Naamgeving openbare ruimten – Heukske en Veenhof in Kelpen-Oler -gemeente Leudal
Naamgeving openbare ruimten – Heukske en Veenhof in Kelpen-Oler -gemeente Leudal Toelichting Op 25 februari 2026 hebben burgemeester en wethouders van Leudal bekend gemaakt dat zij voornemens zijn een naam toe te kennen aan nieuw aan te leggen openbare ruimten in Kelpen-Oler. Het betreft twee straten om de woningen te ontsluiten binnen het plangebied voormalige voetbalvelden in Kelpen-Oler. Voor de naamgeving van de nieuw aan te leggen openbare ruimten is in overeenstemming met de plaatselijk geldende verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Leudal advies gevraagd aan, en uitgebracht door de Dorpsraad Kelpen-Oler. Besluit Burgemeester en wethouders van Leudal maken bekend dat zij op 28 april 2026 hebben besloten om de nieuwe openbare ruimten, binnen het plangebied voormalige voetbalvelden in Kelpen-Oler, respectievelijk ‘Heukske’ en ‘Veenhof’ te benoemen. Terinzagelegging Het naamgevingsbesluit met de daarop betrekking hebbende stukken ligt met ingang van 4 mei 2026 tot en met 14 juni 2026 gedurende openingstijden van de receptie ter inzage bij de publieksbalie in Heythuysen, Leudalplein 1. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan door belanghebbenden tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dat is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend. Een bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders, Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen, moet worden ondertekend en dient tenminste te bevatten a) de naam en het adres van de indiener, b) de dagtekening, c) een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht en d) de gronden van het bezwaar. Een bezwaarschrift schort de werking van het besluit niet op. Voorlopige voorziening In spoedeisende gevallen bestaat de mogelijkheid de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, sector Bestuursrecht (Postbus 950, 6040 AZ Roermond) te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek dient te zijn ondertekend en moet tenminste bevatten a) de naam en het adres van de indiener, b) de dagtekening, c) vermelding van de besluitdatum van de omgevingsvergunning waartegen het beroepschrift zich richt en d) een opgave van de redenen waarom men zich met de omgevingsvergunning niet kan verenigen. Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft overgelegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de bevoegde voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken Rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigd griffierecht moet worden voldaan.
Meer informatie