Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent stortplaatsen Nadere regels nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 2019

mededelingen
Locatie
Soortmededelingen
Gepubliceerd op14 juli 2026
Gepubliceerd doorProvincie Gelderland

Wijziging Regeling Nadere regels nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 2019 Gedeputeerde Staten van Gelderland Gelet op de artikel 13 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en Hoofdstukken 8 en 15 van de Wet milieubeheer en de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999; Besluiten I.De Nadere regels nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 2019 te wijzigen als volgt: A In artikel 1 wordt na de begripsbepaling van nazorgplan de volgende begripsbepaling ingevoegd: reststortcapaciteit stortplaats: de totale stortcapaciteit van de stortplaats verminderd met de hoeveelheid gestort afval voorafgaand aan het jaar van opleggen van de voorlopige aanslag; B In artikel 3 komt het derde lid te vervallen. C Artikel 5 wordt vernummerd tot artikel 7 en komt als volgt te luiden: Indien er geen reststortcapaciteit meer is, wordt bij een ongewijzigd doelvermogen het bedrag van de nadere voorlopige aanslag als volgt berekend: vanaf het jaar nadat het storten is beëindigd tot het jaar waarin de sluitingsverklaring is afgegeven bedraagt het bedrag van de nadere voorlopige aanslag de toeslag voor apparaatskosten als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder a van de verordening en de bijlage van de verordening. D Artikel 6, aanhef en onder a. en b. komt als volgt te luiden: Het bedrag van de nadere voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 3, lid 2, wordt als volgt berekend: a.de hoeveelheid gestort afval, voorafgaand aan het jaar van opleggen van de voorlopige aanslag, wordt gedeeld door de totale stortcapaciteit van de stortplaats. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met het doelvermogen. Het resultaat van deze berekening wordt in gelijke delen verdeeld over het aantal jaren gerekend tot het vermoedelijke moment van sluiting als bedoeld in de sluitingsverklaring en de dag van opleggen van de voorlopige aanslag; b.de hoeveelheid gestort afval in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de voorlopige aanslag wordt opgelegd, wordt gedeeld door de totale reststortcapaciteit van de stortplaats. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met het doelvermogen. Bij het ontbreken van een ingevuld aangifteformulier wordt het resultaat in gelijke delen verdeeld over het aantal jaren gerekend tot het vermoedelijke moment van sluiting dan wel het jaar van sluiting als bedoeld in de sluitingsverklaring en de dag van opleggen van de voorlopige aanslag; E Artikel 7 wordt vernummerd tot artikel 5 en komt als volgt te luiden: Het bedrag van de eerste voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 3, lid 1, wordt als volgt berekend: de hoeveelheid gestort afval voorafgaand aan het jaar waarin de eerste voorlopige aanslag wordt opgelegd, wordt gedeeld door de totale stortcapaciteit van de stortplaats. Dit percentage wordt vermenigvuldigd met het doelvermogen als bedoeld in artikel 4. Van het resultaat van deze vermenigvuldiging wordt vervolgens de contante waarde berekend. De contante waarde wordt berekend over het aantal jaren dat ligt tussen het vermoedelijke moment van sluiting en de dag van opleggen van de voorlopige aanslag. II 1.Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag volgende op de dag van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit is bekendgemaakt. 2.De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026. 3.Het besluit Nadere regels nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 2019 zoals deze gold tot 1 januari 2026 blijft gelden voor de jaren dat deze heeft gegolden. Gedeputeerde Staten van Gelderland Daniël Wigboldus Commissaris van de Koning Johan OsingaSecretaris

Meer informatie