BELEIDSREGEL WELZIJNSWERK GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 2027-2029
BELEIDSREGEL WELZIJNSWERK GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 2027-2029 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal. Gelet op artikel 2, lid 1.g., artikel 3 en artikel 5 van de Algemene Subsidie Verordening gemeente West Maas en Waal 2017 Besluit de volgende beleidsregel vast te stellen: BELEIDSREGEL WELZIJNSWERK GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 2027 T/M 2029 Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1:1 begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a.aanvrager: rechtspersoon die een subsidie heeft aangevraagd op basis van voorliggende “beleidsregel welzijnswerk gemeente West Maas en Waal 2027-2029”; b.ASV: Algemene subsidieverordening Gemeente West Maas en Waal 2017; c.Awb: Algemene wet bestuursrecht; d.Beleidskader Sociaal Domein: het document “Bouwen aan een krachtige sociale basis, beleidskader Sociaal Domein 2024” van gemeente West Maas en Waal; e.college: college van burgemeester en wethouders; f.hulpvraag: vraagstuk dat de bewoner binnen de leefgebieden heeft en dat de bewoner belemmert om de eigen kracht te versterken of te participeren; g.individuele begeleiding: begeleiding die zich specifiek op één inwoner en diens hulpvraag richt; h.kwetsbare inwoners: mensen met een beperking of probleem van lichamelijke, verstandelijke, psychische, psychosociale en/of materiële aard, waarbij een disbalans is ontstaan tussen draaglast en draagkracht, wat ingrijpende gevolgen heeft voor hun zelfstandigheid en participatiemogelijkheden in de samenleving; i.leefbaarheid: De mate waarin de kwaliteit van de leefomgeving is afgestemd op de menselijke behoeften, verlangens en eisen; j.MDT: Maatschappelijke diensttijd; k.Nieuwkomer: Een 'nieuwkomer' in de Nederlandse wetgeving gedefinieerd als een vreemdeling die verplicht is om in te burgeren en/of specifieke opvang en onderwijs nodig heeft; l.participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; m.praktische ondersteuning: kortdurende hulp bij eenvoudige enkelvoudige hulpvragen, zoals het invullen van formulieren, het maken van afspraken en het organiseren van vervoer; n.sociaal werker: professional die hulp of preventieve hulp biedt aan bewoners of groepen bewoners bij het oplossen van sociale en praktische problemen en die bewoners daarbij stimuleert zoveel mogelijk zelfstandig te zijn, als bedoeld in het functieboek behorende bij de laatste versie van de Cao Sociaal Werk; o.telefooncirkel: dienst waarbij meerdere dagen per week telefonisch contact wordt opgenomen met een vaste groep bewoners die zelfstandig woont en er actie wordt ondernomen als een bewoner herhaaldelijk niet opneemt of reageert; p.vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld; q.welzijnswerk: een beroepspraktijk die zich richt op het bevorderen van welzijn en maatschappelijke participatie van individuen en gemeenschappen. Artikel 1:2 Doelgroep Een rechtspersoon die welzijnswerk en/of sociaal-maatschappelijke dienstverlening binnen het sociaal domein als structurele kernactiviteit heeft, aantoonbaar ervaring heeft met breed welzijnswerk voor gemeenten zoals bedoeld in deze beleidsregel, en beschikt over voldoende organisatorische en financiële capaciteit om het samenhangende geheel van de activiteiten uit hoofdstuk 3 gedurende het gehele subsidietijdvak uit te voeren. Artikel 1:3 Algemene doelstelling Het versterken van de persoonlijke sociale basis van (kwetsbare) inwoners en de gemeenschappelijke sociale basis in de verschillende dorpskernen. Welzijnswerk is hierbij een belangrijke spil in de beoogde beweging “naar de voorkant”, waarbij een verschuiving van ziekte en zorg naar gezondheid en preventie plaatsvindt. Artikel 1.4 Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in hoofdstuk 3 bedoelde activiteiten. De subsidieregeling kan na de inwerkingtreding worden uitgebreid met onderdelen, prestaties en/of activiteiten die aanvullend zijn op en samenhangen met de in hoofdstuk 3 beschreven activiteiten. Artikel 1:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na eventuele andere bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten. Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.de kosten die naar het oordeel van het college niet in verhouding staan tot de activiteiten; b.de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling zijn gesubsidieerd, waarvoor een andere subsidieregeling van kracht is of die op een andere wijze door het college of vanuit de gemeente worden gefinancierd; c.de verrekenbare BTW over de gesubsidieerde kosten; d.de restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; e.de kosten die zijn gemaakt vóór de inwerkingtreding van de subsidieregeling. Hoofdstuk 2. Aanvraag subsidie en termijnen Artikel 2:1 Subsidietijdsvak Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat loopt vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2029. Artikel 2:2 Aanvraag subsidie De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het voor deze regeling door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier inclusief bijlagen en voegt bij de aanvraag de volgende stukken bij: a.een projectplan. In dit projectplan beschrijft de aanvrager op welke wijze invulling wordt gegeven aan de uitvoering van het welzijnswerk. Het plan moet in overeenstemming zijn met de beleidsregel en vormt een integraal onderdeel van de subsidieaanvraag. Het projectplan bestaat uit maximaal 20 pagina’s exclusief inhoudsopgave en bijlages. Indien er meer bladzijden worden ingediend dan is toegestaan, worden de pagina’s die het maximum overschrijden niet beoordeeld; b.een begroting met dekkingsplan per onderdeel op hoofdlijnen, hieruit blijkt welke kosten met de subsidie worden gedekt; c.gegevens op grond waarvan de gemeente kan vaststellen dat in het meest recente beschikbare boekjaar geen negatief eigen vermogen is en er geen gegronde twijfels zijn over de continuïteit van de onderneming: •niet-controleplichtige aanvrager: een aanvrager die op grond van zijn omvang valt onder de vrijstelling van artikel 2:396 BW (kleine rechtspersoon) of artikel 2:395a BW (micro-rechtspersoon): de meest recente jaarrekening of, bij ontbreken daarvan, een actuele balans met winst- en verliesrekening; waaruit blijkt dat in het meest recente boekjaar het eigen vermogen niet negatief is; •controleplichtige aanvrager: een aanvrager die wettelijk verplicht is tot accountantscontrole van de jaarrekening (artikel 2:393 lid 1 jo. artikel 2:396 lid 7 BW): de meest recente jaarrekening met de daarbij behorende accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 lid 5 BW; waaruit blijkt dat in het meest recente boekjaar het eigen vermogen niet negatief is en de accountantsverklaring geen paragraaf bevat als bedoeld in artikel 2:393 lid 5 onderdeel h BW, inhoudende een verklaring betreffende materiële onzekerheden die gerede twijfel kunnen doen rijzen over de voortgang van de activiteiten van de aanvrager; d.gegevens op grond waarvan de gemeente kan vaststellen dat aanvrager geschikt is om de onderhavige activiteiten uit te voer e.en door: •een verklaring van de aanvrager dat in een periode van drie jaar voorafgaande aan de aanvraag er geen opdracht- of subsidierelatie inzake het uitvoeren van welzijnswerk voortijdig door een gemeente is beëindigd (het niet benutten van een (verlenging)optie valt daar niet onder) en/ of tot een schadeplicht zijdens aanvrager heeft geleid vanwege (naar het oordeel van de betreffende gemeente) wanprestatie door aanvrager. Indien een dergelijke voortijdige beëindiging en/ of schadeplicht zich heeft voorgedaan en aanvrager niettemin meent dat een weigering van de subsidie op deze grond disproportioneel zou zijn, dan dient dit tegelijk met de verklaring aannemelijk te worden gemaakt (met bijvoorbeeld een overzicht van genomen maatregelen). Een en ander ter vrije beoordeling van de gemeente. •een referentie waaruit blijkt dat de aanvrager welzijnswerk heeft uitgevoerd op (het merendeel van) de in hoofdstuk 3 beschreven onderdelen in een vergelijkbare kleine (tot 30.000 inwoners) of middelgrote (30.000-80.000 inwoners) gemeente. Artikel 2:3 Aanvraag termijn In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor het gehele subsidietijdvak ingediend vanaf 1 september 2026 tot en met 15 september 2026. Artikel 2:4 Beslis termijn In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV beslist het college uiterlijk op 18 oktober 2026 op de aanvragen, onder voorbehoud dat de gemeenteraad van gemeente West Maas en Waal de programmabegroting 2027-2030 op 4 november 2026 goedkeurt. Artikel 2:5 Bevoorschotting 1.De subsidie wordt bevoorschot per kwartaal. Bevoorschotting vindt plaats in de eerste twee weken van ieder kwartaal. 2.Het voorschot voor de uitvoering van de in artikel 3:8 beschreven activiteiten voor nieuwkomers zijn gebaseerd op het gemiddelde vastgestelde subsidiebedrag voor dit onderdeel in de twee voorafgaande kalenderjaren (voor 2025 en 2026 gaan we uit van het bedrag waarvoor we dit onderdeel bij stichting Sociom hebben ingekocht). Conform artikel 4:95 van de Awb stellen we het verstrekte voorschot bij tussen 1 en 15 januari van het opvolgende kalenderjaar, op basis van de daadwerkelijke realisatie volgens de berekening die wordt weergegeven in artikel 7:1h. Artikel 2.6 Indexatie 1.De verleende subsidie wordt ieder kalenderjaar geïndexeerd op basis van het in het voorafgaande jaar geïndexeerde bedrag. 2.Als indexatiegrondslag geldt de DPI dienstverlening en transport voor het betreffende begrotingsjaar (t) zoals dit over het tweede voorafgaande volledige jaar (t-2) bekend is gemaakt door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Bij een negatieve DPI dienstverlening en transport hanteren we een index van 0%. Hoofdstuk 3. Doelgroep, doel en prestaties en activiteiten per onderdeel De subsidieontvanger verricht gedurende het gehele subsidietijdvak de activiteiten en prestaties voor alle in dit hoofdstuk omschreven doelgroepen en onderdelen. Artikel 3:1 Steunpunt mantelzorg 1.Doelgroep van het steunpunt mantelzorg Mantelzorg is alle hulp aan en zorg om een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan instellingsbewoners zijn meegenomen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde “gebruikelijke hulp”, die in redelijkheid mag worden verwacht van partners, ouders, kinderen of andere huisgenoten. Hoewel de meeste mantelzorgers senioren zijn, zijn er mantelzorgers van alle leeftijden. Onze doelgroep omvat mantelzorgers van jong tot oud. 2.Doelstelling / beoogde resultaten In WMW worden mantelzorgers zo herkend, erkend en ondersteund dat zij -net als alle andere inwoners in West Maas en Waal- kunnen blijven deelnemen aan de gemeenschap en worden ondersteund vanuit de gemeenschap zodat zij kunnen blijven mantelzorgen naast hun andere maatschappelijke en sociale taken. We willen dat mantelzorgers op de volgende onderdelen worden ondersteund: a.herkennen, erkennen en toeleiding naar passend (en waar mogelijk preventief) aanbod; b.informatie en advies; c.persoonlijke ondersteuning en educatie; d.emotionele ondersteuning. e.De ondersteuning vindt collectief en individueel plaats. 3.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) a.Een adviespunt waar mantelzorgers, beroepskrachten en vrijwilligers informatie en persoonlijk advies kunnen krijgen over mantelzorg (ondersteuning) en regelgeving. Het adviespunt is laagdrempelig (zowel digitaal als fysiek, bijvoorbeeld tijdens een periodiek inloopmoment in een dorpshuis). b.Het netwerk verstevigen door partners informatie te laten delen en zo de samenwerking rondom mantelzorgers te stimuleren door een actuele netwerkkaart op te stellen of -in afstemming met de gemeente- aan te sluiten bij een bestaande netwerkkaart of vergelijkbaar initiatief. c.Collectieve ondersteuning: gericht op bovenstaand doel en één of meerdere van bovengenoemde onderdelen. Het organiseren van bijeenkomsten, waaronder lotgenotencontactgroepen, een activiteit rondom de dag van de mantelzorger, informatiebijeenkomsten en trainingen / cursussen. d.Incidenteel: persoonlijke ondersteuning (coaching, begeleiding) waardoor mantelzorgers beter in balans blijven en meer draagkracht houden / ontwikkelen. Bij een structurele vraag kan de welzijnsorganisatie toe leiden naar andere partijen (bijv. cliëntondersteuning, zorgtrajectbegeleiders, maatschappelijk werk, mantelzorgmakelaars). e.Mantelzorgers registreren en waarderen met waardebonnen mantelzorg. (De gemeente verstrekt de vouchers aan de welzijnsorganisatie en rekent af met de ondernemers bij wie de vouchers kunnen worden ingeleverd). Artikel 3:2 Steunpunt vrijwilligers 1.Doelgroep van het steunpunt vrijwilligers Vrijwilligers en organisaties die (voornamelijk) met vrijwilligers werken. Hierbij ligt het accent op de volgende doelgroepen: a.vrijwilliger individuele begeleiding:deze richt zich op ondersteuning in de sfeer van de persoonlijke sociale basis en biedt hierbij langdurig begeleiding. Momenteel hebben we de volgende typen vrijwilligers individuele begeleiding: •vrijwilliger thuisadministratie: deze vrijwilliger ondersteunt inwoners bij de administratie. De ondersteunde inwoner is uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de eigen administratie; •maatje: Deze vrijwilliger biedt o.a. gezelschap, praktische hulp, vervoer en/of activeert tot deelname aan sociale activiteiten; •vrijwilliger (digitale) basisvaardigheden: in samenwerking met Digi-Taalhuis West Maas en Waal wordt deze vrijwilliger ingezet met als doel om te ondersteunen bij het ontwikkelen van basisvaardigheden. Bijvoorbeeld als taalmaatje voor een laaggeletterde inwoner. Of als vrijwilliger bij de Voorleesexpress bij inwoners thuis. De vrijwilligers hebben een signalerende functie in het gezin / systeem; b.vrijwilliger begeleiding nieuwkomers: deze vrijwilliger maakt nieuwkomers wegwijs in WMW. (begeleiding vindt plaats vanuit artikel 3.8 nieuwkomers); c.vrijwilliger via Werkzaak Rivierenland:dit zijn inwoners die aangewezen zijn op inkomensondersteuning. Dit gebeurt vanuit de werklocatie in Boven-Leeuwen. Het vrijwilligerswerk sluit – waar mogelijk - aan bij het ontwikkeltraject vanuit Werkzaak Rivierenland en is gericht op: •het verkrijgen van een dagritme en/of; •ontwikkeling van sociale en/of arbeidsmarktvaardigheden; •en/of een zinvolle deelname aan het sociaal maatschappelijk verkeer. 2.Doelstelling Signaleren en structureel inventariseren van de behoefte aan ondersteuning en hulp aan én door vrijwilligers bij de inwoners en samenwerkingspartners. Vanuit die inventarisatie vrijwillige hulp en ondersteuning inrichten. Zodat, zowel op incidentele basis als op structurele basis, hulp en ondersteuning zoveel mogelijk vrijwillig kan worden gegeven. Hierdoor leveren zoveel mogelijk vrijwilligers een passende maatschappelijke bijdrage en worden inwoners zelfredzaam en/of samenredzaam en kunnen deelnemen in de gemeenschap. 3.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) a.Het actief werven en koppelen van vrijwilligers om bij te dragen aan de zelfredzaamheid van inwoners én de hulp aan en zorg voor elkaar. b.Knelpunten in de uitvoering van de vrijwillige hulpverlening signaleren en ondersteunen bij het zoeken naar een passende oplossing. c.Het ondersteunen van vrijwilligers bij het leveren van een maatschappelijke bijdrage vanuit hun eigen beweging, motivatie en (ervarings-) deskundigheid. d.Ondersteuning van vrijwilligers individuele begeleiding bij: •het signaleren van de ondersteuningsbehoefte van (vaak kwetsbare) inwoners. De professional brengt de signalen op de juiste plek; •het ontwikkelen van de deskundigheid die nodig is voor optimale uitvoering van hun vrijwillige taken in samenwerking met partners. e.De door Werkzaak Rivierenland aangedragen bijstandsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunen bij het vinden van zinvol vrijwilligerswerk, dat binnen de cliëntmogelijkheden past (zoals belastbaarheid, motivatie/ affiniteit en reismogelijkheden, etc.). Werkzaak verzorgt –indien nodig- de afstemming met de organisatie waar de betrokkene als vrijwilliger is geplaatst. Vooraf kunnen afspraken hierover worden gemaakt. Artikel 3:3 Opbouwwerk 1.Doelgroep van het opbouwwerk De samenleving in zijn geheel en alle (formele en informele) organisaties binnen de gemeenschappelijke sociale basis. 2.Doelstelling Vormen, versterken en ondersteunen van gemeenschappen door inwoners en groepen te verbinden, koppelen en bruggen te slaan zodat de sociale cohesie, participatie en leefbaarheid bevorderd wordt. En inwoners te motiveren en ondersteunen om elkaar te helpen en te zorgen voor elkaar. 3.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) a.Zichtbare aanwezigheid binnen de dorpskernen en binnen de gemeenschappelijke sociale basis, hierbij intensief in contact staan met de organisaties die actief zijn in de kernen. b.Versterking van informele netwerken in de gemeenschap waarbinnen inwoners en organisaties actief met elkaar in verbinding staan. Zodat signalen van ondersteuningsbehoefte tijdig opgepakt kunnen worden en hulp vragen en zorg voor elkaar wordt gestimuleerd en versterkt. c.Tijdelijk nieuwe initiatieven vanuit de gemeenschap ondersteunen of aanjagen (uitgaande van de blinde vlekken in het aanbod en de energie vanuit de gemeenschap). Artikel 3:4 Combinatiefunctionaris volwassenen en ketenaanpakken GLI, Valpreventie en Welzijn op Recept 1.Doelgroep van de combinatiefunctionaris en bovengenoemde ketenaanpakken a.Combinatiefunctionaris volwassenen: volwassenen. b.Gezonde Leefstijl Interventie (GLI): volwassenen met overgewicht en obesitas die hun leefstijl binnen twee jaar willen veranderen. c.Valpreventie: alle inwoners van 65 plus en ouder. d.Welzijn op Recept: volwassenen 2.Doelstelling Het bevorderen van een actieve en vitale gemeenschap. Meer volwassenen gaan bewegen en sporten en doen mee aan activiteiten die hun positieve gezondheid bevorderen: a.alleen GLI: het realiseren van een duurzame gedragsverandering naar een gezonder leven; b.alleen Valpreventie: het voorkomen van vallen bij thuiswonende ouderen vanaf 65 jaar en ouder. Zoveel mogelijk werken met de landelijke ketenaanpak die gericht is op: het opsporen van ouderen met een verhoogd valrisico, het screenen op valrisicofactoren (valanalyse), interventies en de doorstroom naar structureel beweegaanbod. 3.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) a.Combinatiefunctionaris volwassenen •Het aanbod van activiteiten op het gebied van cultuur en bewegen dicht bij huis in beeld brengen en houden. Hiertoe stimuleert de subsidieontvanger dat aanbieders de website www.meedoeninmaasenaal.nl invullen en bijhouden. De subsidieontvanger promoot de website actief en stimuleert inwoners om deel te nemen aan het aanbod. •Het collectieve beweegaanbod dat relevant is voor 65 plussers in beeld brengen en houden. Hiertoe eens in de twee jaar een brochure “Max Vitaal” uitbrengen, waarin al het aanbod gebundeld wordt. •Nieuwe initiatieven met betrekking tot sport en bewegen en/of gezondheid voor volwassenen /senioren aanjagen en bestaande initiatieven versterken (gezamenlijk met alle partners). b.Gezonde leefstijl interventie (GLI) •Een gezonde leefstijl bij inwoners met obesitas stimuleren door als keten coördinator bij te dragen aan het lokaal vormgeven en invullen van de ketenaanpak GLI. Dit in samenwerking met o.a. huisartsen, aanbieders van GLI’s en aanbieders van beweegactiviteiten in onze gemeente (o.a. inwonersinitiatieven, verenigingen en commercieel aanbod). •Het vergroten van het aanbod van GLI’s binnen onze gemeente. c.Valpreventie •Vallen bij 65 plussers voorkomen door als keten coördinator bij te dragen aan het lokaal vormgeven en invullen van de ketenaanpak valpreventie. Dit in samenwerking met o.a. huisartsen, fysiotherapeuten en aanbieders van geschikte beweegactiviteiten in onze gemeente (o.a. inwonersinitiatieven, verenigingen en commercieel aanbod). •Een actueel overzicht creëren van het beweegaanbod voor zowel inwoners met een licht, matig als hoog valrisico. Activiteiten van inwoners en organisaties aanjagen en coördineren die bijdragen aan een compleet beweegaanbod voor zowel inwoners met een licht, matig als hoog valrisico. •In afstemming met de gemeente fysiotherapeuten ondersteunen bij het organiseren van valpreventietrainingen. •65-plussers stimuleren om een valrisicotest te doen en deel te nemen aan bovenstaand beweegaanbod en/of en of een valpreventietraining te doen (als de afgenomen valrisicotest daar aanleiding toe geeft). d.Welzijn op Recept •Het verhogen van het welbevinden van mensen met psychosociale problematiek die hiervoor bij de huisartsenpraktijk komen en hiervoor geen medische of psychologische behandeling nodig hebben door bij te dragen aan het lokaal vormgeven en invullen van de ketenaanpak Welzijn op Recept. Artikel 3:5 Buurtsportcoach 1.Doelgroep van de buurtsportcoach Kinderen / jongeren 4-23 jaar 2.Doelstelling a.In iedere kern de ontwikkeling van een passend aanbod van sport- en culturele activiteiten stimuleren en aanjagen. b.Kinderen / jongeren enthousiast maken voor sport en cultuur en aanzetten tot structurele deelname aan activiteiten. 3.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) a.Aanbod voor jongeren verzamelen en promoten d.m.v. het doorontwikkelen van try-out. b.Promoten van het aanbod voor basisschoolleerlingen dat in beeld wordt gebracht door Groeisaam Primair Onderwijs in het kader van Sjors sportief / creatief. c.Bijdragen aan de uitbreiding van het huidige aanbod van sportieve en culturele (incidentele en structurele) activiteiten door inwonersinitiatieven aan te jagen en (kortdurend) te begeleiden. d.Kinderen en jongeren kennis te laten maken met sportieve en culturele activiteiten en hen te stimuleren om structureel met sport en/of cultuur bezig te zijn, o.a. door workshops te geven in de kernen, indien mogelijk in samenwerking met verenigingen. Artikel 3:6 Kansrijk opgroeien: jongerenwerk 1.Doelgroep van het jongerenwerk Kinderen en jongeren van 10 tot 23 jaar, met extra aandacht voor degenen die te maken hebben met structurele of stapelende risico’s in hun leefomgeving, dat in het verlengde van het jeugdbeleid als bedoeld in artikel 2.1 van de Jeugdwet wordt uitgevoerd. De jongerenwerker richt zich hierbij zowel op het kind / de jongere zelf als op zijn of haar gezin en de sociale context. 2.Doelstelling In 2030 is er een breed structureel aanbod van preventieve voorzieningen voor inwoners met opvoed- en opgroeivragen. 3.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) a.Zichtbaar en benaderbaar zijn voor de jongeren binnen de volgende leefgebieden: thuis, op school, online, op straat (o.a. bij het JOP in Beneden-Leeuwen). Door deze brede aanwezigheid wordt gebouwd aan een unieke positie van nabijheid en vertrouwen. b.Jongeren -indien nodig- individueel begeleiden (toekomstcoach). De jongeren krijgen zo extra aandacht op het gebied van onderwijs, werk en vrijetijdsbesteding. c.Overlast op straat voorkomen in samenwerking met ketenpartners uit het veiligheidsdomein, door het aanspreken en begrenzen van jongeren en het aanreiken van alternatieve vrijetijdsbesteding. d.Het verbeteren van de mentale gezondheid van jongeren op preventief vlak door het signaleren van jongeren met sombere gedachten en door -waar mogelijk en nodig- te interveniëren in samenwerking met de het onderwijs, de huisartsen en ouders (zie ook 3.9). e.Jongeren en buurtbewoners sterker te verbinden met hun buurt en met elkaar. Jongeren komen hierbij in een positief daglicht te staan bij de buurtbewoners die aansluiten bij activiteiten die zij hebben georganiseerd. f.Maatschappelijke stages begeleiden in aansluiting bij de overige genoemde onderdelen. Maatschappelijke stages zijn onderdeel zijn van het jongerenwerk. Voor zover daarvoor aanvullende middelen beschikbaar zijn vanuit de subsidieregeling “Maatschappelijke diensttijd (MDT) 2026” werkt de subsidieontvanger mee aan de daarvoor benodigde samenwerking. g.De organisatie van een jaarlijkse dag voor jongeren. Artikel 3:7 Ouderenwerk (50+) De overkoepelende doelstelling van het ouderenwerk is om de sociale basis van senioren te versterken. Zo kunnen zij zo lang mogelijk vitaal, gezond en gelukkig blijven leven. De subsidieontvanger draagt met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten bij aan het stimuleren van ontmoeting, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. 1.Opstellen en uitvoeren van voorzorgcirkels a.Subdoelstelling De subsidieontvanger versterkt de zelf- en samenredzaamheid van inwoners door het stimuleren, begeleiden en verduurzamen van voorzorgcirkels in de kernen van West Maas en Waal. Het doel is om een zorgzame gemeenschap te bevorderen, eenzaamheid te voorkomen en vroegtijdig risico’s te herkennen, zodat inwoners langer veilig en vitaal thuis kunnen blijven wonen. Deze cirkels vormen laagdrempelige buurtnetwerken waarin inwoners elkaar kennen, ondersteunen en tijdig signalen oppikken. b.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) •Vrijwilligers en deelnemers stimuleren om een voorzorgcircel te vormen in hun dorpskern. Hen hierbij ondersteunen en wederkerigheid, vrijwilligheid en gelijkwaardigheid binnen de groep stimuleren. •Verbinden van signalen uit voorzorgcirkels met formele en informele partners in de gemeente. 2.Bijdrage aan een dementievriendelijke samenleving a.Subdoelstelling De subsidieontvanger draagt bij aan een dementievriendelijk West Maas en Waal door bewustwording, kennis en begrip rondom dementie te vergroten. Dit omvat het stimuleren en ondersteunen van inwoners, verenigingen, bedrijven en lokale organisaties om een omgeving te creëren waarin mensen met geheugenproblemen veilig, gezien en volwaardig kunnen blijven meedoen. b.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) •Informeren over dementie en het organiseren van bijeenkomsten, gericht op herkennen, omgaan met en ondersteunen van mensen met dementie en hun naasten. Hierbij de GOED-omgaan met dementie trainingen van de organisatie “Samendementievriendelijk” faciliteren in de dorpen en gebruik maken van het promotiemateriaal van Alzheimer Nederland. •Activeren, stimuleren en faciliteren van bedrijven, verenigingen en organisaties om zich in te zetten voor een dementievriendelijke samenleving. En samen te werken of te ondersteunen bij het worden van ‘dementievriendelijk’. •Lokale organisaties en verenigingen adviseren over een dementievriendelijk activiteitenaanbod. En ondersteunen in het eventueel aanpassen van de activiteiten zodat mensen met dementie zo lang mogelijk kunnen deelnemen. 3.Bijdragen aan het informeren en adviseren over zo lang mogelijk prettig thuiswonen a.Subdoelstelling De subsidieontvanger levert een actieve bijdrage aan het vitaal en toekomstgericht ouder worden van inwoners. Dit omvat het informeren, adviseren en bewustmaken van inwoners, zodat zij tijdig keuzes kunnen maken die bijdragen aan zelfstandigheid, gezondheid en kwaliteit van leven. De inzet is preventief van aard en gericht op versterken van eigen regie en eigen kracht. b.Activiteiten en prestaties van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstelling(en) •Ondersteunen van de lokale gemeenschap in activiteiten gericht op het ouder worden en vraagstukken over zorg en welzijn van nu en in de toekomst. Bijvoorbeeld ondersteunen van het inwonersinitiatief ‘Zorg om de zorg’ in Dreumel. En verbindingen leggen tussen inwoners, verenigingen en (zorg)organisaties. Artikel 3:8 Nieuwkomers 1.Begeleiding nieuwkomers in het kader van de wet inburgering a.Omschrijving doelgroep begeleiding nieuwkomers Binnen onze gemeente zetten we vooral in op de hervestiging van statushouders. We hebben hierbij ongeveer 5 plaatsingen per half jaar. Meestal omvat een plaatsing een groot gezin. b.Doelstelling In samenwerking met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), de gemeente en woningstichting de Kernen –binnen de gemeentelijke taakstelling- vluchtelingen (her)vestigen binnen onze gemeente om zo te voldoen aan de Wet inburgering 2021. c.Activiteiten van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstellingen en de beoogde resultaten •Onderzoeken of de missies die in het taaksysteem van het COA worden aangeboden vervuld kunnen worden. Als de Kernen geschikte huisvesting heeft gevonden keurt de subsidieontvanger de missie goed. •Het ondersteunen en begeleiden van de nieuwkomers bij de huisvesting in onze gemeente en alle praktische zaken die hierbij komen kijken, waaronder: •het aanvragen en beheren van inrichtingskrediet en overbruggingskrediet; •het camping klaar maken van het huis (inclusief eventuele overdracht en overname spullen vorige huurders); •het aanvragen van nutsvoorzieningen; •aanmelden bij de huisarts / tandarts / apotheek / voedselbank etc.; •aanmelden bij school en zo nodig aanvragen bijzondere vervoersvoorziening leerlingen vervoer; •de benodigde verzekeringen aanvragen, belastingaangifte (i.s.m. VraagWijzer); •een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand aanvragen. 2.Leefomgeving ontdekken a.Omschrijving doelgroep van leefomgeving ontdekken Statushouders die binnen afzienbare termijn gehuisvest worden of recent gehuisvest zijn binnen de gemeente West Maas en Waal. b.Doelstelling De statushouders leren hun leefomgeving beter kennen en vinden hun plek binnen onze gemeente. c.Activiteiten van de subsidieontvanger die bijdragen aan bovengenoemde doelstellingen en de beoogde resultaten: •de vanuit het vrijwilligerssteunpunt geworven “vrijwilligers begeleiding nieuwkomers” begeleiden bij het ondersteunen van de statushouders; •samen met eventuele gekoppelde vrijwilligers onderzoeken hoe zij de statushouders kunnen ondersteunen bij het opbouwen van hun individuele sociale basis, o.a. door hen in contact te brengen met verschillende sleutelpersonen, organisaties en initiatieven; •begeleiden bij het wegwijs worden in het verkeer (o.a. door het organiseren van verkeers- en/of fietslessen). Zo nodig ondersteunen bij het aanvragen van tijdelijk leerlingenvervoer voor kinderen (in principe max 3 maanden). Artikel 3.9 Overkoepelende thema’s Tot slot geven we hieronder een tweetal thema’s weer, die door de verschillende onderdelen heenlopen: mentale gezondheid en laaggeletterdheid. De subsidieverstrekker vindt het belangrijk dat: a.maatschappelijk en sociaal werkers structureel deskundigheidsbevordering krijgen op het gebied van inclusief handelen; b.de subsidieontvanger voldoende kennis heeft van het signaleren van mentale problematiek en/of eenzaamheid. En personeel en vrijwilligers individuele begeleiding opleidt om hierop door te geleiden of te handelen; c.de subsidieontvanger aansluit bij landelijke campagnes die zijn gericht op het bevorderen van de mentale gezondheid; d.de subsidieontvanger deelneemt aan het regionaal taalakkoord Rivierenland 2025-2029; e.de subsidieontvanger laaggeletterdheid via een vaste manier van werken bij de uitvoering van activiteiten en in contacten met inwoners signaleert, bespreekbaar maakt en inwoners doorverwijst. Professionals en waar mogelijk vrijwilligers nemen deel aan de beschikbare trainingen die worden georganiseerd vanuit “het Regionaal programma basisvaardigheden 2026-2029” die zijn gericht op: herkennen, bespreken en/of doorverwijzen. Hoofdstuk 4. Voorwaarden en verplichtingen Artikel 4:1 Voorwaarden Onverminderd de artikelen 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb en de artikelen 11 en 12, van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: a.de subsidieontvanger werkt actief mee aan het maken en uitvoeren van afspraken over samenwerking met (keten)partners en het vormgeven en onderhouden van een ketensamenwerking, waarbij de sociale basis (0e lijn), eerstelijnszorg en specialistische zorg (2e lijn) op elkaar aansluiten; b.de subsidieontvanger maakt met de gemeente praktische afspraken over welke gegevens, voorbeelden en resultaten in de verantwoording worden opgenomen, zodat zichtbaar wordt welke activiteiten zijn uitgevoerd en wat deze hebben opgeleverd; c.de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de maatschappelijk- en sociaal werkers en vrijwilligers individuele begeleiding beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag; d.De subsidieontvanger stelt een communicatieplan op waaruit blijkt hoe zij zich als subsidieontvanger binnen de gemeente West Maas en Waal presenteert of positioneert. De subsidieontvanger vertaalt het communicatieplan twee keer per jaar in een concrete planning en deelt deze uiterlijk 15 september respectievelijk -15 januari met de gemeente West Maas en Waal; e.Personen die namens de subsidieaanvrager activiteiten uitvoeren (met uitsluiting van vrijwilligers) of daaraan leiding geven dienen voldoende gekwalificeerd te zijn, conform de van toepassing zijnde CAO, om hun functie verantwoord te kunnen uitoefenen; f.De subsidieontvanger voert de gesubsidieerde activiteiten zelf uit. Het is de subsidieontvanger niet toegestaan de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk in onderaanneming door derden te laten verrichten. Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling Artikel 5:1 indieningstermijn aanvraag tot vaststelling Conform artikel 15 lid 1a van de ASV dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling in. Artikel 5:2 wijze van verantwoorden eindverantwoording Onverminderd artikel 15 lid 1 en 2 bevat het jaarverslag de volgende gegevens: a.een beschrijving van de resultaten van de in de beleidsregel beschreven prestaties en activiteiten conform de onder artikel 4:1b beschreven afspraken; b.een beschrijving van de gesignaleerde knelpunten en kansen. Het jaarverslag wordt besproken in een bestuurlijk overleg. Artikel 5:3 tussentijds rapportage De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks uiterlijk 1 oktober (beknopt) de opvallende resultaten van de laatste helft van voorafgaand kalenderjaar en reflecteert op kansen in de nabije toekomst. Indien de subsidieontvanger en/of de gemeente West Maas en Waal dit noodzakelijk acht wordt deze rapportage besproken in een ingelast bestuurlijk overleg. Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden Artikel 6:1 weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 4:25, lid 2 en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de ASV weigert het college een subsidie als: a.de aanvrager niet voldoet aan de definitie zoals is vastgelegd onder artikel 1:2; b.niet aannemelijk is dat de activiteiten zullen worden georganiseerd zoals deze zijn beschreven in de aanvraag; c.de aanvraag wordt gedaan voor activiteiten waarvoor de subsidie reeds is verleend; d.de aanvrager in het meest recente beschikbare boekjaar geen negatief eigen vermogen heeft en er geen gegronde twijfels zijn over de continuïteit van de onderneming (zie ook 2.2.c met de vermelde verplichte bewijsmiddelen); e.de aanvrager geen referentie beschikbaar stelt (zoals beschreven in artikel 2.2.d onder 2 met verplichte bewijsmiddelen) of wanneer de opdracht / subsidieverlening bij een referent/ gemeente tussentijds is beëindigd of tot schadeplicht heeft geleid (zoals beschreven onder artikel 2.2.d onder 1 met verplichte bewijsmiddelen). Hoofdstuk 7. Subsidieplafond Artikel 7:1 subsidieplafond Het college heeft het subsidieplafond bij besluit vastgesteld. De subsidie wordt verleend onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting 2027-2029 door de gemeenteraad. Voor subsidieverlening op grond van de in hoofdstuk 3 beschreven activiteiten en prestaties geldt jaarlijks een subsidieplafond van: a.€ 62.000,- voor artikel 3. 1 steunpunt mantelzorg; b.€ 50.000,- voor 3.2 steunpunt vrijwilligers; c.€ 80.000,- voor artikel 3. 3 opbouwwerk; d.€ 116.000,- voor artikel 3.4 combinatiefunctionaris volwassenen en ketenaanpakken GLI, Valpreventie en Welzijn op Recept; e.€ 100.000,- voor artikel 3. 5 buurtsportcoach; f.€ 197.000,- voor artikel 3.6 kansrijk opgroeien: jongerenwerk. Hiervan is € 25.000,- bestemd voor de uitvoering van MDT zoals beschreven in Hoofstuk 3 artikel 6.3f ; g.€ 87.000,- voor de uitvoering van de onder 3. 7 ouderenwerk; h.voor de uitvoering van 3. 8 nieuwkomers: •voor onderdeel a van “Begeleiding nieuwkomers in het kader van de wet inburgering”: € 974,- per volwassen statushouder. Voor de begeleiding van hervestigers aanvullend € 368,33 per persoon met een maximum van € 1.795,50 per gezin; •Voor onderdeel b van “Begeleiding nieuwkomers in het kader van de wet inburgering”: € 1.128,60 per volwassen statushouder. Voor de begeleiding van hervestigers aanvullend € 368,33 per persoon met een maximum van € 1.795,50 per gezin. Artikel 7:2 wijze van verdeling De subsidie wordt toegekend aan één subsidieontvanger. De wijze van verdeling is: rangschikking op basis van een vergelijkende toets. Bij gelijke score kennen we de subsidie toe aan de aanvrager met de hoogste score op ‘invulling welzijnswerk’, daarna de hoogste score op 'Integrale aanpak', en als dat geen uitsluitsel geeft loting Hoofdstuk 8. Selectiecriteria Artikel 8:1 selectiecriteria Bij de subsidieaanvraag dient de aanvrager een projectplan in. Om de aanvraag met de hoogste kwaliteit te selecteren, zijn de selectiecriteria in onderstaande tabel vastgesteld. Per criterium kan een maximaal aantal punten worden behaald. De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager die het hoogste aantal punten scoort. Dit blijkt uit het onder Hoofstuk 2 lid 2a ingediende projectplan. Onder de tabel wordt per selectiecriterium aangegeven welke aspecten worden beoordeeld. Selectiecriteria Maximaal aantal punten Projectplan 1.Invulling welzijnswerk 2.Integrale aanpak welzijnswerk 3.Visie op welzijnswerk 4.Behoud van kennis relaties en netwerk 5.Samenwerking met 0e, 1e en 2e lijnszorg 6.Rol binnen (vroeg)signalering 7.Kennis van toekomstige ontwikkelingen 8.Communicatieplan 9.Kwaliteitssysteem 10. Referentie 40 10 5 15 5 5 5 5 5 5 Totaal 100 1.Invulling welzijnswerk De aanvrager beschrijft hoe invulling wordt gegeven aan de prestaties en activiteiten van de verschillende onderdelen, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Met betrekking tot de volgende onderdelen wegen we de hieronder beschreven aspecten mee in onze beoordeling: a.steunpunt mantelzorg: hoe ‘niet zichtbare’ mantelzorgers worden bereikt en hoe -binnen de beschikbare middelen- een passende verhouding tussen collectieve en individuele ondersteuning wordt gerealiseerd; b.steunpunt vrijwilligers: hoe om wordt gegaan met de afnemende beschikbaarheid van vrijwilligers en hoe overvraging of ‘vervanging van professionele zorg’ wordt voorkomen; c.opbouwwerk: hoe om wordt gegaan met de naar binnen gerichte houding in dorpen, waarin persoonlijke en kwetsbare situaties niet makkelijk gedeeld worden. En hoe inwoners worden betrokken die niet meedoen; d.jongerenwerk: hoe jongeren online bereikt kunnen worden en de ervaring hiermee; e.ouderenwerk: hoe kwetsbare ouderen die niet vanzelf in beeld zijn worden bereikt. Welke visie de welzijnsorganisatie heeft op de uitvoering van de dementievriendelijke samenleving en met welke methodieken zij bewustwording en handelingsbekwaamheid op het gebied van dementie vergroot. 2.Integrale aanpak welzijnswerk De aanvrager beschrijft hoe de verschillende onderdelen uit hoofdstuk 3 met elkaar worden verbonden (onder andere mantelzorgondersteuning, vrijwilligerswerk en opbouwwerk), met als doel een maximaal integraal effect te bereiken. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de thema’s laaggeletterdheid en mentale gezondheid, die door alle onderdelen heen lopen. 3.Visie op welzijnswerk De aanvrager presenteert een onderbouwde visie op welzijnswerk die aansluit bij het overkoepelende beleidskader Sociaal Domein van de gemeente. In deze visie wordt weergegeven hoe de aanvrager: de positieve gezondheid van inwoners bevordert, de sociale basis uitbouwt, inwoners zelfredzamer en samenredzamer maakt en zwaardere zorg voorkomt. 4.Behoud van kennis, relaties en netwerk De aanvrager beschrijft hoe het fijnmazige netwerk binnen de sociale basis in de kernen, dat de afgelopen jaren door Stichting Sociom is opgebouwd, wordt geborgd. De aanvrager beschrijft of en zo ja hoe hij zich inspant om de beschikbare werknemers van Stichting Sociom een passend aanbod tot indiensttreding te doen, en hoe daarmee de continuïteit van kennis, netwerk en bestaande relaties met inwoners en samenwerkingspartners wordt geborgd. Onder beschikbare werknemers worden verstaan de werknemers die per 1 juni 2026 in dienst waren van Stichting Sociom, voor 70% of meer van hun werkbare uren werkzaam waren voor de gemeente West Maas en Waal en betrokken waren bij de uitvoering van de activiteiten zoals beschreven in hoofdstuk 3. 5.Samenwerking met 0e, 1e en 2e lijnszorg De aanvrager beschrijft de rol binnen de ketensamenwerking en laat zien dat: a.effectief wordt samengewerkt binnen verschillende domeinen van zorg en welzijn; b.verbinding wordt gelegd tussen de sociale basis (0e lijn), eerstelijnszorg en specialistische zorg (2e lijn). 6.Rol binnen (vroeg)signalering De aanvrager beschrijft welke rol zij beoogt te vervullen m.b.t. (vroeg)signalering. 7.Kennis van toekomstige ontwikkelingen De aanvrager toont aan over voldoende kennis te beschikken van toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving binnen het sociaal domein (onder andere Wmo, Jeugdwet en Participatiewet), evenals van relevante akkoorden (zoals AZWA), en beschrijft hoe hier in de bedrijfsvoering op wordt ingespeeld. 8.Communicatieplan De aanvrager communiceert effectief en voegt een beknopt communicatieplan als bijlage toe. Hieruit blijkt dat: a.de communicatie doelgroepgericht en (digitaal) toegankelijk is. Websites of webapplicaties zijn toegankelijk volgens de Richtlijnen voor Toegankelijkheid van Webcontent 2.1. en geschreven op B1 taalniveau; b.effectief gebruik wordt gemaakt van verschillende communicatiekanalen, waaronder een website, sociale media en papieren media; c.de gemeente op de hoogte wordt gehouden van de communicatieplanning. 9.Kwaliteitssysteem De aanvrager toont aan het Kwaliteitslabel Sterk Sociaal Werk te hebben of een vergelijkbaar aantoonbaar kwaliteitssysteem dat toeziet op vakmanschap, dienstverlening, veiligheid, reflectie en organisatiekwaliteit. 10.Referentie Voor dit selectiecriterium kunnen 5 of 0 punten worden verkregen. De aanvrager krijgt uitsluitend 5 punten als voldaan wordt aan twee voorwaarden: a.overlegging van een tevredenheidsverklaring van de betreffende contractmanager (en indien onverhoopt niet meer werkzaam bij de referent/ gemeente: van een andere persoon die de referent/ gemeente kan vertegenwoordigen) dat het welzijnswerk naar tevredenheid is uitgevoerd inzake de opgegeven referentie als bedoeld onder artikel 2.2.d onder 2; b.overlegging van een verklaring van de aanvrager dat in een periode van drie jaar voorafgaande aan de aanvraag er geen opdracht- of subsidierelatie inzake het uitvoeren van welzijnswerk voortijdig door een gemeente is beëindigd (het niet benutten van een (verlenging)optie valt daar niet onder) en/ of tot een schadeplicht zijdens aanvrager heeft geleid vanwege (naar het oordeel van de betreffende gemeente) wanprestatie door aanvrager. Hiervoor moet dezelfde verklaring worden gebruikt als bedoeld onder 2.2.d onder 1, met dien verstande dat indien uit de verklaring blijkt dat er wel degelijk een dergelijke omstandigheid zich heeft voorgedaan en aanvrager niettemin gemotiveerd van oordeel is dat een weigering disproportioneel zou zijn, én de gemeente onverplicht (inderdaad) zou besluiten op deze grond de aanvraag niet te weigeren (zie ook artikel 6.1.2) de gevolgtrekking in alle gevallen dus (wel) is dat voor dit selectiecriterium geen punten kunnen worden verkregen. Artikel 8:2 beoordeling selectiecriteria De beoordeling van de aanvraag geschiedt door een ter zake kundig beoordelingsteam. Per selectiecriterium kunnen punten worden gescoord. Per selectiecriterium wordt er individueel door de beoordelingsleden een beoordelingscijfer toegekend, waarna op basis van een consensusmeeting een eenduidige score per onderdeel wordt bepaald. Het totaal van de score op alle criteria leidt tot de totaalscore voor de selectiecriteria. De beoordeling van de selectiecriteria geschiedt aan de hand van onderstaande tabel waarbij onder andere rekening wordt gehouden met: a.compleetheid: de beantwoording is volledig en laat geen aspecten van de uitvraag onbeantwoord; b.relevantie/ specifiek: de beantwoording heeft betrekking op de uitvraag. Waar de beantwoording verder gaat dan de uitvraag is deze van toegevoegde waarde; c.concreetheid: de beantwoording is onderbouwd en berust op betrouwbare aannames. Wollig taalgebruik is vermeden en de beoordelaar hoeft geen moeite te doen het antwoord te doorgronden. Waar nodig is deze toetsbaar; d.realistisch: de plannen en visies die in de beantwoording worden weergegeven zijn haalbaar. Zowel technisch als in de tijd. Waardering Score Beoordeling Uitstekend 100% van het maximale aantal punten op betreffende selectiecriterium Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager een uitstekend antwoord gegeven. Alle of de meeste van de elementen en aspecten van de kwaliteitsvraag zijn inhoudelijk uitstekend beantwoord. Het antwoord geeft meer inzicht dan gevraagd en/of is uitstekend onderbouwd. De wijze van invulling is overtuigend en/of bevat creatieve/innovatieve elementen. Goed 80% van het maximale aantal punten op betreffende selectiecriterium Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager een goed antwoord gegeven. Alle of de meeste van de elementen en aspecten van de kwaliteitsvraag zijn inhoudelijk goed beantwoord. Het antwoord past bij de vraag. De beschrijving is concreet, realistisch en de werkwijze wordt goed onderbouwd. Voldoende 50% van het maximale aantal punten op betreffende selectiecriterium Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager voldoende antwoord gegeven. Beschreven werkwijze is realistisch, maar is matig concreet, en/of is matig onderbouwd. En/of er ontbreekt tenminste één minder belangrijk onderdeel in het antwoord. Onvoldoende 10% van het maximale aantal punten op betreffende selectiecriterium Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager onvoldoende of een minimaal antwoord gegeven. Alle of de meeste van de elementen en aspecten van de kwaliteitsvraag zijn inhoudelijk, onvoldoende of minimaal beantwoord. Geen beschrijving en/of is niet concreet en/of niet realistisch en/of niet onderbouwd. Beantwoording geeft geen/nauwelijks of gebrekkig inzicht in de wijze van invulling. Of er ontbreekt tenminste één belangrijk onderdeel in het antwoord. Geen 0% van het maximale aantal punten op betreffende selectiecriterium Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager geen antwoord gegeven. Hoofdstuk 9. Overige bepalingen Artikel 9.1 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel welzijnswerk gemeente West Maas en Waal 2027-2029’. Artikel 9.2 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking per 7 juli 2026. Artikel 9.3 Evaluatie Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk in 2029. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal in de vergadering van 7 juli 2026D. (Didier) Oosterom V.M. (Vincent) van Neerbos Gemeentesecretaris burgemeester Toelichting per hoofdstuk Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1:3 Algemene doelstelling In het beleidskader Sociaal Domein hebben we de volgende visie opgenomen: “Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners leven in een vitale gemeenschap waarin iedereen meedoet en gelijke kansen krijgt. Waarin mensen naar elkaar omkijken en als het nodig is elkaar helpen. Een samenleving waarin inwoners een waardevol en gezond bestaan opbouwen, hierin eigen keuzes maken en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Waar signalen over behoefte aan hulp worden gegeven en opgepakt. En waar inwoners die dat nodig hebben passende hulp en ondersteuning ontvangen, ook van elkaar”. We zien het versterken van de sociale basis als algemene doelstelling voor het welzijnswerk. De sociale basis bestaat uit alle informele (sociale) verbanden, aangevuld en ondersteund vanuit formele organisaties en voorzieningen. Op pagina 12 van ons beleidskader Sociaal Domein vindt u een schets van de sociale basis in onze gemeente. We gaan uit van het vergroten van de “Positieve Gezondheid”. Hierbij is de afwezigheid van ziekten of beperkingen niet meer het uitgangspunt, maar het vermogen om je eigen veerkracht te verhogen, in het licht van fysieke en emotionele uitdagingen. Welzijnswerk is hierbij een belangrijke spil in de beoogde “beweging naar de voorkant” en de verschuiving van “zorgvraag naar leefvraag”. Welzijnswerk stimuleert hierbij de wederkerigheid. Artikel 1:4 toepassingsbereik Voor toekomstige uitbreidingen / wijzigingen zijn de volgende routes mogelijk: a.Als de extra activiteiten passen binnen de bestaande subsidieverlening, de daarin omschreven activiteiten en het daarin opgenomen bedrag, kunnen zij binnen de bestaande verlening worden meegenomen volgens artikel 4:30 van de Awb. b.Als de extra activiteiten niet passen binnen de bestaande subsidieverlening, de daarin omschreven activiteiten en het daarin opgenomen bedrag, kan het college de ‘Beleidsregel welzijnswerk gemeente West Maas en Waal 2027-2029’ gewijzigd vaststellen of een aanvullende beleidsregel vaststellen. In voorkomend geval moet de subsidieontvanger opnieuw een aanvraag indienen om voor de subsidie in aanmerking te kunnen komen. Hoofdstuk 3: Doelgroep, doel en prestaties en activiteiten per onderdeel Artikel 3:2 Steunpunt vrijwilligers De seniorenverenigingen bieden vrijwillige ouderenadviseurs in een deel van de gemeente. Dit doen zij voornamelijk vanuit de eigen vereniging, wij sturen hier inhoudelijk niet op. Stichting MEE voert de onafhankelijke clientondersteuning vanuit de Wmo uit. Artikel 3.4 Combinatiefunctionaris volwassenen en GLI en valpreventie Combinatiefunctionaris Momenteel hebben we een “kernteam sport en preventie” om gezamenlijk met alle partners nieuwe initiatieven met betrekking tot sport en bewegen en/of gezondheid aan te jagen, af te stemmen en/of uit te voeren. De komende tijd onderzoeken we hoe we dit het beste vorm kunnen geven in de toekomst. Ketenaanpakken GLI, Valpreventie en Welzijn op Recept a.Bovenstaande ketenaanpakken voeren wij in 2026 uit in het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Momenteel vervult de welzijnsorganisatie de rol van coördinator en neemt namens de gemeente plaats in de regionale GALA werkgroepen van bovengenoemde ketenaanpakken. Vanaf 2027 worden deze ketenaanpakken onderdeel van het AZWA. Momenteel stellen de gemeenten een regioplan op, waarin we -op hoofdlijnen- ook afspraken maken over de uitvoering van deze onderdelen. De afspraken zijn mede gebaseerd op de door het Rijk opgestelde handreikingen. Op basis hiervan zullen we onze ketenaanpakken lokaal doorontwikkelen en maken we afspraken over de invulling en de rol van de welzijnsorganisatie hierin vanaf 2027. b.De huisartsen zijn momenteel nog niet formeel bij bovengenoemde ketenaanpakken aangehaakt. •De huisartsen voeren geen valanalyses uit. De gemeente biedt beperkt trainingen valpreventie aan. Deelnemers worden geselecteerd op basis van een valrisicotest, aangevuld met een intakegesprek bij de fysiotherapeut die de training uitvoert. •Een deel van de huisartsen verwijst door naar een GLI. •Er zijn zeer weinig doorverwijzingen naar Welzijn op Recept en er zijn momenteel geen huisartsen betrokken bij de inrichting en doorontwikkeling van deze aanpak. Mede hierdoor is deze aanpak in onze gemeente nog niet ontwikkeld. We onderzoeken hoe we dit kunnen uitbreiden / doorontwikkelen. Artikel 3:6 Kansrijk opgroeien: jongerenwerk Op 20 mei 2026 heeft de raad de concept-nota “Samen vooruit: Preventie die werkt voor een gezonde toekomst van onze jeugd” vastgesteld. Dit preventief jeugdbeleid vloeit voort uit landelijk, regionaal en lokaal beleid zoals de hervormingsagenda jeugd, de regiovisie en de lokaal educatieve agenda. In de nota staan kinderen en jongeren centraal (0-23 jaar). We willen dat zij veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Wij richten ons op het vroeg herkennen en aanpakken van problemen. We investeren in wat werkt: sterke gezinnen, een positief opvoedklimaat, goede samenwerking en duidelijke steun dichtbij huis. We hebben hierbij de volgende vijf aandachtsgebieden: kansrijke start, opgroeien in kansrijke omgeving, mentale gezondheid, scheidingen en online leefwereld van jongeren. In bovengenoemde nota staat beschreven dat we in de toekomst meer willen inzetten op de online leefwereld van jongeren. We gaan dit de komende periode nader uitwerken. Lid 3b In 2023 en 2024 werden gemiddeld 20 jongeren individueel begeleid door Stichting Sociom. Lid 3c Signalen rond overlastgevende jongeren worden in het jeugdoverlastoverleg besproken (hieraan nemen deel: het jongerenwerk, de gemeente, de politie, school en de boa). De komende tijd evalueren we welke structuur het beste bij het overleg past en maken we afspraken over: signaleren, melden, doorverwijzen en de verdere aanpak. Lid3f Bij het schrijven van deze beleidsregel vraagt Spectrum bij de Dienst Uitvoering subsidies voor instellingen (DUS-I) een subsidie aan volgens de subsidieregeling “Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2026 ”, onderdeel “Jong en Meer”. De hierboven beoogde subsidie is aanvullend op het in artikel 7.1f beschreven subsidieplafond voor MDT. Eén van de voorwaarden voor het toekennen van de subsidie is dat de uitvoerende partij een samenwerkingsovereenkomst met Spectrum afsluit. In bovengenoemde samenwerkingsovereenkomst worden afspraken gemaakt over de uitvoering van dit onderdeel. Artikel 3:7 Ouderenwerk Lid 1 Voorzorgcircels zijn nog niet breed uitgerold binnen de gemeente West Maas en Waal. En kunnen -afhankelijk van waar de meeste energie zit- gefaseerd worden gestimuleerd. Lid 2 Sociom is in juni 2024 begonnen met het vormgeven van de dementievriendelijke gemeente. Om dit onderwerp bekendheid te geven hebben we hier 20 uur per week in geïnvesteerd, gedurende de afgelopen twee-en-half jaar. Daarmee hebben we de basis voor dementievriendelijk WMW gelegd. We willen blijven investeren in een dementievriendelijke samenleving als onderdeel van het ouderenwerk, maar omdat e.e.a. inmiddels vorm heeft gekregen willen we de ureninzet voor dit subonderdeel afbouwen en onze inzet verdelen over de genoemde onderdelen. Artikel 3:8 Nieuwkomers Om uitvoering te geven aan de Wet inburgering 2021 is de “SPUK staatstelsel voor inburgering” ingevoerd. Met deze SPUK worden gemeenten geholpen bij het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen. Om te kunnen voldoen aan de verantwoordingseisen van bovengenoemde SPUK is dit onderdeel van de beleidsregel specifieker geformuleerd dan de andere onderdelen. Het is wenselijk dat “nieuwkomers” onderdeel is van een brede welzijnsorganisatie met een fijnmazig netwerk in iedere kern. Zo kunnen nieuwkomers beter worden geholpen met kennismaken en het vinden van aansluiting in de dorpskern waar ze wonen. En kunnen ze beter worden ondersteund bij het vinden van passende activiteiten en/of vrijwilligerswerk in de gemeente. Dit vergroot hun sociale basis. Artikel 3:9 Overkoepelende thema’s Mentale gezondheid Uit onze jeugdmonitor en volwassenenmonitor blijkt dat onze inwoners vaker een slechte mentale gezondheid ervaren dan een aantal jaar geleden (dit past ook binnen het landelijk beeld). In navolging op de “landelijke nota gezondheidsbeleid 2025-2028" willen we extra aandacht besteden aan de mentale gezondheid. Vanaf 01-01-2026 is de wet suïcidepreventie van kracht. We hebben de regionale coördinatie belegd bij de GGD. In het AZWA wordt een netwerk mentale gezondheid beoogd. Mogelijk geven we als gemeente in aansluiting hierop vorm aan een lokaal netwerk mentale gezondheid. Ook vragen we van partners om met hun bestaande activiteiten aan te sluiten bij landelijke campagnes, zoals: “social Friday” en “dag tegen het pesten (jongeren)”, “hoe is het? (volwassenen)” en “één-tegen-eenzaamheid” (met activiteiten voor iedere doelgroep). We zullen onderzoeken hoe we de promotie structureel vormgeven. Welzijnswerk speelt een belangrijke rol dit netwerk. Een sterke sociale basis vermindert eenzaamheid en zorgt voor meer verbinding en zingeving. I.s.m. Pro Persona Connect moeten vrijwilligers die veel met kwetsbare inwoners werken (en indien nodig medewerkers) hierop worden toegerust. Pro Persona organiseert verschillende cursussen voor inwoners, vrijwilligers en/of medewerkers om: beter in hun eigen kracht te staan, mentale problemen te signaleren en/of hier mee om te gaan. Laaggeletterdheid Binnen onze gemeente zijn relatief veel inwoners laaggeletterd. We zetten daarom in op de bestrijding van laaggeletterdheid. De uitvoering hiervan wordt gedaan door het (Mobiel) Digi-Taalhuis. De subsidieontvanger is hierin een belangrijke partner.
Meer informatie