VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE BEUNINGEN 2026
VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE BEUNINGEN 2026 De raad van de gemeente Beuningen; Gelet op het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers; B E S L U I T om de volgende verordening vast te stellen: Verordening rechtspositiebesluit raads- en commissieleden gemeente Beuningen 2026 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van de commissie is benoemd.b.Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.c.Raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1.Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, moet daartoe met goedkeuring van de fractievoorzitter, vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.2.Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.3.Voor scholing is per raadsfractie een budget beschikbaar van € 150,- per jaar vermenigvuldigd met het aantal raadszetels. 4.De griffier beslist op de aanvraag op basis van: a. de bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid; b. het beschikbare scholingsbudget per raadsfractie per raadsperiode. Een overschrijding van het jaarbudget is geen grond voor afwijzing van de aanvraag indien de kosten passen binnen het voor de gehele zittingsperiode beschikbare scholingsbedrag van de fractie.5.In voorkomende gevallen beslissen de fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen op basis van meerderheid van stemmen. Artikel 3. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak Een commissielid ontvangt een vergoeding die ten hoogste 400% bedraagt van de vergoeding, waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als: a.het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken en/of b.het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of omvang van de door hem te verrichten arbeid. Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten 1.Betaling van kostenDe uitgaven worden bij voorkeur rechtstreeks door de gemeente voldaan. Het indienen van declaraties dient zoveel mogelijk te worden vermeden. De uitgaven kunnen op de volgende manieren worden betaald, in volgorde van voorkeur: a.rechtstreeks ten laste van de gemeente; of b.rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of c.betaling uit eigen middelen en declaratie 2.Rechtstreekse facturering bij de gemeente De vergoeding van kosten kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.Vergoeding van de kosten vindt plaats na vaststelling dat dit functionele kosten zijn en dat de kosten niet onder de vaste onkostenvergoeding vallen.De griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling door de afdeling Informatie en Bedrijfsvoering.3.Declaratie van vooruit betaalde kosten De vergoeding van vooruitbetaalde kosten vindt plaats via het daarvoor aangewezen declaratieproces. Declaraties worden digitaal ingediend door de raadsleden. Vooruitbetaalde kosten worden binnen 3 maanden gedeclareerd. Vergoeding van de kosten vindt plaats in de maand volgend op de indiening Artikel 5. Toelage raadslid bijzondere commissies 1.De Werkgeverscommissie, de Agendacommissie en Auditcommissie worden aangemerkt als een bijzondere commissie zoals bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.2.Raadsleden die lid zijn van een van deze commissies, ontvangen op grond van artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een vergoeding van € 153,33 per volledig bijgewoonde commissievergadering.3.De vergoeding geldt voor de vergaderingen boven 2 bijgewoonde vergaderingen per jaar. Artikel 6. Verstrekking en inlevering devices 1.Een raads- of commissielid ontvangt voor de duur van zijn of haar benoeming door de gemeente een verstrekte device (zoals laptop of tablet) ter ondersteuning van hun bestuurlijke taken.Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.Bij beëindiging van zijn of haar functie is het raads- of commissielid verplicht de verstrekte device uiterlijk op de laatste werkdag in te leveren bij de aangewezen afdeling of contactpersoon binnen de gemeente. 3.Indien inlevering op de laatste werkdag niet mogelijk is, dient dit tijdig gemeld te worden aan de afdeling ICT of aan de griffie. In overleg wordt een alternatieve inlevertermijn vastgesteld.4.Niet tijdig inleveren kan leiden tot passende maatregelen conform de geldende gemeentelijke richtlijnen. Artikel 7. Titel en inwerkingtreding 1.Deze verordening word aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Gemeente Beuningen 2026 en treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 april 2026.2.De Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2024 wordt ingetrokken. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 7 juli 2026.De griffier, De voorzitter,E. Jonkman D.A. Bergman Toelichting Artikel 2. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Het artikel bevat een uitwerking van de financiële aspecten van een scholingsaanvraag en de besluitvorming daarover. Omdat sprake is van een beperkt budget per raadszetel is als uitgangspunt gekozen voor de toekenning van een budget per raadsfractie. Ook mag bij de beslissing op de scholingsaanvraag rekening worden gehouden met het budget per raadsfractie voor de gehele zittingsperiode of het restant daarvan. Dit betekent dat een raadsfractie van bijvoorbeeld 3 zetels, voor een scholingsaanvraag de beschikking heeft over € 1.800,-- (3 leden x € 150,-- x 4 jaar), uiteraard onder aftrek van reeds verleende vergoedingen tijdens de zittingsperiode. De scholing moet gericht zijn op het persoonlijk functioneren als raadslid of op de (verdere) loopbaan. Aan deze omschrijving moet niet een te beperkte inhoud worden gegeven. Ook het bezoeken van (VNG)congressen, seminars, enz. kan met het functioneren als raadslid te maken hebben en dus voor vergoeding in aanmerking komen. Verder wordt ook aan het begrip niet-partijpolitiek georiënteerde scholing een niet te beperkte inhoud gegeven. Een algemene cursus debatteren via de politieke partij kan zo voor vergoeding in aanmerking komen. Een cursus kernwaarden van de politieke partij voldoet niet aan criterium niet-partijpolitiek georiënteerde scholing. Bij twijfel legt de griffier een scholingsverzoek voor aan de fractievoorzitters. De griffier beslist op de scholingsaanvraag en toetst daarbij aan de hand van de bijgesloten bewijsstukken of: – de aanvraag betrekking heeft op niet-partijpolitiek georiënteerde scholing; – gericht is op het persoonlijk functioneren als raadslid; – gericht is op de (verdere) loopbaan van het raadslid; – de kosten het totaal van het voor de betreffende raadsfractie over de gehele zittingsperiode beschikbare (restant)budget niet overtreffen. In het geval de griffier twijfel heeft bij de toetsing aan criteria, legt deze de beslissing op de aanvraag ter besluitvorming voor aan de fractievoorzitters. Zij besluiten op basis van meerderheid van stemmen waarbij elk fractievoorzitter één stem heeft. Alhoewel elk individueel raadslid een scholingsaanvraag kan doen, leidt de keuze voor een collectief budget er toe dat de aanvraag de instemming moet hebben van de gehele raadsfractie. Voor de griffier moet dit duidelijk zijn. Scholingsaanvragen door raadsleden die niet voorzien zijn van een akkoord van de fractievoorzitter worden daarom niet in behandeling genomen. Artikel 3. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak De hoogte van de vergoeding voor leden van gemeentelijke commissies, die zijn ingesteld op basis van artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet zijn dwingend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse voor elke bijgewoonde vergadering van de commissie. In bepaalde gevallen, zoals bij bijzondere deskundigheid en/of zwaarte van de taak in de commissie, is het mogelijk om een hoger bedrag aan vergoeding per vergadering toe te kennen dan bepaald in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het kan bijvoorbeeld gaan om een commissie met een bijzondere opdracht die een hogere belasting kent voor één of meerdere commissieleden. Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun onkosten bij de griffier. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. Artikel 5. Toelage raadslid bijzondere commissie Dit artikel gaat over de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde ‘bijzondere commissies’. De bijzondere commissie is geen term die voorkomt in de gemeentewet. Een bijzondere commissie is een commissie met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat dit niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kan worden. Niet zijnde een onderzoekscommissie of de vertrouwenscommissie aangezien deze vallen onder een ander artikel in het rechtspositiebesluit. In deze verordening wordt ervoor gekozen om de Agendacommissie, de Auditcommissie en de Werkgeverscommissie aan te merken als bijzondere commissies. Deze commissies zijn in afwisselende intensiteit actief gedurende de hele raadsperiode. Deze commissies brengen extra werkzaamheden en verantwoordelijkheden met zich mee. Daarom wordt per volledig bijgewoonde commissievergadering een vergoeding toegekend. Een raadslid kan in een kalendermaand echter maximaal één vergoeding ontvangen, ook als dat raadslid meerdere volledig bijgewoonde commissievergaderingen heeft bijgewoond of lid is van meerdere bijzondere commissies. Het maakt dus niet uit hoeveel commissievergaderingen een raadslid in die maand bijwoont of bij hoeveel bijzondere commissies hij of zij betrokken is: de vergoeding wordt slechts één keer per maand toegekend. Artikel 6. Verstrekking en inlevering devices Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, en commissielid voor de duur van de uitoefening van zijn functie een device, niet zijnde een mobiele telefoon, op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ter beschikking. De gemeente verstrekt devices in bruikleen aan de politieke ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Denk daarbij aan het lezen van stukken en het voorbereiden van vergaderingen. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente.
Meer informatie