---
title: "Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | OmgevingsAlert"
description: "APV in jouw buurt: Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Bekendgemaakt op 30 oktober 2026. Bekijk de details, de locatie op…"
canonical_url: "https://www.omgevingsalert.nl/meldingen/9045077-participatieverordening-hoogheemraadschap-hollands-noorderkwartier"
locale: nl
meta:
  "og:description": "APV in jouw buurt: Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Bekendgemaakt op 30 oktober 2026. Bekijk de details, de locatie op…"
  "og:title": "Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | OmgevingsAlert"
---

# Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

APVBekendgemaakt op 30 oktober 2026

[Deel op X](https://x.com/intent/tweet?url=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9045077-participatieverordening-hoogheemraadschap-hollands-noorderkwartier&text=Participatieverordening%20Hoogheemraadschap%20Hollands%20Noorderkwartier) [Deel op Facebook](https://www.facebook.com/sharer/sharer.php?u=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9045077-participatieverordening-hoogheemraadschap-hollands-noorderkwartier) [Deel via WhatsApp](https://wa.me/?text=Participatieverordening%20Hoogheemraadschap%20Hollands%20Noorderkwartier%20https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9045077-participatieverordening-hoogheemraadschap-hollands-noorderkwartier) [Deel op LinkedIn](https://www.linkedin.com/sharing/share-offsite/?url=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9045077-participatieverordening-hoogheemraadschap-hollands-noorderkwartier)

Locatie

SoortAPV

Gepubliceerd op30 oktober 2026

Gepubliceerd doorWaterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Eerste wijziging Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 18 augustus 2026, nummer (26.0057532) en de Nota beantwoording zienswijzen (26.0561692); gelet op artikel 79 van de Waterschapswet; gehoord de commissie Bestuur, Middelen & Waterketen; b e s l u i t : Artikel I De Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt gewijzigd als volgt. A.Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1 (begripsomschrijvingen) In deze verordening wordt verstaan onder: a. hoogheemraadschap: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; b. beleidsvoornemen: voornemen van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur tot het vaststellen of wijzigen van beleid, waaronder begrepen een besluit van algemene strekking; c. participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van ingezetenen en belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en bij de voorbereiding en uitvoering van een besluit over een project; d. inspraak: een door of namens het dagelijks bestuur geboden gelegenheid voor ingezetenen en belanghebbenden een zienswijze naar voren te brengen over een door het dagelijks bestuur of algemeen bestuur te nemen besluit; e. uitdaagrecht: het recht van ingezetenen en maatschappelijke partijen als bedoeld in artikel 79, derde lid, van de Waterschapswet, om de feitelijke uitvoering van taken van het hoogheemraadschap over te nemen; f. inwoners: ingezetenen die op het moment van het indienen van het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hun woonplaats hebben in het gebied van het hoogheemraadschap; g. maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap. B.In artikel 2 komen de woorden ‘of activiteit’ te vervallen. C.Artikel 3, tweede lid, komt te luiden: 2. Er vindt geen participatie of inspraak plaats: a. als participatie of inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn uitgesloten; b. bij een ondergeschikte herziening van eerder vastgesteld beleid; c. als er sprake is van uitvoering van hogere wet- of regelgeving, waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. als het een belastingverordening, de financiën, de begroting, het jaarverslag of de jaarrekening van het hoogheemraadschap betreft; e. als het een beleidsvoornemen betreft dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne aangelegenheden van het hoogheemraadschap; f. bij voordrachten, benoemingen of ontslag; g. bij een beleidsvoornemen dat rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover al participatie of inspraak heeft plaatsgehad en dat tijdens deze participatie of inspraak het beleidsvoornemen redelijkerwijs te voorzien was; h. als de uitkomst van participatie of inspraak vanwege spoedeisendheid naar het oordeel van het bestuursorgaan niet kan worden afgewacht. D.Artikel 5, eerste lid, komt te luiden: 1. Het hoogheemraadschap stelt openbare informatie die betrekking heeft op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid of op een project, binnen de grenzen van wat redelijk en billijk is, tijdig beschikbaar. E.Artikel 6, eerste lid, komt te luiden: 1. Het dagelijks bestuur stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid of voorafgaand aan de voorbereiding of uitvoering van een project tenminste een participatieparagraaf vast waarin staat omschreven: a. of er een participatieprocedure wordt doorlopen; b. zo ja, op welke manier de participatieprocedure wordt vormgegeven; c. of er voor de participatieprocedure een participatieplan wordt opgesteld. F.In artikel 6, tweede lid, komen de woorden ‘voor het in lid 1 genoemde traject’ te vervallen. G.In artikel 6, tweede lid, onder b, wordt het woord ‘kaders’ vervangen door ‘de kaders’. H.In artikel 6, derde lid, worden de woorden ‘het participatieprocedure’ vervangen door ‘de participatieprocedure’. I.Na artikel 6 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 2A Uitdaagrecht Artikel 6a (verzoek toepassing uitdaagrecht) 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het dagelijks bestuur een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen. 2. Het verzoek bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a. een omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen; b. een motivering waarom en hoe de indiener deze taak beter of goedkoper kan uitvoeren; c. een beschrijving van het resultaat dat de indiener beoogt; d. een beschrijving van de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak; e. een beschrijving van de wijze waarop de indiener de taak beoogt uit te voeren; f. een beschrijving over de wijze waarop indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; g. een beschrijving van de wijze waarop de indiener de veiligheid wil waarborgen; h. een overzicht van de kosten of middelen die volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn en; i. een toelichting op het draagvlak onder belanghebbenden. 3. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier. 4. Het dagelijks bestuur kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 6b (beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht) 1. Het dagelijks bestuur zendt een ingediend verzoek zo nodig door aan het algemeen bestuur als dat bevoegd is om op het verzoek te besluiten en informeert de indiener hierover. 2. Als het algemeen bestuur bevoegd is om op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht te besluiten, bereidt het dagelijks bestuur daartoe een voorstel voor. 3. Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als: a. het initiatief in strijd is met wet- of regelgeving of vastgesteld beleid; b. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet of het anderszins niet wenselijk is de uitvoering van de taak aan de indiener over te laten; c. de kwaliteit of de continuïteit van de uit te voeren taak of de veiligheid niet voldoende zijn gewaarborgd of; d. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6a, tweede lid, gestelde eisen nadat de indiener in de gelegenheid is gesteld zijn verzoek aan te vullen. 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn dan wanneer het hoogheemraadschap de taak zelf uitvoert of; b. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt. Artikel 6c (uitvoering taak) 1. Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener of de rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid onder andere afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c. het contact met en de eventuele ondersteuning door het hoogheemraadschap gedurende de uitvoering van de taak; d. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en e. de evaluatie van de uitvoering van de taak. 2. Indien uit de aard van de taak, eventuele risico’s of verplichtingen voortvloeit dat een rechtspersoon vereist is om de taak op adequate wijze uit te voeren, kan het dagelijks bestuur verlangen dat het initiatief wordt ondergebracht in of wordt ondersteund door een rechtspersoon met voldoende financiële en organisatorische draagkracht. J.Artikel 8 komt te luiden: Op participatieprocedures waarvoor reeds een participatieparagraaf of participatieplan is vastgesteld, blijft de Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier van toepassing, zoals die luidde ten tijde van de vaststelling van de participatieparagraaf of het participatieplan. Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2027. Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 oktober 2026 van het college van hoofdingelanden, de secretaris, A.L.J. Hugens de voorzitter,ir. R.P.G. Bosma Toelichting op het besluit 1 Algemene toelichting 1.1 anleiding besluit wijziging participatieverordening Deze wijziging van de Participatieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna: de participatieverordening) is primair ingegeven door de wettelijke verplichting om uiterlijk op 1 januari 2027 regels vast te stellen over het uitdaagrecht. Het uitdaagrecht houdt in dat inwoners en maatschappelijke organisaties het waterschap kunnen verzoeken om een publieke taak over te nemen wanneer zij van mening zijn dat zij die taak beter, efficiënter of op een andere passende wijze kunnen uitvoeren. Hiermee wordt ruimte geboden voor maatschappelijke initiatieven en voor nieuwe vormen van samenwerking tussen het waterschap en de samenleving. Op 1 januari 2025 is de huidige participatieverordening in werking getreden. Ten tijde van de vaststelling van deze verordening werd nog uitgegaan van een facultatieve regeling van het uitdaagrecht voor waterschappen, zoals aanvankelijk voorzien in het wetsontwerp van de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Tijdens de parlementaire behandeling is de verplichting met betrekking tot het opnemen van het uitdaagrecht in de participatieverordening echter uitgebreid tot waterschappen. Het overgangsrecht geeft tot 1 januari 2027 de tijd om de participatieverordening (inclusief het uitdaagrecht) vast te stellen. Met deze wijziging wordt het uitdaagrecht volledig in de participatieverordening opgenomen. Daarbij zijn tevens enkele tekstuele en redactionele verbeteringen in de bestaande artikelen doorgevoerd die voortkomen uit praktijkervaringen sinds 2025. 1.2 Overige wijzigingen Sinds de inwerkingtreding van de participatieverordening is ervaring opgedaan met de toepassing daarvan. Deze ervaring heeft geleid tot het inzicht dat bepaalde artikelen verduidelijking of aanpassing behoeven, met name waar de reikwijdte te ruim bleek of waar formuleringen aanleiding geven tot interpretatieverschillen. Het gaat hier grotendeels om tekstuele verbeteringen en verduidelijkingen om de werkbaarheid en begrijpelijkheid van de verordening te vergroten. 1.3 Uitdaagrecht Kansen en mogelijkheden Het uitdaagrecht biedt inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om het waterschap te verzoeken om een publieke taak over te nemen wanneer zij menen dat zij deze beter, efficiënter of anders kunnen uitvoeren. De belangrijkste kansen en voordelen zijn: • Grotere betrokkenheid en invloed: Inwoners en maatschappelijke organisaties krijgen directe zeggenschap over hun eigen leefomgeving en publieke diensten. Dit kan het waterbewustzijn en de betrokkenheid bij het waterschap vergroten. • Innovatie en maatwerk: Lokale initiatieven kunnen leiden tot vernieuwende en beter passende oplossingen dan de reguliere uitvoeringspraktijk. • Samenleving: Door inzet van kennis en kunde uit de samenleving ontstaan nieuwe samenwerkingen. Voorts kan het leiden tot versterking van de gemeenschap. • Verduurzaming en beheer: Het uitdaagrecht kan bijdragen aan duurzame vormen van beheer of onderhoud in de leefomgeving. • Efficiëntie: In specifieke gevallen kan uitvoering door inwoners of maatschappelijke partijen leiden tot minder bureaucratie of lagere kosten. Daar staat tegenover dat verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht en de begeleiding van initiatieven een behoorlijke inspanning van de organisatie kunnen vergen. De beoordeling van een verzoek vraagt maatwerk en zorgvuldige afweging van belangen, waaronder de uitvoerbaarheid, veiligheid, continuïteit en kosten. Dit is mede de reden om in de verordening weigeringsgronden op te nemen die het bestuursorgaan in staat stellen een evenwichtige beslissing te nemen wanneer de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen. Aansprakelijkheid en aanbesteding Bij de toepassing van het uitdaagrecht is het van belang om rekening te houden met bepaalde juridisch aspecten. Dit betreft in elk geval het aanbestedings- en aansprakelijkheidsrecht. Allereerst geldt dat het aanbestedingsrecht onverkort van toepassing blijft. In de memorie van toelichting bij de Wet versterking participatie op decentraal niveau is benadrukt dat het uitdaagrecht géén uitzondering vormt op aanbestedingsregels. Dit betekent dat, indien de opdrachtwaarde de relevante drempelwaarden overschrijdt, een passende aanbestedingsprocedure moet worden gevolgd. De verordening biedt ruimte om dit bij de beoordeling te betrekken, zonder het uitdaagrecht op voorhand onmogelijk te maken. Voor de verhouding tussen het uitdaagrecht en het aansprakelijkheidsrecht is van belang dat het waterschap in bepaalde gevallen risicoaansprakelijk is voor de eigen objecten, en dat deze aansprakelijkheid niet kan worden overgedragen. Dit speelt met name wanneer het uitdaagrecht betrekking heeft op het inrichten of onderhouden van waterkeringen, waterlopen of andere objecten die eigendom zijn van het waterschap, of bij het gebruik van gebouwen. Indien het waterschap risicoaansprakelijk blijft, rust op het waterschap ook de verplichting om de daarmee samenhangende risico’s zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent dat HHNK in het kader van het uitdaagrecht met initiatiefnemers duidelijke afspraken moet maken over de wijze van uitvoering en over de maatregelen die nodig zijn om risico’s te verkleinen. Welke maatregelen noodzakelijk zijn, en welke verantwoordelijkheden redelijkerwijs van inwoners of maatschappelijke partijen kunnen worden verlangd, hangt sterk af van de aard van de over te nemen taak. Dit vereist steeds een beoordeling per geval. In de verordening is daarom bepaald dat met inwoners of maatschappelijke partijen schriftelijke afspraken worden gemaakt over de uitvoering van de taak, inclusief de maatregelen die nodig zijn om risico’s te beperken, en over de gevolgen wanneer de gemaakte afspraken niet worden nagekomen. Rechtspersoonlijkheid Voor het indienen van een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht is het niet verplicht dat initiatiefnemers een rechtspersoon hebben opgericht. Een verzoek kan in beginsel worden ingediend door natuurlijke personen. Indien het verzoek wordt gehonoreerd, kan het echter noodzakelijk zijn dat de initiatiefnemers zich organiseren in een rechtspersoon of zich aansluiten bij een bestaande rechtspersoon. Dit kan nodig zijn om rechten en verplichtingen vast te leggen, aansprakelijkheidsrisico’s te beperken, een stabiele uitvoeringsorganisatie te waarborgen en financiële afspraken op een juridisch houdbare wijze te regelen. De verordening bepaalt daarom dat het dagelijks bestuur kan verlangen dat het initiatief wordt ondergebracht in of ondersteund door een rechtspersoon met voldoende financiële en organisatorische draagkracht. Artikelsgewijze toelichting A. Begripsomschrijvingen (artikel 1) De begripsomschrijvingen zijn op enkele punten aangepast om de leesbaarheid te vergroten. De termen ‘college van hoofdingelanden’ en ‘college van dijkgraaf en hoogheemraden’ zijn vervangen door ‘algemeen bestuur’ en ‘dagelijks bestuur’. Ook zijn definities van de begrippen uitdaagrecht, inwoners en maatschappelijke partijen toegevoegd. Uitdaagrecht Voor de definitie van het begrip ‘uitdaagrecht’ is aangesloten bij artikel 79, derde lid, van de Waterschapswet. Op grond daarvan kunnen ingezetenen en maatschappelijke partijen een verzoek doen om de feitelijke uitvoering van taken van het waterschap over te nemen. Inwoners De Waterschapswet kent in artikel 116 een omschrijving van het begrip ingezetene in relatie tot de watersysteemheffing. In dat verband zijn ingezetenen gedefinieerd als degenen die blijkens de basisregistratie personen bij het begin van het kalenderjaar hun woonplaats hebben in het gebied van het waterschap en die aldaar het gebruik hebben van een woonruimte hebben. Die bepaling is echter opgenomen in verband met de belastingheffing. Daarvoor is het van belang dat er voor de belastingplichtigheid een peildatum is. Om te voorkomen dat inwoners die pas kort in het beheergebied van het hoogheemraadschap wonen, moeten wachten tot de peildatum van 1 januari is gepasseerd, wordt in de definitie van het begrip ‘inwoners’ aangegeven dat het gaat om ingezetenen die op het moment van het indienen van het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hun woonplaats hebben in het gebied van het hoogheemraadschap. Maatschappelijke partijen Op grond van de Waterschapswet kunnen ook maatschappelijke partijen om toepassing van het uitdaagrecht vragen. In de wet is echter geen definitie van dit begrip opgenomen. Het is dus aan de hoogheemraadschap om deze groep af te bakenen. In deze verordening is ervoor gekozen de nadruk te leggen op de lokale binding. Onder maatschappelijke partijen vallen organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in binnen het beheergebied te leveren, ongeacht de rechtsvorm waarin deze zijn georganiseerd. B. Artikel 2 (reikwijdte verordening) In artikel 2 komt de zinsnede ‘of activiteit’ te vervallen. Hierdoor vallen feitelijke handelingen, zoals operationele werkzaamheden, onderhoud en andere uitvoerende activiteiten, niet langer binnen de reikwijdte van de participatieverordening. Dit sluit beter aan bij het doel en karakter van de verordening en voorkomt dat voor alle uitvoeringsactiviteiten een participatieparagraaf of participatieplan moet worden vastgesteld. C. Artikel 3 (afbakening van participatie en inspraak) Artikel 3, tweede lid, geeft aan in welke gevallen geen participatie of inspraak plaatsvindt. In dit artikellid zijn de volgende wijzigingen aangebracht. In onderdeel d is verduidelijkt dat geen participatie of inspraak plaatsvindt over belastingverordeningen. Daaraan is toegevoegd dat dit ook geldt voor besluiten over de financiën, de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening. De Waterschapswet verplicht in de artikelen 100 en 103 tot het ter inzage leggen van de (ontwerp)begroting en jaarstukken op het moment dat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden, maar kent geen verplichting tot participatie of inspraak voor deze documenten. Uiteraard blijft het voor inwoners mogelijk om aan het begin van een vergadering van het algemeen bestuur gebruik te maken van het inspreekrecht over deze onderwerpen. In onderdeel f is vastgelegd dat geen participatie of inspraak plaatsvindt bij voordrachten, benoemingen of ontslag van personen. Deze onderwerpen lenen zich vanwege hun aard niet voor participatie of inspraak. Onderdeel h (voorheen onderdeel g) ziet op situaties waarin participatie of inspraak niet kan worden afgewacht. Voorheen werd hier gesproken over een ‘crisissituatie’, maar in de praktijk kan zich ook spoedeisendheid voordoen zonder dat sprake is van een daadwerkelijke crisis. Daarom is de formulering aangepast en veralgemeniseerd naar ‘spoedeisendheid’. Het is aan het bestuursorgaan om, wanneer participatie of inspraak om die reden achterwege blijft, te motiveren waarom sprake is van spoedeisendheid. D. Artikel 5 (informatievoorziening) De informatiebepaling is aangepast in verband met de wijziging onder B en om de leesbaarheid te verbeteren. E t/m H Artikel 6 (procedure participatie) Deze wijzigingen betreffen tekstuele verbeteringen, waaronder herstel van taalfouten en verduidelijkingen in de formulering van de participatieprocedure. I. Hoofdstuk 2A Uitdaagrecht Uitdaagrecht Met onderdeel I van het wijzigingsbesluit wordt na artikel 6 een nieuw hoofdstuk aan de participatieverordening toegevoegd met regels over het uitdaagrecht. Decentrale overheden hebben de ruimte om zelf te bepalen welke voorwaarden zij aan de toepassing van het uitdaagrecht verbinden. De bepalingen in dit hoofdstuk richten zich in de eerste plaats op de procedure: hoe een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wordt ingediend en op welke wijze dit wordt beoordeeld en afgehandeld. Daarnaast bevat de verordening weigeringsgronden die aangeven in welke gevallen een verzoek moet of kan worden afgewezen. Artikel 6a (verzoek toepassing uitdaagrecht) Toepassing van het uitdaagrecht begint, ongeacht het bestuursorgaan dat bevoegd is, met het indienen van een verzoek bij het dagelijks bestuur. Hiervoor is gekozen om de toegang tot het uitdaagrecht zo laagdrempelig mogelijk te maken en om ervoor te zorgen dat verzoeken centraal worden ontvangen. In het verzoek moet in ieder geval worden omschreven om welke taak het gaat, waarom de indiener deze taak wil overnemen en welk resultaat met de overname wordt beoogd. Daarnaast moet de indiener specifieke informatie verstrekken over de wijze waarop hij of zij de taak wil uitvoeren, welke kennis en ervaring aanwezig is en welke middelen en kosten gemoeid zijn met de uitvoering. Ook dient de indiener inzicht te geven in het beschikbare draagvlak onder belanghebbenden. Voor het indienen van het verzoek is een door het dagelijks bestuur vastgesteld formulier beschikbaar. Dit maakt het indienen van een verzoek overzichtelijker en helpt om de benodigde informatie volledig aan te leveren. Wanneer aanvullende informatie nodig is om het verzoek goed te kunnen beoordelen, kan het dagelijks bestuur deze opvragen. Het ligt daarbij voor de hand dat HHNK waar nodig in gesprek gaat met de indiener. Artikel 6b (beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht) Het dagelijks bestuur ontvangt alle verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht en zendt deze, indien het verzoek betrekking heeft op een taak of bevoegdheid van het algemeen bestuur, door aan het algemeen bestuur. In die gevallen bereidt het dagelijks bestuur een voorstel voor om het besluitvormingsproces te ondersteunen. Verwacht wordt dat de meeste verzoeken betrekking zullen hebben op uitvoerende taken van het waterschap, waardoor de besluitvorming veelal bij het dagelijks bestuur zal liggen. In het derde lid zijn weigeringsgronden opgenomen. Het bestuursorgaan moet het verzoek onder meer afwijzen wanneer het in strijd is met wet- of regelgeving of met vastgesteld beleid. Ook wordt het verzoek afgewezen wanneer de aard van de taak zich verzet tegen toepassing van het uitdaagrecht of het anderszins niet wenselijk is de uitvoering van de taak aan de indiener over te laten. Voorts wordt het verzoek afgewezen wanneer de kwaliteit, continuïteit of veiligheid van de taakuitvoering onvoldoende gewaarborgd is. Daarnaast geldt dat een verzoek kan worden afgewezen wanneer het niet voldoet aan de in artikel 6a gestelde indieningsvereisten, nadat de indiener in de gelegenheid is gesteld het verzoek aan te vullen. In het vierde lid is bepaald in welke gevallen het bestuursorgaan het verzoek kan afwijzen. Het gaat daarbij om afwegingen waarbij het bestuursorgaan beoordelingsruimte heeft, bijvoorbeeld wanneer het van oordeel is dat de taak niet beter wordt uitgevoerd of dat de kosten hoger uitvallen dan wanneer HHNK de taak zelf uitvoert. Ook kan een verzoek worden afgewezen wanneer de geraamde opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012. In artikel 6b is bewust geen beslistermijn opgenomen, omdat de tijd die nodig is om een besluit te nemen sterk kan variëren per verzoek. De beoordeling hangt onder meer af van de complexiteit van het initiatief en van de vraag of het verzoek voldoet aan de gestelde vereisten. Daarnaast moet worden onderzocht of het initiatief kan worden gehonoreerd en op welke wijze de afspraken en de financiering moeten worden vormgegeven. Dit alles kan de duur van de besluitvorming beïnvloeden en extra tijd vergen. Wanneer het besluit door het algemeen bestuur moet worden genomen, brengt dit eveneens aanvullende doorlooptijd met zich mee. Omdat in de participatieverordening geen specifieke beslistermijn is vastgelegd, geldt de algemene regeling van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat een beschikking, bij het ontbreken van een wettelijke beslistermijn, moet worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. De redelijke termijn is in elk geval verstreken wanneer het bestuursorgaan niet binnen acht weken een besluit heeft genomen of de aanvrager binnen die periode niet heeft geïnformeerd over de termijn waarbinnen een besluit alsnog kan worden verwacht. Artikel 6c (uitvoering taak) Wanneer het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wordt toegewezen, maakt het bestuursorgaan afspraken met de indiener over de uitvoering van de taak. Deze afspraken hebben in ieder geval betrekking op het proces, het te behalen resultaat, de looptijd, de financiering, het contact met het waterschap tijdens de uitvoering en de stappen die volgen wanneer de afspraken niet worden nagekomen. Deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst. In bepaalde situaties kan het noodzakelijk zijn dat de taak wordt uitgevoerd door een rechtspersoon. Dit geldt met name wanneer de aard van de taak, de daaraan verbonden risico’s of financiële verplichtingen dit vereisen. In die gevallen kan het dagelijks bestuur verlangen dat het initiatief wordt ondergebracht in of ondersteund door een rechtspersoon met voldoende financiële en organisatorische draagkracht, zodat de uitvoering verantwoord en duurzaam kan plaatsvinden. Zie hierover ook de Algemene toelichting, onder ‘Aansprakelijkheid en aanbesteding’. K. Artikel 8 (overgangsregeling) Artikel 8 bevat een overgangsregeling die noodzakelijk was vanwege de overgang van de Inspraakverordening HHNK 2010 naar de participatieverordening die per 1 januari 2025 in werking is getreden. Deze overgangsregeling is inmiddels uitgewerkt en wordt vervangen door een nieuwe overgangsbepaling. Deze overgangsbepaling regelt dat participatieprocedures waarvoor reeds een participatieparagraaf of participatieplan is vastgesteld, worden afgewikkeld op basis van de versie van de verordening die gold op het moment van vaststelling van die stukken.

[Meer informatie](https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2026-28417.html)

## Sitemap

See the full [sitemap](/sitemap.md) for all pages.
