---
title: "Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027 | OmgevingsAlert"
description: "Mededelingen in jouw buurt: Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027. Bekendgemaakt op 6 november 2026. Bekijk de details, de locatie op de kaart en de…"
canonical_url: "https://www.omgevingsalert.nl/meldingen/9063005-leidraad-invordering-hbel-belastingen-2027"
locale: nl
meta:
  "og:description": "Mededelingen in jouw buurt: Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027. Bekendgemaakt op 6 november 2026. Bekijk de details, de locatie op de kaart en de…"
  "og:title": "Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027 | OmgevingsAlert"
---

# Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027

MededelingenBekendgemaakt op 6 november 2026

[Deel op X](https://x.com/intent/tweet?url=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9063005-leidraad-invordering-hbel-belastingen-2027&text=Leidraad%20invordering%20HBEL%20Belastingen%202027) [Deel op Facebook](https://www.facebook.com/sharer/sharer.php?u=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9063005-leidraad-invordering-hbel-belastingen-2027) [Deel via WhatsApp](https://wa.me/?text=Leidraad%20invordering%20HBEL%20Belastingen%202027%20https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9063005-leidraad-invordering-hbel-belastingen-2027) [Deel op LinkedIn](https://www.linkedin.com/sharing/share-offsite/?url=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9063005-leidraad-invordering-hbel-belastingen-2027)

Locatie

SoortMededelingen

Gepubliceerd op6 november 2026

Gepubliceerd doorGemeente Huizen

Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen; gelet op de Invorderingswet 1990 en de artikelen 160, 231 en 249 tot en met 257 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen: Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027 Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2027. 2.De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen, laatstelijk gewijzigd op 23 september 2025, wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde datum. 3.Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027’. Leidraad invordering HBEL Belastingen 2027 1 INLEIDING EN TOEPASSINGSGEBIED 1.1 INLEIDING HBEL Belastingen voert de belastingtaken, waaronder de invordering, voor de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren uit. De gemeente Huizen is daarbij de centrumgemeente. Dit betekent dat een aantal zaken via de gemeente Huizen zijn geregeld. Voorbeelden daarvan zijn het rekeningnummer, het rentebesluit en het incassoreglement. Daar waar in deze leidraad “de gemeente” staat wordt bedoeld de gemeente Huizen die als centrumgemeente handelt namens Huizen, Blaricum, Eemnes of Laren. HBEL Belastingen vindt het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van belastingen en heffingen. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en aaneengesloten invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van belastingschulden. Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen. Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol. Deze leidraad is bedoeld het invorderingsproces en het bijbehorende invorderings- en kwijtscheldingsbeleid vast te leggen. Mocht deze leidraad geen beleidsregels bevatten voor een bepaalde situatie, kan – voor zover hierin niet is voorzien – worden teruggevallen op de Leidraad Invordering 2008. Het college van B&W van de gemeenten Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren hebben de Leidraad Invordering vastgesteld. 1.2 WET- EN REGELGEVING De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten: Invorderingswet 1990 (IW 1990) HBEL Belastingen is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen. Kostenwet invordering rijksbelastingen De Kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd. Algemene wet bestuursrecht (Awb) De Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt de basisregels voor het bestuursrecht in Nederland. Het bestuursrecht gaat over de manier waarop overheidsinstanties besluiten nemen en hoe burgers of bedrijven daartegen bezwaar kunnen maken. Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing, maar voor de invordering van belastingen proberen wij zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen als dat mogelijk is. Dwangsom bij niet-tijdige beslissing Eén van de regels uit de Awb die niet van toepassing is, is de dwangsom bij niet-tijdige beslissing. Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift of een administratief beroepschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een boete (geld) die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen. Dit passen wij in het invorderingsproces alleen in de volgende situaties toe: -bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente (art. 30, lid 1); -bezwaarschriften tegen beschikkingen ambtshalve kwijtschelding als bedoeld in artikel 26a van de wet; -bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling (art. 49, lid 1); -bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in art. 7, lid 1, Kostenwet; -bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; 1.3 BEGRIPPEN Het college van B&W Is verantwoordelijk voor de uitvoering. Het college kan nadere regels voor de heffing en invordering stellen. Daarbij kan worden gedacht aan regels voor de aangifte, het opleggen van voorlopige aanslagen, maar ook richtlijnen bij de uitleg van bepalingen in de verordening. Ook wijst het college van B&W de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar aan. De heffingsambtenaar Is verantwoordelijk voor het opleggen van de belastingaanslagen. Naast het opleggen van de aanslagen beslist de heffingsambtenaar ook op de bezwaarschriften, en treedt voor de gemeente op in beroep en hoger beroep. De invorderingsambtenaar Is verantwoordelijk voor het incasseren van de opgelegde aanslagen. Naast het verzenden van de aanslagen en het incasseren van de bedragen, zorgt de invorderingsambtenaar voor dwangmaatregelen zoals aanmaningen en dwangbevelen. De belastingschuldige Is degene die de belastingaanslag moet betalen - dus op wiens naam de belastingaanslag is gesteld. Gevorderde som (Kostenwet) Is het openstaande belastingbedrag zonder kosten van de aanmaning en het dwangbevel en zonder invorderingsrente. De belastingdeurwaarder Is wettelijk bevoegd om deurwaarderswerkzaamheden in het kader van dwangmaatregelen te verrichten voor de invordering van gemeentelijke belastingen. Hij voert zijn taken altijd uit in opdracht van de invorderingsambtenaar en houdt bij de uitoefening van die taken rekening met de persoonlijke situatie van de belastingschuldige. Een ondernemer Is een belastingschuldige die een onderneming heeft of zelfstandig een beroep uitoefent. Een particulier Is een belastingschuldige die geen ondernemer is. 2 HET INVORDERINGSPROCES Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er eerst een kosteloze herinnering en daarna als dat nodig is, een aanmaning en een dwangbevel verstuurd. Uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen. Algemene uitgangspunt Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiezen wij voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier. 2.1 STAP 1: BELASTINGAANSLAG (ART. 8 IW) Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen. Versturen van het aanslagbiljet De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger verstuurt. MijnOverheid De belastingaanslag kan aan een burger digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient hij dat zelf aan te passen bij MijnOverheid. 2.2 STAP 2: BETALINGSHERINNERING (WAARSCHUWING) Op de aanslag staat de datum waarop de aanslag moet zijn betaald. Als de betaling niet op tijd binnenkomt, wordt er een betalingsherinnering gestuurd. De belastingschuldige heeft dan 14 dagen om toch nog te betalen zonder extra kosten. 2.3 STAP 3: AANMANING (ART. 11 IW) Betaalt de belastingschuldige na de betalingsherinnering niet? Dan volgt een aanmaning. Hij moet dan binnen 2 weken het openstaande bedrag betalen, met extra kosten. Kosten aanmaning Als de invorderingsambtenaar een aanmaning stuurt, dan moet de belastingschuldige daar kosten voor betalen. Dat staat in artikel 2 van de Kostenwet. 2.4 STAP 4: DWANGBEVEL (ART. 12 IW) Als de belastingschuldige na de aanmaning nog steeds niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen om het geld in te vorderen. Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige bevel krijgt om de schuld te betalen. 2.5 STAP 5: BETEKENEN DWANGBEVEL (ART. 13 IW) De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening. Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over: -de belastingaanslag die nog niet is betaald; -de plicht om te betalen, en; -de gevolgen als er niet wordt betaald. Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen: 1.Door de invorderingsambtenaar via de post (art. 13 IW). Betekenen per post houdt in dat de invorderingsambtenaar een afschrift van een dwangbevel per gewone post verzendt. Het afschrift bevat onder andere een bevel om binnen 5 dagen te betalen. 2.Door een deurwaarder volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Naast betekening per post kan betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder plaatsvinden. Deze geeft een afschrift van het door de invorderingsambtenaar uitgevaardigde dwangbevel en van de akte van betekening af aan de belastingschuldige of iemand anders aan wie hij rechtsgeldig kan betekenen. Het afschrift bevat een opgaaf van de achterstallige belasting en een bevel om binnen 2 dagen te betalen. De invorderingsambtenaar maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen. Kosten betekening dwangbevel Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som. 2.6 STAP 6: HERNIEUWD BEVEL TOT BETALING (ART.14 IW) Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt. Dan gaat de belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling. Hij geeft dit aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan hem betalen. Als er niemand thuis is, doet de belastingdeurwaarder het hernieuwd bevel in de brievenbus. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog twee dagen om te betalen. Kosten hernieuwd bevel tot betaling Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening. 2.7 STAP 7: VORDERING (ART. 19 IW) De invorderingsambtenaar kan een derde (= een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'. 2.8 STAP 8: BESLAG (ARTIKEL 14 IW) Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdrachtgeven om beslag te leggen. Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder eigendommen van een belastingschuldige in beslag kan nemen. Meer informatie hierover is te vinden in hoofdstuk 3. 3 WAAROP KAN BESLAG WORDEN GELEGD? Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd op zijn eigendommen of een vordering worden gedaan op het inkomen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen verder toegelicht. 3.1 VORDERING OP LOON OF UITKERING (LOONBESLAG) De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige of zijn of haar partner ontvangt. Iedere maand eist hij dan een deel van het salaris of uitkering op van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald. De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd. Beslagvrije voet De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen. Vordering (loonbeslag) opheffen Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht. 3.2 BETALINGSVORDERING Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. Beslagvrij bedrag en betalingsvordering Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige blijven voorzien in zijn levensonderhoud. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie. Kosten betalingsvordering De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen. Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering? De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeldt. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald. Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslaglegging dan kan hij een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken. 3.3 VORDERING ONDER HUURDER, PACHTER, CURATOR OF HOUDER VAN PENNINGEN De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders. Bij een faillissement maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de vordering. In plaats daarvan meldt hij de belastingschuld bij de curator aan volgens de regels van de Faillissementswet. 3.4 BESLAG OP ROERENDE ZAKEN De belastingschuldige wordt vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd. De belastingdeurwaarder kan vervolgens bij de belastingschuldige thuis of in zijn bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. Hij maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan. Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht. Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Hij mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven. De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen. Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop. Hiervan kan worden afgeweken als de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden. De invorderingsambtenaar kan ook beslag laten leggen als de verwachtte opbrengst aanmerkelijk lager is dan de opbrengst als aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen. Toestemming bij grote bedrijven As de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan 50 werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen. De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als: -de beslaglegging bedoeld is om snel (een deel van) de bezittingen van het bedrijf te verkopen; -door de beslaglegging geld of de voorraad van het bedrijf vrijwel helemaal in beslag wordt genomen; -derden niet onwetend blijven van de beslaglegging, zoals altijd het geval bij een beslag onder derden. Kosten van het beslag De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet. 3.5 BESLAG ONROERENDE ZAKEN Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden. Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht. Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen. De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in één keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt. Kosten beslag onroerende zaken Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster. 4 ACTIES DOOR BELASTINGSCHULDIGE In de hoofdstukken 4, 5 en 6 worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces. 4.1 HOE KAN EEN BELASTINGAANSLAG WORDEN BETAALD? De belastingschuldige kan op de volgende manieren de belastingaanslag betalen: -door het bedrag zelf over te maken op het aangewezen rekeningnummer; -door het bedrag per pin te betalen aan de kas van het gemeentehuis van Huizen; -door het bedrag te betalen via iDeal/Wero bijvoorbeeld via met een QR-code; -door iemand anders de belastingaanslag te laten betalen; -door het bedrag aan de belastingdeurwaarder te betalen; -door middel van automatische incasso. 4.1.1 Automatische incasso Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De HBEL Belastingen schrijft in maximaal 9 keer het bedrag van zijn rekening af. Meer informatie staat op de website van de HBEL Belastingen. Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement) Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan. Het incassoreglement is te vinden op www.overheid.nl. 4.2 WANNEER IS ER BETAALD? Er is pas betaald als het bedrag op de rekening van de gemeente is ontvangen. -Bij een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. -Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling. -Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan de kas van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling. 4.3 RICHTLIJNEN BIJ HET AFBOEKEN VAN EEN BETALING Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen: -betalingen moeten worden afgeboekt op de aanslag die door de belastingschuldige is aangegeven, behalve als de aangegeven bestemming in strijd is met artikel 7 IW; -betalingen waarbij de belastingschuldige geen betalingskenmerk (bijvoorbeeld een aanslagnummer) heeft vermeld (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen; -een teveelbetaling wordt op dezelfde manier behandeld als een ongerichte betaling. 4.4 BETALING BIJ VERGISSING OF MISVERSTAND Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden. In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de belastingschuld alsnog zal betalen. 4.5 BETALING AAN BELASTINGSCHULDIGE (ARTIKEL 7A IW) Soms moet de gemeente een bedrag terugbetalen, bijvoorbeeld als er te veel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) vindt plaats op het bankrekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is. Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het bankrekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige. Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden. 4.6 UITBETALINGSFOUTEN Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige. Directe uitbetaling gebeurt wél als de belastingschuldige aantoont dat: -hij tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende bankrekening moet gebeuren, én -hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bank heeft aangegeven dat de bankrekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is. Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen omdat hij daar geen recht op had. Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout. De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald. 5 UITSTEL VAN BETALING 5.1 UITSTEL VAN BETALING ALGEMEEN Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend: -de belastingschuldige is het niet eens met de hoogte van de aanslag en heeft bezwaar ingediend; -de belastingschuldige kan de aanslag niet binnen de betalingstermijn(en) betalen omdat hij geen of onvoldoende geld heeft; -de belastingschuldige heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening en de schuldhulpverlener wil starten met de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP). De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden een belastingschuldig uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij denkt dat de belangen van de gemeente in gevaar komen of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling. Uitstel bij aansprakelijkheid Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde komen overeen met de regels voor uitstel aan een belastingschuldige. 5.2 AANVRAGEN VAN UITSTEL VAN BETALING De belastingschuldige kan op de volgende manieren uitstel van betaling aanvragen: -via de Digitale Belastingbalie. Hiervoor is DigiD of eHerkenning nodig. -per e-mail: -per post: -per telefoon: -via het bezwaar of beroepschrift 5.3 UITSTEL VAN BETALING IN VERBAND MET BEZWAAR OF BEROEP Het indienen van een bezwaar of beroep geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet in zijn bezwaar of beroep vragen om uitstel van betaling. Uitstel van betaling wordt door de ontvanger alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar of beroep tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden. Het uitstel van betaling eindigt automatisch bij uitspraak op het bezwaar of het beroep. 5.4 UITSTEL VAN BETALING OMDAT DE BELASTINGSCHULDIGE DE AANSLAG NIET OP TIJD OF IN ÉÉN KEER KAN BETALEN De invorderingsambtenaar houdt rekening met de persoonlijke- en financiële situatie van de belastingschuldige. Toch is zijn belangrijkste taak om ervoor te zorgen dat de openstaande schuld binnen de gestelde termijnen wordt betaald. Als de belastingschuldige de belastingaanslag echter niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald. Om het nog duidelijker te maken: onder 'betalingsregeling' valt ook het uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen, tot een bepaalde datum. Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn wordt er geen betalingsregeling afgesproken. In dergelijke gevallen wordt de belastingschuldige doorverwezen naar schuldhulpverlening. 5.5 BETALINGSREGELING VOOR PARTICULIEREN EN ONDERNEMERS Duur betalingsregeling Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voor het einde van het belastingjaar. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen. Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 12 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven. Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan het extern deurwaarderskantoor. Dan kan het extern deurwaarderskantoor eventueel nog akkoord gaan met een nieuw betalingsvoorstel. Verzoek om enkele maanden uitstel Als een particulier of een ondernemer een verzoek doet om de betaling een paar maanden uit te stellen, hetzij via het digitale belastingloket, schriftelijk of telefonisch, zal de invorderingsambtenaar meestal zonder verder onderzoek een betalingsregeling toestaan. Deze regeling duurt maximaal 3 maanden. 5.6 VERREKENING VAN TERUGGAVEN Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag. 5.7 UITSTEL IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, WSNP EN SURSEANCE VAN BETALING De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling. 5.8 WANNEER WORDT EEN BETALINGSREGELING BEËINDIGD? De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als: -de belastingschuldige zich niet houdt aan de voorwaarden van de betalingsregeling; -blijkt dat de belastingschuldige onjuiste gegevens heeft verstrekt; -de reden voor de betalingsregeling is komen te vervallen; -de belastingschuldige is toegelaten tot de minnelijke of wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen. Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling. In dat geval zal de invorderingsambtenaar voordat hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen 14 dagen de achterstand te voldoen. 5.9 INVORDERING VOORTZETTEN Als de invorderingsambtenaar geen nieuw uitstel van betaling geeft of het uitstel stopt, of als het beroep tegen de afwijzing van het uitstel is afgewezen, wordt de invordering pas na 14 dagen opgestart dan wel voortgezet. 5.10 BEROEP De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen: -zijn verzoek om uitstel van betaling is afgewezen; -een eerder verleend uitstel is ingetrokken. Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W. Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren. Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeld in een brief. 6 KWIJTSCHELDING 6.1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel. Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, wat hij bezit (zoals een auto) en hoe hij woont. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken. Als kwijtschelding wordt verleend, worden de kosten die al zijn gemaakt (zoals aanmaningskosten, kosten voor het betekenen van het dwangbevel en kosten voor een beslagprocedure) ook afgeboekt of aangepast. Gegevens en normen bij het indienen van een verzoek om kwijtschelding Bij het beoordelen van het verzoek om kwijtschelding wordt gekeken naar de gegevens en normen die op dat moment gelden. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden De invorderingsambtenaar kan kwijtschelding verlenen onder voorwaarden. Deze voorwaarden zullen worden vermeld in de beslissing op het kwijtscheldingsverzoek. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij duidelijk uitleggen waarom hij dit besluit heeft genomen en wat de redenen voor de afwijzing zijn. Uitleg van begrippen Normbedragen bij kwijtschelding Normbedragen zijn standaardbedragen die wij gebruiken bij de berekening van kwijtschelding. We gaan er bij deze berekening vanuit dat dit de kosten zijn die de belastingschuldige heeft gemaakt om te leven. De hoogte van de bestaanskosten is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Vermogen Onder vermogen als bedoeld in art. 11 van de UR IW 1990 wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en van zijn echtgenoot, bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, verminderd met de schulden van de belastingschuldige en deze persoon die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen. Motorvoertuig Met motorvoertuig wordt niet alleen een auto of een motor verstaan, maar alle voertuigen die met behulp van mechanische of elektrische kracht worden voortbewogen. Dus ook bromfietsen, scooters, brommobielen en elektrische fietsen. Betalingscapaciteit Onder betalingscapaciteit, bedoeld in art. 11 van de UR IW 1990, wordt verstaan het positieve verschil in de periode van 12 maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend van het gemiddeld per maand te verwachten netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige in die periode en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in die periode. Besteedbaar inkomen Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in artikel 13 UR IW 1990, wordt verstaan het met de in artikel 15, eerste lid UR IW 1990, vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van: a.betalingen op belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in artikel 8, tweede lid, en betalingen op terugvorderingen van tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; b.het bedrag van de voor rekening van de belastingschuldige komende nettowoonlasten tot maximaal het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, voor zover dit meer is dan het bedrag dat gelijk is aan de basishuur, genoemd in artikel 16 van die wet, waarbij deze basishuur is gebaseerd op het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van die wet, met in achtneming van een correctie op de basishuur als bedoeld in artikel 1 van de Wet verlaging eigen bijdrage huurtoeslag; c.de niet door de werkgever ingehouden premies ziektekostenverzekering, de premie voor een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet en de premie voor verzekering ingevolge de Wet langdurige zorg, verminderd met de normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover reeds begrepen in de bijstandsnorm zoals die voor de belastingschuldige geldt ingevolge artikel 16, en met de krachtens de Wet op de zorgtoeslag ontvangen zorgtoeslag; d.betaalde uitkeringen voor levensonderhoud ingevolge de artikelen 157, 158 of 404 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; e.aflossingen op leningen voor zover die zijn aangewend voor de betaling van belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in artikel 8, tweede lid; f.de met het houden van kostgangers verbonden kosten tot een totaal van € 16,20 per dag, met dien verstande dat bij de bepaling van het aantal dagen een volle maand op 30 dagen wordt gesteld; g.uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen, vastgesteld op het verschil tussen het maximale bedrag waarop de belastingschuldige, zijn toetsingsinkomen buiten beschouwing latend, op grond van artikel 2 van de Wet op het kindgebonden budget aanspraak zou kunnen maken en het bedrag van de krachtens die wet te ontvangen kindgebonden budget; h.andere uitgaven van de belastingschuldige dan genoemd in dit lid, die naar het oordeel van de ontvanger redelijkerwijs niet buiten beschouwing kunnen worden gelaten bij het vaststellen van het netto-besteedbare inkomen, omdat deze uitgaven door de ontvanger noodzakelijk worden geacht. 6.2 BELEIDSKEUZES KWIJTSCHELDING In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW). De gemeente Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren kunnen binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden. Deze afwijkende regels staan in de kwijtscheldingsverordening van de betreffende gemeente. Deze verordening is gepubliceerd op www.overheid.nl. 6.3 AANVRAGEN KWIJTSCHELDING EN AANLEVEREN INFORMATIE Een aanvraagformulier voor kwijtschelding kan worden aangevraagd via de website met behulp van DigiD, of per e-mail, of telefonisch. De belastingschuldige die moeite heeft met het invullen van het aanvraagformulier kan voor ondersteuning terecht bij het team Belastingen, WOZ en Verzekeringen van de gemeente Huizen. Als een formulier niet goed is ingevuld, krijgt de belastingschuldige de kans om de ontbrekende gegevens binnen 10 dagen alsnog aan te leveren. Als uit de toetsing bij het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) blijkt dat er meer informatie nodig is kan de invorderingsambtenaar deze informatie opvragen. Deze informatie moet door de belastingschuldige binnen 10 dagen worden aangeleverd. De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens maximaal 1 keer op. Als de aanvrager niet alle gevraagde informatie levert, wordt het verzoek afgewezen. 6.4 GEAUTOMATISEERDE KWIJTSCHELDING De gemeente kan voor het beoordelen van het recht op kwijtschelding gebruik maken van het BIDN. Het BIDN helpt de gemeente bij het controleren van aanvragen voor kwijtschelding. Ieder kwijtscheldingsverzoek dat de gemeente ontvangt wordt door het BIDN getoetst. Voor deze toetsing vergelijkt het BIDN verschillende gegevens van andere overheidsorganisaties (onder andere van de belastingdienst, het RDW en het UWV) met de voor het BIDN vastgestelde normbedragen. Uit deze toetsing kunnen verschillende bevindingen komen. Deze bevindingen worden doorgestuurd naar de gemeente. Op basis van de bevindingen vraagt de gemeente aanvullende informatie op bij de belastingschuldige. Op basis van deze informatie wordt het kwijtscheldingsverzoek afgehandeld. Zijn er geen bevindingen dan kan de gemeente het kwijtscheldingsverzoek toekennen zonder verdere beoordeling. De gemeente kan het BIDN ook vragen om ieder jaar automatisch te controleren of er nieuwe bevindingen zijn bij belastingschuldigen die het afgelopen jaar kwijtschelding hebben gekregen. Als er geen bevindingen zijn kan de gemeente automatisch, zonder kwijtscheldingsverzoek, kwijtschelding aan deze belastingschuldige verlenen. De belastingschuldige moet toestemming hebben gegeven voor deze automatische kwijtscheldingstoets. 6.5 KWIJTSCHELDING VAN AL BETAALDE BELASTINGAANSLAGEN De invorderingsambtenaar kan belasting die al betaald is, alsnog kwijtschelden. Dit gebeurt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan: -de belastingschuldige moet het verzoek om kwijtschelding binnen drie maanden na de laatste betaling op de belastingaanslag indienen; -de belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die normaal gesproken zouden hebben geleid tot kwijtschelding, als hij daar eerder om had gevraagd. Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend. 6.6 WANNEER WORDT ER GEEN KWIJTSCHELDING VERLEEND? Er wordt geen kwijtschelding verleend als: -Uit de verstrekte gegevens blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan het inkomen, en de belastingschuldige heeft niet voldoende uitleg gegeven over het verschil; -Het de belastingschuldige is te verwijten dat de belastingaanslag niet kan worden betaald, bijvoorbeeld wanneer een belastingteruggaaf niet is gebruikt om de schuld te betalen (tenzij het om een voorlopige teruggaaf gaat); -Er op enig moment voldoende geld aanwezig was om de aanslag te betalen, maar de belastingschuldige toch niet heeft betaald; -Als de belastingaanslag(en) binnen de minnelijke en/of wettelijke schuldsaneringsregeling valt, tenzij er een akkoord is zoals bedoeld in de wet; -De invorderingsambtenaar heeft extra voorwaarden gesteld waaraan nog niet is voldaan. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend; -Daarnaast wordt geen kwijtschelding verleend voor belasting die waarschijnlijk binnen korte tijd betaald kan worden, bijvoorbeeld als; -Er binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële situatie van de belastingschuldige wordt verwacht; -Er binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf wordt verwacht, anders dan de voorlopige teruggaaf. 6.7 NA AFWIJZING: 14 DAGEN WACHTEN BIJ VOORTZETTING INVORDERING Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, of als een beroepschrift tegen een afwijzing is afgewezen, moet de belastingschuldige het verschuldigde bedrag binnen 14 dagen betalen, of binnen de betalingstermijnen die op het aanslagbiljet staan. 6.8 KWIJTSCHELDING VAN BELASTINGEN VOOR PARTICULIEREN 6.8.1 Ex-ondernemers en kwijtschelding Op een ex-ondernemer (= een particulier die met zijn onderneming of zelfstandig beroep volledig is gestopt) is het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren van toepassing. 6.8.2 De auto en vermogen De waarde van een motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als het op het moment van het verzoek minder dan € 3.350,00 waard is. Is het voertuig meer waard, dan wordt de volledige waarde meegenomen als vermogen. Als er geld is geleend voor het voertuig en er een pandrecht gevestigd is, dan wordt de lening afgetrokken van de waarde van het voertuig. Een pandrecht geeft degene (bijvoorbeeld een bank) die het geld aan de belastingschuldige heeft geleend een extra garantie. Als de belastingschuldige niet betaalt, heeft de bank het recht om de auto te verkopen, voordat andere schuldeisers dit kunnen doen. Als de belastingschuldige failliet gaat, kan de schuldeiser zijn pandrecht blijven gebruiken en proberen zijn geld te krijgen, alsof er geen faillissement is. Als het voertuig na de verzending van het aanslagbiljet is gekocht, wordt dit als verwijtbaar gedrag gezien. Dit betekent dat de kosten voor de aanschaf van het voertuig worden opgeteld bij het banksaldo. Tenzij het voertuig noodzakelijk is zoals hieronder staat beschreven. Als 'waarde' geldt de prijs die de autohandel wil betalen bij inkoop van de auto zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. De waarde van de auto wordt in beginsel bepaald op basis van de bevindingen van het BIDN. Als er discussie is over de waarde van de auto wordt er gerekend met de veilingwaarde die wordt vastgesteld vanuit de ANWB Koerslijst, waarbij wordt uitgegaan van de daadwerkelijke kilometerstand. Of een taxatie uitgevoerd door een BOVAG erkende garage. De kosten voor deze taxatie zijn voor de belastingschuldige. De waarde van andere motorvoertuigen wordt vastgesteld op basis van de waarde van de (tweedehands)markt. Bijvoorbeeld door te kijken naar vergelijkbare motorvoertuigen op www.marktplaats.nl of vergelijkbare websites. Een auto telt niet mee als vermogen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor zijn werk of in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgenoot van belastingschuldige, of zijn kind(eren) tenzij deze eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waarmee de auto kan worden betaald. Noodzakelijkheid van de auto in verband met de uitoefening van het beroep kan onder andere aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van de werkgever of als aannemelijk is dat een ander vervoersmiddel (bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer) niet mogelijk is. Noodzakelijkheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan aannemelijk gemaakt worden door het overleggen van een gehandicaptenparkeerkaart of een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de auto noodzakelijk is. Als er meer dan één motorvoertuig in eigendom is wordt de vrijstelling toegepast op de waarde van het goedkoopste motorvoertuig. Alle andere motorvoertuigen worden volledig als vermogen aangemerkt. 6.8.3 Geld op bankrekening(en) en vermogen -Vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (of vergelijkbare eenmalige ontvangsten) worden in mindering gebracht op het vermogen als deze korter dan 3 maanden geleden zijn ontvangen. -De kredietruimte van een doorlopend krediet wordt niet als vermogen gezien. -Spaartegoeden tellen mee als vermogen. 6.8.4 Vermogen en studielening Het vermogen van studenten kan gedeeltelijk gespaard zijn met het lening deel van de studiefinanciering. Dit spaargeld telt mee als vermogen, maar wordt verminderd met 3 maanden lening deel van de studiefinanciering. 6.8.5 Eigen woning en vermogen Als een woning meer waard is dan de hypotheek, telt de overwaarde mee als vermogen. Dit kan betekenen dat het verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen. In sommige gevallen kan de invorderingsambtenaar uitstel van betaling geven, met een hypotheek op de woning als zekerheid. Dit gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen. Voor het bepalen van de waarde van de woning gebruikt de gemeente de meest recente WOZ-waarde. 6.8.6 Vermogen van kinderen Het vermogen van kinderen die thuis wonen telt niet mee, tenzij de ouder (een deel van) zijn vermogen aan het kind heeft gegeven om een belastingvoordeel te behalen. 6.8.7 Erfenissen en vermogen Bij het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding na het overlijden van de belastingschuldige, wordt gekeken of de belastingaanslag uit de erfenis kan worden betaald. De financiële situatie van de erfgenamen is meestal niet van belang, tenzij de langstlevende echtgenoot het verzoek indient. In dat geval worden ook zijn financiële omstandigheden meegenomen. 6.8.8 Schadevergoedingen en vermogen Ontvangen schadevergoedingen worden gedurende een bepaalde periode niet meegerekend als vermogen. Materiële schadevergoedingen zijn 2 jaar vrijgesteld, immateriële schadevergoedingen voor 4 jaar. 6.8.9 Vakantiegeld Vakantiegeld telt mee als inkomen. Voor vakantiegeld wordt gerekend met 7% van het inkomen, tenzij het werkelijk ontvangen vakantiegeld meer of minder is dan dit percentage. 6.8.10 Studenten Bij het berekenen van het netto besteedbare inkomen wordt gekeken naar de studiefinanciering die de student ontvangt en andere inkomsten die de student heeft. Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget (bepaald bedrag) voor hun levensonderhoud. In het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de één-oudertoeslag. De inkomsten van een student worden op een standaardbedrag gesteld. A.Voor studenten in het hoger onderwijs wordt dit bedrag berekend door het normbudget voor levensonderhoud te verminderen met een standaardbedrag voor boeken en leermiddelen. B.Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs wordt dit bedrag berekend door het normbudget voor levensonderhoud te verminderen met een standaardbedrag voor boeken en leermiddelen en met het bedrag aan onderwijsretributie. Het standaardbedrag voor boeken en leermiddelen wordt jaarlijks door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaald. Als een student naast studiefinanciering ook eigen inkomen heeft, wordt het inkomen van de student bepaald zoals hierboven bij A en B is beschreven. Als de studiefinanciering (zonder het collegegeldkrediet voor hoger onderwijs) en de eigen inkomsten samen hoger zijn dan de kosten van levensonderhoud voor het huishouden, wordt de betalingscapaciteit berekend met de volgende formules: Formule 1: (P + Q) – R – S = X P is de studiefinanciering die de student heeft gekregen (zonder het collegegeldkrediet) Q is het totaal van de eigen inkomsten van de student R is het normbudget voor levensonderhoud dat geldt voor de student S is de lening die de student bij de DUO heeft ontvangen De uitkomst (X) kan nooit lager zijn dan nul. Formule 2: X + Y = T Y is het standaardbedrag voor inkomsten van de student, zoals eerder beschreven. T is het totaal van de inkomsten van de student. Dit inkomen wordt gebruikt om het netto besteedbaar inkomen te berekenen. Als de studiefinanciering voor een groot deel uit een lening bestaat, wordt dezelfde berekening gebruikt zoals hierboven beschreven. 6.8.11 Buitenlandse studenten Studenten afkomstig uit het buitenland die geen recht hebben op studiefinanciering van het DUO hebben geen recht op kwijtschelding. Van hen wordt verwacht dat ze voldoende geld meenemen om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud inclusief het betalen van de lokale belastingen. 6.8.12 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage Uitkeringen die de belastingschuldige ontvangt als bijzondere bijstand en die bedoeld zijn om specifieke kosten te dekken, worden niet als inkomen beschouwd. Maar de bijzondere bijstand voor belastingschuldige jonger dan 21 jaar wordt wel als inkomen gezien. Dit komt omdat deze bijzondere bijstand niet bedoeld is voor specifieke kosten, maar voor het aanvullen van een zeer lage bijstandsuitkering. Ook ouderlijke bijdragen worden als inkomen aangemerkt, ongeacht de leeftijd van de belastingschuldige. 6.8.13 Betalingen op belastingschulden Bij het berekenen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die binnen twaalf maanden na de aanvraag voor kwijtschelding nog opgelegd zullen worden. Betalingen voor belastingschulden omvatten niet alleen betalingen aan de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen, maar ook betalingen voor andere belastingen en heffingen van lokale overheden zoals waterschapsbelastingen. 6.8.14 Kwijtschelding tijdens schuldsanering Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldsaneringsovereenkomst of een wettelijke schuldsanering, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Dit betekent onder andere dat bij het berekenen van het netto-besteedbare inkomen, het inkomen van de belastingschuldige niet wordt verlaagd met het deel van het inkomen dat in de boedel van de schuldsanering valt. Anders gezegd: er wordt gerekend met het volledige inkomen en niet met het afgeroomde inkomen. Ook wordt opgemerkt dat financiële middelen die onder de financiële boedel vallen, niet worden gezien als vermogen. 6.8.15 Onderhoud gezinsleden in het buitenland Als de belastingschuldige in Nederland woont, maar zijn gezinsleden in het buitenland onderhoudt, wordt voor zijn betalingscapaciteit het normbedrag voor echtgenoten gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met de huur die in Nederland wordt betaald. De werkelijke bedragen die de belastingschuldige naar het buitenland overmaakt, tellen niet mee. 6.9 KWIJTSCHELDING ONDERNEMERS VOOR PRIVÉ BELASTINGEN Als het mogelijk is gemaakt voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen kwijtschelding aan te vragen van belastingen die privé verschuldigd zijn. Dan gelden dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen met een inkomen uit loon of uitkering. Het netto-besteedbare inkomen wordt berekend op basis van de aangifte inkomstenbelasting en de winst- en verliesrekening van het jaar waarin de kwijtschelding wordt aangevraagd. Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het noodzakelijke bedrijfsvermogen, niet meegerekend. 6.10 KWIJTSCHELDING ONDERNEMERS VOOR ZAKELIJKE BELASTINGEN (SANERINGSAKKOORD) Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers. De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord. Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing? Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt. Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat hij de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kan betalen. Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat hij voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord. Hierbij gelden de volgende regels: -Er wordt geen verrekening gedaan van belastingteruggaven of andere teruggaven die na de datum van het verzoek om het saneringsakkoord zijn ontstaan; -De betalingstermijn van twaalf maanden begint de dag na de datum van de voorwaardelijke instemming; -De ondernemer moet alle nieuwe belastingaanslagen, die door de invorderingsambtenaar worden geïnd, tijdig betalen gedurende de gehele saneringsprocedure, niet alleen tijdens de uitstelperiode; -De ondernemer hoeft geen zekerheid te stellen (zoals een borg); -Het bedrag van het saneringsakkoord kan in meer dan twaalf maandelijkse termijnen worden betaald, als de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hij het bedrag niet binnen twaalf termijnen kan voldoen en dat de nakoming van het akkoord is verzekerd. Daarnaast hoeft de belastingschuldige, met een verklaring van een onafhankelijke deskundige, alleen aannemelijk te maken dat de betalingsproblemen met het saneringsakkoord worden opgelost en dat de onderneming levensvatbaar is. Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord De gemeente doet niet mee aan een akkoord als: -Een derde voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld en de aansprakelijkstelling meer oplevert dan een akkoord; -Uit het akkoord moet meer komen dan voortzetting van invordering zou opleveren; -De ondernemer iets verwijtbaar heeft gedaan waardoor de belastingen niet zijn betaald; -De ondernemer andere schuldeisers met enige voorrang heeft betaald, zodat nu de gemeente als enige schuldeiser is overgebleven; -Een of meer schuldeisers hun niet-betaalde deel van de schuld niet kwijtschelden, maar het verkopen aan een derde of omzetten in aandelen. Bijzondere schuldeisers Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere: -Pandhouders. Omdat het recht van voorrang van de pandhouder boven de concurrente vordering van de gemeente gaat; -Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud. Dit houdt in dat de leverancier eigenaar blijft van de geleverde zaken totdat hij de koopprijs voor deze zaken ontvangt; -Dwangcrediteuren. Hieronder worden leveranciers van een onderneming verstaan van wie het waarschijnlijk is dat zij niet willen meewerken aan een akkoord. Tegelijkertijd kan de onderneming na het sluiten van het saneringsakkoord niet worden voortgezet zonder de betrokkenheid van deze leveranciers; -De invorderingsambtenaar houdt bij de boordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur of boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld; -Hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben voor zover hun vordering gedekt wordt door hypotheek niets te maken met andere schuldeisers dus ook niet met de gemeente; 6.11 GEEN VERDERE INVORDERINGSMAATREGELEN EN AFWIJZING VERZOEK OM KWIJTSCHELDING Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend. Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding. De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar dan kan hij wel een voorwaarde stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend gaan worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen drie jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen. Als de invorderingsambtenaar besluit om voorlopig geen invorderingsmaatregelen te nemen, kan hij voorwaarden of daarbij een termijn stellen. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar de beslissing intrekken. Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan 14 dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen. 6.12 ADMINISTRATIEF BEROEP Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslissing over het kwijtscheldingsverzoek, kan hij een brief sturen naar het college van B&W waarin hij uitlegt waarom hij het daarmee niet eens is. Deze brief moet naar de invorderingsambtenaar worden gestuurd. De invorderingsambtenaar kan in sommige gevallen opnieuw een verzoekformulier sturen naar de belastingschuldige voor het advies aan het college van B&W. Als de belastingschuldige het formulier niet terugstuurt, krijgt hij nog een kans om dat alsnog te doen. Als hij dat niet doet, informeert de invorderingsambtenaar het college van B&W en raadt hij aan om het beroep af te wijzen. Herhaald verzoek om kwijtschelding Als iemand bezwaar maakt tegen een beslissing over kwijtschelding van een belastingschuld, dan ziet de invorderingsambtenaar dit bezwaar als een administratief beroep dat bedoeld is voor het college. Dit geldt ook als iemand opnieuw kwijtschelding aanvraagt voor dezelfde belastingschuld, terwijl: een eerdere aanvraag al helemaal of deels is afgewezen, en er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden genoemd. In deze situaties kan de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing nemen waartegen administratief beroep mogelijk is, maar alleen als hij vindt dat een gunstigere beslissing terecht is voor de belastingschuldige. Als iemand opnieuw kwijtschelding aanvraagt voor dezelfde belastingschuld en daarbij wel nieuwe feiten of veranderde omstandigheden noemt, dan: neemt de ontvanger een nieuwe beslissing, en houdt hij rekening met deze nieuwe informatie. Tegen deze beslissing is administratief beroep mogelijk. Dit geldt ook als het college eerder al een afwijzende beslissing heeft genomen over deze Vbelastingschuld. Als iemand opnieuw kwijtschelding aanvraagt voor een belastingschuld waarover het college al eerder een afwijzende beslissing heeft genomen, zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden te noemen, dan: wijst de invorderingsambtenaar dit verzoek af, en verwijst hij naar de eerdere beslissing van het college. Beroepsfase kwijtschelding Als niet duidelijk is waarom er een beroepschrift is ingediend, kan de invorderingsambtenaar de belastingschuldige vragen om binnen een redelijke tijd het beroep verder toe te lichten. Als dat niet gebeurt, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het beroep wordt afgewezen. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding Bij het behandelen van het beroep of herhaalde verzoek, worden de gegevens gebruikt die ook voor het eerste verzoek van toepassing waren. Als het inkomen van de belastingschuldige sinds het eerste verzoek aanzienlijk is gedaald, kan het opnieuw worden berekend. Ook veranderingen in huur- of zorgtoeslag kunnen tot een herberekening leiden, maar veranderingen in levensonderhoud leiden niet tot een herberekening. 7 SCHULDSANERING EN INSOLVENTIEPROCEDURES 7.1 SCHULDHULPVERLENING Als belastingschuldige laat weten dat hij op korte termijn een afspraak heeft met schuldhulpverlening, dan kan de invorderingsambtenaar op verzoek de invordering tijdelijk stopzetten voor maximaal 8 maanden. 7.2 DE MINNELIJKE SCHULDSANERINGSREGELING (MSNP) DOOR LEDEN VAN DE NVVK OF GEMEENTEN Stabilisatiefase In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 8 maanden stopgezet. Voorwaarden MSNP Onder de volgende voorwaarden wordt ingestemd met een minnelijke schuldsanering: -De regeling geldt voor natuurlijke personen (mensen dus); -De schuldhulpverlener is lid van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) of de regeling wordt uitgevoerd door een gemeente; -De schuldregeling is opgesteld volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, of een gelijkwaardige overeenkomst. Met hulp van de VTLB-Calculator wordt het vrij te laten bedrag (Vtlb) en de afloscapaciteit van de belastingschuldige bepaald; -Voor ondernemers is de regeling opgesteld volgens specifieke regels (Module Schuldregeling voor ondernemers van de NVVK); -Er een redelijke verwachting is dat het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de regeling levensvatbaar blijft; -Het waarschijnlijk is dat de belastingschuldige in aanmerking komt voor een dwangakkoord. -Aan het eind van de regeling wordt er een bedrag betaald dat gelijk is aan wat er anders bij een wettelijke schuldsanering zou worden verkregen. Bij instemming kan ervoor maximaal 18 maanden uitstel van betaling worden verleend. Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing? Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden. Gevolgen van het MSNP- uitstel -Als er een schuldregeling tussen de belastingschuldige en de schuldeisers wordt bereikt, vervallen eventuele beslagen die eerder zijn gelegd. -Er kan verrekening plaatsvinden met belastingteruggaven die te maken hebben met belasting die is ontstaan tot de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. -Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Intrekken uitstel tijdens de MSNP De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als: -De schuldhulpverlener niet binnen 8 maanden na de datum van de schuldregelingsovereenkomst heeft aangegeven dat de schuldregeling doorgaat; -De belastingschuldige nieuwe belastingschulden heeft van na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, en deze niet betaalt; -De belastingschuldige probeert om zijn schuldeisers te benadelen. -Hij daarvoor een andere goede reden heeft; Het uitstel zoals aangegeven bij het eerste aandachtsstreepje wordt niet ingetrokken als blijkt dat er bij de rechter een verzoek is ingediend voor een schuldregeling (zoals bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet) of voor toelating tot de WSNP. De invorderingsambtenaar trekt het uitstel in dat geval pas in nadat de rechter een beslissing heeft genomen op het verzoek. Voor de overige aandachtsstreepjes geldt dat de invorderingsambtenaar het uitstel pas intrekt nadat hij de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige 14 dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen. Na de toepassing van de MSNP-regeling De belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin MSNP van toepassing was zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden. 7.3 MINNELIJKE SCHULDSANERING DOOR ANDEREN DAN NVVK-LEDEN OF GEMEENTEN Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats? Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen: -Is het voorstel goed en duidelijk vastgelegd? -Is het voorstel het hoogste wat de belastingschuldige financieel kan bieden? -Is een eventueel faillissement of schuldsanering voordeliger voor de belastingschuldige? -Heeft invorderingsambtenaar kans om evenveel of meer te krijgen als het faillissement of de schuldsanering doorgaat? -Is er al eerder een soortgelijk geval geweest dat als voorbeeld kan dienen? -Hoe belangrijk is het voor de invorderingsambtenaar om datgene wat afgesproken is, volledig te ontvangen? -Hoe groot is het aandeel van de weigerende invorderingsambtenaar in de totale schuld? -Staat de weigerende invorderingsambtenaar alleen tegenover de andere schuldeisers die wel akkoord gaan met het voorstel? -Is er eerder een poging geweest om een schuldregeling te treffen die niet goed is uitgevoerd? Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling. 7.4 WET SCHULDSANERING NATUURLIJKE PERSONEN (WSNP) Gevolgen van de WSNP -Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten. -Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Nieuwe schulden (Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden. 7.5 WET HOMOLOGATIE ONDERHANDS AKKOORD (WHOA) Voorwaarden WHOA De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: -het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de eisen van artikel 375 van de Faillissementswet; -de vorderingen van de gemeente zijn in de juiste groep (klasse) ingedeeld; -dat het waarschijnlijk is dat de rechter het akkoord goedkeurt, zodra alle nodige stappen zijn genomen. De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen. De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken. De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze. Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven. Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen. Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan. 7.6 FAILLISSEMENT Toestemming voor faillissementsaanvraag Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar is toestemming van het college van B&W nodig. Steunvordering Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. Gevolgen faillissement: -de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op; -gelegde beslagen komen te vervallen; -de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de curator aan. Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel. 7.7 BUITENGERECHTELIJK AKKOORD Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel. Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: -alle schuldeisers moeten meedoen; -alle concurrente schuldeisers krijgen hetzelfde percentage; -het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald; -betreft het een onderneming, dan moet de onderneming (na de sanering) levensvatbaar zijn en aan haar lopende verplichtingen kunnen voldoen. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord: -het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald; -de invorderingsambtenaar verleent kwijtschelding voor het deel dat niet betaald is; -nieuwe belastingaanslagen moeten op tijd worden betaald. 8 WANNEER IS ER SPRAKE VAN VERREKENEN, RENTE EN KOSTEN 8.1 VERREKENEN (ART. 24 IW) Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met voor deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met de te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is). Verrekenen tijdens betalingsregeling Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag. Verrekenen tijdens uitstel in verband met een bezwaarschrift Als de invorderingsambtenaar uitstel van betaling heeft gegeven, wordt het bedrag waar bezwaar tegen is gemaakt ook verrekend met een belastingteruggave of andere bedragen die nog worden uitbetaald. De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een brief. 8.2 INVORDERINGSRENTE (ART. 28 IW) Invorderingsrente in rekening brengen De gemeente berekent invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag. Verdere regels die de gemeente stelt zijn te vinden in het rentebesluit. Zie daarvoor de publicatie op officielebekendmakingen.nl 8.3 INVORDERINGSKOSTEN Met invorderingskosten bedoelen we de kosten die volgens de Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten voor het werk dat de belastingdeurwaarder doet. 8.3.1 Wanneer worden er geen invorderingskosten in rekening gebracht In de volgende gevallen brengt de invorderingsambtenaar voor het uitbrengen van exploten geen kosten in rekening: -herhaalde betekening van een dwangbevel; -(herhaalde) betekening van een dwangbevel uitsluitend ter stuiting van de verjaring; -betekening van een vordering. 8.3.2 Wanneer zijn er geen invorderingskosten verschuldigd Naast situaties waarin bij het berekenen van de kosten een rekenfout is gemaakt of een verkeerd tarief is gebruikt, hoeven er in de volgende gevallen geen kosten te worden betaald: -als de betaling op de rekening van de gemeente is bijgeschreven op of voorafgaand aan de dag waarop de kosten verschuldigd zijn geworden; -als na het in rekening brengen van de kosten aan de belastingaanslag een nieuwe dagtekening is toegekend; -als er volgens de wet geen derdenbeslag (dat is een beslag die een deurwaarder onder een derde legt), tot stand is gekomen. Bij een vermindering van de belastingaanslag geldt dat de kosten naar evenredigheid moeten worden verlaagd. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders, op 22 september 2026 de secretaris, de burgemeester,

[Meer informatie](https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-517403.html)

## Sitemap

See the full [sitemap](/sitemap.md) for all pages.
