Subsidieregeling Werklandschappen Haven Waalwijk Klimaatadaptatie en verduurzaming bedrijventerrein Haven Waalwijk Het College van burgemeester en wethouders van Waalwijk, gelet op de Algemene Subsidieverordening Waalwijk 2025 en het bepaalde in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; Overwegende dat: -Het college van gemeente Waalwijk op grond van de Algemene Subsidieverordening Waalwijk 2025 nadere subsidieregelingen kan vaststellen; -De gemeente Waalwijk de ambitie heeft om de fysieke leefomgeving klimaatadaptief, groen en duurzaam in te richten; -Bedrijventerrein Haven Waalwijk in belangrijke mate bestaat uit verhard oppervlak, waardoor kansen bestaan voor vergroening, waterberging en het vasthouden van hemelwater; -Klimaatverandering leidt tot meer extreme neerslag, droogte en hittestress, waardoor maatregelen op particulier terrein noodzakelijk zijn; -Bedrijventerrein Haven Waalwijk is aangesloten bij het programma Werklandschappen van de Toekomst, waarin wordt ingezet op toekomstbestendige en klimaatadaptieve werklandschappen; -Ondernemers op bedrijventerrein Haven Waalwijk een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van wateroverlast, het tegengaan van hittestress en het versterken van de biodiversiteit; -Het wenselijk is dat deze ondernemers worden gestimuleerd en gefaciliteerd om hun terreinen te vergroenen, te vernatten en klimaatadaptief in te richten; -De gemeente Waalwijk via het programma Werklandschappen van de Toekomst subsidies beschikbaar stelt aan deze ondernemers; -Dat wordt ingezet op innovatieve en toekomstbestendige werklandschappen waarin economie, ecologie en leefkwaliteit samenkomen; BESLUIT VAST TE STELLEN: Subsidieregeling Werklandschappen Haven Waalwijk Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. ASV: Algemene Subsidieverordening Waalwijk 2025; b. bedrijventerrein Haven Waalwijk: het bedrijventerrein zoals geografisch begrensd in het transitieplan Haven Waalwijk; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk. d. gebouwgebonden maatregelen: maatregelen aan gebouwen, waaronder begrepen groene daken, groene gevels en blauw-groene daken; e. klimaatadaptieve maatregelen: fysieke maatregelen gericht op het beperken van de gevolgen van klimaatverandering, waaronder in ieder geval maatregelen ter vermindering van hittestress, wateroverlast en droogte; f. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onderneming drijft en gevestigd is op bedrijventerrein Haven Waalwijk; g. programma Werklandschappen van de Toekomst: het landelijke programma gericht op het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen, waaraan bedrijventerrein Haven Waalwijk deelneemt en ambassadeursterrein is; h. transitieplan Haven Waalwijk: het door de gemeente vastgestelde plan waarin de ambities en projecten voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Haven Waalwijk zijn opgenomen; i. vergroeningsmaatregelen: maatregelen gericht op het toevoegen of versterken van vegetatie en biodiversiteit op bedrijfspercelen; j. watermaatregelen: maatregelen gericht op het vasthouden, bergen, infiltreren of hergebruiken van hemelwater. Artikel 2 – Doel van de regeling 1.Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van ondernemers op bedrijventerrein Haven Waalwijk om maatregelen te treffen die bijdragen aan: a.het klimaatadaptief inrichten van hun bedrijfspercelen; b.het vergroten van de biodiversiteit en het aandeel groen; c.het verbeteren van de waterhuishouding door het vasthouden en benutten van hemelwater; d.het realiseren van een gezonde en duurzame werkomgeving. 2.De maatregelen als bedoeld in het eerste lid dragen bij aan de uitvoering van het transitieplan Haven Waalwijk en het programma Werklandschappen van de Toekomst. Artikel 3 – Reikwijdte 1.Deze regeling is uitsluitend van toepassing op activiteiten die plaatsvinden op bedrijventerrein Haven Waalwijk. 2.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan ondernemers als bedoeld in artikel 1, onder f. Hoofdstuk 2 – Subsidieverstrekking Artikel 4 – Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van klimaatadaptieve en verduurzamingsmaatregelen op bedrijfspercelen op bedrijventerrein Haven Waalwijk. 2.Voor subsidie komen in aanmerking de volgende activiteiten: a.het aanbrengen van beplanting, waaronder bomen, hagen en andere vormen van groen; b.het realiseren van bedrijfsbossen, Tiny Forests of andere vormen van geconcentreerde groenaanplant; c.het verwijderen van verharding en het vervangen daarvan door groen of waterdoorlatende voorzieningen; d.het afkoppelen van hemelwater van de riolering en het realiseren van voorzieningen voor infiltratie, buffering of hergebruik van hemelwater; e.het aanleggen van waterbergende voorzieningen; f.het realiseren van voorzieningen voor hergebruik van hemelwater in bedrijfsprocessen; g.het aanbrengen van groene daken, blauw-groene daken en groene gevels; h.het tijdelijk of permanent inrichten van braakliggende terreinen als groene of natuurinclusieve ruimte; i.overige maatregelen die naar het oordeel van het college, gehoord de werkgroep Werklandschappen van de Toekomst, bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2. Voor zover deze qua aard en effect vergelijkbaar zijn met de in dit lid genoemde maatregelen. 3.Activiteiten dienen aantoonbaar bij te dragen aan één of meer van de volgende doelen, waarbij de aanvrager deze bijdrage onderbouwt met een kwalitatieve en, waar mogelijk, kwantitatieve toelichting: a.vermindering van wateroverlast; b.beperking van hittestress; c.verbetering van biodiversiteit; d.versterking van de klimaatadaptieve inrichting van het terrein; e.het realiseren van een gezonde en prettige werkomgeving voor gebruikers van het bedrijventerrein; f.het stimuleren van innovatieve en voorbeeld stellende oplossingen op het gebied van klimaatadaptatie en verduurzaming. Artikel 5 – Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de kosten die direct verband houden met de uitvoering van de activiteiten. 2.Subsidiabel zijn: a.kosten voor aanleg en inrichting; b.materiaalkosten; c.kosten van derden voor uitvoering. 3.Niet subsidiabel zijn: a.kosten voor regulier onderhoud; b.interne loonkosten; c.kosten gemaakt vóór indiening van de aanvraag; d.kosten voor onderzoek en advies zonder uitvoering van maatregelen. Artikel 6 – Hoogte van de subsidie 1.De subsidie bedraagt een percentage van de subsidiabele kosten, afhankelijk van de aard van de activiteit. 2.Voor de volgende categorieën gelden de daarbij behorende maximale subsidiepercentages: a.vergroening en biodiversiteit: maximaal 50%; b.watermaatregelen, waaronder infiltratie, buffering en hergebruik van hemelwater: maximaal 50%; c.gebouwgebonden maatregelen, waaronder groene daken en gevels: maximaal 30%. 3.Voor integrale projecten die aantoonbaar bijdragen aan ten minste drie doelen als bedoeld in artikel 4, derde lid, bedraagt de subsidie maximaal 60% van de subsidiabele kosten. 4.In afwijking van het tweede en derde lid kan het college, gehoord de werkgroep Werklandschappen van de Toekomst, een subsidiepercentage van maximaal 65% toepassen indien sprake is van een project dat als innovatief en voorbeeld stellend kan worden aangemerkt. Van een innovatief en voorbeeld stellend project is sprake indien aan ten minste twee van de volgende criteria wordt voldaan, waarbij het college gemotiveerd beoordeelt of daaraan wordt voldaan: a. de toegepaste maatregel is nieuw binnen de context van bedrijventerrein Haven Waalwijk en nog niet eerder op vergelijkbare schaal toegepast;b. de maatregel betreft een combinatie van functies (zoals waterberging, vergroening en energie- of klimaatadaptatie) die integraal worden gerealiseerd;c. er wordt gebruikgemaakt van nieuwe technieken, materialen of werkwijzen die aantoonbaar bijdragen aan klimaatadaptatie of biodiversiteit; d. het project heeft aantoonbare potentie om te worden herhaald of opgeschaald binnen het bedrijventerrein of vergelijkbare terreinen; e. het project wordt actief gedeeld als voorbeeldproject binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst of vergelijkbare netwerken;f. de maatregel leidt tot aantoonbaar meetbare en boven proportionele bijdrage aan de doelen, bedoeld in artikel 4, derde lid. 5.De subsidie voor een aanvraag voor het voorbeeldproject groene gevels bedraagt maximaal €112.500. 6.De subsidie voor een aanvraag voor het voorbeeldproject groene buitenruimte bedraagt maximaal €252.400. 7.De subsidie bedraagt voor overige aanvragen per aanvraag maximaal € 50.000. 8.De subsidie wordt verstrekt als bijdrage in de totale financiering van het project, waarbij de aanvrager het niet-gesubsidieerde deel van de kosten zelf financiert. 9.Indien voor dezelfde activiteit tevens subsidie wordt verstrekt door andere bestuursorganen of uit andere programma’s, worden deze bijdragen betrokken bij de bepaling van het totale subsidiepercentage. 10.De gezamenlijke overheidsbijdrage bedraagt niet meer dan het in dit artikel bepaalde maximale percentage van de subsidiabele kosten. 11.Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt met inachtneming van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 inzake de-minimissteun. 12.De subsidie wordt slechts verstrekt indien de onderneming, als voorwaarde voor subsidieverlening binnen dit artikel, schriftelijk verklaart dat de toepasselijke deminimisplafonds niet worden overschreden en een overzicht verstrekt van de in de voorafgaande drie belastingjaren ontvangen de-minimissteun. 13.Het college kan binnen de kaders van dit artikel nadere regels vaststellen ten behoeve van de uitvoering van dit artikel, waaronder begrepen nadere uitwerking van subsidiabele kosten, normbedragen per eenheid of standaardkosten per type maatregel. Deze nadere regels zijn uitsluitend bedoeld ter verduidelijking en operationalisering van de toepassing van dit artikel en mogen geen afbreuk doen aan: a.de in dit artikel vastgestelde maximale subsidiepercentages; en b.het maximale subsidiebedrag per aanvraag. Waar nodig kan het college binnen de kaders van dit artikel gemotiveerd afwijken van normbedragen of standaardkosten, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige en rechtvaardige uitvoering van de regeling. Artikel 7 – Subsidieplafond 1.Het totale subsidieplafond voor deze regeling is €871.720. Dit plafond vormt het juridisch maximum voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling. 2.Het college kan het totale beschikbare budget onderverdelen in deelplafonds per type maatregel, thematische categorie of deelproject, zoals opgenomen in het transitieplan Haven Waalwijk. 3.De deelplafonds hebben uitsluitend een budgettaire en administratieve functie binnen de uitvoering van deze regeling en vormen geen zelfstandige subsidienormen of wijziging van deze regeling. 4.Het college kan de deelplafonds aanpassen of herschikken binnen het totale subsidieplafond. Artikel 8 – Indiening van de aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.Een aanvraag bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de voorgenomen activiteiten; b. een situatietekening of beschrijving van de locatie waar de activiteiten worden uitgevoerd;c. een begroting van de kosten; d. een planning van de uitvoering; e. een toelichting op de bijdrage van de activiteiten aan de doelen, bedoeld in artikel 4, derde lid;f. een opgave van eventuele andere aangevraagde of ontvangen subsidies voor dezelfde activiteiten. 3.Het college kan nadere eisen stellen aan de in te dienen gegevens en bescheiden. Artikel 9 – Behandeling van de aanvraag 1.Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 2.Indien de aanvraag onvolledig is, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een redelijke termijn aan te vullen. 3.Het college legt de aanvraag voor advies voor aan de werkgroep Werklandschappen van de Toekomst. 4.Het college beoordeelt de aanvraag met inachtneming van artikel 11. Artikel 10 – Beslistermijn 1.Het college beslist binnen 6 weken na ontvangst van een volledige aanvraag. 2.Het college kan de beslistermijn eenmaal met ten hoogste 4 weken verlengen. 3.Van een verlenging wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. Artikel 11 – Verdeling van de subsidie 1.Het college beoordeelt de tijdig ingediende en volledige subsidieaanvragen op basis van de in dit artikel vastgestelde criteria en kent per criterium punten toe. 2.De beoordeling vindt mede plaats op basis van de onderbouwing van de bijdrage aan de doelen als bedoeld in artikel 4, derde lid: a.bijdrage aan klimaatadaptatie, waaronder vermindering van wateroverlast en hittestress – maximaal 25 punten; b.bijdrage aan vergroening en versterking van biodiversiteit – maximaal 20 punten; c.bijdrage aan een gezonde en prettige werkomgeving – maximaal 15 punten; d.innovatief karakter van de maatregel – maximaal 15 punten; e.mate van integraliteit van de aanpak (bijdrage aan meerdere doelen) – maximaal 15 punten; f.voorbeeldwerking voor andere bedrijven op bedrijventerrein Haven Waalwijk – maximaal 10 punten. 3.Per criterium wordt een score toegekend op een schaal van 0 tot het betreffende maximum, afhankelijk van de mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet. 4.Het college beoordeelt aanvragen op basis van de in het tweede lid genoemde criteria en kent per criterium een score toe, afhankelijk van de mate waarin de aanvraag aan het betreffende criterium voldoet. De beoordeling heeft uitsluitend tot doel vast te stellen in welke mate een aanvraag bijdraagt aan de doelen va deze regeling, bedoeld in artikel 4, derde lid. 5.Subsidie wordt verleend aan de aanvragen met de naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdragen aan de doelen van deze regeling, bedoeld in artikel 4, derde lid, voor zover het subsidieplafond of een eventueel deelplafond nog niet is bereikt. Aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen. Een aanvraag wordt als volledig beschouwd op het moment dat het college heeft vastgesteld dat alle in artikel 8 genoemde gegevens zijn ontvangen en toereikend zijn voor inhoudelijke beoordeling. 6.Voor zover het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, dit toelaat, worden aanvragen die voldoen aan de criteria gehonoreerd. Zodra het subsidieplafond is bereikt, worden er geen subsidies meer verleend op grond van deze regeling. Het college houdt een administratie bij van de resterende subsidie ruimte. Het moment van uitputting van het subsidieplafond wordt administratief vastgelegd en is bepalend voor het al dan niet kunnen verlenen van subsidie. 7.Het college kan een indieningsperiode vaststellen waarbinnen aanvragen worden ingediend en beoordeeld. Indien geen indieningsperiode wordt vastgesteld, worden aanvragen behandeld op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen. Van de volgorde van behandeling op basis van datum van volledige aanvraag wordt niet afgeweken. Het college kan uitsluitend voorafgaand aan de openstelling van de regeling bepalen dat bepaalde projecten met een strategisch of grootschalig karakter afzonderlijk kunnen worden behandeld binnen het subsidieplafond, mits dit expliciet is opgenomen in de regeling of bij vaststelling van de openstelling. 8.Het college wint een niet-bindend advies in bij de werkgroep Werklandschappen van de Toekomst over de beoordeling van de aanvragen. Dit advies betreft uitsluitend de inhoudelijke beoordeling aan de hand van de criteria in artikel 11, tweede lid, en heeft geen invloed op de volgorde van behandeling of het subsidieplafond. 9.Subsidie wordt slechts verleend voor zover het subsidieplafond of een deelplafond als bedoeld in artikel 7 dit toelaat. Indoen meerdere deelplafonds van toepassing zijn, vindt subsidieverlening uitsluitend plaats binnen het toepasselijke deelplafond van de betreffende maatregelcategorie. Artikel 12 – Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in de Algemene Subsidieverordening Waalwijk 2025 weigert het college de subsidie in ieder geval indien: a.niet wordt voldaan aan deze regeling; b.de activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 4, derde lid; c.het subsidieplafond of een deelplafond is bereikt; d.de aanvraag betrekking heeft op kosten die reeds zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag; e.onvoldoende aannemelijk is dat de activiteiten daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd; f.niet wordt voldaan aan de toepasselijke staatssteunregels, waaronder de de-minimisverordening. Artikel 13 – Verlening, vaststelling en betaling 1.Subsidie wordt verleend voorafgaand aan de uitvoering van de activiteiten bij beschikking van het college. Aan de subsidieverlening worden verplichtingen verbonden omtrent de uitvoering van de activiteiten overeenkomstig met deze regeling. 2.De subsidie wordt vastgesteld nadat de activiteiten volledig zijn uitgevoerd. 3.De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afronding van de activiteiten een verzoek tot vaststelling in. 4.Bij het verzoek tot vaststelling overlegt de subsidieontvanger in ieder geval: a.een overzicht van de uitgevoerde activiteiten; b.facturen en betaalbewijzen van de gemaakte kosten; c.beeldmateriaal waaruit blijkt dat de maatregelen zijn gerealiseerd; d.een toelichting waaruit blijkt dat de activiteiten zijn uitgevoerd overeenkomstig de verleende subsidie. 5.Het college kan aanvullende gegevens verlangen voor de beoordeling van het verzoek tot vaststelling. 6.Het college kan, voorafgaand aan de vaststelling, een controle uitvoeren op de gerealiseerde activiteiten. 7.De subsidie wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gemaakte subsidiabele kosten en met inachtneming van artikel 6. 8.Indien de activiteiten niet of niet volledig zijn uitgevoerd, of niet voldoen aan de voorwaarden van deze regeling, kan het college de subsidie lager vaststellen of op nihil vaststellen. 9.De uitbetaling van de subsidie vindt plaats na vaststelling van de subsidie. 10.Het college kan nadere regels stellen over de wijze van verantwoording en controle. Artikel 13a Verplichtingen van de subsidieontvanger 1.De subsidieontvanger is verplicht: a.de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening; b.de gerealiseerde maatregelen gedurende een termijn van 5 jaar na vaststelling van de subsidie in stand te houden; c.wijzigingen in de uitvoering of instandhouding van de maatregelen onverwijld te melden aan het college. 2.Onder instandhouding als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan: het behouden en functioneel in stand houden van de gerealiseerde maatregelen overeenkomstig het doel waarvoor de subsidie is verleend. 3.Het college kan de subsidieontvanger verzoeken om aan te tonen dat wordt voldaan aan de instandhoudingsverplichting. 4.Het college is bevoegd toezicht te houden op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen en kan in dat kader de locatie betreden, met inachtneming van de geldende wettelijke voorschriften. 5.Indien niet wordt voldaan aan de in dit artikel opgenomen verplichtingen, kan het college: a. de subsidie lager vaststellen; b. de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen; of c. de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Artikel 14 – Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze regeling treedt in werking een dag na bekendmaking. 2.Deze regeling wordt aangehaald als: ‘’Subsidieregeling Werklandschappen Haven Waalwijk’’ Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 2 juni 2026. Het college van WaalwijkNamens deze, Michel Tromp, Sacha Ausems, Secretaris, Burgmeester, Bijlage 1. Projectoverzicht en subsidieplafonds Realisatie ambassade / werkplek € 10.000,00 Diverse vergroeningsmaatregelen nav arrangementen € 112.500,00 Groene daken/gevels bijgebouwen (transformator, fietsenstalling) € 35.000,00 Voorbeeldproject groene gevel € 140.000,00 Tiny Forest / Bedrijfsbos € 61.320,00 Tijdelijke natuur op braakliggend terrein € 63.000,00 Opvolging actie Bomen in bakken € 75.000,00 Creeeren wandelroutes € 25.000,00 Voorbeeldproject groene buitenruimte € 252.400,00 Diverse vergroeningsmaatregelen in bermen € 45.000,00 Waterbesparingsprojecten € 52.500,00 Totaal € 871.720,00