Gemeente Sittard-Geleen - Voornemen voor de aanwijzing van parkeerplaatsen voor elektrisch laden op verschillende locaties te Sittard-Geleen
verkeer
28 april 2026
Deel:
Locatie
Soortverkeer
Gepubliceerd op28 april 2026
Gepubliceerd doorGemeente Sittard-Geleen
Gemeente Sittard-Geleen - Voornemen voor de aanwijzing van parkeerplaatsen voor elektrisch laden op verschillende locaties te Sittard-Geleen Registratienummer: Z/26/875352 Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen: 1. Besluiten: tot het reserveren van meerdere parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen in de gemeente Sittard-Geleen. Het voorgenomen besluit bestaat uit de onderstaande verkeersmaatregelen: 1.Het plaatsen van 38 verkeersborden ‘Parkeergelegenheid alleen bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen’ (bord E8C) in combinatie met het onderbord ‘Geldt voor twee parkeervakken’ (onderbord OB504). Zoals aangegeven op de foto(’s) en/of tekening(en), behorende bij dit voornemen. De documenten hangen als ‘Bekijk documenten’ aan deze publicatie (zie linker kolom). 2. Overwegingen De gemeente Sittard‑Geleen streeft naar een duurzame, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. In dat kader wordt actief ingezet op de energietransitie en de stimulering van duurzaam vervoer. Het aantal elektrische voertuigen binnen de gemeente neemt toe en naar verwachting zal deze ontwikkeling zich de komende jaren voortzetten. Om het gebruik van elektrische voertuigen te faciliteren is een voldoende toegankelijk, goed gespreid en betrouwbaar netwerk van openbare laadpunten noodzakelijk. Een openbare laadvoorziening kan alleen doelmatig functioneren wanneer de daarbij behorende parkeerplaats beschikbaar is voor het beoogde doel, namelijk het opladen van elektrische voertuigen. In de praktijk blijkt echter dat reguliere voertuigen deze parkeerplaatsen soms bezetten, waardoor laadpunten niet of onvoldoende benut kunnen worden. Om dit te voorkomen acht het college het noodzakelijk om parkeerplaatsen bij openbare laadvoorzieningen formeel te reserveren voor uitsluitend elektrische voertuigen die daadwerkelijk worden opgeladen. De overwegingen voor dit voornemen houden verder in dat: •de provincies Limburg, Noord-Brabant en o.a. de gemeente Sittard‑Geleen elektrisch rijden willen bevorderen, hetgeen vereist dat het verkeer doelmatig en efficiënt wordt gereguleerd; •de provincies Limburg, Noord-Brabant en o.a. de gemeente Sittard‑Geleen een contract heeft afgesloten met Vattenfall voor de plaatsing en exploitatie van slimme laadinfrastructuur; •de gemeente via provincies Limburg en Noord-Brabant een concessieovereenkomst is aangegaan met Vattenfall voor het verlenen van openbare laaddiensten; •de provincies Limburg en Noord-Brabant met dit contract namens de deelnemende gemeenten uitvoering geeft aan de doelstellingen en vereisten zoals afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs en vervolgens landelijk uitgewerkt in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL); •de gemeente Sittard‑Geleen schade aan en negatieve gevolgen voor het milieu wil voorkomen; •door het gespecialiseerde bureau EV‑tools een plankaart is opgesteld waarin meerdere locaties zijn bepaald en onderzocht waar op basis van het gemeentelijk plaatsingsbeleid en praktische omstandigheden laadpalen kunnen worden geplaatst; •bij de keuze van laadlocaties gebruik wordt gemaakt van criteria uit het gemeentelijk plaatsingsbeleid, praktische mogelijkheden, toekomstprognoses per wijk, verbruiksdata, onderzoeken van gespecialiseerde bedrijven, ervaringsgegevens en cijfers uit gemeentelijke zaaksystemen, waarnemingen van gemeentelijke medewerkers en de plaatsingscriteria zoals afgestemd met de provincie en de deelnemende gemeenten; •uit de bij de gemeente bekende gegevens niet blijkt dat het voorgenomen besluit onevenredig is in verhouding tot de met dit besluit te dienen doelen; •het de eigenaar of houder van een elektrisch voertuig is toegestaan dit voertuig te parkeren op een door het college gereserveerde parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen, mits het voertuig is aangesloten op het aanwezige laadpunt; •de gemeente bevoegd is om parkeerplaatsen te reserveren voor het uitsluitend opladen van elektrische voertuigen door middel van een verkeersbesluit; •een laadpaal gelijktijdig twee elektrische voertuigen kan opladen en er geen geldige redenen bekend zijn om van deze norm af te wijken, zodat per laadpaal twee parkeerplaatsen worden gereserveerd (in totaal 76); •het reserveren van twee parkeerplaatsen per laadpaal betekent dat deze plaatsen niet langer beschikbaar zijn voor niet‑elektrische voertuigen, waarbij een eventuele hoge parkeerdruk geen reden vormt om van plaatsing af te zien, aangezien elektrische voertuigen moeten kunnen opladen; •door het gelijktijdig nemen van één zogenoemd verzamelverkeersbesluit voor alle locaties op de plankaart de doorlooptijd van de realisatie van de laadinfrastructuur wordt verkort. 3. Belangenafweging Bij de voorbereiding van dit voornemen zijn de navolgende belangen betrokken en tegen elkaar afgewogen. Belang van gebruikers van elektrische voertuigen Gebruikers van elektrische voertuigen moeten erop kunnen vertrouwen dat openbare laadpunten daadwerkelijk beschikbaar zijn voor het opladen van hun voertuig. Zonder formele reservering van de bijbehorende parkeerplaatsen bestaat het risico dat laadvoorzieningen worden bezet door voertuigen die niet opladen, waardoor de laadinfrastructuur onvoldoende kan functioneren. Algemeen verkeers- en maatschappelijk belang Een ordelijk, doelmatig en efficiënt gebruik van de openbare ruimte draagt bij aan duurzame mobiliteit, het reduceren van milieuschade en het realiseren van gemeentelijke, regionale, landelijke, Europese en internationale klimaatdoelstellingen. Het beschikbaar houden van goed toegankelijke laadvoorzieningen is hierbij een noodzakelijke randvoorwaarde. Belang van omwonenden en overige weggebruikers Het college onderkent dat het reserveren van parkeerplaatsen bij openbare laadpunten kan leiden tot een beperkte afname van het aantal regulier beschikbare parkeerplaatsen in de directe omgeving, hetgeen gevolgen kan hebben voor de vrijheid van verkeer van omwonenden en overige weggebruikers. Bij de selectie van laadlocaties is dit belang nadrukkelijk meegewogen. Per locatie is beoordeeld of de maatregel ruimtelijk aanvaardbaar is, mede in relatie tot de bestaande parkeersituatie, de aanwezigheid van alternatieve parkeermogelijkheden in de nabijheid en de gewenste spreiding van laadvoorzieningen binnen de wijk. De locaties zijn onderdeel van een plankaart, waarbij is gestreefd naar een evenwichtige verdeling over de gemeente, zodat de parkeerimpact voor afzonderlijke straten en buurten zoveel mogelijk wordt beperkt. Hoewel in sommige gebieden sprake kan zijn van een relatief hogere parkeerdruk, acht het college deze omstandigheid op zichzelf geen doorslaggevende reden om van het reserveren van parkeerplaatsen af te zien. Elektrische voertuigen zijn, anders dan voertuigen met een verbrandingsmotor, afhankelijk van laadinfrastructuur in de openbare ruimte om gebruikt te kunnen worden. Zonder reservering van de bijbehorende parkeerplaatsen bestaat het risico dat laadpunten structureel onbruikbaar zijn, hetgeen afbreuk doet aan het doelmatige gebruik van de openbare ruimte en aan de beoogde stimulering van elektrisch vervoer. Het college is van oordeel dat de reservering van twee parkeerplaatsen per laadpaal, afgezet tegen het totale parkeeraanbod in de omgeving en het maatschappelijke belang van een goed functionerende laadinfrastructuur, moet worden aangemerkt als een beperkte en aanvaardbare inbreuk op het parkeerbelang van omwonenden. Daarbij weegt mee dat het gaat om een noodzakelijk en toekomstgericht gebruik van de openbare ruimte, in het licht van de verwachte verdere groei van elektrisch vervoer. Participatie en totstandkoming plankaart De locaties van de voorgenomen laadvoorzieningen zijn vastgelegd op een plankaart die tot stand is gekomen na en met gebruikmaking van een participatietraject. In dit traject zijn signalen, aandachtspunten en ervaringen vanuit de omgeving betrokken bij de beoordeling en selectie van potentiële laadlocaties. De plankaart vormt daarmee niet uitsluitend een technisch‑ruimtelijke uitwerking, maar weerspiegelt mede de uitkomsten van dit participatietraject, waarin onder meer aandacht is besteed aan de inpassing van laadvoorzieningen in woonomgevingen, de aanwezigheid van bestaande parkeerdruk en de spreiding van laadpunten binnen wijken. Waar nodig zijn locaties aangepast, verschoven of anders beoordeeld naar aanleiding van de opgehaalde aandachtspunten. Het college is van oordeel dat met deze werkwijze de belangen van omwonenden in een vroeg stadium zijn betrokken bij de locatiekeuze en dat deze belangen vervolgens expliciet zijn meegewogen bij de verdere besluitvorming. Dit participatietraject draagt bij aan een zorgvuldige voorbereiding van het voorgenomen besluit. Handhaafbaarheid Door de formele aanwijzing van de parkeerplaatsen ontstaat een duidelijke en handhaafbare juridische situatie, hetgeen de naleving bevordert en bijdraagt aan het juiste gebruik van de aanwezige laadvoorzieningen. Conclusie belangenafweging De gevolgen van dit voornemen zijn: •een beperkte afname van reguliere parkeerplaatsen; •een verbeterde benutting van de bestaande laadinfrastructuur; •een stimulans voor de verdere groei van elektrisch vervoer; •een duidelijke juridische grondslag voor toezicht en handhaving. Alles afwegende is het college van oordeel dat het algemeen belang van een duurzamere mobiliteit, een doelmatig gebruik van de openbare laadinfrastructuur, de uitvoering van de doelstellingen uit het klimaatakkoord en het voorkomen van milieuschade, zwaarder weegt dan het individuele belang bij het behoud van onverkorte parkeercapaciteit. Het voorgenomen besluit wordt daarmee geacht te voldoen aan het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. 4. Wettelijk kader Verkeersbesluiten worden genomen op basis van artikel 15 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer. De onderstaande belangen zijn de basis voor het verkeersbesluit: •het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte schade of negatieve gevolgen voor het milieu, (artikel 2, lid 2, sub a van de Wegenverkeerswet 1994); •het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik (artikel 2, lid 3, sub a van de Wegenverkeerswet 1994); •het uitvoeren van de doelstellingen uit het klimaatakkoord van Parijs, waarbij zowel de Europese Unie als Nederland zijn aangesloten, evenals de daaruit voortvloeiende Europese richtlijnen en de nationale uitwerking daarvan in het NAL (artikel 2, lid 4 van de Wegenverkeerswet 1994); •het waarborgen van de bruikbaarheid van de laadlocatie (artikel 2, lid 1, sub c van de Wegenverkeerswet 1994). De benoemde weggedeelten zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Sittard-Geleen, zoals bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. 4. Advies Verkeerskundigen en de regiopolitie hebben op 14 april 2026 positief geadviseerd over de voorgestelde verkeersmaatregelen. 5. Ondertekening Sittard-Geleen, 20-04-2026 Namens Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen, Juridisch medewerker verkeerR. Dobrick 6. Zienswijze Bent u het niet eens met dit voornemen? Dan kunt u, indien u belanghebbende bent, binnen twee weken na de dag waarop dit voornemen gepubliceerd is, een zienswijze bij ons indienen. Dat kan op meerdere manieren: 1.U kunt uw zienswijze opsturen naar: Burgemeester en Wethouders van Sittard-Geleen, Postbus 18, 6130 AA Sittard. 2.U kunt uw zienswijze persoonlijk afgeven bij de Stadswinkel, Markt 1, Geleen. De gemeente Sittard-Geleen behandelt een laadlocatie waartegen een zienswijze wordt ingebracht als een separaat verkeersbesluit. De overige locaties blijven onderdeel van het verzamelverkeersbesluit. Voor deze locaties wordt de inrichting van de laadlocatie in gang gezet. 7. Procedure en vervolg Dit voornemen vormt de voorbereidingsfase voor het nemen van een formeel verkeersbesluit. Het vervolgproces omvat: •wederom overleg met de politie conform artikel 24 BABW; •het nemen van een verkeersbesluit door het college van burgemeester en wethouders; •bekendmaking van het verkeersbesluit in ons gemeenteblad; •de mogelijkheid tot het indienen van bezwaar binnen de wettelijke termijn; •de fysieke uitvoering (plaatsing van verkeerstekens en eventuele markering).