---
title: "Beleidsnota woonkostentoeslag in relatie tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag gemeente Hollands Kroon | OmgevingsAlert"
description: "Mededelingen in jouw buurt: Beleidsnota woonkostentoeslag in relatie tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag gemeente Hollands Kroon. Bekendgemaakt op…"
canonical_url: "https://www.omgevingsalert.nl/meldingen/9041151-beleidsnota-woonkostentoeslag-in-relatie-tot-wijziging-van-de-wet-op-de-huurtoeslag-gemeente-hollands-kroon"
locale: nl
meta:
  "og:description": "Mededelingen in jouw buurt: Beleidsnota woonkostentoeslag in relatie tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag gemeente Hollands Kroon. Bekendgemaakt op…"
  "og:title": "Beleidsnota woonkostentoeslag in relatie tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag gemeente Hollands Kroon | OmgevingsAlert"
---

# Beleidsnota woonkostentoeslag in relatie tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag gemeente Hollands Kroon

MededelingenBekendgemaakt op 29 oktober 2026

[Deel op X](https://x.com/intent/tweet?url=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9041151-beleidsnota-woonkostentoeslag-in-relatie-tot-wijziging-van-de-wet-op-de-huurtoeslag-gemeente-hollands-kroon&text=Beleidsnota%20woonkostentoeslag%20in%20relatie%20tot%20wijziging%20van%20de%20Wet%20op%20de%20huurtoeslag%20gemeente%20Hollands%20Kroon) [Deel op Facebook](https://www.facebook.com/sharer/sharer.php?u=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9041151-beleidsnota-woonkostentoeslag-in-relatie-tot-wijziging-van-de-wet-op-de-huurtoeslag-gemeente-hollands-kroon) [Deel via WhatsApp](https://wa.me/?text=Beleidsnota%20woonkostentoeslag%20in%20relatie%20tot%20wijziging%20van%20de%20Wet%20op%20de%20huurtoeslag%20gemeente%20Hollands%20Kroon%20https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9041151-beleidsnota-woonkostentoeslag-in-relatie-tot-wijziging-van-de-wet-op-de-huurtoeslag-gemeente-hollands-kroon) [Deel op LinkedIn](https://www.linkedin.com/sharing/share-offsite/?url=https%3A%2F%2Fwww.omgevingsalert.nl%2Fmeldingen%2F9041151-beleidsnota-woonkostentoeslag-in-relatie-tot-wijziging-van-de-wet-op-de-huurtoeslag-gemeente-hollands-kroon)

Locatie

SoortMededelingen

Gepubliceerd op29 oktober 2026

Gepubliceerd doorGemeente Hollands Kroon

Beleidsnota woonkostentoeslag in relatie tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag gemeente Hollands Kroon 1. Inleiding Per 1 januari 2026 is de gewijzigde Wet op de huurtoeslag (Wht) in werking getreden. Deze wijziging heeft aanzienlijke gevolgen voor de doelgroep die een beroep doet op gemeentelijke woonkostentoeslag (bijzondere bijstand voor noodzakelijke woonkosten). Uit recente landelijke analyses blijkt dat gemeenten hun woonkostentoeslagbeleid opnieuw moeten bepalen, omdat de wetswijziging leidt tot: •het vervallen van de maximale huurgrens als voorwaarde voor huurtoeslag, •veranderde doelgroepkenmerken, •verschuiving van verantwoordelijkheden tussen Rijk en gemeenten, •een gewijzigde toepassing van artikel 15 Participatiewet (voorliggende voorziening). Dit memo beschrijft de gevolgen én de te maken beleidskeuzes. 2. Wetswijziging huurtoeslag 2026 De belangrijkste wijzigingen in de Wet op de huurtoeslag per 1 januari 2026 zijn: 1. Afschaffing maximale huurgrens als toegangsvoorwaarde Inwoners met een hogere huur kunnen voortaan tóch huurtoeslag krijgen, mits hun inkomen en vermogen voldoen. Volwassenen (21 jaar en ouder): maximaal € 932,93 kale huur per maand. Jongeren van 18 t/m 20 jaar: maximaal € 498,20 kale huur per maand 2. Subsidie blijft beperkt tot de maximale rekenhuur Huur boven deze grens wordt niet gesubsidieerd (de ‘niet gesubsidieerde huurcomponent’) en komt volledig voor rekening van de huurder. 3. Servicekosten tellen niet meer mee Vanaf 2026 wordt uitsluitend gerekend met de kale huur. 4. Nieuwe leeftijdsgrens jongeren De jongerennorm is een strengere (lagere) maximale huurgrens voor jongeren, waardoor zij minder huurtoeslag kunnen krijgen dan volwassenen. Tot en met 2025 gold het volgende: -Jongeren tot 23 jaar vielen onder de lagere jongerennorm voor huurtoeslag. -Dat betekent: ze kregen minder huurtoeslag, omdat voor hen een lagere maximale huurgrens gold. Vanaf 1 januari 2026 verandert dit: -De jongerennorm geldt alleen nog voor jongeren tot 21 jaar. -Jongeren van 21 en 22 jaar vallen dus niet meer onder de lagere norm. Zij worden behandeld als volwassenen van 23 jaar en ouder. En krijgen daardoor eerder en vaak meer huurtoeslag dan voorheen 3. Wat voor impact heeft deze wetswijziging voor gemeenten 3.1 Gevolgen voor gemeenten De wetswijziging heeft vier hoofdgevolgen voor gemeenten, elk met substantiële beleidsimpact. De huurtoeslag wordt voor álle huurders een voorliggende voorziening. Tot 2026 is de huurtoeslag alleen toegankelijk voor huurders onder een maximale huurgrens. Vanaf 2026 verdwijnt deze uitsluitingsgrond. Iedere huurder met een laag inkomen kan huurtoeslag aanvragen, óók bij hoge huren. Gevolg voor gemeenten 1.De gemeente moet woonkostentoeslag strikter toetsen aan artikel 15 Participatiewet: •Is de huurtoeslag passend? Ja, want iedereen kan deze aanvragen. •Is de huurtoeslag toereikend? Nee, want het Rijk subsidieert alleen tot de maximale rekenhuur. Gemeente moet expliciet bepalen wanneer bijzondere bijstand nog is toegestaan. 2. Gemeenten krijgen te maken met de “niet gesubsidieerde huurcomponent” Vanaf 2026 wordt huurtoeslag alleen berekend tot aan de maximale rekenhuur.Alles daarboven blijft volledig voor rekening van de huurder. Gevolg voor gemeenten Gemeente moet bepalen: •Vergoeden we dit deel volledig? •Of deels (bijv. percentage)? •Of met een maximum (plafond)? •Of helemaal niet? Dit wordt een centrale beleidskeuze in het nieuwe woonkostentoeslagbeleid. 3. Bestaande gemeentelijke criteria (zoals “geen huurtoeslag wegens te hoge huur”) worden ongeldig Veel gemeenten hanteren nu als beleidsvoorwaarde: “Woonkostentoeslag kan worden toegekend als iemand geen recht heeft op huurtoeslag wegens te hoge huur.” Gevolg voor gemeenten Gemeenten moeten hun beleidsregels: •herzien, •herschrijven, •en juridisch actualiseren. Zonder beleidsaanpassing zijn huidige beleidsregels in strijd met de nieuwe wet. 4. Grote financiële gevolgen en mogelijk meer/minder aanvragen Divosa waarschuwt dat de Wht wijziging grote financiële impact heeft op gemeenten. Mogelijke effecten: •Meer inwoners krijgen huurtoeslag. Mogelijk minder beroep op woonkostentoeslag. •Maar: hoge huren in vrije sector worden niet gedekt. Alsnog vraag naar bijstand voor het hogere huurdeel. •Gemeenten moeten budgetreserveringen herzien. •Beleidskeuzes rond plafonds en percentages beïnvloeden gemeentelijke lasten direct. 3.2 Huurtoeslag wordt formeel een ‘voorliggende voorziening’ Vanaf 2026 kan iedere huurder met lage inkomenscriteria huurtoeslag aanvragen, ook in de vrije sector. Hierdoor geldt de Participatiewet, artikel 15, strenger: bij een passende voorliggende voorziening mag geen bijzondere bijstand worden verleend. Doordat huurtoeslag vanaf 2026 voor bijna alle lage‑inkomenshuurders toegankelijk wordt—ook in de vrije sector—geldt deze toeslag als een volwaardige ‘voorliggende voorziening’, waardoor gemeenten vrijwel geen bijzondere bijstand meer mogen geven voor woonkosten op grond van artikel 15 Participatiewet. 3.3 Doelgroep woonkostentoeslag verandert Door de hervorming van de huurtoeslag per 2026 verandert de criteria voor woonkostentoeslag (bijzondere bijstand) fundamenteel. Tot en met 2025 maakte de gemeente een scherp onderscheid: -Huur onder de maximale huurgrens: recht op huurtoeslag -Huur boven die grens → géén huurtoeslag: mogelijk woonkostentoeslag Vanaf 2026 vervalt dit onderscheid volledig, omdat: -De harde maximale huurgrens voor toegang tot huurtoeslag wordt afgeschaft. -Iedereen met een laag inkomen kan huurtoeslag aanvragen, ook in de vrije sector. De nieuwe vraag wordt: Is de niet gesubsidieerde huurcomponent een noodzakelijke kostenpost waarvoor bijzondere bijstand mogelijk is? 4. Beleidsopgave De gemeente moet een beleidskader vaststellen waarin onder meer wordt bepaald: -wanneer woonkostentoeslag nog mogelijk is; -onder welke voorwaarden; -en hoe hoog en hoe lang deze ondersteuning kan worden geboden. 5. Beleidskeuzes voor de gemeente Hieronder worden de belangrijkste beleidskeuzes benoemd, inclusief opties. 5.1 Keuze 1 — Rol van de gemeente: verstrekken of beperken? Optie A — Woonkostentoeslag blijft mogelijk (alleen voor niet-gesubsidieerde deel) De gemeente erkent dat de Wht 2026 wel passend, maar niet toereikend is (art. 15 Pw). Gemeente vult alleen het huurdeel boven de rekenhuur aan. Optie B — Woonkostentoeslag alleen in uitzonderlijke situaties Bijvoorbeeld bij medische noodzaak, dreigende dakloosheid of kwetsbare huishoudens. Optie C — Woonkostentoeslag stoppen voor hoge huren Gemeente beschouwt de Wht 2026 als passend én toereikend. Geen bijzondere bijstand mogelijk. Het college wordt voorgesteld: Optie A: Woonkostentoeslag blijft mogelijk (alleen voor niet-gesubsidieerde deel). Met de invoering van de Wet hervorming huurtoeslag 2026 vervalt de maximale huurgrens voor toegang tot huurtoeslag. Hierdoor kunnen ook huurders in de vrije sector met een laag inkomen aanspraak maken op huurtoeslag. De toeslag blijft echter gemaximeerd tot een rekenhuur van € 932,93 (21+) en € 498,20 (tot 21 jaar), waardoor een deel van de huurprijs onvergoed blijft voor huurders met hogere woonlasten. Door deze wijziging fungeert de huurtoeslag vanaf 2026 als een passende, maar in sommige situaties niet toereikende voorliggende voorziening. In lijn met artikel 15 Participatiewet stelt het college daarom voor om bijzondere bijstand voor woonkosten uitsluitend mogelijk te houden voor het niet ‑ gesubsidieerde deel van de huur, boven de maximale rekenhuur waarvoor huurtoeslag wordt berekend. Deze benadering borgt dat: - de huurtoeslag als primaire regeling wordt benut (voorliggende voorziening), - de gemeente alleen ondersteunt waar de landelijke regeling tekortschiet, en - inwoners met lage inkomens niet onevenredig worden getroffen door hoge woonlasten in een gespannen woningmarkt. Met deze keuze blijft de gemeente gericht bijdragen aan het voorkomen van problematische schulden en woononzekerheid, terwijl de inzet van middelen doelmatig en juridisch consistent blijft binnen de kaders van de Participatiewet. 5.2 Keuze 2 — Hoogte woonkostentoeslag De gewijzigde Wet op de huurtoeslag brengt met zich mee dat inwoners vanaf 2026 huurtoeslag kunnen ontvangen tot aan de maximale rekenhuur, maar niet voor het deel van de huur dat daarboven ligt. Het Rijk subsidieert dus een beperkt deel van de werkelijke huur; de rest blijft als “niet gesubsidieerde huurcomponent” volledig voor rekening van inwoners. Gemeenten moeten daarom bepalen in hoeverre zij dit resterende deel via woonkostentoeslag willen ondersteunen. Daarbij passen de volgende varianten, elk met een eigen beleidsmatige overweging: • Vast maximumbedrag per maand (plafond) De gemeente stelt een harde bovengrens aan het bedrag dat per maand kan worden vergoed. Context: Dit biedt financiële voorspelbaarheid en voorkomt dat extreem hoge woonlasten volledig op de gemeentelijke begroting drukken. Tegelijk blijft er maatwerk mogelijk binnen een financieel beheersbaar kader. • Vergoeding van het deel boven de rekenhuur Het niet gesubsidieerde huurdeel (huur boven de maximale rekenhuur) wordt volledig vergoed. Context: Dit model sluit direct aan bij de systematiek van de Wht 2026: het Rijk subsidieert tot de grens, de gemeente eventueel daarboven. Dit is beleidsmatig helder, maar kan kostbaar worden bij hoge huren. • Vergoeding van het deel boven de rekenhuur, tot een maximumbedrag De gemeente vergoedt alleen het hogere deel, maar beperkt de hoogte van de vergoeding. Context: Dit combineert eenvoud (logische aansluiting op Wht) met budgetbeheersing. Er blijft ondersteuning beschikbaar, maar zonder dat dit leidt tot structurele bekostiging van dure of niet passende woningen. • Percentage van het meerdere (bijv. 75%) De gemeente dekt een deel van het resterende huurverschil, namelijk 75% Context: Hiermee wordt een gedragsprikkel ingebouwd voor inwoners: zij dragen zelf ook verantwoordelijkheid voor woonlastenverlaging. Tegelijk worden acute problemen deels gecompenseerd. Het college wordt voorgesteld: 75% vergoeding van het meerdere. Met de invoering van de Wet hervorming huurtoeslag 2026 vervalt de maximale huurgrens, waardoor ook vrije ‑ sectorhuurders met een laag inkomen huurtoeslag kunnen ontvangen. De toeslag wordt echter slechts berekend tot een maximale rekenhuur van € 932,93 (21+) en € 498,20 (tot 21 jaar), waardoor hogere woonlasten slechts gedeeltelijk worden gecompenseerd. Omdat de huurtoeslag daarmee passend maar niet toereikend is, kiest het college ervoor om uitsluitend het niet ‑ gesubsidieerde deel van de huur te ondersteunen. De gemeente vergoedt hiervan 75%, zodat inwoners een eigen verantwoordelijkheid behouden voor het verlagen van woonlasten, terwijl acute financiële problemen en risico op schulden of dakloosheid worden voorkomen. Deze aanpak zorgt voor een doelmatige inzet van middelen, sluit aan bij de systematiek van artikel 15 Participatiewet en blijft consistent met de opzet van de nieuwe huurtoeslagregeling. 5.3 Keuze 3 Duur van de ondersteuning Omdat de Wht 2026 de huurtoeslag formaliseert als voorliggende voorziening, moeten gemeenten bepalen of woonkostentoeslag alleen tijdelijk of — onder voorwaarden — ook voor onbepaalde tijd kan worden ingezet. In de kern geldt dat bijzondere bijstand niet bedoeld is voor het structureel financieren van reguliere woonlasten. Tegelijk onderkennen jurisprudentie en uitvoeringspraktijk dat ook structurele kosten bij uitzondering noodzakelijk en individueel af te wegen kunnen zijn (art. 35 Pw). Daarom zijn er drie varianten: Variant 1 Tijdelijke ondersteuning (meest klassiek) Bijstand wordt voor maximaal 6 of 12 maanden toegekend. Context Deze vorm wordt gezien als een overbruggingsperiode. Inwoners krijgen tijd om hun woonlasten te verlagen, bijvoorbeeld door te verhuizen of hun financiën te stabiliseren. Deze variant sluit het best aan bij het uitgangspunt dat bijzondere bijstand bedoeld is voor bijzondere en tijdelijke omstandigheden. Variant 2 Tijdelijk, met verplichte woonlastenverlaging, met de mogelijkheid van verlenging De periode is beperkt, en er geldt een expliciete inspanningsverplichting: goedkoper wonen, budgetcoaching, of stappen richting verhuizing. Context Deze variant erkent de tijdelijke noodzaak, maar benadrukt eigen verantwoordelijkheid en voorkomt langdurige afhankelijkheid. Variant 3– Ondersteuning voor onbepaalde tijd met strikte verhuisplicht De gemeente biedt woonkostentoeslag voor onbepaalde tijd, maar verbindt hieraan een verhuisplicht of vergelijkbare inspanningsverplichting die periodiek wordt gehandhaafd. Is dit juridisch toegestaan? Ja, dit kan onder de volgende voorwaarden: •Er wordt periodiek beoordeeld (bijv. elke 6 of 12 maanden) of de woonkosten nog noodzakelijk zijn. •De inwoner moet structureel blijven voldoen aan de verhuisplicht en aantonen dat hij actief zoekt naar goedkopere woonruimte. •De gemeente moet goed motiveren waarom structurele bijstand in de situatie van het huishouden niet vermijdbaar en niet verwijtbaar is. •De gemeente blijft toetsen of de situatie nog altijd bijzonder is, ondanks het langere tijdsverloop. Context: wanneer is dit passend? Deze variant is passend voor inwoners die: •niet kunnen verhuizen omdat er objectief géén goedkopere passende woning beschikbaar is, •of vanwege medische, sociale of urgentie omstandigheden niet kunnen verhuizen, •én daardoor langdurig vastzitten in te hoge maar onvermijdbare woonlasten. Hierbij geldt dat de verhuisplicht een instrument blijft om te voorkomen dat woonkostentoeslag een structurele generieke regeling wordt. Waarom is dit beleidsmatig verdedigbaar? •De Wht 2026 dekt wel het deel tot de rekenhuur, maar niet de soms forse hogere woonlasten. •Bij kwetsbare of gebonden inwoners kan een verhuizing feitelijk onmogelijk zijn. •De gemeente behoudt via handhaving van de verhuisplicht controle over de rechtmatigheid en noodzaak. •De bijzondere bijstand blijft individueel, noodzakelijk en “onvermijdbaar” — zoals artikel 35 Pw vereist. Het college wordt voorgesteld: Variant 2: Tijdelijk ( voor de duur van 12 maanden), met verplichte woonlastenverlaging, met de mogelijkheid van verlenging (van steeds 12 maanden). De hervorming van de huurtoeslag per 2026 maakt de toeslag voor meer inwoners toegankelijk, ook in de vrije sector, maar deze blijft slechts berekend tot de maximale rekenhuur van € 932,93 (21+) en € 498,20 (tot 21 jaar). Hierdoor ontstaat voor sommige huishoudens een tijdelijk ongedekt deel van de woonkosten. Het college kiest ervoor om deze resterende woonlasten tijdelijk en onder voorwaarden te ondersteunen. De ondersteuning wordt toegekend voor een afgebakende periode, waarbij voor inwoners een inspanningsverplichting geldt: actief werken aan woonlastenverlaging via bijvoorbeeld budgetcoaching, het zoeken naar goedkopere woonruimte of concrete stappen richting verhuizing. Deze variant erkent dat er situaties zijn waarin inwoners tijdelijk niet kunnen verhuizen of hun woonlasten direct kunnen aanpassen, maar benadrukt tegelijkertijd eigen verantwoordelijkheid en voorkomt langdurige afhankelijkheid van gemeentelijke ondersteuning. De regeling blijft hiermee doelmatig, sluit aan bij de systematiek van artikel 15 Participatiewet en ondersteunt alleen waar de huurtoeslag aantoonbaar niet toereikend is. Nadelen van variant 3 (Ondersteuning voor onbepaalde tijd met strikte verhuisplicht) zijn: - Een verhuisplicht grijpt zwaar in op het privéleven en is pas toelaatbaar als er werkelijk passende, goedkopere woningen beschikbaar zijn. In de praktijk is dit vaak niet het geval, zeker niet in gespannen woningmarkten. Daardoor is de verplichting snel onredelijk of onhaalbaar, en gevoelig voor bezwaar/beroep. - Variant 3 vereist voortdurende monitoring, individuele toetsing, dossiercontrole, handhaving en sancties. Dit vraagt veel capaciteit en kent hoge uitvoeringskosten. - De Wet hervorming huurtoeslag beoogt toegankelijkheid vergroten, ondersteuning vereenvoudigen, betaalbaarheid verbeteren. Een permanente verhuisplicht werkt dit doel tegen doordat het stress en onzekerheid creëert, langdurige instabiliteit veroorzaakt, en burgers ontmoedigt om hulp te vragen. - Mogelijke strijd met artikel 35 Participatiewet. Artikel 35 PW vereist dat bijzondere bijstand wordt verleend als kosten noodzakelijk, uit bijzondere omstandigheden voortvloeiend, én individueel beoordeeld zijn. Een generieke verhuisplicht kan moeilijk worden verenigd met deze verplichting tot maatwerk. 5.4 Keuze 4 Wat te doen met servicekosten Context: waarom is dit vanaf 2026 een beleidskeuze? Per 1 januari 2026 verandert de Wet op de huurtoeslag (Wht). Eén van de belangrijkste wijzigingen is dat servicekosten niet langer meetellen bij het bepalen van de huurtoeslag. De Belastingdienst rekent vanaf 2026 uitsluitend met de kale huur, zonder de vier servicekostensoorten die tot en met 2025 nog subsidiabel zijn. Dit betekent dat servicekosten volledig voor rekening van de huurder komen — ook bij een laag inkomen. Hierdoor ontstaat mogelijk nieuwe druk op het gemeentelijke woonkostentoeslagbeleid, omdat deze kosten in sommige gevallen structureel hoog zijn en voor huishoudens met lage inkomens onbetaalbaar kunnen worden. Gemeenten moeten dus bepalen of zij via woonkostentoeslag (bijzondere bijstand) servicekosten als noodzakelijke woonkosten willen en mogen vergoeden. Hieronder staan de drie meest voorkomende beleidsvarianten, met de bijbehorende beleidsmatige overwegingen. Optie A — Servicekosten volledig uitsluiten (Meest sober en rechtmatigheidsgericht) Omschrijving De gemeente kiest ervoor geen woonkostentoeslag te verstrekken voor servicekosten. Alleen de kale huurprijs en eventueel het deel boven de rekenhuur komen in aanmerking. Context / Overwegingen •Sluit nauw aan op artikel 15 Participatiewet: de huurtoeslag is voorliggende voorziening en servicekosten horen volgens de wetgever niet bij subsidiabele woonkosten. •Financieel beheersbaar: voorkomt structurele lasten. •Eenvoudig uit te leggen en uit te voeren. •Heeft als nadeel dat huishoudens met hoge verplichte servicekosten in de knel kunnen raken (bijv. ouderenwoningen, complexen met verplichte dienstenpakketten). Optie B — Alleen noodzakelijke servicekosten vergoeden (Middenvariant – maatwerk mogelijk) Omschrijving De gemeente beoordeelt servicekosten per kostensoort. Alleen díe diensten die strikt noodzakelijk zijn, worden vergoed. Voorbeelden van mogelijk noodzakelijke componenten: •schoonmaak algemene ruimten, •huismeesterkosten, •verplichte servicepakketten bij zorgwoningen, •energiekosten van gemeenschappelijke voorzieningen. Context / Overwegingen •Past bij maatwerk en individuele beoordeling van noodzaak (art. 35 Pw). •Voorkomt betaling van luxe of niet-noodzakelijke services. •Vereist meer administratieve beoordeling en onderscheid tussen luxueuze en noodzakelijke services. •Past het beste bij een beleidsvisie waarin de gemeente niet alles vergoedt, maar wel wil voorkomen dat kwetsbare inwoners vastlopen in onbetaalbare wooncomplexen. Optie C — Servicekosten volledig meenemen als woonkosten (Ruimhartige variant – beschermend voor kwetsbare doelgroep) Omschrijving Alle redelijke servicekosten worden gezien als onderdeel van de noodzakelijke kosten van het bestaan en komen (na inkomenstoets) volledig in aanmerking voor woonkostentoeslag. Context / Overwegingen •Geschikt voor gemeenten met een nadruk op bestaanszekerheid en bescherming tegen armoede. •Voorkomt dat mensen noodgedwongen uit woningen moeten verhuizen met verplichte servicepakketten. •Kan juridisch, want art. 35 Pw biedt ruimte zolang de kosten noodzakelijk, passend en individueel te beoordelen zijn. •Maar het is financieel het meest belastend en kan structurele afhankelijkheid vergroten. Het college wordt voorgesteld: Optie B alleen noodzakelijke servicekosten vergoeden De gemeente kiest voor een aanpak waarbij servicekosten per kostensoort worden beoordeeld en alleen de strikt noodzakelijke onderdelen worden vergoed. Dit sluit aan bij artikel 35 Participatiewet, dat vraagt om individuele beoordeling van noodzakelijke kosten. Door niet alle servicekosten automatisch te vergoeden, voorkomt de gemeente dat luxe of niet ‑ essentiële diensten worden bekostigd. Deze variant biedt gerichte ondersteuning aan inwoners die geconfronteerd worden met verplichte of onvermijdbare servicekosten, terwijl de gemeente tegelijkertijd voorkomt dat kwetsbare inwoners vastlopen in onbetaalbare wooncomplexen. De keerzijde is dat deze aanpak meer administratieve beoordeling vraagt, doordat onderscheid moet worden gemaakt tussen noodzakelijke en niet-noodzakelijke posten. 5.5 keuze 5 Welke overgangsregelingen zijn mogelijk bij woonkostentoeslag? Er zijn vier hoofdvarianten die gemeenten kunnen toepassen, afzonderlijk of gecombineerd. 1. Overgangsrecht voor lopende toekenningen (uitdienen van de beschikking) Omschrijving Lopende toekenningen woonkostentoeslag (12 maanden) worden volgens het oude beleid afgemaakt. De nieuwe beleidsregels gelden pas bij: •de eerstvolgende herbeoordeling, •of bij een nieuwe aanvraag. Waarom? •Voorkomt schokeffecten in inkomen. •Biedt inwoners zekerheid. •Is uitvoeringsvriendelijk: geen tussentijdse intrekking nodig. Nadelen •Mogelijk tijdelijk hogere kosten. •Ongelijkheid tussen “oude” en “nieuwe” gevallen — maar dat wordt juridisch acceptabel geacht bij overgangsrecht. 2. Persoonlijk overgangsrecht (bestaande klanten krijgen tijdelijke bescherming) Omschrijving Inwoners die vóór 1 januari 2026 al woonkostentoeslag kregen, behouden tijdelijk recht op een aangepaste vorm van ondersteuning. Bijvoorbeeld: •nog maximaal 6 of 12 maanden compensatie van het gedeelte boven de rekenhuur; •of een geleidelijke afbouw (bijv. 75% → 50% → 25% → 0%). Waarom? •Beschermt kwetsbare huishoudens tegen financiële valkuilen. •Past bij bestuurlijke zorgplicht en bestaanszekerheid. •Sluit aan bij Divosa’s advies om inwoners tijdig en zorgvuldig door de overgang te begeleiden. Nadelen •Complexere uitvoering. •Tijdelijke dubbele regimes. 3. Overgangsrecht met inspanningsverplichting (verhuisplicht of woonlastenverlaging) Omschrijving De ondersteuning blijft tijdelijk doorlopen alleen als inwoners aantoonbaar meewerken aan: •goedkoper gaan wonen, •woningruil/verhuisopties onderzoeken, •budgetcoaching, •schuldhulpverlening. Waarom? •Past binnen de Participatiewet: bijzondere bijstand is geen structurele woonlastensubsidie. •Dwingt beweging richting betaalbare woonlasten. •Legitimeert tijdelijk structurele steun omdat er actief gewerkt wordt aan verbetering. Opmerkingen Deze variant wordt vaak gecombineerd met variant 1 of 2. 4. Geen overgangsrecht (directe toepassing nieuwe regels), maar wél redelijke termijn Omschrijving De gemeente past de nieuwe regels direct toe. Lopende toekenningen worden herbeoordeeld, maar inwoners krijgen: •een redelijke afbouw- of aanpassingstermijn (bijv. 1–2 maanden), zodat zij niet ineens zonder ondersteuning staan. Waarom? •Budgettair streng. •Juridisch haalbaar, zolang een redelijke termijn wordt geboden. Kanttekening Niet aanbevolen voor kwetsbare groepen of bij grote inkomensschommelingen — hierdoor kunnen inwoners snel tussen wal en schip vallen. Het college wordt voorgesteld: Variant 1: Overgangsrecht voor lopende toekenningen (uitdienen van de beschikking). Lopende toekenningen woonkostentoeslag (12 maanden) worden volgens het oude beleid afgemaakt. De nieuwe beleidsregels gelden pas bij: • de eerstvolgende herbeoordeling, • of bij een nieuwe aanvraag. De gemeente rondt dus lopende toekenningen woonkostentoeslag volgens het oude beleid af en past de nieuwe regels pas toe bij een herbeoordeling of nieuwe aanvraag. Dit voorkomt plotselinge inkomensdalingen, biedt inwoners rust en voorspelbaarheid, en waarborgt juridische zorgvuldigheid. Tegelijk maakt deze aanpak een ordelijke en uitvoerbare invoering van het nieuwe beleid mogelijk, zonder onnodige administratieve belasting. 6. Recreatiewoningen, tiny houses, mantelzorgwoningen en woonwagens Uitgangspunt van de woonkostentoeslag is dat deze wordt verstrekt voor de noodzakelijke woonkosten van een reguliere, permanent toegestane woning. Recreatiewoningen (waaronder vakantiewoningen, chalets en stacaravans), tiny houses zonder permanente woonbestemming, tijdelijke of niet-zelfstandige mantelzorgwoningen, woonwagens en vergelijkbare woonvormen komen daarom in beginsel niet voor woonkostentoeslag in aanmerking. Deze woonvormen kunnen doorgaans niet worden aangemerkt als reguliere, permanent toegestane en gebouwgebonden woningen. Veelal gaat het om recreatieve, tijdelijke, verplaatsbare of niet-zelfstandige verblijfsobjecten waaraan geen permanente woonfunctie is toegekend of die bouwkundig niet voldoen aan het woningkarakter zoals dat binnen het Nederlandse woon- en bouwrecht wordt gehanteerd. Met deze afbakening sluit het beleid aan bij de Woningwet en de geldende jurisprudentie, waarin belang wordt gehecht aan zowel de aard van het bouwwerk als de publiekrechtelijke bestemming ervan. Daarmee wordt een helder en juridisch consistent onderscheid gemaakt tussen reguliere woningen en andere objecten die wel worden bewoond, maar niet voldoen aan de gebruikelijke criteria van het woonrecht. De woonkostentoeslag is binnen artikel 35 van de Participatiewet vormgegeven als een vangnetvoorziening voor huishoudens die tijdelijk hun noodzakelijke woonlasten niet kunnen dragen. De regeling is niet bedoeld als structurele financiering van woonvormen die zich buiten het reguliere woningbestand bevinden. Het college onderkent echter dat de huidige woningmarkt ertoe kan leiden dat inwoners buiten hun schuld tijdelijk zijn aangewezen op een niet-reguliere woonvorm. In dergelijke situaties kunnen inwoners geconfronteerd worden met daadwerkelijk verschuldigde en noodzakelijke woonkosten, terwijl passende reguliere huisvesting niet direct beschikbaar is. Om die reden wordt niet uitsluitend gekeken naar de formele aard van de woonvorm, maar blijft ruimte bestaan voor een beoordeling van de individuele omstandigheden van het geval. Wanneer sprake is van een noodsituatie, aantoonbare woonkosten, het ontbreken van een passend alternatief en een tijdelijke overbruggingssituatie, beoordeelt het college of een strikte toepassing van deze beleidsregel leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de regeling. In dergelijke uitzonderlijke situaties kan het college, met toepassing van het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule, afwijken van de hoofdregel. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners die buiten hun schuld in een bijzondere of schrijnende woonsituatie zijn terechtgekomen tussen wal en schip vallen. Deze beleidslijn draagt bij aan: 1.RechtszekerheidInwoners weten vooraf welke woonvormen in beginsel wel en niet onder de regeling vallen. 2.Uitvoerbaarheid en objectiviteitDe beoordeling vindt plaats aan de hand van verifieerbare criteria, zoals de bestemming van het object, de aard van de huisvesting en de feitelijke omstandigheden van het geval. 3.Consistentie met wet- en regelgevingHet beleid sluit aan bij de uitgangspunten van de Woningwet, de Participatiewet en relevante jurisprudentie. 4.Menselijke maat en evenredigheidIn uitzonderlijke situaties blijft ruimte bestaan voor maatwerk wanneer een strikte toepassing van de beleidsregels tot onredelijke gevolgen zo u leiden. 5.Doelmatige besteding van publieke middelenDe woonkostentoeslag blijft primair gericht op noodzakelijke woonkosten van reguliere huisvesting, terwijl maatwerk mogelijk blijft in situaties waarin dit gerechtvaardigd is. Met deze afbakening wordt de woonkostentoeslag doelgericht ingezet voor huishoudens met noodzakelijke woonkosten, terwijl tegelijkertijd voldoende ruimte wordt behouden om recht te doen aan bijzondere omstandigheden en de huidige realiteit van de woningmarkt. Voorgesteld wordt het advies van de ASD niet volledig over te nemen, maar hieraan wel gedeeltelijk tegemoet te komen door een expliciete afwijkingsmogelijkheid op te nemen voor situaties waarin een belanghebbende buiten zijn schuld is aangewezen op een niet-reguliere woonvorm. Hierdoor blijft de afbakening van het woningbegrip helder, terwijl tegelijkertijd wordt voorkomen dat een strikte toepassing van de beleidsregels leidt tot onevenredige gevolgen in individuele gevallen. Hiermee wordt een evenwicht bereikt tussen de door de ASD bepleite flexibiliteit en de behoefte aan een juridisch houdbaar en uitvoerbaar beleid. Het college wordt voorgesteld: Recreatiewoningen, tiny houses zonder permanente woonbestemming, tijdelijke of niet-zelfstandige mantelzorgwoningen, woonwagens en vergelijkbare woonvormen in beginsel uit te sluiten van de woonkostentoeslag. De woonkostentoeslag blijft daarmee gericht op de noodzakelijke woonkosten van reguliere woningen. In uitzonderlijke situaties blijft maatwerk mogelijk wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden en een strikte toepassing van het beleid zou leiden tot onevenredige gevolgen. Hiermee wordt een evenwicht bereikt tussen rechtszekerheid, uitvoerbaarheid, rechtmatigheid en de menselijke maat. 7. Financiële gevolgen Op dit moment ontvangen drie huishoudens een woonkostentoeslag. In alle drie de gevallen gaat het om eigenaar‑bewoners. Er worden dus momenteel geen woonkostentoeslagen verstrekt aan huurders. In het verleden is dit wel gebeurd, maar het ging toen om een zeer beperkt aantal gevallen: slechts enkele huurders hebben destijds een woonkostentoeslag ontvangen. Op basis van de wetswijziging (vervallen maximale huurgrens) en de voorliggende voorzieningsplicht is de verwachting dat Hollands Kroon nauwelijks tot geen extra aanvragen van huurders voor woonkostentoeslag zal ontvangen. Sterker nog, het aantal aanvragen door huurders zal naar verwachting lager zijn dan in het verleden. Gemeenten zoals Hollands Kroon zullen waarschijnlijk vooral aanvragen van eigenaar‑bewoners blijven behandelen, zoals nu ook het geval is (drie huishoudens). Alleen in uitzonderlijke situaties (zeer hoge huur, acute problemen) kan alsnog een beroep op bijzondere bijstand komen. Een rondvraag bij andere gemeenten, zoals de gemeente Den Helder en Zaandam, leert dat ook zij tot dusver geen opvallende stijging zien van het aantal aanvragen om een woonkostentoeslag. Gemeenten beschikken niet automatisch over gegevens over huurprijzen, inkomens én huishoudskenmerken in één dataset. Deze informatie zit verspreid bij verschillende partijen (verhuurders, Belastingdienst, CBS) en valt niet samen te voegen zonder wettelijke grondslag. CBS heeft deze informatie wél. Het CBS kan via maatwerk exact aangeven hoeveel huishoudens met een laag inkomen in dure huurwoningen wonen, uitgesplitst naar gemeente, wijk of woningtype inkomensverdeling in relatie tot huurkosten. 8. Communicatie en implementatie Aanbevolen wordt: •brede communicatiecampagne: “kijk of u in 2026 huurtoeslag kunt krijgen”; •proactieve benadering van huidige gebruikers woonkostentoeslag; •aanpassing werkprocessen, beleidsregels en website; •training medewerkers. 9. Samenvatting van de voorgestelde beleidskeuzes De gemeente kiest voor optie A: woonkostentoeslag alleen voor het deel boven de rekenhuur, omdat de huurtoeslag vanaf 2026 wel passend maar niet volledig toereikend is. Daarnaast wordt 75% van dit niet‑gesubsidieerde deel vergoed om eigen verantwoordelijkheid te behouden en schulden te voorkomen. Voor tijdelijke ondersteuning kiest de gemeente variant 2: maximaal 12 maanden woonkostentoeslag (met verlenging mogelijk), mét verplichte woonlastenverlaging. Variant 3 wordt afgewezen vanwege juridische risico’s, hoge uitvoeringslast en gebrek aan maatwerk. Servicekosten worden per kostensoort beoordeeld en alleen noodzakelijke onderdelen worden vergoed, conform artikel 35 PW. Lopende toekenningen worden volgens het oude beleid afgemaakt, zodat inwoners inkomensrust en rechtszekerheid behouden tijdens de overgang naar het nieuwe beleid. Recreatiewoningen, tiny houses zonder permanente woonbestemming, tijdelijke of niet-zelfstandige mantelzorgwoningen, woonwagens en vergelijkbare woonvormen in beginsel uit te sluiten van de woonkostentoeslag. De woonkostentoeslag blijft daarmee gericht op de noodzakelijke woonkosten van reguliere woningen. In uitzonderlijke situaties blijft maatwerk mogelijk wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden en een strikte toepassing van het beleid zou leiden tot onevenredige gevolgen. Hiermee wordt een evenwicht bereikt tussen rechtszekerheid, uitvoerbaarheid, rechtmatigheid en de menselijke maat.

[Meer informatie](https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-505138.html)

## Sitemap

See the full [sitemap](/sitemap.md) for all pages.
