Gedoogbesluit tijdelijke noodopvang IJsselstein
Gedoogbesluit tijdelijke noodopvang IJsselstein Aanleiding Het COA heeft op 13 maart jl. een bestuurlijk verzoek gestuurd naar het college voor het realiseren van een noodopvangvoorziening. Ook heeft de minister in de brief ‘Samen werken aan meer grip op migratie en opvang’ van 26 maart jl. een expliciet beroep gedaan op alle gemeenten om opvangplekken te regelen. Het college heeft daarom besloten het veld 2 IJFC aan de rand van sportpark Groenvliet beschikbaar te stellen aan het COA voor een noodopvang voor 100 tot 150 mensen. De opbouwwerkzaamheden starten in mei, en de duur van de opvang (6 maanden) start zodra de opvang open gaat. Na beëindiging van de opvang zullen er afbouwwerkzaamheden plaatsvinden. Dit gedoogbesluit geldt daarmee tot uiterlijk 31-01-2027. Het college is bereid om mee te werken aan een tijdelijke afwijking van het omgevingsplan. Een omgevingsvergunningtraject in de zin van artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet neemt langere tijd in beslag. Het college wil daarom de opvanglocatie tot die tijd gedogen (en reguleren) met dit gedoogbesluit. Hierna lichten we dit verder toe. Planologisch regime Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Achterveld en omgeving’ (vastgesteld op 1 oktober 2020), dat onderdeel is van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. De planregels staan de opvang van vluchtelingen ter plaatse niet toe. De planregels kennen geen mogelijkheden voor afwijking. Het college kan aan de tijdelijk opvang daarom alleen meewerken door het verlenen van een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Om te bepalen of op basis van een aanvraag omgevingsvergunning van de voorschriften van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan kan worden afgeweken is het nodig dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het college is bereid om mee te werken aan een tijdelijke buitenplanse afwijking van het omgevingsplan. Hiervoor wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Beginselplicht tot handhaving Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet een bestuursorgaan dat bevoegd is om tegen een overtreding handhavend op te treden, dit ook doen. Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van handhavend optreden en kan de strijdigheid met wet- en regelgeving tijdelijk worden gedoogd. Volgens de gangbare juridische praktijk -voortkomend uit de kabinetsnota ‘Grenzen aan gedogen’- is gedogen aanvaardbaar als: 1.het gedogen beperkt is in omvang en/of tijd 2.het gedogen expliciet bij een besluit gebeurt 3.sprake is van een zorgvuldige en kenbare belangenafweging 4.duidelijke voorwaarden aan het gedogen worden gesteld 5.regelmatig wordt bekeken of de situatie gedogen nog gerechtvaardigd is en of aan de voorwaarden die aan het gedogen zijn gesteld wordt voldaan Verder moet gedogen beperkt blijven tot drie uitzonderingssituaties; overmachtssituaties, overgangssituaties en situaties waarin handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.[1] De situatie in IJsselstein In dit geval is sprake van een overgangssituatie, totdat een omgevingsvergunning aanvraag is opgestart en er concreet zicht op legalisatie zal ontstaan. Naar verwachting zal deze situatie slechts van korte duur zijn én is er sprake van grote maatschappelijke belangen. Handhaving zou in dit specifieke geval dan ook onevenredig zijn. Deze situatie rechtvaardigt volgens ons daarom om de noodopvang tijdelijk te gedogen Belangenafweging De opvangvoorzieningen voor vluchtelingen staan onder druk. Het COA geeft aan dat de opvanglocaties overvol zitten en heeft op 13 maart jl. een bestuurlijk verzoek gestuurd naar onze gemeente voor het realiseren van een noodopvangvoorziening. Op korte termijn is er een tekort van ongeveer 4.500 opvangplekken, oplopend tot ongeveer 7.900 plekken richting het einde van de zomer. Deze situatie is urgent. Ook de minister heeft in de brief ‘Samen werken aan meer grip op migratie en opvang’ van 26 maart jl. een expliciet beroep gedaan op alle gemeenten om opvangplekken te regelen, in het bijzonder de gemeenten die nog niet voldoen aan hun wettelijke taak in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (ook wel bekend als de Spreidingswet). Het gemeentebestuur vindt het belangrijk om ook tijdelijk een bijdrage te leveren en wil daarom snel tot realisatie overgaan, al vooruitlopend op de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Zicht op legalisatie/tijdelijkheid Er is sprake van een tijdelijke gedoogsituatie totdat een omgevingsvergunning is verleend. De aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt op korte termijn verwacht. Het gedoogbesluit biedt de mogelijkheid om voorwaarden te verbinden aan het gebruik van de opvanglocatie. Openbare veiligheid De noodopvanglocatie wordt fysiek gescheiden van het sportpark door middel van een hek. Toegang tot de noodopvanglocatie vindt plaats via een aparte ingang vanaf de openbare weg, niet via de bestaande toegang tot het sportpark. Er is 24/7 beveiliging op de opvanglocatie aanwezig. Het doel van de beveiliging op de noodopvanglocatie is het bewaken van de orde en rust op de locatie en de directe omgeving. Daarmee ontlasten zij handhaving en politie. Bovendien hebben zij als taak het borgen van de veiligheid van de bewoners van de noodopvanglocatie en het voorkomen van ongeregeldheden. De aanwezige beveiliging werkt hierbij nauw samen met handhavers en de politie. Hiertoe worden voorafgaand werkafspraken gemaakt en vastgelegd door betrokken partijen. De inzet van de beveiliging is een verantwoordelijkheid van de exploitant van de locatie (het COA). Het COA heeft een taak in het voorkomen en tegengaan van overlast door bewoners van de noodopvanglocatie in de omgeving. Zij stelt leefregels op waar de bewoners zich aan moeten houden. Bij de bewoners is bekend welke sancties worden genomen wanneer deze leefregels worden overtreden. De noodopvanglocatie is 24/7 telefonisch bereikbaar om meldingen van overlast aan te nemen en daarnaar te handelen. Uitgaande van het tijdelijke gebruik van de noodopvanglocatie als doorstroomlocatie zijn er geen omstandigheden die leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de opvanglocatie. Verkeersveiligheid De verkeersveiligheid is niet in het geding. Door de komst van de opvanglocatie is er geen verandering met betrekking tot de verkeersveiligheid. Zoals hierboven aangegeven zal de toegang plaatsvinden via een aparte ingang vanaf de openbare weg, niet via de bestaande toegang tot het sportpark. Veiligheid opvanglocatie Voor de tijdelijke noodopvang van zes maanden zal door de brandweer beoordeeld worden of units veilig zijn voor de opvang van vluchtelingen. In het kader van de omgevingsvergunning voor de verblijfsduur van zes maanden wordt het gebouw wederom beoordeeld op de veiligheid. Besluit Gelet op het voorgaande besluiten we om het tijdelijk gebruik van een sportveld (Veld 2 van IJFC) bij sportpark Groenvliet als opvanglocatie omgevingsrechtelijk te gedogen. Voorwaarden Aan dit gedoogbesluit verbinden we de volgende voorwaarden: 1.Dit gedoogbesluit heeft betrekking op Veld 2 van IJFC op Sportpark Groenvliet (Heemradenlaan 7 in IJsselstein). 2.De opvanglocatie is bedoeld als tijdelijke opvanglocatie. Dat betekent dat gedurende de duur van dit gedoogbesluit alleen geregistreerde vluchtelingen in de opvanglocatie verblijven, in afwachting van doorstroming naar een andere (permanente) opvanglocatie. 3.Voor de opvanglocatie worden voorzieningen ingericht. Deze mogen enkel aanwezig zijn gedurende de looptijd van dit gedoogbesluit en de te verlenen omgevingsvergunning. Tijdens de opbouw en afbouw van de opvanglocatie vinden vooraf en achteraf werkzaamheden plaats. 4.Dit gedoogbesluit geldt voor de opbouw van de noodopvang, het gebruik van de noodopvang en de afbraak van de noodopvang tot maximaal 31-01-2027. 5.De opvanglocatie voldoet gedurende de noodopvangperiode aan de gestelde eisen en zal met de beoordeling van de omgevingsvergunning voor noodopvang aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) op het gebied van gezondheid, constructieve veiligheid, brandveiligheid en overige veiligheidsaspecten voldoen. We behouden ons het recht voor om dit gedoogbesluit in trekken als de voorwaarden niet worden nageleefd of er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Bekendmaking en inwerkingtreding Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan. Rechtsmiddelen Op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1356) staat tegen een gedoogbeslissing geen bezwaar open. Informatie Voor vragen en/of opmerkingen kunt u contact opnemen met de gemeente op telefoonnummer 14 030 of via www.ijsselstein.nl/noodopvang. Vastgesteld op 22 mei 2026 Het college van IJsselstein, Wilma van de Werken , secretaris Ester Weststeijn, burgemeeser [1] Kamerstukken II, 1996-97, 25085, nr. 2
Meer informatie