Verkeersmaatregel Appiushof Ruimte / Mobiliteit / 2026-2207703 Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het instellen van een parkeerverbod in de Appiushof. Overwegingen De Appiushof is een gebiedsontsluitingsweg gelegen in de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud. Ter hoogte van de Appiushof 148 bevinden zich haaks op de rijbaan gelegen parkeervakken. Voor een goed en veilig gebruik van deze parkeervakken is voldoende manoeuvreerruimte op de rijbaan noodzakelijk. In de huidige situatie komt het regelmatig voor dat aan de tegenoverliggende zijde van de weg voertuigen worden geparkeerd. Hierdoor wordt de beschikbare manoeuvreerruimte beperkt, waardoor het in- en uitrijden van de haaks gelegen parkeervakken wordt bemoeilijkt. Bestuurders moeten daardoor vaker steken of uitwijken naar andere wegdelen, wat kan leiden tot verkeersonveilige situaties. Daarnaast kan het parkeren tegenover de parkeervakken leiden tot een versmalling van de rijbaan, waardoor de doorstroming van het verkeer wordt belemmerd. Ook kan dit gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van de straat voor grotere voertuigen, zoals hulpdiensten en afvalinzamelingsvoertuigen. Om de bruikbaarheid van de aanwezige parkeervakken te waarborgen en de verkeersveiligheid en doorstroming op de Appiushof te verbeteren, is het wenselijk om parkeren op delen van de rijbaan te voorkomen door het instellen van een parkeerverbod. Bij het bepalen van deze maatregel is rekening gehouden met de parkeerdruk in de directe omgeving. De aanwezige parkeervakken blijven beschikbaar voor parkeren, waardoor voldoende parkeergelegenheid in de directe nabijheid aanwezig blijft. Het instellen van een parkeerverbod wordt daarom noodzakelijk en proportioneel geacht om de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en bruikbaarheid van de weg te waarborgen. Belangenafweging Deze maatregel wordt genomen voor: •het verzekeren van de veiligheid op de weg; •het beschermen van weggebruikers en passagiers; •het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; •het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van verkeer. Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht. BESLUITEN: 1.in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Appiushof in hun besluit van 6 juni 2001, SOG /Stedelijke Inrichting/SOG 2001-19007; 2.door het plaatsen van de borden E1 van Bijlage I van het RVV 1990 een parkeerverbod in te stellen voor de Appiushof, ter hoogte van de huisnummers 140-150; Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden 3.de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 om de Appiushof aan te wijzen als voorrangsweg; 4.de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB505 om het vrijliggende pad aan de westzijde van de Appiushof ten noorden van de Horatiushof aan te wijzen als fiets/bromfietspad in twee richtingen; 5.de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 om de haltes aan de Appiushof, ter hoogte van de Capitoolhof en de Palatijnhof, aan te wijzen als bushaltes; 6.de zebramarkeringen zoals bedoeld in art. 49.2 van het RVV 1990 en de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 om de oversteekplaatsen ten noorden en ten zuiden van de kruising met de Horatiushof aan en de oversteekplaats ten zuidwesten van de Hazendanslaan te wijzen als voetgangersoversteekplaatsen; Gelet op: •artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit; •artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd; •artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken; •artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit; •artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht. Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht, Wethouder Aarts, voor deze, E. Westbroek Teammanager Mobiliteit (Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend) Maastricht, 25 maart 2026 Bezwaar en voorlopige voorziening Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend. U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen. Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken. U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:. de naam en het adres van de indiener;. de dagtekening;. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;. de gronden van het bezwaar. Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht. Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond. Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling. U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. Bijlage