuele andere mogelijkheden om het gedrag of de gebeurtenis waarop de melding betrekking had, aan de orde te stellen. Artikel 5 - Interne melding 1.De melder kan mondeling (door een gesprek op locatie dan wel telefonisch) of schriftelijk melding doen bij de integriteitsadviseur. In geval van een mondelinge melding draagt de integriteitsadviseur zorg voor een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van de melding, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave op juistheid en volledigheid te controleren.2.Bij het doen van de melding kan de melder aangeven dat zijn identiteit onbekend moet blijven bij de werkgever en derden. In dit geval is de identiteit van de melder alleen bekend bij de integriteitsadviseur en eventueel de vertrouwenspersoon. Het is de werkgever verboden de integriteitsadviseur of de vertrouwenspersoon te verzoeken de identiteit van een onbekende melder aan hem kenbaar te maken.3.Binnen zeven dagen na ontvangst van de melding stuurt de integriteitsadviseur een ontvangstbevestiging aan de melder.4.Binnen drie maanden na verzending van de ontvangstbevestiging informeert de werkgever de melder over de beoordeling van zijn melding en – voor zover van toepassing – de opvolging die aan zijn melding is gegeven. Bij de reikwijdte van deze terugkoppeling wordt rekening gehouden met de belangen van de betrokkene en eventuele andere belanghebbenden. Indien de in de eerste volzin bedoelde informatie niet binnen drie maanden gegeven kan worden, geeft de werkgever voor het einde van die termijn aan wanneer de informatie naar verwachting wel gegeven kan worden. Bijzondere bepalingen over het melden van een vermoeden van een misstand Artikel 6 – Het extern melden van een vermoeden van een misstand 1.Een melder kan, in plaats van een interne melding, ook kiezen voor het doen van een externe melding van een vermoeden van een misstand bij een bevoegde autoriteit, zoals benoemd in artikel 2c van de Wet bescherming klokkenluiders.2.De melder kan bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders informatie inwinnen over het doen van een externe melding en de keuze voor een bevoegde autoriteit. Artikel 7 – Bescherming van de melder van een vermoeden van een misstand 1.Een melder van een vermoeden van een misstand mag overeenkomstig de Wet bescherming klokkenluiders tijdens en na de behandeling van zijn melding niet door de werkgever worden benadeeld, onder de voorwaarde dat hij redelijke gronden had om aan te nemen dat de gemelde informatie over het vermoeden van een misstand op het moment van de melding juist was.2.De melder van een vermoeden van een misstand, die voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarde, heeft recht op door de werkgever te vergoeden redelijke kosten van rechtsbijstand, indien hij van oordeel is dat hij door de werkgever benadeeld wordt of dreigt te worden benadeeld als gevolg van zijn melding. Bij verschil van inzicht over het al dan niet vergoeden van rechtsbijstand, wordt de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders om advies gevraagd. Rapportage Artikel 8 - Rapportage en evaluatie 1.De werkgever stelt jaarlijks een rapportage op over de uitvoering van deze regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval: a.informatie over het in het afgelopen jaar gevoerde beleid aangaande het omgaan met meldingen van vermoedens van integriteitsschendingen of misstanden; b.geanonimiseerde informatie over het aantal meldingen, een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van ingestelde onderzoeken, de standpunten van de werkgever en de individuele en algemene maatregelen die naar aanleiding daarvan getroffen zijn; c.algemene informatie over eventuele ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder van een vermoeden van een misstand. 2.De werkgever stuurt de rapportage ter informatie aan de Ondernemingsraad en aan het college van burgemeester en wethouders.3.Op basis van de in het eerste lid bedoelde rapportage informeert het college de gemeenteraad jaarlijks via het bij de jaarrekening behorende jaarverslag over de toepassing van de onderhavige regeling. Intrekking en inwerkingtreding Artikel 9 – Intrekking en inwerkingtreding regeling 1.De Regeling melden vermoeden misstand gemeente Arnhem 2021 wordt ingetrokken.2.Deze regeling wordt aangehaald als Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente Arnhem 2026.3.Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. TOELICHTING Deze regeling legt vast op welke wijze een medewerker van de gemeente Arnhem (of een ander persoon die in een werkgerelateerde context tot de gemeente Arnhem staat) een vermoeden van een integriteitsschending dan wel van een misstand (zoals bedoeld in de Wet bescherming klokkenluiders) kan melden, en hoe aan een dergelijke melding opvolging wordt gegeven. De regeling bevat verder bepalingen over mogelijkheden tot ondersteuning van een melder, en over de bescherming van een melder van een missstand. De regeling is een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk integriteitsbeleid (artikel 4 van de Ambtenarenwet 2017), en geeft – voor wat betreft de bepalingen over het melden van een misstand – nadere uitwerking aan de Wet bescherming klokkenluiders. Deze regeling bevat de kernelementen van de procedure rondom het melden van een vermoeden van een integriteitsschending c.q. een misstand. In het gemeentelijk onderzoeksprotocol is vastgelegd op welke wijze een onderzoek naar een melding plaatsvindt. We kunnen ons goed voorstellen dat je met vragen zit, op het moment dat je je afvraagt of een bepaalde situatie die je op je werk hebt meegemaakt een integriteitsschending is of zelfs een ‘misstand’, en wat je dan kan doen. Wat is bv. het verschil tussen het geven van een signaal over een mogelijke integriteitskwestie, en het doen van een melding over een vermoeden van een integriteitsschending? Waar krijg je mee te maken als je een melding doet, en welke waarborgen gelden er dan? Het is goed om te weten dat je bij dergelijke vragen altijd terecht kunt bij: -Een integriteitsadviseur, werkzaam bij P&O (infopuntintegriteit@arnhem.nl); -De (interne en externe) vertrouwenspersonen (zie intranet voor contactgegevens); -Bij specifieke vragen over een misstand kun je ook terecht bij het Huis voor Klokkenluiders (www.huisvoorklokkenluiders.nl); -En natuurlijk kun je met vragen over integriteit ook terecht bij je leidinggevende.

Meer informatie