VERKEERSBESLUIT, IN TWEE RICHTINGEN TE BERIJDEN VERPLICHTE FIETS/BROMFIETSPADEN OP HET AMBACHTSHERENPAD EN HET WALRAVENPAD

verkeer
19 februari 2026
Deel:
Locatie
Soort verkeer
Gepubliceerd op 19 februari 2026
Gepubliceerd door Gemeente Zoetermeer
VERKEERSBESLUIT, IN TWEE RICHTINGEN TE BERIJDEN VERPLICHTE FIETS/BROMFIETSPADEN OP HET AMBACHTSHERENPAD EN HET WALRAVENPAD 2026-021099 Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer, daartoe bevoegd op grond van: -artikel 18, lid 1, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994, - het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de afdeling Stadsbeheer en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat, de teammanager Installaties & Verkeerstechniek van de afdeling Stadsbeheer; gehoord de verkeersadviseur van de Politie Eenheid Den Haag waarmee is gehandeld overeenkomstig de instructie zoals opgenomen in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeers- regels en verkeerstekens 1990 (verder aangeduid als RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (verder aangeduid als BABW) is bepaald, alsmede op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (verder als Awb) aangeduid; gelet vervolgens op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeer- voorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 liggen; BESLUIT: 1.door het plaatsen van borden G12a en zo nodig G12b van bijlage 1 van het RVV 1990 vrijliggende, in twee richtingen te berijden, verplichte fiets/bromfietspaden aan te wijzen; 2.bij sub 1 aan te tekenen, dat het gaat om het gedeelte van het Ambachtsherenpad in het verlengde van het Beatrijspad, aansluitend op het Walravenpad, alsmede het Walravenpad vanaf de Voorhamstraat aansluitend op de Goeswijn van der Poelstraat; 3.het besluit van het verplichte fietspad van het Walravenpad ter hoogte van kruising met Sandrinapad in te trekken; 4.de huidige voorrang van het Walravenpad ten opzichte van het Sandrinapad te handhaven, waarbij wel het onderbord wordt gewijzigd in OB04+OB503; 5.vast te leggen, dat aan het beschreven besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen. de aanleiding: •de herstructurering van de wijk Palenstein bevindt zich in de eindfase; •de openbare ruimte rondom het winkelcentrum, en dan met name het Ambachtsherenpad en Walravenpad wordt momenteel definitief ingericht; •om de woningen, voorzieningen zoals o.a. scholen en het winkelcentrum te ontsluiten is nieuwe infrastructuur aangelegd; •naar aanleiding van de nieuwe inrichting van de openbare ruimte moeten er verschillende besluiten worden genomen zoals die van de verplichte fiets/bromfietspaden. de verkeerskundige aspecten •de nieuw te realiseren fiets/bromfietspaden liggen in een verblijfsgebied; •er is bij het Ambachtsherenpad gekozen voor een fiets/bromfietspad omdat niet alleen het Ambachtsherenpad een verlengde is van het reeds bestaande fiets/bromfietspad Beatrijspad maar ook, omdat het instellen van een verplicht fietspad ertoe zou leiden dat bromfietsers relatief ver om moeten rijden; •daarbij komt, dat het gelet op de inrichting, de breedte en vormgeving van het pad uit oogpunt van veiligheid niet bezwaarlijk is dat bromfietsers ook op het betreffende pad mogen rijden; •het Walravenpad ligt centraal in de wijk Palenstein en vormt de verbinding tussen de Osylaan en de Du Meelaan; •een gedeelte van deze route, te weten tussen de Voorhamstraat en de Van Duvenvoordepad is reeds een fiets/bromfietspad; •vanwege de ontsluitingsstructuur in de wijk Palenstein is het daarom logisch om het Walravenpad als fiets/bromfietspad aan te wijzen; •er is bij het Walravenpad tevens gekozen voor een fiets/bromfietspad, omdat het instellen van een verplicht fietspad ertoe zou leiden dat bromfietsers relatief ver om moeten rijden; •daarbij komt, dat het gelet op de inrichting, de breedte en vormgeving van het pad uit oogpunt van veiligheid niet bezwaarlijk is, dat bromfietsers ook op het betreffende pad mogen rijden; •het Ambachtsherenpad en het Walravenpad worden ingericht als fiets/bromfietspad, uitgevoerd met een rode verharding en zo nodig voorzien van een fysieke afsluiting om autoverkeer op dit pad te weren; de zorgvuldigheid: •dit onderwerp is behandeld door personen die door hun deskundigheid een goed oordeel ter zake geven, die personen beschikken – vanwege hun plaatselijke bekendheid, al dan niet aangevuld met visuele waarnemingen ter plaatse – voorts over de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen; •de ambtelijke verkeerscommissie, waarin die personen zitting hebben en waar tevens de politie in is vertegenwoordigd, heeft op grond van de bedoelde expertise op 13 februari 2025 geadviseerd om de in sub 1 beschreven maatregel vast te stellen; •Tevens heeft de verkeerscommissie aangegeven om de in sub 1 beschreven maatregel een jaar na publicatie van het besluit te evalueren; •met de plaatsgevonden voorbereiding is gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidsnorm die in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht is vastgelegd; de belangenafweging •bij het nemen van de besluiten zijn de belangen van alle weggebruikers zorgvuldig gewogen; •er zijn geen aanwijzingen dat vaststelling van de besluiten strijdig zijn met de beoogde functie van de paden of de belangen van weggebruikers; •bij de afweging van de belangen gaat het om verkeerskundige aspecten, in dit geval de verkeersveiligheid en het beschermen van de weggebruikers, zoals geformuleerd in artikel 2, lid 1, sub a en b, van de Wegenverkeerswet 1994; •er zijn geen aanwijzingen voor opvattingen dat met de vaststelling van dit besluit sprake is van een besluit met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht. Zoetermeer, 17 februari 2026 Namens het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, de teammanager Installaties & Verkeerstechniek van de afdeling Stadsbeheer. 1.Belanghebbenden die zich niet met dit besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht daartegen binnen zes weken na publicatie ervan een gemotiveerd bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van een besluit niet. Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dat geval is het wel vereist dat de belanghebbende een bezwaarschrift tegen het betreffende besluit heeft ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening. 2.Op aanvraag kan een indicatieve situatieschets worden verkregen.
Meer informatie

Automatisch op de hoogte blijven?

Download de OmgevingsAlert app of maak een account aan op de website en begin vandaag nog een vrijblijvende proefperiode van 30 dagen gratis.